11 november op z’n Nieuw-Zeelands

Voor VOS blijft 11 november de bijzonderste dag van het jaar. Precies één jaar na het einde van de Grote Oorlog kwamen de Vlaamse oud-strijders al samen om hun gevallen makkers te herdenken. Ze deden dat met de boodschap Nooit meer oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede. Tot vandaag zet VOS deze traditie verder. Maar VOS herdenkt op 11 november ook de tienduizenden Nieuw-Zeelandse vrijwilligers die hun leven offerden voor onze vrijheid.

Bij de 11 novemberherdenkingen gaat de aandacht uiteraard op de allereerste plaats naar de Vlaamse soldaten die hun jong leven verloren in een gruwelijke oorlog. Wat zou er van Vlaanderen geworden zijn zonder hun ultiem offer? Zonder het engagement van de Vlaamse Fronters, die  na 1918 de vooroorlogse draad weer opnamen, zou er nooit sprake geweest zijn van een hernieuwde Vlaamse beweging na 1918. Ook daar mag op 11 november wel eens naar verwezen worden. Maar niet alleen Vlaanderen, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Rusland, en vrijwel alle Oost-Europese staten, moesten een bloedige tol betalen voor een waanzinnige wereldbrand. Ver van huis sneuvelden ook honderdduizenden Canadezen, Australiërs, Indiërs, Zuid-Afrikanen, Chinezen, Turken, Armeniërs, Noord-Afrikanen, soldaten uit Britse en Franse kolonies in Afrika.

‘En dan vergeet je nog Nieuw-Zeeland’, zeggen Willem Persoon en Veerle Rooms uit een mond. ‘Rekening houdende met het aantal inwoners is Nieuw-Zeeland veruit het grootste slachtoffer geworden van de Eerste Wereldoorlog. Bij het begin van de oorlog telde Nieuw- Zeeland zowat 1 miljoen inwoners. Maar liefst 100.000 Nieuw-Zeelanders  – 10 procent van de bevolking – werden naar het front gestuurd. Nieuw-Zeeland werd een land waarin de generatie van 18- tot 30-jarigen finaal ontbrak. De tol die Nieuw-Zeeland voor zijn niet altijd vrijwillig engagement betaalde was ongemeen groot. Van de 100.000 ‘vrijwilligers’ stierven er  20.000 de vuurdood. Naast de 20.000 rechtstreekse gesneuvelden keerden  maar liefst 40.000 Nieuw-Zeelanders zwaargewond naar hun ver vaderland terug, om thuis te sterven of zwaar verminkt door het leven te gaan.

Zoals gezegd was het engagement van de Nieuw-Zeelandse mannelijke jeugd niet zo vrijwillig als de geschiedenis ons pleegt voor te houden. Op de eerste plaats werden de soldaten in spe regelrecht verleid  met de vele materiële voordelen die hen als ‘helden’ na de oorlog zouden wachten. Een been kwijt betekende, zo werd er in een regelrechte affichecampagne beloofd, een rente van zoveel kiwi-dollar. Een arm kwijt van zoveel. Een kop kwijt – maar dat werd uiteraard voorzichtiger geformuleerd – gaf recht op een regelrecht pensioen voor de nabestaanden. Uiteraard hebben een aantal jonge Nieuw-Zeelanders zich vrijwillig gemeld. Geld en roem lokten, en waar droomt een jonge en onderbetaalde mijnwerker of schapenhouder in Nieuw-Zeeland anders van?  Uiteraard ook van de meisjes die zijn eenzaam hart bekoren. Maar ook deze charmante wezens werden door de Britse oorlogsronselaars schandelijk misbruikt. Iemand die zich niet vrijwillig voor het front meldde werd afgedaan als lafaard en hij kreeg, vaak door het meisje van zijn dromen, letterlijk een witte pluim opgespeld, het Nieuw-Zeelandse symbool voor lafheid. Wie dus niet als lafaard door zijn beminde bestempeld wilde worden moest wel kiezen voor een frontinzet.

Overigens creëerden de Britten, net als de Duitsers overigens, de idee van een ‘vrolijke’ oorlog die beslist niet lang zou duren. Als ‘vuurdoop’ werden de Nieuw-Zeelandse vrijwilligers naar de eilandengroep Samoa gestuurd, zo te zeggen in hun achtertuin. Samoa was een Duitse kolonie die hoop en al door een honderdtal Duitse soldaten ‘verdedigd’ werd.  Toen deze Germaanse ‘krijgers’ oog in oog stonden met een massale Nieuw-Zeelandse overmacht deden zijn wat ieder normaal mens doet. Zij lieten hun geweer vallen, staken de handen in de lucht en Samoa was veroverd zonder dat er ook maar één schot gevallen was.

Als het dat maar is, dachten de Nieuw-Zeelandse strijders, en als het bovendien goed betaald wordt, waarom zouden we ons dan niet melden als vrijwilliger? Maar dat bleek achteraf een niet zo gelukkige gedachtegang te zijn. Oorlogsronselaars mag je nooit geloven. Samoa zou na de oorlog Nieuw-Zeelands worden, beloofden de Britten. Het is dat nooit geworden. En de ‘vrolijke’ oorlog, een soort vakantietrip naar het onbekende Europa, werd een regelrechte catastrofe. Eerst werden de onervaren rekruten ingezet in de zogenaamde Dardanellenslag, een derde front dat de Britten wilden openen naast het Westfront en het Russische front. Een totale misrekening die het leven kostte aan bijna een half miljoen soldaten en aan vrijwel alle Nieuw-Zeelandse vrijwilligers. Dus gingen de oorlogswervers opnieuw op pad, op zoek naar vers kanonnenvlees. De nieuwe contingenten Nieuw-Zeelanders werden naar Noord-Frankrijk en het stukje onbezet gebleven Vlaanderen gestuurd. Ook daar, en dan vooral in de derde slag om Ieper, zijn ze regelrecht de dood ingejaagd. Via een uniek tentoonstelllingsconcept herdenkt thans  het kunstenaarsduo Veerle Rooms en Wim Persoon het offer dat deze Nieuw-Zeelanders gebracht hebben voor onze vrijheid.

Van waar komt de belangstelling van het artiestenduo Veerle Rooms en Willem Persoon voor Nieuw-Zeeland? Beiden zijn van geboorte Waaslanders. Willem werd in Stekene geboren, Veerle in Sint-Niklaas. Ook met de Vlaamse beweging zijn ze van huis uit vertrouwd. En zowel Wim als Veerle zijn overtuigde pacifisten. Willem Persoon, tijdens zijn actieve loopbaan beroepsjournalist bij Gazet van Antwerpen, is een gewaardeerde auteur en dichter. Veerle was actief als docente grafiek in het hoger onderwijs, en sloot deze levensfase af als hoogleraar aan de Karel de Grote Hogeschool. Ze manifesteerde zich als een van de belangrijkste hedendaagse grafische kunstenaars wereldwijd. In Vlaanderen mag ze zich sieren met de titel ‘moeder van de Vlaamse grafiek’, internationaal wordt ze betiteld als the leading lady van de grafiek. Veerle en Wim hebben, in samenwerking met collega-kunstenaars en gelijkgezinde auteurs, al een heel aantal grootschalige internationale projecten georganiseerd. Kernidee is telkens dat kunstenaars uit verschillende landen en uit verschillende disciplines samen een bepaald project uitwerken.

En zo is het begonnen met Nieuw-Zeeland. Enkele jaren geleden verrasten Veerle en Wim Vlaanderen en Zuid-Afrika met een project rond het thema Zuid-Afrika en zijn identiteit. De tentoonstelling werd ondermeer door Lieve Bierque, oud-leerlinge en later collega van Veerle Rooms, bezocht. In 1992 emigreerde Lieve, getrouwd met de Nieuw-Zeelander Gavin Bonnett, naar Nieuw-Zeeland. Lieve, artistiek nog altijd een bezige bij, is directrice van de kunstafdeling van een middelbare school en Belgisch ere-consul voor het zuidelijke eiland van Nieuw-Zeeland. Tijdens haar bezoek aan de tentoonstelling over Zuid-Afrika opperde Lieve de idee om ‘iets te doen’  rond de Nieuw-Zeelandse soldaten in de Eerste Wereldoorlog. En daaruit is het boeiende project Our Soldiers ontstaan. Our Soldiers is geen klassieke tentoonstelling met geweren en gasmaskers van weleer. Doelbewust wordt er voor een andere invalshoek gekozen. Vanuit onze tijd, met de kunsttechnieken van vandaag, in woord en beeld  wordt niet de vechtende soldaat ten tonele gevoerd, maar wel alles wat er gebeurde tussen het vertrek van de Nieuw-Zeelandse vrijwilligers naar Europa en hun onzinnige dood.

Voor dit project verbleven Veerle en Wim ettelijke maanden in Nieuw-Zeeland en Australië, en kwamen de Nieuw-Zeelandse kunstenaars naar Vlaanderen. Het project kreeg de principiële financiële steun van minister Geert Bourgeois en werd definitief goedgekeurd door minister-president Kris Peeters toen de N-VA in de vorige legislatuur de Vlaamse regering verliet. Dat het hier gaat om een goede investering bewijst de enorme belangstelling die er intussen ontstaan is voor de  lotgevallen van een volk dat, alle verhoudingen in acht genomen, de zwaarste tol betaalde aan de waanzin van de Eerste Wereldoorlog.

Jan Veestraeten


Absolute aanrader voor VOS-afdelingen


Het tentoonstellingsproject Our Soldiers WOI is een absolute aanrader voor alle VOS-afdelingen. Beeldende werken van Veerle Rooms (Vlaanderen) en Lieve Bierque (Nieuw-Zeeland). Het literaire luik van dit  totaalconcept is van Willem Persoon (Vlaanderen) en Kate McColl (Nieuw-Zeeland). De historicus Paul O’Connor (Nieuw-Zeeland) zorgde voor het historische gedeelte.

Our Soldiers WOI werd al met succes georganiseerd in Stekene, Temse en Antwerpen. In Rumst (Gemeentehuis) loopt de tentoonstelling van 5 tot 14 november. VOS-Sint-Niklaas  brengt het project van 12 november tot 12 december in de Stedelijke Bibliotheek. De Karel de Grote Hogeschool (campus Groenplaats) doet dit van 16 november tot 16 december. Volgend jaar organiseert het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis  Our Soldiers met monumentale uitvoeringen.

Het project kan in kleinere vorm ook gebracht worden als een beperkte tentoonstelling met lezing/poëzievoordracht van Veerle Rooms en Willem Persoon. Info studio-ap@hotmail.com en www.rooms-veerle.be