Toespraak Karel Uyttersprot, bestuurder VOS nationaal tijdens de 90ste IJzerbedevaart (11/11/2017)

Bloemen VOS (003)
Geachte voorzitter van het Vlaams Parlement, geachte heer minister, geachte genodigden, Vlaamse vrienden,

99 jaar geleden,11 november 1918. De wapens zwijgen.

Het einde van een zinloze oorlog, waarin 65 miljoen soldaten uit bijna 50 landen en 5 continenten, tegen elkaar stonden. 9,5 miljoen soldaten verloren het leven; 5,5 miljoen geallieerden en 4 miljoen Centralen.

Hier in de Westhoek stonden de legers tegenover elkaar en was het toneel van ongeziene slachtpartijen waar 700 000 jonge mannen het leven lieten, en innovatieve, nieuwe “technologieën” als Yperiet werden gebruikt en uitgetest.

Onder de geallieerden ook 36 000 Belgische soldaten waarvan 70% Vlamingen. Overal wordt in deze periode hulde en eer gebracht aan hen die hier het leven lieten.

Vooral het Gemenebest kent een sterke traditie in het eren van hun slachtoffers. Herdenkingen en bezoekersstromen uit en van Groot Brittannië, Canada, Nieuw-Zeeland, Ierland, Australië, maar ook uit Frankrijk, Duitsland,…, Wallonië en Vlaanderen.

Vandaag brengen wij hulde aan allen die vochten voor onze vrijheid en voor de waarden van de verlichting.

Uiteraard schenken wij speciale aandacht aan de Vlaamse Frontsoldaten.

Zij vertrokken naar het leger, velen als vrijwilliger, amper 16, 17,18 jaar oud en gaven gevolg aan de oproep van de Koning: “Vlamingen gedenk de stag der Gulden Sporen” en aan onze Zuiderburen “Walen gedenk de slag der 600 Franchimontezen”.

De frontervaring en ontgoocheling werden groot. Gestart met veel idealisme en overtuiging, werd al gauw duidelijk dat de overgrote meerderheid van de piotten, gewone Vlaamse jongens, boeren en arbeiders waren, waarvan velen niet of amper konden lezen of schrijven. De legertop daarentegen, bestond voor het overgrote deel uit een Franstalige elitaire kaste, met weinig begrip voor de Vlaamse soldaat, van wie hij de taal niet kende en die hij in het Frans commandeerde.

De reactie tegen deze wantoestanden bleef niet uit en had dan ook een sterk sociaal karakter. Uit brieven en gedichten lezen wij de stijgende verontwaardiging tegen zoveel onrecht. Waar de brieven van de Fronters aanvankelijk eindigden met “Leve de Koning” en “Leve België”, evolueert dit gauw naar “Leve Vlaanderen”.
Een aantal onder hen had wél gestudeerd of was nog student. Onder hen ook Franstalige Vlamingen. Zij namen het voortouw in het verzet tegen het onrecht en vernederingen. Aan de Vlaamse piotten werden de slechtste karweien toebedeeld, ze werden dagelijks uitgescholden, waren ontheemd en ploeterden in de modder van de loopgraven.

Er werden “studiekringen“ opgericht door geletterde soldaten achter de frontlinies, waarbij zij elkaar hielpen, brieven schreven voor de ongeletterden, vertelden over thuis. Er werden, per gemeente of regio Frontblaadjes uitgegeven waarin nieuws stond over de dagdagelijkse zaken thuis, achter het front,..

Dit stuitte op verzet van de legerleiding, die dit té Vlaams, subversief en illegaal vond. De studiekringen werden verboden, maar gingen clandestien verder, eventueel onder de mom van “ de Bond van het Heilig Hart”.

Zij die het voortouw namen groeiden uit tot onze IJzersymbolen; zij liggen hier begraven in deze crypte. Firmin Deprez (herdenking 2016), Joe English, Juul De Winde, Hubert Willems, Lode De Boninge, Frans Van der Linden (2018). Anderen overleefden en zetten deze sociale strijd na de oorlog verder: professor Daels, Filip De Pilleceyn, Hendrik Borginon, en zovele anderen. In 1917, juist 100 jaar geleden sneuvelden: Frans Kusters, Frans en Edward Van Raemdonck, Renaat De Rudder.

Renaat De Rudder vertrok, vanuit Landegem/Nevele, op 16 ½ jarige leeftijd . Hij was zeer sociaal bewogen en wou priester worden. Enkele maanden voor hij sneuvelde werd hij opgepakt en in het cachot gegooid omdat hij een Vlaamsgezind boek te lezen had gegeven aan medesoldaten. Onder druk van zijn kameraden werd hij snel weer vrijgelaten. Hij sneuvelde op 23 augustus 1917 onder een “verdwaalde Belgische kogel”. De juiste omstandigheden werden nooit opgehelderd. Hij werd de “heilige” genoemd omwille van zijn onbaatzuchtige inzet voor zijn medesoldaten.

Renaat De Rudder getuigt in een van zijn brieven: “En mijn hart bloedt bij het hooren van de ergerende woorden, die onze oversten uitspreken als hun verachting in onbewaakte ogenblikken naar boven welt: “Sales Flamands”.( brief RDR 19.9.1916 aan zijn vriend Henri Van Laere).

Frans en Edward Van Raemdonck, twee brouwerszonen uit het Oost-Vlaamse Temse trekken in 1914 als vrijwilliger naar het front. Hun broederliefde komt tot uiting wanneer Frans niet terugkomt van een aanval op het Stampkot, een oude petroleumopslagplaats waar de Duitsers zitten. Edward gaat hem, tegen de bevelen in, zoeken. 18 dagen later worden zij gevonden op het slagveld, samen met korporaal Améz Fiévez, die wij met respect graag meenemen in onze herdenkingen. Zij liggen alle drie hier begraven in één kist hier in één graf.
“Te saam vereend
In vreugd en nood
Als d’ eene sterft
De andere dood”

Hun broederliefde werd ook vereeuwigd in een aangrijpende tekening van die andere oorlogsslachtoffer, kunstenaar en IJzersymbool, Joe English.

Frans Van Raemdonck was een verdienstelijk dichter die zijn ongenoegen neerschreef in menig gedicht:

‘k Weet mannen die lijden en die men verstoot;
Die streven en strijden en kampen zich dood
Voor vrijheid, gelijkheid in recht en taal.
’t Zijn mannen met spieren, met “willen” van staal.

Kentekenend hierbij is dat de brieven van Frans in de beginne steeds eindigden met “Leve België”, dit evolueerde al vlug naar “Leve Vlaanderen”.

Frans Kusters
Officieel heet hij Jean Michel François Kusters, maar deze overtuigde Vlaming stapt door het leven als Frans. Hij was onderwijzer in het Limburgse Rekem. Hij deed dienst als verpleger en ambulancier. Op 22 augustus 1917 wordt hij bij de terugkeer op de weg van Kaaskerke naar Oude Bareel, getroffen door een kogel in de rechterschouder en overlijdt twee dagen later aan de opgelopen verwondingen.

Op zijn sterfbed spreekt hij nog de volgende woorden uit: “Mijn familie, mijn God, ik sterf voor Vlaanderen”. Tijdens de 13de IJzerbedevaart, op 21 augustus 1932, wordt zijn stoffelijk overschot bijgezet in de crypte van de IJzertoren.

VOS Verbond van Vlaamse Oud-strijders

Na de oorlog groepeerden de overlevende Vlaamsgezinde frontsoldaten zich in VOS, nu VOS Vlaamse Vredesvereniging. In alle dorpen en steden richtten de teruggekomen fronters afdelingen op. En in tal van gemeenten en steden dragen straten en pleinen de namen van deze Vlaamse voormannen en werden er herdenkingsmonumenten opgericht met als voornaamste Vredesmonument, de IJzertoren. En in plaats van, zoals men in sommige gemeenten wil doen, deze straatnamen te verwijderen, roepen wij op: vertel er over op school of in de jeugdbewegingen en vertel onze geschiedenis.

Deze Vlaamsgezinde frontsoldaten waren de grondleggers van de Vlaamse Beweging die hun boodschap, gekend als IJzertestament uitdroegen: Godsvrede, Nooit meer Oorlog en Zelfbestuur. VOS draagt deze boodschap verder uit.

  • Nooit Meer Oorlog: Zo pleit VOS voor een “ministerie voor Vrede”, waar alle interventies, wapenleveringen, militaire tussenkomsten waarin wij betrokken worden, de vredestoets ondergaan.
  • Zelfbestuur: het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, hier, en in de rest van Europa en de wereld, vormen de basis voor een vreedzame en duurzame samenleving. En nu, 100 jaar en zes staatshervormingen verder, heeft hun eis geleid tot waar wij nu staan. En ook al is deze staatsvorming nog niet af, moeten wij hen dankbaar zijn , te leven in een Vlaanderen, dat tot een van de meest welvarende regio’s in de wereld behoort.

Toespraak: Karel Uyttersprot, bestuurder VOS nationaal en coördinator herdenkingen Bloemen voor Helden
Diksmuide 11.11.2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *