Berichten van het front

180314

14 maart 2018, Syrië

De eerste stap naar vrede zijn goed geïnformeerde burgers. Het VOS Ministerie voor Vrede vat voor u wekelijks de belangrijkste evoluties samen van de verschillende brandhaarden in deze wereld. 

Enkele weken geleden kwam hulporganisatie Oxfam onder vuur te liggen toen bekend raakte dat hulpverleners van deze organisatie zich schuldig maakten aan seksueel wangedrag. Deze onthulling bracht de bal aan het rollen en al spoedig werden dergelijke incidenten bij andere hulporganisaties onthuld. De BBC bericht dat ook in Syrië mannelijke hulpverleners, werkend voor de VN en internationale ngo’s, zich schuldig maken aan seksueel misbruik. Syrische vrouwen en meisjes moeten seksuele diensten verlenen aan hulpverleners in ruil voor voedsel of andere hulp. De bevoegde VN-instanties en ngo’s melden dat er een nultolerantie geldt ten opzichte van dergelijke daden en ontkennen op de hoogte te zijn van dit misbruik door partnerorganisaties in de regio. Deze uitspraak wordt echter ontkracht door een hulpverlener ter plaatse. Het misbruik zou oogluikend worden toegestaan omdat het gebruik van plaatselijke hulporganisaties de enige manier is om hulp te verstrekken in de bezette gebieden.

Assad dwarsboomt immers iedere poging van buitenaf om de slachtoffers in de zwaar belegerde regio Oost-Ghouta van de nodige hulp te voorzien.

Op 5 maart staat het Syrische regime dan toch toe dat een hulpkonvooi het bezette gebied betreedt. Doch is er geen sprake van een “doorbraak”; een gedeelte van de medische hulp wordt door het Syrische leger in beslag genomen alvorens het konvooi de regio mag binnenrijden. Op 8 maart zou opnieuw een hulpkonvooi naar Oost-Ghouta vertrekken maar de hevige bombardementen maken het onmogelijk om de regio te bereiken.

Ook het staakt-het-vuren dat vorige week door de VN-Veiligheidsraad werd afgekondigd, brengt geen tijdelijke rust. In Oost-Ghouta voert het Syrische leger de strijd tegen de rebellen verder op en slaagt er in om 25% van de regio opnieuw in handen te krijgen. De bombardementen die deze veroveringen mogelijk maken, kosten het leven aan honderden burgers.

De opgelegde wapenstilstand wordt niet enkel door Assad met de voeten getreden, ook in Afrin gaan de gevechten gewoon door. Op 3 maart bombardeert de Turkse luchtmacht stellingen van Syrische pro-Assad milities -Assad wil het reguliere leger niet inzetten – in Afrin die de Koerden bijstaan in hun strijd tegen Turkije. Diezelfde dag vindt in Brussel een manifestatie plaats waarbij de manifestanten een einde van het geweld tegen de Koerdische enclave in Afrin eisen. 

De misdaden van het regime van Assad beperken zich niet enkel tot het belemmeren van internationale hulpverlening. Eerder kwam al aan het licht dat het regime chemische wapens inzet in de strijd. Op basis van een gelekt rapport van de VN-Commissie meldt het persagentschap Associated Press dat het Syrische regime voor de bouw van deze wapens kan rekenen op grondstoffen afkomstig uit Noord-Korea. Tussen 2012-2014 zouden er 40 scheepsladingen met materiaal van Noord-Korea naar Syrië zijn verscheept. Daarnaast werden in 2016 militaire experts gesignaleerd op locaties voor wapenproductie in Syrië. Zowel het Syrische regime als Noord-Korea ontkennen deze aantijgingen. Er is immers geen afdoend bewijs dat deze materialen daadwerkelijk gebruikt worden voor de bouw van chemische wapens. Ook de onthulling van de Britse overheid in 2017 dat Assad de Britse levering van chemicaliën uit de jaren’80 gebruikt had om het gifgas sarin te maken, berust op vermoedens. Desondanks is het zeer waarschijnlijk dat het regime van Assad deze verworven materialen inzet voor de bouw van chemische wapens. Zopas werd er namelijk Duits karton aangetroffen in een Syrische raket die chloorbommen lanceert. Dit karton was bedoeld voor de bouw van zonnepanelen.

Ministerie voor Vrede? Tot op de dag van vandaag denken beleidsmakers in termen van oorlog en defensie. VOS Vlaamse Vredesvereniging pleit voor de oprichting van een Ministerie voor Vrede om te denken vanuit een vredesbeleid in plaats van een oorlogs- of defensiebeleid.  

Geef een reactie