De Syrische Casus Belli door Jens De Rycke

Gifgas Syrië

VOS Vlaamse Vredesvereniging wil de burger kritisch doen nadenken over de verschillende brandhaarden op de wereldkaart. De eerste stap naar vrede is immers een groep van goed geïnformeerde burgers. In het kader van haar vredeswerking, het VOS Ministerie voor Vrede, publiceert VOS maandelijkse analyses van de verschillende mondiale conflicten in deze wereld. Deze analyse is van de hand van Jens De Rycke, onderzoeksjournalist en auteur van Het dagboek van granaten in Damascus.

Het is vijftien jaar geleden dat toenmalig Amerikaans minister van Buitenlandse zaken Collin Powell in de VN-veiligheidsraad met een flesje antrax beweerde dat de Irakese dictator Saddam Hoessein massavernietigingswapen produceerde. De massavernietigingswapens werden de casus belli voor de Amerikaanse invasie van Irak en de gelijkenis met de situatie in Syrië vandaag is treffend. Opnieuw staat er een Westerse coalitie klaar om een land in het Midden-Oosten te bombarderen. En opnieuw gebeurt dit zonder bewijs uit een neutraal onderzoek door een internationaal onderzoeksinstituut of zonder een referentie door een betrouwbare en geloofwaardige bron. Nog steeds is niet duidelijk wie er achter deze aanval zit en kunnen zowel terreurorganisatie Jaysh-al Islam (leger van de Islam) als het Syrisch leger achter deze aanval zitten.

De beelden van de slachtoffers zijn inderdaad gruwelijk om te aanschouwen maar ze mogen ons niet blind maken voor het feit dat het voor Westerse leiders niet uitmaakt wie er achter deze gifgasaanval zit maar dat de aanval als casus belli wordt gebruikt voor hun strijd in Syrië. En dus ook nu hebben de aankomende bombardementen niets te maken met moraal en waarden, maar draait alles om machtspolitiek. Dat verklaart ook waarom de Franse president Macron en Saudische kroonprins Mohammed bin Salman – die zelf een humanitaire crisis veroorzaakt met zijn bommentapijt in Jemen – samen hun verontwaardiging over Syrië kunnen uitspreken en een gezamenlijke militair antwoord willen organiseren.

Zoals ik in mijn boek – het dagboek van granaten in Damascus – schrijf, draait de Syrische strijd niet om de oorlogsmisdaden van president Assad, maar is de oorlog vanaf het begin een (regionale) machtsstrijd om de controle over Syrië. Zonder mee te stappen in een zwart-witverhaal waarbij alle schuld bij de Syrische regering wordt gelegd, maar tegelijkertijd ook niet blind te zijn voor de oorlogsmisdaden die door alle partijen worden gepleegd, probeer ik duidelijk te maken dat deze strijd een machtsstrijd is die op het Syrische grondgebied ten koste van Syrische burgers wordt uitgevochten. De wil van de Syriërs wordt daarbij genegeerd terwijl hun duidelijkste wens is dat de gevechten ophouden en daarmee ook een einde aan hun lijden komt.  

Na bijna 7 jaar strijd in Syrië is er geen regimewissel in de hoofdstad Damascus gekomen en zijn de krijgskansen ten voordele van het Syrische leger gekeerd. De herovering van Oost-Ghouta zou de grootste militaire overwinning van het Syrische leger van Assad zijn na de herovering van Aleppo en Deir-ez-Zor. Het einde van de gewapende strijd kwam weer een stap dichterbij met als waarschijnlijke uitkomst dat Assad als overwinnaar uit de strijd zou stappen en aan de onderhandelingstafel zijn voorwaarden voor vrede harder zou kunnen laten doorklinken. Maar zijn overwinning is en blijft een pyrrusoverwinning met het behouden van de macht over een verwoest en gedecimeerd land.

De overwinning van het Syrische leger houdt ook in dat Iran zich verder militair verankert in het land. Een regionale evolutie die door Israël en Saudi-Arabië met verontrusting wordt aanschouwd. Beide landen vrezen Iraanse hegemonie en bestrijden daarom dan ook (in Syrië) actief de uitbreiding van Iraanse invloed met diplomatieke en militaire middelen. Daarnaast wordt, door de vergrootte (militaire) Russische aanwezigheid in Syrië, het Nabije Oosten niet meer een exclusieve invloedszone van het Westen. De uni-polaire overheersing van de regio door het Westen die na de Koude Oorlog ontstond kalft stapsgewijs af.

De Syrische oorlog lijkt daar het voorbeeld bij uitstek van maar het Westen zal zijn invloed niet zomaar afstaan. Assad’s overwinning lijkt – zonder extern militair ingrijpen – niet meer tegen te houden maar dat wil niet zeggen dat zijn tegenstanders hem deze van harte gunnen. Dus zullen ze hem en zijn bondgenoten ervoor een zo hoog mogelijke prijs laten betalen. Zoals altijd zijn geopolitieke belangen veel belangrijker dan mensenlevens.

Daarenboven is één van de cynische gevolgen van eventuele Westerse bombardementen in Syrië dat het niet de Syrische burgers maar de extreem Islamitische “rebellen” zullen zijn die er het meeste voordeel uit zouden halen. Bij een grootschalige luchtaanval met als doel de Russische en Syrische militaire macht te schaden kunnen frontlinies breken. Ondanks alle eerdere overwinningsberichten is IS nog niet volledig uitgeschakeld en bevinden zij zich nog steeds actief het oosten van Syrië. Daarnaast bevinden zich in het noorden van het land, in onder andere de provincie Idlib, organisaties zoals Tahrir al-Sham (Al-Qaida), Ahrar al-Sham en andere gewapende islamisten, en zouden zij deze situatie kunnen gebruiken om een offensief tegen het Syrische leger op te zetten. Hierdoor wordt het oorlogsleed voor de Syrische bevolking nog maar eens verlengd.

Het gevaar daarnaast blijft dat de situatie kan escaleren tussen de verschillende machten die zich in Syrië mengen. Dit wordt nog eens duidelijk onderstreept door de verklaring van Alexander Zasypkin (de Russische ambassadeur in Libanon) die duidelijk stelt dat alle raketten en lanceerplatformen die voor een aanval op Syrië worden gebruikt zullen worden neergeschoten. Trump verzamelt een zo groot mogelijke coalitie om Rusland te verhinderen acties van verschillende staten te vergelden, en om zo een grotere oorlog te vermijden. Door zijn daden drijft hij echter de wereld naar de rand van de afgrond.

Bijna 100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog dreigt de wereldvrede terug te verdwijnen omwille van geopolitieke machtspellen. VOS roept dan ook duidelijk op dat de wereldleiders moeten verhinderen dat Syrië niet het Sarajevo van de 21ste eeuw wordt.

Ministerie voor Vrede? Tot op de dag van vandaag denken beleidsmakers in termen van oorlog en defensie. VOS Vlaamse Vredesvereniging pleit voor de oprichting van een Ministerie voor Vrede om te denken vanuit een vredesbeleid in plaats van een oorlogs- of defensiebeleid.

Geef een reactie