Berichten van het front

Verwoesting Syrië

30 maart 2018, Syrië 

De eerste stap naar vrede zijn goed geïnformeerde burgers. Het VOS Ministerie voor Vrede vat voor u wekelijks de belangrijkste evoluties samen van de verschillende brandhaarden in deze wereld.

Ook eind maart zijn er weer honderden burgers uit Oost-Ghouta weggebracht. Al sinds 2013 wordt deze regio belegerd door het Syrische regime. Vorige maand lanceerde president Assad, gesteund door Rusland, een offensief om de regio op de rebellen te heroveren. Tijdens dit offensief lieten duizenden mensen het leven en duizenden anderen sloegen op de vlucht. Ondertussen heeft het Syrische regime naar schatting 80% van het gebied opnieuw in handen. Enkel in de stad Douma hebben de rebellen nog de overmacht.

Deze week sloot de rebellengroep Faylaq al-Rahman een akkoord met het Syrische regime waarna de rebellen en hun families de kans kregen om Oost-Ghouta te verlaten. Via bussen werden zij naar de provincie Idlib in het noordwesten van Syrië gebracht. Maar ook in Idlib, waar rebellen de plak zwaaien, vinden dagelijks bombardementen plaats.

De evacuatie van rebellengroep Faylaq al-Rahman bemoeilijkt de positie van de laatste rebellengroep in Oost-Ghouta, Jaysh al-Islam. Desalniettemin is Jaysh al-Islam, een groep van Islamistische extremisten, de sterkste van de oorspronkelijk drie rebellengroepen in de regio en Douma, de grootste stad in het gebied, valt onder hun controle.

Het Syrische regime zou ook met Jaysh al-Islam onderhandelingen voeren met betrekking tot een gelijkaardige evacuatie. Voor de rebellengroep zou dit een veilige aftocht betekenen en voor het uitgedunde leger van Assad wordt op die manier een bloedige guerrilla in Douma vermeden.

Een aantal factoren bemoeilijken echter de gesprekken. Zo is er enerzijds het feit dat Jaysh al-Islam geen bondgenoten heeft in Idlib. Anderzijds vermoeden de rebellen dat het alewietische minderheidsregime van Assad een ‘etnische zuivering’ van Syrië beoogt.

Hoewel de onderhandelingen nog lopen, heeft het Syrische regime laten weten dat ze voldoende troepen heeft om een dezer dagen de finale aanval in te zetten.

Ondertussen rukt het Turkse leger in Noord-Syrië verder op. Midden maart slaagden de rebellen van het Vrije Syrische Leger, die dienstdoen als stoottroepen van de Turkse invasiemacht, erin om de stad Afrin in te nemen. Sindsdien zijn plunderingen van huizen, winkels en auto’s door rebellen schering en inslag. Er is geen hiërarchie in de rangen van de rebellen waardoor niemand verantwoordelijk kan worden gesteld voor deze acties. Turkije heeft laten weten dat ze deze zaak zal onderzoeken maar volgens een ooggetuige vinden de plunderingen plaats onder het toeziend oog van het Turkse leger.

Deze gevechten in Afrin brengen eveneens een grote vluchtelingenstroom op gang. In omvang is ze zelfs groter dan die uit Oost-Ghouta. Zo’n 150.000 burgers zijn ondertussen de regio ontvlucht. Velen kwamen terecht in de gelijknamige stad. Toen de Turken en rebellen ook deze stad veroverden, sloegen de burgers opnieuw op de vlucht naar andere delen van Syrië waaronder de stad Tal Rifaat. Ook hier slagen de plaatselijke hulporganisaties er niet in om de vluchtelingenstroom op te vangen.

Voor de Koerden in Syrië ziet de situatie er slecht uit. Veel rebellen van het Vrije Syrische Leger behoren tot de groep van jihadisten. Er doken al verschillende beelden op waarin de leden van deze rebellengroep oproepen tot het doden van de ‘atheïstische’ Koerden.

Daarbij maakte de Turkse regering eerder bekend dat het niet bij de verovering van Afrin en Manbij zal blijven. Het Turkse leger zal trachten heel Noord-Syrië te veroveren.

De frustratie bij de Koerden neemt alsmaar toe. Ze voelen zich in de steek gelaten. Begin dit jaar besliste Rusland om zijn waarnemers in Afrin weg te halen. Deze mensen deden dienst als buffer tussen Turkije en de Koerdische militie YPG. De Syrische regering stuurde nadien enkele milities om het gebied te helpen verdedigen maar deze waren niet opgewassen tegen de Turkse overmacht.

De VS, de belangrijkste bondgenoot van de Koerden, stelt zich in het conflict met Turkije neutraal op. Ook het uitblijven van een reactie vanuit Europa op de ‘Turkse agressie’ sterkt het ongenoegen.

Midden maart volgde dan toch een veroordeling van de Turkse inval in Afrin door de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Voor de Koerden komt dit te laat. Voor hen is het al lang duidelijk dat ze internationaal geen bondgenoten hebben.

Op verschillende plaatsen in Europa werden aanslagen gepleegd op Turkse doelwitten. In Kopenhagen werden er bommen gegooid naar de Turkse ambassade. In Duitsland werden Turkse moskeeën, gemeenschapscentra en winkels aangevallen. Dit is het werk van enkele Koerdische militanten groeperingen. De officiële Koerdische Jeugdfederatie betreurt en voordeelt deze gewelddadige acties. Turkije op zijn beurt grijpt dit geweld aan als propaganda tegen de Koerdische zaak.

Eind maart vond er een gesprek plaats tussen de Franse president Macron en een delegatie van de Syrische Democratische Krachten waar de YPG deel van uitmaakt. Marcron bedankte hen voor hun rol in de strijd tegen IS en de offers die ze hierin brachten. Macron zei ook dat hij de militaire steun van Frankrijk aan de Koerden in Syrië zal opvoeren om zo de opmars van Turkije te stuiten. Macron meldt voorts dat hij bereid is om op te treden als bemiddelaar in het conflict tussen Turkije en de Syrische Koerden. Met steun van de internationale gemeenschap hoopt hij dialoog op gang te kunnen brengen tussen de twee partijen.

Deze bekendmaking doet de spanningen met NAVO-bondgenoot Turkije oplaaien. De Turkse president Erdogan reageert bijzonder scherp op dit bericht. 

Ministerie voor Vrede? Tot op de dag van vandaag denken beleidsmakers in termen van oorlog en defensie. VOS Vlaamse Vredesvereniging pleit voor de oprichting van een Ministerie voor Vrede om te denken vanuit een vredesbeleid in plaats van een oorlogs- of defensiebeleid.

YPG

Geef een reactie