50 jaar geleden werd Berlijnse muur gebouwd

Wonden van toen zijn nog niet geheeld

Berlijners konden op 13 augustus 1961, een stralende zomerzondag, hun ogen niet geloven. Al  voor het krieken van de dag waren leden van de Nationale Volksarmee (NVA) druk doende met prikkeldraad en beton waarmee ze het oostelijke deel van de stad hermetisch afsloten.

De muur! Na de Tweede Wereldoorlog werd nazi-Duitsland in vier bezettingszones opgedeeld. Uit de Amerikaanse, Britse en Franse zones ontstond op 23 mei 1949 de West-Duitse Bondsrepubliek (BRD). Op 7 oktober 1949 werd de Russische bezettingszone de Duitse Democratische Republiek (DDR). Berlijn volgde deze voorbeelden. Oost-Berlijn, door de Russen bezet, werd aan de DDR toegewezen, West-Berlijn maakte voortaan deel uit van de BRD. Van Lübeck in het noorden tot Hof in het zuid-oosten ontstond er een interne Duitse grens, in DDR-jargon de antifascistische Schutzwall, van 900 kilometer. Alleen in Berlijn kon  je nog ongestoord van Oost naar West en van West naar Oost. Wie zonder risico Oost-Duitsland wilde ontvluchten moest dus in Berlijn zijn.

En ze kamen met velen. In de eerste maanden van 1961 namen maandelijks zowat 20.000  Oost-Duitsers de biezen. Voor Walter Ulbricht, voorzitter van de Socialistische Eenheidspartij Duitsland (SED), was het een persoonlijk affront dat zoveel Duitsers lak hadden aan zijn arbeidersparadijs. De republiekvlucht was bovendien een economische catastrofe, een zware handicap voor het DDR- bedrijfsleven. Een muur, zo hoopte Ulbricht, zou de republiekvlucht onmogelijk maken. Zowaar de Verenigde Staten hadden geen bezwaar tegen de muur. Toen ze er was kwam president John F. Kennedy weliswaar met zijn ich bin ain Beurliner de inwoners van Berlijn zogenaamd moed inspreken. Maar in de maanden voor 13 augustus liet de VS duidelijk blijken dat de bewegingsvrijheid van de Oost-Duitsers voor de VS-regering hoegenaamd geen punt was. Meer zelfs, de VS beschouwden de muur als een stabiliseringsfactor in de wankele relaties met de Russen. Liever een muur dan een maas in het net, zo Kennedy binnenskamer.

De bouw van de muur was voor het Westen hoegenaamd geen donderslag bij heldere hemel. De geallieerden wisten drommels goed wat er aan de hand was. Een muur van 160 kilometer bouwen op één etmaal kan niet zonder langdurige voorbereiding. Overigens had Ulbricht tijdens een internationale persconferentie in Oost-Berlijn op 15 juni 1961 al een tipje van de sluier gelicht. Op de vraag van een West-Duitse journaliste hoe Ulbricht de beoogde integratie van heel Berlijn in de DDR zag kwam er een bizar antwoord. ‘Als u mij vraagt of we een muur willen bouwen in Berlijn’, aldus Ulbricht, ‘dan zeg ik nee. Niemand van ons wil een muur bouwen’. Vreemd antwoord, omdat niemand van de journalisten een vraag over een muur gesteld had. Geen 2 maanden later stond ze er. Maar liefst 28 jaar lang, tot 9 november 1989, zou ze  de langste gevangenismuur ter wereld zijn.

Ulbricht kende geen pardon. Niemand mocht ontsnappen uit zijn heilstaat, en op 22 augustus 1961 keurde het politiek bureau van de SED een schietbevel goed. Iedereen die de sprong naar de vrijheid waagde moest onverbiddelijk neergeknald worden. Nauwelijks een dag later kregen de DDR-grenswachters al hun munitie en op 24 augustus was de eerste dode te betreuren. Günter Litwin opende de rij van onfortuinlijke Oost-Duitsers die de sprong naar de vrijheid niet overleefden. Hoeveel Oost-Duitsers bij een vluchtpoging het leven lieten aan de Berlijnse muur is niet met zekerheid vast te stellen. De DDR heeft om propagandistische redenen het aantal muurdoden systematisch geminimaliseerd. Naargelang van de bron hebben tussen 13 augustus 1961 en 9 november 1989 minstens 136 Oost-Duitsers hun republiekvlucht met hun leven bekocht, andere bronnen gewagen van 500 doden. Alleen in Berlijn. Het laatste offer van de DDR-schietbevelen was de 20-jarige Chris Gueffroy. Hij werd  nog op 5 februari 1989 neergeschoten, het jaar dat de muur zou vallen. De balans voor de hele inter-Duitse zonegrens is nog veel verschrikkelijker: in het totaal hebben zowat 1.300  mensen hun vluchtpoging met hun leven bekocht.

Overigens kon het schietbevel de republiekvlucht geen halt toeroepen. Al op 14 augustus 1961 waagde  Konrad Schumann de sprong naar de vrijheid. Voor de DDR was dit een regelrechte blamage. Schumann, een 21-jarige onderofficier behoorde immers tot het elitekorps dat de muur die nog geen etmaal oud was bewaken moest. ‘Spring’, riep cameraman Günther Hahn Schumann aan de westelijke kant van de muur toe, ‘vanavond drinken we een bier op de Kurfürstendamm.’ ‘Ik durf niet’, reageerde Schumann op fluistertoon, ‘ze gaan me neerschieten’. Wat later sprong hij toch en het bleef niet bij één biertje op de Kudamm.

De fantasie van wie de DDR wilde ontvluchten was grenzeloos. Er werden minstens 70 tunnels onder de muur gegraven, auto’s werden uitgerust met geheime bagageruimten, iemand vluchtte met een zelfgebouwde luchtballon, een andere met een ultra-licht vliegtuigje dat vanuit West-Berlijn redding bracht. Vindingrijkheid was werkelijk troef. Vanuit een Oost-Berlijnse woning schoten een aantal vrienden met pijl en boog een koord over de muur. In een West-Berlijnse woning werd een stevig verankerde kabel met katrol  aan het touw vastgemaakt, aan Oost-Duitse zijde werden koord en kabel ingehaald en eveneens stevig bevestigd. Meer was er niet nodig om naar de vrijheid te paddelen.

Maar ook de DDR zat niet stil. Gerd Sommerlatte bijvoorbeeld moest zijn geslaagde vlucht naar West-Berlijn zwaar bekopen. In het vrije deel van Berlijn verklaarden  ‘welwillende’ sympathisanten zich bereid om Sommerlatte’s familie eveneens uit de DDR te smokkelen. Probleem was alleen dat de vluchthelpers zogenaamd  de  zwakke plekken in de muur niet zo goed kenden. Of Sommerlatte deze even wilde aanwijzen? Een auto stond buiten al te wachten. Naïef stemde Sommerlatte toe en voor hij het goed besefte belandde hij opnieuw in Oost-Berlijn. De zogenaamde vluchthelpers waren in werkelijkheid DDR-agenten die de opdracht hadden Sommerlatte te ontvoeren. Terug ‘thuis’ dreigde de Stasi met een regelrechte executie als Sommerlatte niet vertelde wat hij over de vele vluchtroutes wist. Sommerlatte klapte uit de biecht, en vloog voor 10 jaar achter de tralies.  Sommerlatte was niet de enige Oost-Duitser die in de gevangenis belandde. Op republiekvlucht stonden zware straffen, en lang niet elke vluchtpoging lukte. Over de geslaagde vluchtpogingen bestaan er exacte cijfers, in het totaal ontvluchtten meer dan 3 miljoen Oost-Duitsers de DDR. Over het aantal mislukte pogingen ontbreekt alle informatie. De DDR had er geen baat bij mee te delen hoeveel Oost-Duitsers jarenlang opgesloten werden omdat zij  de Westerse vrijheid verkozen boven de DDR-dictatuur.

In West-Berlijn en  West-Duitsland wemelde het  van DDR-spionnen. De meest gekende onder hen was ongetwijfeld Gunther Guillaume, die het zowaar tot woordvoerder van bondskanselier Willy Brand schopte. Ook in West-Duitsland schrokken deze DDR-handlangers niet voor terreur en moord terug. Op 13 oktober 1961 werd de West-Duitse journalist Kurt Lichtenstein neergeschoten. Niet aan de muur maar in de buurt van Wolfsburg, aan de bijna 1000 kilometer lange zonegrens. Die grens kon je hier en daar relatief eenvoudig overschrijden. En dat deed Lichtenstein, die een reportagereeks voorbereidde over het Duitse stuk van het IJzeren Gordijn. DDR-grenswachters vuurden op hem, maar het vermoeden bestaat dat de fatale kogels vanuit West-Duitsland werden afgevuurd. De man die dat tijdens de rechtszaak Lichtenstein getuigde, werd later vermoord, zijn huis in brand gestoken. Wist Lichtenstein, een oud-communist, te veel? Als vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog was hij er getuige van dat niet-gezagstrouwe Duitse vrijwilligers in Spanje op bevel van Erich Mielke, de latere chef DDR-staatsveiligheid werden terechtgesteld. Tijdens het nazi-bewind was Lichtenstein actief in het verzet in het Saarland, waarin ook Erich Honnecker, later opvolger van Ulbricht, een rol speelde. Allemaal toeval?

Niet alleen een effectieve republiekvlucht, of een poging daartoe, werd bestraft. Maar ook wie hier alleen in het diepst van zijn gedachten van droomde liep gevaar. Op 26 juli 1981 werd de Stasi-officier Werner Teske terechtgesteld. Hij had geen contact met het Westen, had geen concrete vluchtplannen. Hij had alleen wat papieren van zijn bureau mee naar huis genomen. Wilde hij het voorbeeld van zijn collega Werner Stiller volgen die in 1979 naar het westen gevlucht was? Mielke was razend over deze vlucht en eiste voor de toekomst de strengste straffen voor overlopers uit zijn ministerie. Dat werd Teske fataal. Op 10 juni 1981 werd hij ter dood veroordeeld en 16 dagen later in Leipzig, waar alle terechtstellingen van de DDR plaatsvonden, terechtgesteld. Met een zogenaamde unerwarte Nahschuss. Zo mild  was de DDR voor zijn ter dood veroordeelden. Die werden, zonder dat ze beseften dat hun laatste minuut geslagen had, in een donkere gang geleid en met een nekschot afgemaakt. De weduwe van Teske werd niet eens geïnformeerd. Die dacht al die jaren dat haar man in een DDR-gevangenis opgesloten zat. Pas na de val van de muur moest ze vernemen dat ze al ruim 8 jaar weduwe was…

Jan Veestraeten