Aandacht voor de gewone Vlaming in de Grote Oorlog

Int. Rob. - afb. 1Hoe was het om als gewone man of vrouw te leven in de Eerste Wereldoorlog? Sommigen gaan op zoek naar een antwoord. Met de inspiratiegids 14-18 van dichtbij leren dr. Maarten Van Alstein (VVI) en Giselle Nath (Instituut voor Publieksgeschiedenis) waar en hoe te kijken. Van Alstein ging ernader op in tijdens de voorjaarsvergadering van onze algemene vergadering. De broers Koen en Wouter Robberechts brachten het in de praktijk voor Merchtem en Buggenhout.

Schrijven over de gewone man of vrouw van vroeger is niet vanzelfsprekend. Lange tijd trokken historici hun neus op voor het leven van de kleine man. Dorpsperikelen vonden ze veel minder interessant dan de grandeur van politieke intrige, beslissende veldslagen of economische vooruitgang. Het grootste nadeel van zulke geschiedschrijving was dat ze vaak ideologisch geladen was. De historicus ging te werk met een vooropgesteld idee van wat belangrijke zaken waren in het verleden, en verzamelde dan de feiten. De kleine man (of vrouw) was daarbij slechts een spreekbuis voor de ideologie van de historicus: zo doopten belgicistische historici de rebellerende Belgae tot pioniers van het ‘Belgisch bewustzijn’.

Microgeschiedenis

Naarmate historici meer te weten kwamen over het verleden, kwamen ze tot het inzicht dat de ideologisering tot verdraaiing leidt. Als tegenreactie is afgelopen decennia een nieuw veld ontstaan: de microgeschiedenis.

Maatgevend is hier Montaillou (1975) van de Franse historicus Emmanuel La Roy Ladurie, over een ketters dorp in middeleeuws Frankrijk. Waar de conventionele geschiedschrijving focust op de grote theologische debatten en de kruistochten tegen de ketterij, vertelt La Roy Ladurie het verhaal van de gewone inwoners van Montaillou: hoe ze samen leefden, werkten, bidden, vreeën, vochten, enzovoort. La Roy Ladurie’s levendige beschrijvingen zijn mogelijk gemaakt door zeer nauwkeurige verslagen van de Inquisitie, die de ketterse dorpelingen onderwierp aan lange verhoren. Een unicum in de mediëvistiek.

Goudmijn voor amateurhistorici

Veel meer Montaillou-achtige verhalen zijn mogelijk met het tijdperk dat komende jaren onze interesse heeft: de Eerste Wereldoorlog. Vele verhalen zijn voor het publiek nog verborgen. Dagboeken liggen op zolder, notulen van vergaderingen bevinden zich in het gemeentearchief. Hier ligt een goudmijn voor amateurhistorici. We zien in de aanloop naar 2014-2018 dan ook steeds meer ‘microgeschiedenissen’ van hun hand verschijnen. Men gaat op zoek naar de ervaringen van grootvader in de loopgraven, of kijkt hoe het eigen dorp zich handhaafde in een tijd van honger en geweld.

In VOS-kringen hebben we een goed voorbeeld met Koen en Wouter Robberechts hun onderzoek naar Merchtem en Buggenhout tijdens de Grote Oorlog. Is microgeschiedenis toch niet vrij van sensatiezucht en vertelt men graag over krijgers en ketters, Koen en Wouter kijken naar hoe gewone plaatsen omging met ongewone oorlogsomstandigheden. Zij dragen ertoe bij dat wij rechten doen aan het lot van alle Vlamingen in de Eerste Wereldoorlog.

Op welke plaatsen leggen jullie je toe en waarom? Hoe zijn jullie op het spoor gekomen van jullie onderwerpen?

In feite is alles begonnen toen ik (Wouter) in 2004 een artikel las over activisme in St.-Martens-Bodegem in Eigen Schoon en De Brabander. Daarin kwam het Merchtemse activisme sporadisch aan bod, waardoor mijn interesse werd geprikkeld. Bovendien kreeg ik de indruk dat het activisme nogal belerend werd benaderd. Daarom schreef ik dat jaar een artikel over het activisme in Merchtem met een, in mijn ogen, objectievere invalshoek.

Door een misverstand van mij werd het artikel niet doorgestuurd naar het tijdschrift en raakte het vergeten. Tot in 2010, toen mijn broer Koen me voorstelde om, ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog, een stunt te doen. We zouden een plaatselijk reisgidsje naar de Eerste Wereldoorlog creëren, naar het voorbeeld van het bekende boek Naar de velden van weleer (de voorloper van het tv-programma Ten Oorlog).

Enthousiast schakelde ik al snel Bert en Bart, twee collega-historici, in en stortten we ons in archieven. We vonden meer verhalen dan we dachten, waardoor onze publicatie uiteindelijk tweedelig werd. Het eerste deel vertelt uitgebreid het verhaal van het bezettingsleven, terwijl het tweede deel opgevat werd als ‘reisgidsje’ doorheen de gemeenten.

We legden ons toe op het Vlaams-Brabantse Merchtem en het Oost-Vlaamse Buggenhout (inclusief huidige deelgemeenten). Tijdens de oorlog werden die twee buurgemeenten van elkaar gescheiden met een door de Duitsers ingestelde grens. Buggenhout kwam onder militair bestuur (het Etappengebiet) te liggen, terwijl Merchtem onder burgerlijk bestuur geplaatst werd (Gouvernementsgebiet). In tal van publicaties lazen we dat het dagelijks leven in het Etappengebiet ‘strenger’ en ‘harder’ was, zonder al te veel concrete voorbeelden. Wij wilden precies weten hoe het bezettingsleven verliep én wat de verschillen waren. Daar zijn we zeker in geslaagd.

Ambiëren jullie een totaalverhaal of leggen jullie bepaalde focussen?

Zoals gezegd bestaat onze publicatie eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel beschrijft het dagelijks leven in de twee gemeenten zowel voor, tijdens als kort na de bezetting. In verschillende thema’s (organisatie bezetting, opeisingen, criminaliteit, moreel, vrije tijd …) kan men lezen welke impact de Eerste Wereldoorlog had op de kleine man in een plattelandsgemeente. Daarbij gingen we zowel algemeen als lokaal tewerk. Het tweede deel laat de lezer toe om de gemeenten te doorkruisen op zoek naar restanten of verhalen over de Eerste Wereldoorlog op verschillende plaatsen.

Waar halen jullie de mosterd vandaan? Over welke bronnen beschikken jullie?

Eerst en vooral zochten we naar de gemeentelijke archieven, maar daar bleken er grote verschillen in te zijn. Zo vonden we slechts flarden van dat van Brussegem en Hamme (deelgemeenten Merchtem) in het Leuvens Rijksarchief. Het Merchtemse archief bevond zich deels in de gemeente, deels in het rijksarchief van Anderlecht. Het Buggenhoutse archief is verloren gegaan en dat van Opdorp (Buggenhout) is dan weer een schat aan informatie en bevindt zich in de gemeente.

Daarnaast konden we ook beroep doen op het rijke familiearchief van de adellijke familie Anne de Molina uit Brussegem. Verder verslonden we de heemkundige archieven en zochten we in diverse rijksarchieven, het legermuseum, de Albertina-bibliotheek en de bisschoppelijke archieven. Tot slot vergaten we ook de plaatselijke pers niet, waarbij het digitaal archief van de stad Aalst een bijzondere hulp was.

Wat maken jullie – in een notendop – hieruit op? Wat springt er bijzonder in het oog?

Hoewel de twee gemeenten relatief ongeschonden uit de Duitse inval kwam, viel het vooral op hoe hard het bezettingsleven eigenlijk was. Het verstoppen van bijvoorbeeld matrassen en koperen deurklinken voor de opeisingen van de bezetter spreken boekdelen.  Van de waterval aan Duitse bevelen en verordening krijgt een mens koude rillingen. Zeker wanneer men vrouwen en kinderen opvordert om in het nabij gelegen Buggenhoutbos eikels, netels enz. te gaan “oogsten”. Honger en armoede heersten. Om maar te zwijgen van vrees om weggevoerd te worden als verplicht tewerkgestelde.

Schrijnend was ook het verhaal van Jozef Vandenbossche, vader van Merchtems VOS-voorzitter Alfred. Hij keerde zwaar gehavend terug van de oorlog. Verder beten we ons ook vast in bijvoorbeeld de processen-verbaal van de (ongewapende) gemeentepolitie van Merchtem. Ook de sappig geschreven getuigenis van een Buggenhoutenaar die de bezetting onderging als kind spekte ons verhaal. Voorts was het ook fijn om nieuw beeldmateriaal te mogen ontdekken, zoals van Duitse loopgraven in Brussegem.

Vinden jullie ook informatie over de soldaten, gesneuvelden en VOS?

Het was niet onze bedoeling om het leven van de frontsoldaten te beschrijven omdat dergelijke verhalen vaak worden verteld. We wilden vooral de focus leggen op het dagelijks leven tijdens een bezetting. Dat betekent natuurlijk niet dat men de frontsoldaten zomaar links kan laten liggen: de afwezigheid van vrienden en geliefden aan het front, het sneuvelen van soldaten en de al dan niet behouden terugkomst beroerde natuurlijk de dorpsgemeenschappen. Dat soort zaken zijn we zeker niet uit het oog verloren.

Bovendien spreekt het voor zich dat we Merchtemnaar en IJzersymbool Juul De Winde niet mochten vergeten in ons verhaal. Ook VOS-afdelingen in Merchtem en Buggenhout speelden in het naoorlogse dorpsleven een niet onbelangrijke rol. Ze lieten zich onder meer opmerken door hun standpunten t.a.v. activisten en belgicisten, maar ook in de herinnering aan hun gesneuvelde makkers. In Merchtem bewoog de VOS-afdeling het gemeentebestuur ertoe om een jaarlijkse herdenkingsplechtigheid in het leven te blazen.

Waarin moet jullie onderzoek uitmonden? Boeken, tentoonstelling?

Ons boek zal verschijnen in december 2013, inschrijven kan nog tot 11 november 2013. Daarnaast verlenen we onze medewerking (als blijk van dank voor de financiële steun vanwege de gemeentebesturen en de Davidsfondsafdelingen) aan twee voordrachten, een wandeling en een tentoonstelling.

Hebben jullie nog tips voor mensen die in jullie voetsporen wensen te treden en ook onderzoek willen doen?

Goh, allicht massa’s. Maar het belangrijkste is om vooral veel tijd uit te trekken…

Wat hopen jullie dat het publiek over een jaar nog herinnert van jullie onderzoeksresultaten?

Grote doelstellingen hebben we niet echt. Mogelijke winst uit het project schenken we weg aan War Child, een organisatie die zich inzet voor kinderen in oorlogsgebied. Het zou fijn zijn mocht de lezer stilstaan rond de betekenis van ‘leven onder een bezetting’. En we hopen natuurlijk dat de lezer het belang van vrede inziet, ook vandaag.

Interview: Rutger Schimmel