Antiracisme gewikt en gewogen

Soms moet je je afvragen of we wel goed bezig zijn. Pak eens de strijd tegen het racisme in dit land. Volk en geld zijn er zat. Toch bestaat de indruk dat er geen beterschap is, er gedweild wordt met open kraan. Tijd dus voor een balans. En misschien voor een betere aanpak.


Het klinkt pretentieus, maar toch mag je het de wet van De Pelswasser noemen. Het is een heel simpele wet, zo gewoon dat tot dusver geen mens ze bedacht heeft. De Pelswasser stelt met name dat de  acceptatiebereidheid ten opzichte van allochtonen direct evenredig is met de integratiebereidheid van die allochtonen. Hoe groter de bereidheid van mensen, die bij ons een nieuw leven willen beginnen, zich te integreren, hoe groter de bereidheid van de autochtonen om deze mensen hier gelijke kansen te geven.

Een goed beleid moet bijgevolg de klassieke balans hanteren. Met op de ene schaal de bereidheid van nieuwkomers zich te integreren, op de andere schaal de bereidheid van de natie deze mensen te aanvaarden. Is de integratieschaal van de nieuwkomers zwaar overladen met eisen, is met andere woorden de bereidheid zich te integreren gering, dan loopt het mis. Het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Is de acceptatieschaal overladen, zijn met andere woorden de eisen die gesteld worden aan nieuwkomers te hoog, dan is het evenwicht eveneens zoek.

Gelijke kansen voor nieuwkomers kunnen maar gerealiseerd worden als de balans in evenwicht is. En dat is net het probleem. Bij een groot deel van de bevolking bestaat de indruk dat de balans helemaal niet in evenwicht is. Nieuwkomers wordt niet, of veel te weinig duidelijk gemaakt dat integratie een absolute voorwaarde is om aanvaard te worden. De doorsnee Vlaming, nog altijd 95% van de bevolking, heeft het gevoel dat nieuwkomers zich hoegenaamd niet moeten integreren. Maar dat integendeel hij grote delen van zijn identiteit moet prijsgeven. Met als enig doel dat nieuwkomers, pakweg  5% van de bevolking, hun identiteit onverkort kunnen handhaven. Twee maten en twee gewichten? Natuurlijk bestaat er racisme. Wie het efficiënt wil bestrijden moet weten dat de balans twéé schalen telt. Menig Vlaming heeft evenwel de indruk dat het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR)  maar één schaal in de aanbieding heeft.

Wat is overigens integratie? Een Nederlandse zegswijze luidt dat je vooral gewoon moet doen omdat dit al gek genoeg is. Het aanvaarden van het ongewone is een bijzonder moeilijke evenwichtsoefening die lang niet altijd met racisme te maken heeft. Een Vlaming met een leeuwenspeldje in de Brusselse metro zal al heel snel merken dat de acceptatiegraad voor hem daar ongeveer aan nul grenst. En op diezelfde metro worden punkers met groen hanenkammenkapsel en rood piekenhaar  met een meer dan scheef oog bekeken. De acceptatiebereidheid heeft dus lang  niet altijd te maken met huidskleur en afkomst, maar vaak met uiterlijke verschijningsvormen. Wie dat wil kan uiteraard, om maar een voorbeeld te noemen, bij ons een hoofddoek dragen. Maar wellicht zou het CGKR nieuwkomers eens de vraag kunnen stellen of zij hun balanszijde niet extra belasten door overal buiten de lijntjes te willen kleuren.

Heel wat Vlamingen hebben de indruk dat het CGKR een erg eenzijdig discour voert. Misschien is het dus wel aangewezen om het centrum zelf even te wikken en te wegen. Middelen en manschappen heeft het genoeg. Als De Pelswasser het goed begrepen heeft dan heeft Jozef de Witte in 2009 zowat € 7,2 miljoen uitgegeven. Hiervan ging er €1,5 miljoen naar werkingskosten, bijna €5 miljoen naar personeelskosten. Een hele dot, maar De Witte heeft dan ook een staf van meer dan 100 personeelsleden ter beschikking. Terloops, tegenover de uitgaven van €7,2 miljoen stonden er maar opbrengsten van €6,3 miljoen. Een verkies dus van bijna €1 miljoen.

Maar dat is het punt niet. Het punt is dat het CGKR totaal gepolitiseerd is. De Vlaamse regering, de Franse gemeenschapsregering, de regering van het Waalse gewest, de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke gewest en zowaar de kabouterclub uit Eupen sturen hun mannetjes en vrouwtjes naar de raad van bestuur van het CGKR. En de rest van de club wordt vermoedelijk door de federale regering opgevuld. Zelfs voor de groene professor  in de mensenrechten Eva Brems kan dat niet door de beugel. Zolang politici het CGKR besturen, waarschuwde zij op 31 augustus in De Standaard , zullen de Verenigde Naties het centrum niet als volwaardig erkennen.

Er is echter meer aan de hand. Al tijdens Verhofstadt II werd er besloten dat het centrum moest evolueren naar een interfederaal orgaan tussen federale overheid, gemeenschappen en gewesten. De latere regeringen beloofden de gemeenschappen meer inspraak. Dat bleef echter een dode letter. Geen wonder als je weet dat madame non Milquet de bevoegde minister was. Sinds 2006 is er nooit overleg gepleegd met de Vlaamse regering. Die blijkt nu het getalm meer dan beu te zijn. In het Vlaamse regeerakkoord van 2006 is immers afgesproken dat, als de onderhandelingen over de hervorming van het CGKR één jaar na het aantreden van de Vlaamse regering niet zouden zijn afgerond, de Vlaamse regering binnen haar budget, de nodige maatregelen zou treffen.

De Vlaamse regering wil nog heel eventjes wachten. Maar als in juni volgend jaar de zaak niet beklonken is, dreigt bevoegd Vlaamse minister Pascal Smet, zal de Vlaamse regering tot de daad overgaan. Muziek in de oren van De Witte is dit niet. Giftig reageerde hij met de bemerking dat het provincialiseren van de universele mensenrechten het domste is wat we kunnen doen. De Witte is geen leek in de politiek. Hij weet dus drommels goed dat er helemaal geen sprake is van een provincialisering van het gelijke kansenbeleid. De gewest- en gemeenschapsvorming in dit land heeft niets vandoen met welke provincialisering dan ook. Weet De Witte dit niet?  Dan is hij dom. Of heeft hij het  woord provincialisering opzettelijk gekozen als een laatdunkende kwalificatie voor de nochtans in de grondwet vastgelegde bestuursniveaus in dit land?

Natuurlijk bestaat er racisme, ook in Vlaanderen. En een centrum voor racismebestrijding lijkt de aangewezen weg om hier iets aan te doen. Maar zijn er resultaten? Is de situatie met honderdman De Witte en zijn miljoenenbudget ten goede gekeerd of niet? Is met andere woorden het gevoerde asiel- en migratiebeleid geslaagd of niet? Het antwoord is helaas negatief. Als de bittere kritiek, bij de opening van het gerechtelijke jaar begin september, op het migratie- en asielbeleid in dit land uit de pen van De Pelswasser gevloeid was, dan riskeerde hij een fikse pelswassing van het CGKR. De hoogste magistraten uit het wegkwijnende koninkrijk lopen dit risico niet. En zij hebben van katoen gegeven. Ze hebben met name het beleid, of liever het niet-beleid  ter zake, zwaar op de korrel genomen. Het migratiebeleid van dit land, aldus Yves Liégois, procureur-generaal bij het Arbeidshof van Antwerpen, is een gevaar voor de democratie.

Straffe kost voor de mensen, denkt De Pelswasser. Het toetje van advocaat-generaal Piet van den Bon is nog straffer. Van den Bon heeft het over gelukszoekers die bij ons neerstrijken en die geen enkele bijdrage leveren aan onze economie. Erger nog, een rondvraag bij de arbeidsauditeurs heeft duidelijk gemaakt dat er een toename is van sociaal-economische destabiliserende prakrijken die het voortbestaan van onze rechtsstaat in gevaar kunnen brengen. Zo is het perfect mogelijk voor nieuwkomers om na één dag werken – of, erger nog –  tegen betaling van een fictieve inschrijving aanspraak te maken op werkloosheidsuitkeringen of een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Door de immigratie naar onze welvaartsstaat, zegt Van den Bon, dreigt er een uitkeringscultuur te ontstaan.

Er bestaan Turks-Bulgaarse carrousels waarin onder de vlag van een vennootschapsstructuur mensenhandel en koppelbazerij welig tieren. Turkse fraudeurs maken handig gebruik van slapende vennootschappen om de staatskas lichter te maken. Er bestaat, aldus van den Bon, een heuse handel in lege vennootschappen, die de ideale dekmantel vormen om de georganiseerde misdaad , inzonderheid een sociale fraude, af te schermen. En echt ranzig noemt Van den Bon het feit dat het terrorisme niet alleen gefinancierd wordt met geld afkomstig van illegale activiteiten, maar ook met sociale uitkeringen die doorgesluisd worden naar organisaties die het terrorisme ondersteunen.

Het loop dus goed mis  Ook met de zogenaamde gezinshereniging. De realiteit is dat er vaak mensen naar hier gehaald worden die zich totaal niet interesseren voor de cultuur van hun gastland, onze taal niet spreken, in een totaal isolement leven, maar wel aanspraak maken op onze sociale voorzieningen. Dit land, schrijft Guy Tegenbos in De Standaard, is voor hen een sociale snoepautomaat waar je zelfs geen geld in moet stoppen om lekkers te krijgen. Natuurlijk is dit alles niet de schuld van het CGKR. Tenminste niet rechtstreeks. Maar onrechtstreeks spreidt het centrum wel het bedje voor deze mensen. Door bijna exclusief de Vlaamse acceptatieschaal te overladen en niet te wijzen op de integratieschaal die heel vaak leeg blijft. Nochtans ligt daar de oplossing. Nieuwkomers moeten veel in de weegschaal leggen. De Vlaamse acceptatiebereidheid voor hen is met name direct evenredig is aan hun integratiebereidheid. Zegt,

J. de Pelswasser