AVV-VVK

Vechten voor eigen zelfbestaan

Tijdens de paasvakantie 1881 verscheen een nieuw studententijdschrift. Dat gebeurde in die jaren wel meer, en gewoonlijk was zo’n initiatief geen lang leven beschoren. Opmerkelijk was evenwel de leuze op het voorblad Alles voor Vlaanderen! Vlaanderen voor Christus!


Deze leuze, nu al 130 jaar nauw verbonden aan de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, sierde de voorpagina van het tijdschrift De Student, uitgegeven door Mechelse seminaristen. Uit  – overigens terechte – vrees voor repressies door de katholieke overheid werkten de seminaristen hun plannen in het geheim uit, en gebruikten zij uitsluitend schuilnamen. Sedert 1879 kende de leerlingenbeweging in het aartsbisdom Mechelen een snelle opgang. De Mechelse seminaristen en filosofiestudenten wilden de katholieke Vlaamse studentenbeweging nieuw leven inblazen. In 1881 was het dan zo ver. De Mechelaars hadden 3 doelstellingen: in heel Vlaanderen plaatselijke studentenkringen oprichten, deze verenigen rond een gemeenschappelijk ideeëngoed en een eigen tijdschrift uitgeven. Hoewel een overkoepelend verbond nog enige tijd op zich liet wachten, werden in de eerstvolgende jaren toch al belangrijke onderdelen van het plan gerealiseerd.

In de paasvakantie van 1881 verscheen dan De Student, studententijdschrift voor het aartsbisdom Mechelen. Initiatiefnemers waren Frans Drijvers, Jan Baptist de Ruysscher, Gustaaf Janssens, Julius Bouten en Isidoor Alfons Verdoodt. De priesters Jan Bols, directeur van het Sint-Jozefscollege in Aarschot,  en Jakob Muyldermans, leraar aan dat college, verleenden krachtige steun en medewerking. De voorintekening was een succes. Er waren van bij de start een 300-tal abonnees. Gedrukt werd De Student in Leuven, niet in Mechelen. Dat werd door de redactie veiliger geacht. Het eerste nummer telde 16 bladzijden en er werd 400 exemplaren verspreid. Helemaal bovenaan op de roze kaft prijkten naast de naam van het tijdschrift een eenvoudig kruis en de leuze Alles voor Vlaanderen! Vlaanderen voor Christus. Het blad kreeg bemoedigende perscommentaren, zowaar van de Franstalige krant Le Bien Public !

De drijvende kracht achter het blad was de tweeëntwintigjarige Frans Drijvers (1858-1914) uit Rotselaar. Drijvers had zich al verdienstelijk gemaakt in de scholierenvereniging De Jonge Taalvrienden toen hij de opleiding filosofie volgde aan het Mechelse Kleinseminarie. De kenspreuk Alles voor Vlaanderen ! Vlaanderen voor Christus ! was wellicht ook een vondst van hem. Drijvers hield, om moeilijkheden met de kerkelijke overheid te vermijden, zijn medewerking de hele tijd geheim door het gebruik van schuilnamen. De sfeer in het aartsbisdom was te geladen om een dergelijk project in alle openheid te brengen, van grootseminaristen werd sereniteit verwacht.

Na zijn priesterwijding in 1882 volgde Drijvers gedurende een jaar theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1883 werd hij kapelaan in Lennik, later in Opwijk en Antwerpen. Hij was ook leraar en geestelijk directeur van het zusterklooster in het socialistische bolwerk Willebroek. Drijvers bleef tot 1901 hoofdredacteur van De Student en stapte een jaar later uit de redactie na ideologische meningsverschillen met de nieuw aangetreden medewerkers. De volgehouden anonimiteit als stichter en hoofdredacteur  van De Student had overigens het spijtige resultaat dat Drijvers, buiten zijn geboortedorp Rotselaar, in de vergeetput van de geschiedenis terechtkwam. In Rotselaar reikt Vlaanderen Morgen – Rotselaar nog altijd een tweejaarlijkse Frans Drijversprijs uit aan verdienstelijke Vlamingen. Laureaten waren ondermeer de VOS-leden Frans-Jos Verdoodt, Lionel Vandenberghe en Willy Kuijpers. In 2010 was professor Bart Maddens laureaat. De laudatio werd toen uitgesproken door  professor Eric Ponette, eveneens lid van VOS.

Dank zij De Student werd de katholieke schoolgaande jeugd verenigd rond eenzelfde ideeëngoed. En dit ondanks een tijdelijk bisschoppelijk publicatieverbod in 1892. Amper één jaar later kon het tijdschrift zich alweer manifesteren als hét verbondsblad voor de Vlaamsgezinde katholieke studerende jeugd. De strijdkreet AVV-VVK stond symbool voor een dubbele motivatie in de toenmalige ideologische polarisatie. Enerzijds symboliseerde het AVV-VVK een Vlaamsgezindheid en een katholieke geloofsijver als alternatief tegenover de door de gevestigde kerkelijke orde superieur gewaande Franse taal. Anderzijds was de strijdkreet een alternatief voor de ongelovige socialistische en liberalen geuzen.

Deze dubbele motivatie bestond al van bij het ontstaan van de Vlaamse beweging, in het bijzonder bij de vele priesters die haar rangen vervoegden. In hun romantische gehechtheid aan de volkseigen tradities nam na 1830 niet alleen religie maar ook de moedertaal een bijzondere plaats in. Het behoud van de volkstaal hield volgens hen een waarborg in voor het behoud van geloof en christelijke zeden. Redacteur Jakob Muyldermans lichtte het AVV-VVK als volgt toe in het eerste nummer van het nieuwe tijdschrift. Worstelen zult gij de heilige strijd met ons voor de misachte moedertaal, overtuigd dat wij voor de moedertaal strijdend, ook kampen voor onze Godsdienst, voor ons Vaderland, voor ons eigen zelfbestaan. Ter verduidelijking: met ons Vaderland bedoelde Muyldermans wel degelijk België, en niet een onafhankelijke Vlaamse staat. Daar kon, wilde of durfde in die dagen niemand in de Vlaamse katholieke beweging aan denken of van dromen.

Deze verknochtheid aan België als vaderland bezegelde 50 jaar later trouwens de ondergang van De Student. Door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog was de maatschappij sterk veranderd. Het algemeen stemrecht – weliswaar voor mannen alléén – had de sociale ontvoogdingsstrijd een geweldige impuls gegeven. Het idee dat de katholieke Vlaamse zaak best gediend zou zijn in een Belgisch kader, werd meer en meer verlaten. Toen naar aanleiding van de viering van 100 jaar België in 1930 de Vlaamse beweging radicaliseerde en veel verder ging dan het traditionele taalflamingantisme, sloeg de visie van De Student niet meer aan in de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Het tijdschrift sneuvelde door zijn oppositie tegen de Vlaams-nationalistische koers, die binnen het studentenmilieu populair was geworden.

De kenspreuk van De Student raakte werd al snel mondgemeen, zeker in de latere  progressieve spelling Alles voor Vlaanderen ! Vlaanderen voor Kristus ! en  afgekort tot AVV-VVK. Het AVV-VVK overvleugelde al gauw het Westvlaamse Met ’t kruis in top. En de leuze werd helemaal gemeengoed in de katholieke Vlaamse beweging nadat De Standaard, die na de Eerste Wereldoorlog van start ging en weldra een toonaangevende positie ging bekleden, het AVV-VVK voor vele decennia in zijn titel verwerkte. De verbinding tussen Vlaams en katholiek verloor haar vanzelfsprekendheid vanaf de seculariseringsgolf in Vlaanderen in de jaren 1960. Het Davidsfonds publiceerde twee jaar geleden het levensverhaal van Frans Drijvers, geschreven door de jonge historica Lyvia Diser. Maar de 130ste verjaardag van het ontstaan van het AVV-VVK in 2011 is voor het overige in Vlaanderen geruisloos voorbij gegaan…

Herwig de Lannoy

Heldenhulde

Voor VOS  blijft 11 november een bijzonder dag. Herdacht worden dan de Vlaamse soldaten die in de Grote Oorlog sneuvelden. Een bijdrage over het ontstaan van het AVV-VVK is hierbij zeker op zijn plaats. Het artikel hiernaast van Hedwig de Lannoy verscheen eerder in De Brigand, tijdschrift van de DF-afdeling Grasheide-Putte Peulis.

Het vertrouwde letterwoord AVV-VVK  – in progressieve spelling waarin Christus Kristus werd –  werd voor het eerst gebruikt op de grafzerkjes van Vlaamse soldaten die tijdens de Grote Oorlog sneuvelden. In juni van dit jaar bracht De Vos al het verhaal van aalmoezenier Paul Vandermeulen, de eigenlijke vader van de heldenhuldezerkjes. In het Limburgsch Studentenblaadje van 25 september 1916 meldde hij dat er een werk was opgericht om de graven van gesneuvelde medebroeders te versieren met een Heldenhuldezerkje. Een zerkje kostte 30 fr., een marmeren gedenkplaat op een bestaande zerk 12. Vandermeulen kon ondermeer Jozef Verduyn, Filip de Pillecyn en Hilaire Gravez, die later een belangrijke rol zouden spelen in VOS, voor dit initiatief winnen. Het model van de zerkjes  kwam van Joe English en het zerkje dat die gemaakt had voor het graf van Firmin Deprez. Het bestond uit een Keltisch kruis, het letterwoord AVV-VVK en een blauwvoet.

Als dank voor hun engagement voor het vaderland lieten fransdolle officieren het letterwoord AVVK-VVK met cement onleesbaar maken. Een aantal van deze zerkjes werd gebruikt om er een weg mee aan te leggen. Maar het AVV-VVK bleef. Het prijkt nog altijd in de top van de IJzertoren en op tal van kerkhoven zijn er nog Heldenhuldezerkjes. VOS ijvert voor hun behoud en vraagt ons te signaleren waar er nog heldenhuldezerkjes een getuigenis afleggen van het onrecht dat Vlamingen in de Grote Oorlog ondergingen. (J.Ve)