Bedroevende balans interventies

Belgische inzet Afghanistan is maat voor niets

‘Welkom thuis, welkom thuis’, zei president Barack Obama toen het laatste Amerikaanse militaire konvooi Irak achter zich liet. Volgens plan zullen de Amerikanen en bondgenoten, waaronder onze jongens, zich in 2014 ook uit Afghanistan terugtrekken. De tussentijdse balans kleurt allesbehalve rooskleurig.

KoenCartoon2011

Op 1 mei 2003 verklaarde de Amerikaanse president George W. Bush aan boord van een oorlogsbodem triomfantelijk dat de oorlog in Irak was afgelopen. Op de achtergrond hing een spandoek met daarop ‘Mission accomplished’ – ‘Missie volbracht’. Zonder een mandaat van de Verenigde Naties had de  zogenaamde Coalition of the willing het regime van dictator Saddam Hoessein ten val gebracht. Ruim 8 jaar later, in de ochtend van 18 december 2011, overschreed een laatste Amerikaanse legercolonne de grens met Koeweit. Hiermee loste Bush’ opvolger Barack Obama zijn verkiezingsbelofte – de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak – in. Officieel waren de VS Irak binnengevallen om de Irakese bevolking te bevrijden van het juk van de niets ontziende Hoessein, omdat die het internationaal terrorisme van Al Qaeda zou hebben ondersteund en hebben gewerkt aan massavernietigingswapens. Nu weten we wel beter. Bush en de Engelse eerste minister Tony Blair hadden hun kiezers een rad voor de ogen gedraaid.

Een vuile oorlog

De reguliere Amerikaanse troepen hebben weliswaar Irak verlaten, maar in de regio blijven ze prominent aanwezig. De Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta verklaarde dat de VS er 40.000 militairen zullen behouden, waarvan 23.000 in Koeweit. Maar ook zonder reguliere troepen kan je de zaken naar je hand zetten. Want de Amerikaanse aanwezigheid in Irak blijft indrukwekkend. Duizenden Amerikanen blijven er actief als veiligheidsadviseur of militaire instructeur, maar ook in de energiesector en de wederopbouw. Dankzij de oorlog beheersen de VS de Irakese olieproductie en vooral Amerikaanse bedrijven sleepten lucratieve contracten in de wacht voor de heropbouw van het land, dat cynisch genoeg onder Amerikaanse leiding was platgegooid.

De soldaten uit de frontlinie vertelden me dat ze een hopeloze strijd voerden en dat ze die niet kunnen winnen. En dat hoe sneller we militaire oplossingen laten varen voor politieke onderhandelingen, ze behouden naar huis zullen kunnen terugkeren.

(Michael Rose, voormalig Brits generaal, mei 2007)

Het conflict was al snel na de afloop van de conventionele oorlog van gedaante veranderd. Omdat de Amerikanen en Britten er niet in waren geslaagd het Irakese verzet met conventionele oorlogvoering te breken, schakelden ze zonder scrupules over op de tactiek van de vuile oorlog. ‘We zullen hun spel moeten spelen. Guerrilla versus guerrilla, terrorisme versus terrorisme. We moeten de Irakezen terroriseren en tot onderwerping dwingen’, verklaarde een Amerikaans adviseur in 2003. Met Irakese bondgenoten werden paramilitaire eenheden opgericht. Dikwijls gaat het om regelrechte doodseskaders die aan de lopende band tegenstanders terroriseren en vermoorden. Voor hun opleiding in marteltechnieken en andere morbide praktijken werden Zuid-Amerikaanse experts aangetrokken. Begin 2003 hadden de Amerikanen en Britten onder meer de oorlog tegen het terrorisme en het wreedaardig regime van Sadam Hoessein ter rechtvaardiging van de inval aangevoerd. Nog geen jaar later waren ze mee verantwoordelijk voor de aanhoudende terreur. Het gevolg was een humanitaire ramp met honderdduizenden Irakese doden en miljoenen vluchtelingen. De toestand verergerde dermate dat de voormalige Britse generaal Michael Rose in mei 2007 verklaarde dat de zaak hopeloos was.

Het Afghaanse wespennest

Na hun militaire verlof zullen heel wat Amerikaanse Irakveteranen naar Afghanistan worden overgeplaatst. Daar hadden de Amerikanen met hun operatie Enduring Freedom in oktober 2001 hun eerste front geopend in de oorlog tegen het terrorisme. Militaire doelstellingen waren de ontmanteling van Al-Qaeda en de uitschakeling van zijn leider Osama Bin Laden, maar ook de verdrijving van het fundamentalistische Talibanregime, aan de macht sinds 1996. Gemakshalve werd daarbij vergeten dat de VS en hun bondgenoten de islamfundamentalisten in Afghanistan – door president Ronald Reagan nog ‘vrijheidsstrijders’ genoemd – in de jaren 1980 door dik en dun hadden gesteund in hun strijd tegen de Sovjets. Nu zou er een democratie worden geïnstalleerd, waarbij de mensenrechten en in het bijzonder de vrouwenrechten zouden worden afgedwongen. Die uitleg was vooral bestemd om de publieke opinie aan het thuisfront te paaien. In werkelijkheid gaven vrijwel dezelfde geostrategische overwegingen die einde 1979 de Sovjets tot hun invasie hadden gedreven, de doorslag. Afghanistan is een belangrijke pion op het geostrategische schaakbord, in de buurt van de Zuid-Aziatische grootmachten China, India en Rusland en als naaste buur van zowel Iran als Pakistan, 2 landen waar het moslimfundamentalisme piekt. Bovendien is het ook economisch van groot belang voor de ontsluiting van de olie- en gasvoorraden in Centraal-Azië.

De interventie in Afghanistan genoot bredere steun dan die in Irak. In 2002 gaf de Veiligheidsraad van de VN groen licht voor de operatie International Security Assistence Force (ISAF). Een internationale stabilisatiemacht moest de Afghaanse overgangsregering bijstaan om de veiligheid in de hoofdstad Kaboel en omgeving te verzekeren. Een jaar later nam de NAVO de leiding over ISAF op zich, waarbij de missie over het gehele Afghaanse grondgebied werd uitgebreid. Einde juli 2008 besloot ook de Belgische regering om Belgische troepen naar Afghanistan te sturen. Die werden op 3 locaties gevestigd. In Kaboel staan ze in voor de beveiliging van de luchthaven, in Kunduz voor de opleiding van Afghaanse militairen. Vanuit Kandahar verlenen F16’s luchtsteun aan de Amerikanen en Britten.

De interventie in Afghanistan wordt breed gedragen. Desondanks bleven ook daar successen uit. Jarenlang werd ons, ook door de Belgische regering, voorgehouden dat de operatie vruchten afwierp. Om de bevolking voor zich te winnen hanteerden de VS en bondgenoten een dubbele strategie: militair en civiel. Maar de Afghanen hadden snel door dat de civiele operaties enkel dienden om de buitenlandse militaire aanwezigheid aanvaardbaar te maken. En dat ze hun lot niet verlichten, want door het aanhoudende geweld is de levenskwaliteit van de meeste Afghanen er fiks op achteruitgaan. Er heerst armoede op grote schaal, de kindersterfte is sterk toegenomen en er vallen almaar meer burgerslachtoffers. Bovendien worden de Afghanen aanhoudend heen en weer geslingerd tussen de strijdende partijen die allemaal steun en trouw eisen. Tonen ze zich niet loyaal, dan dreigen vergeldingsmaatregelen.

In dat klimaat sloegen miljoenen Afghanen op de vlucht, met nog meer ellende tot gevolg. Alleen de Taliban vaarden daar wel bij, omdat zij zich een aura van nationaal verzet konden toemeten. Langzamerhand wonnen zij terug krediet. Met een groot offensief in de zomer van 2011 toonden ze hun vernieuwde veerkracht. Zelfs de VS verhelen niet langer dat de operatie dreigt te mislukken. Er wordt luidop gevreesd dat Afghanistan verder en verder afglijdt naar een burgeroorlog – alsof die al niet aan de gang is. Dat leidt tot een andere aanpak. De mening wint veld dat er enkel nog vooruitgang kan worden geboekt als de hand wordt gereikt aan de gematigde Taliban. Onlangs maande ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hilary Clinton de Afghaanse regering openlijk aan om politieke onderhandelingen op te starten. Die piste wordt dringend, omdat de Amerikanen hun uittocht willen voorbereiden. In het spoor van de VS bereiden ook de Belgische troepen stilaan hun terugtrekking voor. Die moet rond zijn in 2014.

Het gaat slecht in Afghanistan, heel slecht. Het is aan de Afghanen om de zaak in handen te nemen. Het Westen moet een stap terugtreden. Weg van het militaire moeten we er op een andere manier aanwezig zijn’.

(Jan Vandemoortele, van 2005 tot 2008 aan het hoofd van de VN in Pakistan)

Een maat voor niets

De interventies in Irak en Afghanistan hebben heel wat gemeen. Allebei werden ze ten dele gerechtvaardigd vanuit nobele doeleinden, zoals de verbetering van het lot van de gewone man. Maar dat resultaat bleef uit. De voornaamste winnaar is eens te meer het militair-industriële complex. En vooral in Irak ook – hoofdzakelijk Amerikaanse – heropbouwbedrijven die in het spoor van de interventiemacht aan de slag gingen. De grote verliezers zijn de gewone Irakees en Afghaan. In plaats van een lotsverbetering, vergrootten de interventies nog hun miserie. Ook de belastingbetaler van de interventiemachten zijn de dupe. Naar schatting kosten beide oorlogen de Amerikaanse schatkist ruim 1 biljoen – 1.000.000.000.000 – dollar. België spendeerde alleen in 2010 al 104 miljoen euro aan zijn aanwezigheid in Afghanistan. Gigantische bedragen die geen vredes-, maar oorlogsdoeleinden dienden.

Guy Leemans