Buigen of barsten

Geen vuiltje aan de lucht. Na de verkiezingen van 2010 heette het – althans voor de buitenwacht – dat de Franstaligen eindelijk hadden begrepen dat dit land grondig moest worden hervormd. Binnenskamers bereidden ze echter een putsch voor. De CD&V moest worden losgewrikt van de N-VA. Dat liep niet van een leien dakje. Maar tijd brengt raad. Dus haalde formateur Elio di Rupo na een zenuwslopend jaar alsnog zijn slag thuis. Tot voor kort moest de N-VA als dé overwinnaar van de verkiezingen absoluut mee in bad. Maar toen aftastende gesprekken uitzicht boden op een meerderheid zonder de N-VA kwam Di Rupo wetens en willens met een voor deze partij onverteerbare nota op de proppen. Exit N-VA. En ditmaal volgde de CD&V niet. Voorzitter Wouter Beke schoof mee aan aan de onderhandelingstafel.

Gelukkig is ook de CD&V, net als de SP.A, gebonden aan het Vlaams regeerakkoord van juli 2009. Wie de nota van Di Rupo aan dit regeerakkoord toetst, kan er niet omheen. Als het Vlaams regeerakkoord voor CD&V en SP.A meer is dan een vodje papier, zullen ze een aantal punten uit de nota moeten wraken. In het geval van het minderhedenverdrag lijkt dit nog kinderspel. In het Frans heet de ratificatie van het minderhedenverdrag door Vlaanderen ‘nécessaire‘, in het Nederlands ‘nuttig‘. Dit betekenisverschil maakt het de Vlaamse onderhandelaars makkelijk, conform het Vlaams regeerakkoord, het verdrag niet te ratificeren. Tegelijkertijd toont dit verschil dat de nota van Di Rupo in hetzelfde bedje ziek is als zoveel compromisteksten à la Belge. Klare wijn kan in dit land niet meer geschonken worden.

Minder voor interpretatie vatbaar zijn de voorstellen van Di Rupo voor Brussel, zoals het voorstel om de tweetaligheid van de ambtenaren in de hoofdstad te schrappen. Eén Nederlandstalige ambtenaar per dienst zou dan volstaan. Dit botst frontaal met de voornemens van de Vlaamse regeringspartijen, die aansturen op de tweetaligheid van élke ambtenaar. Een ander voorstel maakt het mogelijk in Brussel opnieuw tweetalige lijsten in te voeren. Dit zou de Vlamingen politiek monddood maken, want enkel slippendragers zouden verkiesbare plaatsen krijgen. Ook dit voorstel vloekt met het Vlaams regeerakkoord. Dat eist naast een gewaarborgde vertegenwoordiging voor de Nederlandstaligen ook een effectieve inbreng in het beleid. Ronduit zorgen baren ook de voorstellen inzake Brussel-Halle-Vilvoorde.

Verder vraagt de formateur dat de deelstaten bijkomende inspanningen zouden leveren om de federale begroting in evenwicht te krijgen. Van Vlaanderen verwacht hij om en bij de 2,6 miljard euro extra. Dat is voor de Vlaamse regering echter geen optie. Die heeft de voorbije jaren drastisch gesaneerd, met een begrotingsevenwicht tot gevolg. Zij wil haar extra beleidsruimte nu zelf gebruiken. Enkel een grote staatshervorming zou haar standpunt kunnen wijzigen. Maar daar zijn de Franstaligen niet voor te vinden, integendeel. Zij bepleiten een nieuwe unitaire dynamiek, onder meer door de invoering van een federale kieskring.

Het kalf is nog niet helemaal verdronken. Maar Vlaamse standvastigheid is meer dan ooit op zijn plaats. Vasthouden aan het Vlaams regeerakkoord is het minimum minimorum. Wat wij nodig hebben, en een jaar geleden voor iedereen duidelijk leek, is een Copernicaanse omwenteling. De Vlaamse regeringspartijen moeten die helpen waarmaken. Voor minder doen we het niet.

Philippe Haeyaert
Algemeen voorzitter