Compromissen die compromitteren

Over Vlaamse grond valt niet te discussiëren

De staatshervormingen zijn een aaneenrijging van compromissen. Maar een duurzame communautaire pacificatie blijft uit. Enkel de ondubbelzinnige Franstalige erkenning van de taalgrens kan daartoe een aanzet geven. Niets wijst echter in die richting, integendeel.

Na elke onderhandeling over een verdere staatshervorming reppen de onderhandelaars zich om de eerbaarheid van de afgesloten compromissen in de verf te zetten. Het was niet anders bij deze ronde. De Vlaamse regeringsonderhandelaars braken een lans voor de uitkomst, ook omtrent de splitsing van de kieskring en het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en over Brussel. Langs Vlaamsgezinde zijde stak een storm van protest op. Al is de Vlaamse beweging een huis met vele kamers, de reactie was eenstemmig afwijzend: dit akkoord is desastreus voor Vlaanderen. Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen noteerde niet minder dan 20 Vlaamse toegevingen tegenover 1 Franstalige. De progressieve Gravensteengroep oordeelde zelfs nog strenger. Beter alles bij het oude laten dan het akkoord uitvoeren, was de boodschap. Voorspelbare reacties van een stelletje Calimero’s die geen enkel compromis zouden pruimen, sneerden francofiele waarnemers als de Vlaamse politicoloog Dave Sinardet.

De waarheid is anders. De deelakkoorden over de kieskring B-H-V en Brussel spreken boekdelen. De Brusselse gewestvorming wordt versterkt, terwijl de rol van de gemeenschappen wordt teruggedrongen. Er wordt een Brusselse Metropolitane Gemeenschap opgericht, bestaande uit alle gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Hierdoor dreigen de Vlaamse gewestbevoegdheden in Vlaams-Brabant te worden uitgehold en een verdere verfransing aangemoedigd. In de woorden van politicoloog Bart Maddens: ‘Er wordt wat conflictstof opgeruimd, maar tegelijkertijd worden stapels nieuwe dynamiet aangevoerd’. De splitsing van de kieskring B-H-V wordt verder afgekocht door een geringere Vlaamse zeggenschap over de faciliteitengemeenten, die electoraal ook van de rest van Vlaams-Brabant worden losgeweekt. Die Franstalige overwinningen zullen grondwettelijk worden verankerd, zodat de Franstalige grendels nog uitdeinen.

Toegevingen Brussel en B-H-V koren op Franstalige molen

De Vlaamse toegevingen inzake Brussel en B-H-V wekken bij de Franstaligen nieuwe verwachtingen. Hierdoor zal hun onverzadigbare grondhonger niet stillen, integendeel. Het is veelzeggend dat Joël Milquet, nota bene minister van Binnenlandse Zaken, onlangs nog voor de uitvoering van het akkoord verkondigde het vanzelfsprekend te vinden dat het Frans in de faciliteitengemeenten op gelijke voet wordt behandeld. Hiermee verwoorde Madame Non wat vele Franstaligen in en rond Brussel voor ogen staat: de uitbreiding van Brussel door de aanhechting van de faciliteitengemeenten. In haar stoutste dromen grenst het hinterland van Brussel al aan Aalst, Leuven en Mechelen.

Storend is dat de opeenvolgende Vlaamse onderhandelaars de Franstalige grondhonger doorheen de jaren in de hand hebben gewerkt. In theorie wordt de Franstalige bescherming op federaal niveau gecompenseerd door de bescherming van de Vlaamse aanwezigheid in Brussel. In de praktijk is asymmetrie troef. Laten we de feiten onder ogen zien: de Vlamingen hebben in het officieel tweetalige Brussel nauwelijks iets in de pap te brokken. Dat werd pijnlijk duidelijk toen de Franstaligen begin april 2011 de Federatie Wallonië-Brussel boven de doopvont hielden. Naar de opinie van de Vlaamse ministers in de paritair samengestelde Brusselse gewestregering was niet eens gevraagd. Brussels minister Brigitte Grouwels (CD&V) noemde dat ‘separatisme in de derde graad’. Maar kordaat Vlaams weerwerk bleef uit. Wat een verschil met de situatie op federaal niveau, waar de Franstalige minderheid te pas en te onpas gebruik maakt van haar beschermingsmechanismen. Het zal de Franstaligen worst wezen. De Vlamingen maken toch geen vuist.De Franstaligen vinden in Vlaanderen zelfs medestanders zoals Sinardet. Die presteerde het om de verantwoordelijkheid voor de Franstalige balorigheid in de faciliteitengemeenten in de schoenen van Leo Peeters (sp.a) te schuiven, omdat Peeters in 1997 als Vlaams minister voor Binnenlandse Aangelegenheden in een omzendbrief de faciliteiten beperkend had geïnterpreteerd. Van een prof zou je mogen verwachten dat hij causale verbanden kan leggen. Peeters kwam met zijn omzendbrief omdat het in enkele van de faciliteitengemeenten werkelijk de spuigaten uitliep. Maar dat ziet Sinardet door de vingers. De Franstaligen weten wel waarom ze hem  vragen in hun duidingprogramma’s. Een andere trouwe Franstalige bondgenoot is de socioloog Luc Huyse. Net als voor Sinardet zijn ook voor Huyse de Vlaams-nationalisten de bron van alle kwaad. Huyse insinueert steevast dat België vierkant draait omdat Vlaams-nationalisten het land bewust saboteren. Arm Vlaanderen…

Perversiteiten

De Franstaligen spelen in meerder opzicht vuil spel. Op federaal vlak houden ze vast aan de grondwet, omwille van zijn beschermingsmechanismen. Zo haalden ze alles uit de kast om te verhinderen dat de Vlamingen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de splitsing van de kieskring B-H-V doordrukten. In de Vlaamse rand, waar ze – vooralsnog – een minderheid vormen, handelen ze daarentegen tegen de letter en de geest van de grondwet. Ze weigeren er de streektaal te spreken en ondermijnen zo de grondwettelijke indeling in taalgebieden. Geen middelen worden daarbij ontzien. Zo stellen ze zich voor als een minderheid in de zin van het Minderhedenverdrag van de Raad van Europa. Tot op zekere hoogte met succes, want hun lobbywerk resulteerde in de komst van meerdere delegaties die Vlaanderen de wacht aanzegden. Door Vlaams toedoen heeft België het Minderhedenverdrag echter nog niet geratificeerd. Terecht, want dit verdrag is tot stand gekomen ter bescherming van de historische minderheden in Midden- en Oost-Europese landen, niet ter ondersteuning van Franstalige imperialistische ambities. Daarom is ook de Franstalige verwijzing naar het Minderhedenverdrag pervers.

Waar de Franstaligen de meerderheid hebben of verwerven, hanteren ze een andere strategie. Dan lappen ze de grondwet feestelijk aan hun laars en pakken ze uit met het argument van de democratisch verkozen meerderheid. Zo blijft de tweetaligheid van Brussel een lachertje en wordt de taalwetgeving in sommige faciliteitengemeenten keer op keer geschonden. Of om het in de woorden van prof. dr. Hendrik Vuye te zeggen: ‘Met welk recht eisen de Franstaligen nu taalrechten op in Vlaanderen, terwijl ze in het tweetalige Brussel niet eens de bestaande taalwetten naleven’?

Handen af van Vlaams grondgebied

De Vlaamse toegiften aan de Franstalige vraag naar uitzonderingen op het territorialiteitsbeginsel zijn contraproductief. De Vlamingen moeten hun strategie dringend herzien en klare wijn schenken. Morrelen aan de taalgrens is onaanvaardbaar. Over het Vlaamse grondgebied wordt geen koehandel afgesloten. Zoals we ook geen compromissen aanvaarden over geweldpleging tegen individuen en groepen als die zich onderscheiden door etnische afkomst, seksuele geaardheid, of culturele, religieuze of politieke voorkeuren. Basta.

Guy Leemans

Voor de bezwaren van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en van de Gravensteengroep, zie www.ovv.be en www.gravensteengroep.org. Overigens verschijnen de teksten van de Gravensteengroep binnenkort bij Uitgeverij Pelckmans onder de titel Manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen in boekvorm.