Crèches en speelpleinen onder vuur

Kinderen mogen niet aan de muilkorf

Deze zomer besliste een rechter na een klacht over kinderlawaai dat het Brugse kinderdagverblijf Pietje Pek zich drastisch moest herorganiseren of verhuizen. Het geval Pietje Pek staat niet op zich. Geluidsoverlast is een bron van groeiende zorg. De hamvraag is of kinderdrukte wel mag worden gelijkgesteld aan geluidsoverlast.


Het vonnis in het nadeel van Pietje Pek is het voorlopige eindpunt in een serie rechtelijke uitspraken tegen geluidsoverlast van kinderen. Het begon in mei 2005. In Kessel-Lo dienden buren een klacht wegens lawaaihinder in tegen kinderopvang De Bloesemboompjes. De rechter volgde hun grieven en beval de verhuizing. Een jaar later leidden klachten tot de tijdelijke sluiting van een speelplein in Lauwe. In maart 2010 werd crèche ’t Knipoogje in Beernem gedwongen om een geluidsmuur te bouwen. In juli vorig jaar sleepten buren met succes kinderopvang Pimboli in Erpe Mere voor de rechter. De kinderopvang moest de deuren sluiten tijdens de schoolvakanties. Sinds maart van dit jaar mag er niet meer met een bal worden gespeeld op het speelplein van Poperinge  En er zijn nog enkele zaken hangende. In oktober 2010 stapten buren naar de rechter tegen kinderopvang Spinibo in Asse. De zaak is nog niet uitgesproken. Een maand later werd er klacht ingediend tegen een speelplein in Gent. In heel wat zaken volgen de rechters de klagers. Uitzondering op die regel was de zaak-Toverland in Mechelen. Toen bovenburen klacht indienden tegen deze crèche veegde de rechter die van tafel.

De natuurlijkste zaak van de wereld

In reactie op de klachten en veroordelingen wordt dikwijls verwezen naar het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. In artikel 31 lezen we ‘Elk kind heeft het recht op rust en vrije tijd, op deelname aan spel en het culturele en artistieke leven ‘. Het verdrag kwam er omdat de idee was gerijpt dat kinderen omwille van hun kwetsbaarheid extra moesten worden beschermd. Op Somalië en de Verenigde Staten na ondertekenden alle landen het verdrag. Maar net zoals bij andere ronkende mensenrechtenverdragen blijkt ook hier dat er een kloof gaapt tussen de formele proclamatie van rechten en de dagelijkse realiteit. Dat geldt al in het Westen, zeker in sociaal achtergestelde milieus, laat staan in de Derde Wereld, waar kinderen dikwijls geen kind kunnen zijn.

Het recht op spelen beantwoordt aan kinderen hun manier van zijn. In het spel scherpen kinderen hun psychomotorische vaardigheden aan, gaan ze uitdagingen aan, leren ze risico’s in te schatten en zoveel meer. Zo bereiden ze zich voor op hun latere leven als volwassene. Spelen gaat altijd gepaard met geluid. In het kinderlijke enthousiasme kan het er luidruchtig aan toe gaan. Dat wordt niet altijd en overal gesmaakt. De vraag is in hoeverre wij als samenleving kinderen de ruimte willen geven om kind – en dus spelend – te zijn.

Niet in mijn achtertuin

Slechts weinigen zullen kinderen het recht op spelen ontzeggen. Maar die principiële opstelling verwatert nogal eens als het gaat om de eigen habitat. De ruimte in Vlaanderen wordt zoals elders schaarser en schaarser, met almaar stijgende vastgoedprijzen als gevolg. De droom van het eigen huis met tuin blijft echter bestaan. De woonst moet als oase van rust de nodige compensatie bieden voor het drukke bestaan van de tweeverdiener. Mensen hebben nood aan rustperioden om te ontspannen en er na enige verpozing weer tegen aan te kunnen.

Cardioloog dr. Marc Goethals  nam het onlangs op voor allen die de noodzakelijke rust niet vinden omwille van vliegverkeer, een hoge snelheidslijn, wegverkeer en de industrie. Dit rijtje vulde hij aan met kinderdagverblijven,in het bijzonder die crèches die ook ’s avonds, tijdens het weekeinde en in vakantieperiodes opvang voorzien. Juist die momenten, aldus Goethals, bieden vele mensen de enige mogelijkheid tot recuperatie. Maar als kinderdagverblijven slecht worden ingepland, ontneemt onze zeven op zeven dageneconomie hen die. Ouders met avond- en weekendwerk brengen hun kinderen noodgedwongen naar crèches, waardoor de rust van anderen wordt verstoord. Hierdoor kunnen mensen in een situatie van permanente stress terechtkomen. Dat leidt tot lichamelijke klachten met vooral hart- en vaatziekten maar ook andere kwalen als resultaat.

Op grond hiervan toont Goethals begrip voor de niet in mijn achtertuin reactie. Hij verwijst ook naar de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie en besluit: ‘Lawaai schaadt de gezondheid, en het recht op gezondheid is een mensenrecht‘. Goethals wijst terecht op de medische risico’s van geluidsoverlast. Maar we kunnen maar hopen dat anderen in hun analyses een onderscheid maken tussen geluidsoverlast eigen aan onze postindustriële samenleving en kinderdrukte.

Juridisering maatschappij

De klachten tegen kinderlawaai nemen fors toe. En rechters zijn er gevoeliger voor geworden. Wie 10 jaar geleden met dergelijke klachten naar de vrederechter zou zijn gestapt, kwam gegarandeerd van een kale reis terug. Onze samenleving kent een zorgwekkende tendens naar juridisering. Conflicten die vroeger werden opgelost tussen pot en pint worden nu uitgevochten in rechtszalen. Die ontwikkeling hangt samen met de voortschrijdende invulling van de mensenrechten. Individuen putten alle rechtsmiddelen uit om toch maar hun gelijk te krijgen, ook ten koste van het algemeen belang. Bijvoorbeeld wanneer individuen er in slagen openbare werken te laten stilleggen. Of wanneer ze crèches of speelpleinen laten sluiten.

De roep om een politieke reactie neemt toe. De voorstanders menen dat enkel de politiek een stem kan geven aan de stemloze minderjarigen. Zij sturen er op aan dat kinderlawaai zoals in Duitsland en Nederland wordt geschrapt uit de lijst van de bronnen van omgevingslawaai. Dan kunnen buurtbewoners zich niet langer juridisch verzetten. Na de uitspraak ten nadele van Pietje Pek kregen de Vlaamse bevoegde ministers Pascal Smet (SP.A), Jo Vandeurzen (CD&V) en Joke Schauvliege (CD&V) honderden brieven met vragen in die zin. Einde juli stapten in Brugge honderden mensen op om die eis te ondersteunen. Zij vonden een gewillig oor bij een grote meerderheid onder de Vlaamse burgemeesters. En het eerste parlementair initiatief komt eraan. Open VLD-parlementsleden Mercedes van Volcem en Ann Brusseel willen in het Vlaremdecreet, dat de geluidsoverlast reglementeert, een uitzondering laten vastleggen zodat het geluid van spelende kinderen nooit het voorwerp kan zijn van juridische conflicten.

Maar politieke oplossingen stuiten ook op kritiek. Heel wat klachten steunen op de ruim te interpreteren passage over burenhinder in het Burgerlijk Wetboek. Bovendien kunnen de klagers nog andere wegen benutten. Gemeentelijke overheden mogen bijvoorbeeld administratieve sancties opleggen aan jongeren vanaf 16 jaar en er is een tendens om die leeftijd nog te verlagen. Op principieel vlak kan je je afvragen waarom spelende kinderen überhaupt juridisch moeten worden beschermd. Maar die terechte overweging brengt op korte en middellange termijn geen zoden aan de dijk. Daarom kan een wetgevend initiatief symbolisch van belang zijn om een mentaliteitswijziging te helpen doorzetten. Hier moeten we terug naar de goede oude tijd, waarin kinderen nog kind konden zijn en buurten konden leven met kinderdrukte.

Guy Leemans