Dààr gaat het om

Francofonen zullen het nooit begrijpen

Zullen de duiders het ooit begrijpen? Keer op keer wordt de kwestie afgedaan als een louter bagatel. Kan je de toekomst van de natie, aldus de vraag van bezorgde journalisten, laten afhangen van het al dan niet benoemen van 3 burgemeesters? Of van het al dan niet splitsen van een kiesarrondissement? Waarop natuurlijk niet steevast als weinig verrassend antwoord volgt. We moeten, weet u wel, de echte problemen aanpakken.


Zowel uit de vraag als uit het antwoord dat verlichte politologen onveranderd uit de belgitude mouw schudden blijkt dat ze het niet begrepen hebben. Natuurlijk is de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde niet het nec plus ultra van de politieke besognes in Vlaanderen. En nog minder de niet benoeming van 3 kandidaat-burgemeesters die menen dat zij de wet zomaar aan hun Franse laars kunnen lappen.  Maar van de andere kant gaat het, en nog geen klein beetje, wél over dit soort dingen. Aan BHV en 3 niet benoemde burgemeesters van Vlaamse gemeenten volstrekt zich de scheiding der geesten in dit land.

Journalisten en politologen hebben het nog altijd niet begrepen, de francofonie nog veel minder. Bijna een eeuw lang heeft Franstalig België de vloer aangeveeg gd met alles wat Nederlands, pardon Vlaams, was. Vlaams dat was een keuken- en meidentaal. België dat was een exclusief Franstalig bedoening, en dat moest zo blijven. Na bijna 100 jaar taalstrijd waren de Vlamingen bereid tot een compromis. Zij wilden er genoegen mee nemen dat het land tweetalig werd. De Walen hebben zich hier met hand en tand tegen verzet. Dat Vlaanderen niet geen eentalig Frans maar een tweetalig regime kreeg, dat vonden ze al een heuse toegeving. Maar van Wallonië moesten de Vlamingen afblijven.

Dat was de situatie tot een stuk na de Eerste Wereldoorlog, en de francofonie is sindsdien niet meer geëvolueerd. Een simpel voorbeeld maakt dit duidelijk. Kan u zich voorstellen dat een Vlaming die geen of amper een paar woorden boerenfrans in zijn zondags pak heeft zitten zou solliciteren om de grote baas te worden van een Waalse televisiezender? Natuurlijk niet, zelfs als de Waalse minister-president Rudy Demotte hem dit op zijn blote knieën zou komen vragen, dan zou die Vlaming dat even beleefd als beslist afwimpelen. Voor wie geen Frans spreekt is er geen leidinggevende functie in Wallonië weggelegd.

Dat is echter een logica die omgekeerd niet geldt. Einde augustus ging  Michel Vandersmissen van De Standaard op bezoek bij de broers Tacheny. Toegegeven, dat zijn fameuze kleppers. De ene is directeur-generaal van de Waalse zender RTL-TVi. De andere is…gedelegeerd-bestuurder van de Vlaamse SBS-zenders VT4 en Vijftv. Het bezoekje gebeurde exclusief in het Frans. Met het feit dat de RTL-Tacheny geen Nederlands spreekt is er eigenlijk niets mis. Maar dat de SBS-Tacheny eveneens nederlandsonkundig is zou je in het buitenland nooit verkocht krijgen. Vandersmissen heeft dus zijn beste Frans uit de kast moeten halen, en zelfs voor iemand uit Tongeren, zal dat wel een Frans zijn met een Vlaams knauwtje.

Dat de SBS-Tacheny geen Nederlands spreekt is verwonderlijk. Nog verwonderlijker is het echter dat hij dit blijkbaar heel normaal vindt. Zijn er nooit taalproblemen, wilde Vandersmissen weten? Waarop de SBS-Tacheny. ‘Ik begrijp Nederlands. Ik kan mails in het Nederlands lezen en de meeste vergaderingen verlopen in het Engels. Maar ik spreek af en toe ook wel Frans met medewerkers die hun Frans willen verbeteren. Dan lijk ik een beetje op een leraar Frans.’ SBS-Tacheny is zo welwillend Frans te spreken met Nederlandstalige medewerkers zodat die hun Frans kunnen verbeteren. Maar blijkbaar heeft hij er nooit aan gedacht om er Nederlands mee te spreken, zodat hij meer kan dan mails in het Nederlands lezen. Dat is de kern van ’s lands echt probleem. Een Fransonkundige Vlaming krijgt in Wallonië gegarandeerd het deksel op de neus, een Nederlandsonkundige francofoon vindt het doodnormaal dat hij in Vlaanderen op zijn wenken bediend wordt. En Français, s’il vous plaît, loempe boer.

In een 8ste manifest slaat de Gravensteengroep de nagel op de kop. Dit manifest werd geschreven enkele weken voor Elio di Rupo zijn zogenaamd historisch akkoord over de splitsing van BHV uit zijn Italiaanse hoed toverde. Een aantal bedenkingen van de Gravensteengroep zijn door het compromis van 14 september achterhaald. Maar de kern van het manifest blijft als een paal boven water staan. Het Belgische communautaire geschil, aldus het manifest, heeft behoefte aan een neutrale benadering, gebaseerd op evenwicht en wederkerigheid. Uit deze evidente waarheid leidt de Gravensteengroep een eenvoudige, maar terechte stelregel af. De stelregel namelijk dat de Vlamingen geen enkele eis stellen met betrekking tot de Vlamingen die zich in Wallonië gevestigd hebben. En dat omgekeerd de Franstaligen geen enkele eis stellen met betrekking tot Franstaligen die zich in Vlaanderen hebben gevestigd.

Alleen dit evenwichtsprincipe garandeert dat beide partijen ooit nog tot een eerbaar compromis komen, aldus de Gravensteengroep. Dit evenwicht werd helaas niet gerespecteerd, van een eerbaar compromis kan er bijgevolg geen sprake zijn. De francofonen hebben het vroeger niet begrepen, zij begrijpen het vandaag niet, en zij zullen het ook morgen niet begrijpen. Hun opperste droom is nog altijd Heute gehört uns Deutschland, und morgen die ganze Welt, vandaag Wallo-brux, en morgen heel het land. Dromen zijn echter bedrog, zeker in de politiek. Het compromis van Di Rupo is niet de wedergeboorte van het dierbare België maar een van de laatste spijkers in de tricolore doodskist. Een land dat zijn burgers onderverdeelt in een enerzijds een groep bevoorrechte Franstaligen die in Vlaanderen een agressief francofoon taalnationalisme bedrijven, en anderzijds Vlamingen die dit alles met dank moeten aanvaarden, spreekt zijn eigen doodsvonnis uit.

Met zijn voorstellen, aldus Luc van Doorslaer, onderzoeker in de vertaalwetenschappen aan Lessius-Antwerpen en de universiteit van Leuven, heeft Di Rupo op allerlei manieren geprobeerd de invloed en macht van de Franstaligen in de Brusselse randgemeenten, dus in Vlaanderen, te vergroten. Misschien niet op zoek naar een grotere Lebensraum, maar wel naar een territoriale uitbreiding van de espace culturel. In beide gevallen is het immers de buur, aldus Van Doorslaer, die wijken moet. Di Rupo heeft volgens hem de kans gemist om te breken met dat 19de –eeuwse denken. En dan volgt de genadestoot. De nota Di Rupo getuigt nog altijd van een conservatief taal- en cultuurnationalisme. Precies. Wat geldt voor Di Rupo, geldt eigenlijk voor de hele francofonie. Voor de Franstaligen blijft Vlaanderen een louter wingewest. En zij hebben het nog altijd niet begrepen dat Vlaanderen dit boek voor eens en altijd gesloten heeft.

Wie het wel begrepen heeft is Dave Sinardet, het politieke orakel uit Antwerpen. Even leek het er op dat de bare onzin die deze man verkondigt zelfs  De Standaard te veel was geworden, maar op 12 september sloeg Sinardet weer toe. Eigen schuld, dikke bult orakelt hij. Ook Sinardet heeft blijkbaar nog altijd niet begrepen dat de Vlamingen de francofone taaleisen niet meer pikken. Niet dat de faciliteitengemeenten na de pacificatiewet van 1988 plots een oase van communautaire peis en vree  werden, schrijft hij, maar de problemen waren grotendeels herleid tot akkevietjes. De pacificatiewet van 1988? Welk beestje mag dat wel zijn? Een pacificatie heeft die wet in geen geval gebracht. En waarom zouden de Vlamingen al bijna 50 jaar de splitsing van BHV geëist hebben als het maar om akkevietjes ging?

In deze oase van bijna peis en vree, dixit Sinardet, ging het pas 10 jaar na de pacificatie stormen door een aantal omzendbrieven van de Vlaamse regering. En meteen krijgt de toenmalige Vlaamse minister van Binnenlandse Zaken Leo Peeters een veeg uit de Sinardet-pan. Want die schreef de meest beruchte omzendbrief, weet hij. Peeters de boeman! Hij interpreteerde met name de faciliteiten restrictief. Waar het tot dan volstond dat inwoners maar een keer te kennen gaven dat zij documenten van de overheid in het Frans wilden ontvangen, zouden ze hun paperassen altijd eerst in het Nederlands toegestuurd krijgen. Let op de nuance! Documenten in het Frans, paperassen – een woord met een meestal negatieve gevoelswaarde – in het Nederlands. Een gewild onderscheid, of reikt de taalkennis van de politoloog toch niet zo ver? Afijn, de Nederlandstalige paperassen hebben de francofone poppetjes in de Vlaamse faciliteitengemeenten aan het dansen gebracht. Franstalige politici zagen de omzendbrief Peeters als een provocatie en gingen op hun beurt provoceren. Allemaal dus de schuld van Peeters.

Sinardet vergeet bij dit alles dat het de Vlamingen eigenlijk niet gaat om de splitsing van zomaar een kiesarrondissement, of de niet benoeming van 3 balorige kandidaat-burgemeesters. Het gaat eigenlijk om heel iets anders. De Vlamingen vragen Bundestreue, respect voor vroeger gemaakte afspraken, eerbied voor wet en  grondwet. En ze willen vooral af van een twee-klasse-maatschappij waarbij  francofone bourgeois in Vlaanderen voorrechten ingeruimd worden die de Vlaamse tweederangsburgers in Wallonië niet hebben.  Waarom, Cher monsieur Sinardet, zouden francofonen in Vlaanderen voorechten moeten krijgen die Turken, Marokkanen en andere immigranten niet krijgen? Daar gaat het om, en daar zal België uiteindelijk aan ten gronde gaan. Weg dus met de faciliteiten! Dat zij het, samen met Sinardet, in hun Franse oren knopen.

Jan Veestraeten