De maskers vallen

De grote volkswoede in de Arabische wereld heeft menigeen verrast. Of de omwentelingen zullen uitmonden in een duurzame democratisering zal de tijd uitwijzen. Voor zo’n moeilijke oefening zou enige steun van buitenaf welkom zijn. Bijvoorbeeld van het Westen, dat zo graag uitpakt met zijn democratische verworvenheden. De reacties geven echter geen aanleiding tot optimisme.

In nood leer je je vrienden kennen. Of stel je vast dat ze hun ogen sluiten. De Verenigde Staten reageerden aanvankelijk erg onzeker en terughoudend. Europees president Herman van Rompuy kwam niet verder dan de vaststelling dat het moeilijk afwegen was tussen de verdediging van onze waarden -zoals mensenrechten- en onze belangen, zoals stabiliteit in het Midden-Oosten. De kampioenen van de mensenrechten wisten het niet meer. Of was het schaamte omdat ze, ondanks dure eden, decennia lang niets ontziende dictators alle eer hebben bewezen? Van Rompuy oogstte veel sympathie met inspirerende haiku’s. Maar het blijft wachten op een inspirerende visie op de rol van Europa in de wereld, een visie waarin mensenrechten in woord én daad centraal staan.

De Westerse reacties zijn niet bepaald opbeurend voor hen die op gevaar voor eigen leven komaf willen maken met een jarenlange tirannie. En hoop doet niet langer leven. Bij zijn aantreden wekte president Obama hoge verwachtingen. De aanstekelijke verkiezingsslogan Yes, we can galmde in alle huiskamers. Europese mediagoeroes verloren haast de grond onder de voeten, zo euforisch reageerden ze op de verkiezing van de eerste zwarte Amerikaanse president. Van een president van Afro-Amerikaanse afkomst kon je toch redelijkerwijze verwachten dat hij overal zou optreden tegen discriminatie en onderdrukking? Het Nobelprijscomité kende in 2009 Obama zelfs de Nobelprijs voor de Vrede toe, als dank voor zijn inspanningen om de wereld kernwapenvrij te maken. Maar ook om hem aan te moedigen zijn beloften van verandering verder in daden om te zetten.

Zwartgalligheid is niet aan VOS besteed. Dus gaven we Obama het voordeel aan de twijfel. Misschien zou hij zorgen voor een nieuwe wind in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Geen enkel dossier ter zake is een betere proef op de som dan de Israëlisch-Palestijnse zaak. Zonder vergelijk tussen Palestijnen en Israël zal vrede in het Midden-Oosten een hersenschim blijven. Daarvoor zal ook Israël, de Goliath op het terrein, toegevingen moeten doen. Om de patstelling te doorbreken dringen de Europese leiders al jaren aan op een – door Israël met man en macht bestreden – tweestatenoplossing met de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog (1967). Na het aantreden van Obama sloot de Amerikaanse diplomatie zich hierbij aan. Obama riep de Israëli’s op om te stoppen met de bouw van nieuwe nederzettingen op Palestijns grondgebied. Als gevolg bekoelden de relaties tussen Washington en Tel Aviv.

Na het einde van de Israëlische bouwstop op de westelijke Jordaanoever begin oktober 2010 kwam het tot een vuurproef. In zeven haasten startten Joodse kolonisten grote nieuwe bouwprojecten op. De Palestijnen reageerden furieus en staakten elk overleg. Ze lobbyden voor een resolutie waarin de Verenigde Naties zich zouden uitspreken tegen de bestaande en geplande Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. Half februari kwam het ontwerp van resolutie op de tafel van de Veiligheidsraad. Niet minder dan 14 van de 15 leden steunden de resolutie. Alle ogen waren nu gericht op de VS, te meer omdat die nog in december 2010 geen hernieuwde bouwstop geëist hadden. Op 19 februari stelden de VS dan hun veto tegen de resolutie. Obama zet dus het beleid van zijn voorganger Bush gewoon voort. Sinds 2000 gebruikten de Amerikanen hun vetorecht in de raad al tienmaal, waarvan 9 keer ter ondersteuning van Israël. Obama’s masker is gevallen.

Philippe Haeyaert
Algemeen voorzitter
Maart 2011