De vergeten oorlog in Mexico: erger dan Afghanistan

Bent u op zoek naar een leuke baan? Wil u een collega worden van de charmante Marisol Valles, pas 21 en al hoofd van de politie in een stad van 10.000 inwoners? Dan moet u zich onverwijld melden bij de Mexicaanse president Felipe Calderón. Succes gegarandeerd. De president zoekt tevergeefs naar betrouwbare politiechefs.

Vooral in de Mexicaans-Amerikaanse grensstreek is de nood aan politiemensen schrijnend. Naar schatting smachten tenminste 100 grotere en kleinere steden in de grensstreek naar de komst van mensen in uniform die nog weten waar de ‘arm der wet’ precies voor staat. Overigens kan Marisol Valles, een charmante en sierlijke jongedame met kokette bril en donkerbruine haren, u met raad en daad bijstaan. Als ze nog leeft tenminste. Marisol is onderhand al een half jaar hoofd van de politie in Práxedis G. Guerrero, en dat is naar Mexicaanse normen gemeten al een héél lange staat van dienst.

Overigens moeten we eerlijk zijn. Met haar 21 lentes kreeg Marisol alleen de baan omdat er zich geen andere kandidaten gemeld hadden voor het emplooi. We zijn niet gek, luidt het in Mexico. Bovendien wordt het werk, gezien het hoge risico er het leven bij in te schieten, maar rotslecht betaald. Marisol verdient nauwelijks €400 per maand. Maar dat is de beginwedde voor het eerste jaar, vergoelijken de Mexicaanse autoriteiten de salariëring. Waarbij ze verzwijgen dat een tweede dienstjaar erg twijfelachtig is. Tenminste voor politiemensen die met zichzelf in het reine willen blijven en die hun werk in eer en geweten willen verrichten.

Maar dat is net het probleem. De 7 drugskartels die het in Mexico voor het zeggen hebben zien het niet zo graag als de politie haar werk doet. Veel keuze is er dus niet: je kan ophoepelen, meeheulen met de kartels of… sterven. De strijd is genadeloos.  De kartels vechten niet alleen een verbitterde strijd uit met de Mexicaanse anti-drugsbrigades, maar ook met elkaar. De ene dag verbroederen 2 kartels, de volgende dag moorden ze elkaar uit.  Ze betwisten elkaar de meest lucratieve afzetmarkten, beschuldigen elkaar van verraad, of kunnen het gewoon niet velen dat de concurrentie nog meer verdient dan zijzelf.

En om geld, héél véél geld gaat het. De cijfers willen nogal eens verschillen. Niet zo verwonderlijk voor een handel die in het duister verloopt. Volgens voorzichtige ramingen verdienen de Mexicaanse drugskartels 50 tot 60 miljard euro aan hun ‘grenshandeltje’ met de Verenigde Staten (VS). Per jaar!  Maar dat kan ook een pak meer zijn. In Columbia, het aanmaakland voor cocaïne, betalen de Mexicanen zowat  €500 voor een kilootje cocaïne, beste kwaliteit. In Chicago moet de ‘eindverbruiker’ er €75 voor betalen. Per gram wel te verstaan. Dat maakt dus €75.000 per kilo. De kartels malen echter niet om een kilootje meer of minder. De Amerikaanse anti-drugsbrigades schatten dat er jaarlijks 200.000 kilo cocaïne van Mexico naar de VS gesmokkeld wordt. Dat brengt alvast wat geld in het laatje. Maar de Mexicaanse drugskartels bevoorraden de VS niet alleen in cocaïne, ze leveren ook heroïne, en ander spul. Marihuana bijvoorbeeld gaat met 20-tonners de Mexicaans-Amerikaanse grens over, een grens beweren ze in Washington waar niemand door komt, nog beter dan de Berlijnse muur.

De Mexicaanse drugskartels lachen zich daar een kriek mee. Zij weten wel beter, ook al komt er ‘enig’ wapengekletter aan te pas. Waar er grof geld te verdienen is, vallen er vele schoten.  Aan wapens hebben de kartels overigens geen gebrek.  Zij beschikken over de meest moderne vuurwapens, gepantserde voertuigen, bommen naar ieders smaak, granaatwerpers, helikopters en noem maar op. De kartels hebben een leger van 300.000 legionairs in dienst, gekleed in regelrechte leger- of politie-uniformen. Waardoor de grensbewoners – de grens met de VS is 3.300 km lang – nooit met zekerheid kunnen zeggen of ze door echte of door valse politiemensen geterroriseerd worden. Maar dat ze geterroriseerd worden is duidelijk. En hoe. Daarvoor moet  je het stadje Ciudad Mier bezoeken, op de Mexicaans-Texaanse grens. Tot een tiental jaren geleden een rustig en fraai ogende plek met zowat 6.000 inwoners. Vandaag is de stad een regelrechte spookstad geworden. Op een handvol legionairs na zijn alle bewoners gevlucht. Voor de lijken zonder hoofd, zonder armen en benen waarmee ze op straat geconfronteerd werden. Voor hun stadsgenoten die ergens aan een boom bengelden. En Ciudad Mier is geen uitzondering, integendeel. Pak Ciudad Juárez bijvoorbeeld. Toegegeven, Ciudad Juárez is niet te vergelijken met Ciudad Mier, ciudad is Spaans voor stad. Ciudad Juárez is de hoofdplaats van de deelstaat Chihuahua, en telt zowat 1,3 miljoen inwoners. En het is de meest gewelddadige stad ter wereld. In de eerste helft van 2010, statistieken hinken niet alleen bij ons achterop, werden er 3.000 moorden gepleegd in de stad. Allemaal slachtoffers van de elkaar bekampende drugskartels. Wellicht loopt het doden aantal over heel 2010 op tot 6.000.

In Mexico woedt er dus een regelrechte oorlog. Maar het is een oorlog waar de publieke opinie geen notie van wil of kan nemen. Ook de vredesbewegingen weten blijkbaar niet waar Mexico ligt. Die hebben de handen vol met Afghanistan en andere oorlogshaarden. Toch vielen er tijdens het eerste halfjaar 2010 in Mexico meer dan 7.000 doden in de ongenadige drugsoorlog die daar woedt. Dat zijn er 5 keer meer gesneuvelden dan in Afghanistan. Tussen 2006 en nu eiste de Mexicaanse oorlog 28.000 mensenlevens, en dat zijn er 40.000 tot 50.000 als je wat verder terugbladert in de jongste geschiedenisbladzijden van dit land.

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de wapens in Mexico spoedig zullen zwijgen. President Calderón wil een einde aan de oorlog, maar hij is vrijwel machteloos. Op lokale politie-eenheden kan hij niet rekenen, want die willen het vege lijf redden en steken de kop in het zand. Als ze tenminste geen deel uitmaken van de kartels. Die zijn heer en meester in een aanzienlijk deel van het land. Mexico is een land van 2 miljoen km²; 65 keer groter dan België. En zowat 12% van dit reusachtige territorium wordt gecontroleerd door de kartels. Hier heerst hun genadeloze wet. Politiecommissarissen, burgemeesters, rechters, politici, ondernemers en zelfs pastoors moeten meedoen, of voor hun leven vrezen. Zowat 70% van de verkiezingscampagnes in heel Mexico worden door de kartels gefinancierd, driekwart van de bedrijven hebben er connecties mee.  Dat is niet zo verwonderlijk. De Mexicaanse industrie is goed voor een export van zowat €35 miljard, de drugsbaronnen hebben een omzet van €50 tot €60 miljard. En hun riante winst beleggen ze bij voorkeur in de industrie, die ze zodoende voor een groot stuk controleren.

Voor Calderón is het dweilen met de kraan open. Sinds zijn aantreden in 2006  heeft hij zowat 80.000 leden van de drugskartels laten arresteren, maar dat heeft de ellende alleen maar groter gemaakt. Alleen op het leger en de federale politie kan de president min of meer vertrouwen. Maar ook dat is geen zekerheid. Bij een doorlichting van het federale politiekorps einde 2010 moest Calderón 3.500 mensen aan de deur zetten omdat ze onbetrouwbaar of regelrecht corrupt waren. Dat is dus geen leger waarmee je naar een drugsoorlog kan gaan.

Hoe is Mexico verworden tot dé draaischijf voor de drugshandel met de VS? Tot een jaar of 15, 20 geleden bezat Columbia het monopolie voor dit handeltje. Dat is mettertijd opgedoekt en nadien heeft het zwaartepunt zich langzaam maar zeker verlegd naar Mexico. Een land dat vele ‘voordelen’ bood. De gemeenschappelijke Mexicaans-Amerikaanse grens van 3.300 km is al vernoemd. Bovendien hebben de Mexicanen ook een lange ervaring als het op smokkelen naar de VS aankomt.  In de jaren 20 van vorige eeuw, de jaren van de ‘drooglegging’ waarin er in de VS geen alcohol gestookt of verkocht mocht worden, speelde Mexico al de barmhartige Samaritaan, en voorzag het Amerikaanse droge levers van de nodige procentjes alcohol. En nu bevoorraadt Mexico de VS met drugs. Ruim 90% van de in de VS verhandelde drugs komen uit Mexico.

Voor de doorsnee Mexicanen is het niet meer dan logisch dat de VS hun nabuurland iets laten verdienen. Ze zijn niet vergeten dat de VS in 1846-1848 een pijnlijke oorlog met hun land uitvocht waarbij zij zowat de helft van hun grondgebied – ondermeer Texas, Nieuw-Mexico, en Arizona,  aan de VS verloren. Sindsdien vinden de Mexicanen dat de VS een brengschuld hebben ten overstaan van Mexico. Als de Gringos ons land afpakken moeten ze toestaan dat we in de VS gaan werken, aldus de Mexicanen. En toestaan dat Mexico een centje verdient aan de drugshandel.

Hoe de zaak stoppen? Vincente Fox, Calderón’s voorganger, liet een van de grootste maffiabazen in het land ontsnappen uit de bajes. Dit in de hoop dat de man de kartels kon doen fuseren. Zodat ze elkaar tenminste niet meer zouden uitmoorden. Mooi bedacht, en Fox streek er €15 miljoen voor op, wordt in Mexico gefluisterd. Anderen pleiten ervoor de drugshandel in de VS te legaliseren, maar daar voelt de Amerikaanse regering om begrijpelijke redenen weinig voor. Overigens, ook in de Mexicaanse drugshandel pikt de VS een korreltje mee. Voor hun wapenaankopen lopen de drugskartels bij voorkeur langs in een van de 1.500 Amerikaanse wapenwinkels langs de Amerikaans-Mexicaanse grens…

Jan Veestraeten