Discriminatie versterkt roep naar zelfbeschikking

Op 2 april organiseert de Vlaamse Vredesweek, op initiatief van VOS en het IJzerbedevaartcomité, de conferentie Identiteit en verbondenheid. Centraal staat de vraag hoe het streven naar eigenheid zich verhoudt tot de bredere samenleving. Tal van volkeren en diverse groepen in de samenleving streven naar de politieke erkenning van hun identiteit, naar dat wat ze als wezenlijk voor zichzelf beschouwen. Dit streven inspireert ook Vlaanderen als het voor meer zelfbeschikking ijvert.

Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO) van 1966 begint zijn opsomming van rechten en vrijheden met het recht van de volkeren op zelfbeschikking. Uit hoofde van dit recht bepalen zij in alle vrijheid hun politieke status en streven zij vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na. Hiermee legitimeerde het verdrag de afscheiding van de kolonies van hun moederlanden. De dekolonisatiegolf was volop aan de gang. Ze voltrok zich gelijktijdig met het machtsverlies van de Europese landen en de steile opgang van de Verenigde Staten als economische en militaire supermacht. De VS steunden de koloniale vrijheidsbewegingen omdat ze hierdoor gemakkelijker toegang konden krijgen tot grondstoffen en nieuwe afzetmarkten konden creëren. In de koloniale, veelal Europese mogendheden, was er heel wat minder animo voor het principe, onder meer wegens de vaak historische en achtergestelde minderheidsgroepen in deze landen. Ook die minderheden konden voortaan naar het recht op zelfbeschikking verwijzen om hun ontvoogdingseisen kracht bij te zetten.

Zelfbeschikking op eigen maat

Het recht op zelfbeschikking als een collectief recht van een volk of regio is eerder atypisch voor de universele mensenrechten. Die vertrekken van de waardigheid van elk individu. Daartoe behoren het recht op leven, de gelijkheid van man en vrouw, het recht op onderwijs, op vrije meningsuiting en op eigendom. Deze rechten werden voor het eerst systematisch benoemd tijdens de Verlichting, maar hun kern is veel ouder. Denk maar aan het christelijke principe van de waardigheid van elke mens. Zelfbeschikking kan dus gedefinieerd worden als de vrijheid om zijn leven in te richten naar eigen goeddunken. Omdat die vrijheid niet altijd en overal wordt toegestaan, trachten activisten ze af te dwingen. En vormen van structurele achterstelling zijn hier vaak het uitgangspunt voor.

Gedeelde ervaringen inzake discriminatie hebben vrouwen, holebi’s, migranten en andere groepen gebracht tot een zelforganisatie om hun situatie te verbeteren. Dikwijls verliep dat proces niet zonder slag of  stoot. Zo deed de vrouwenbeweging er ruim een halve eeuw over om gelijke rechten af te dwingen. In België moesten vrouwen wachten tot 1948 voor ze een volledig stemrecht kregen. En nu nog, nu de vrouwenbeweging zich beroept op het principe van positieve discriminatie om vrouwen in alle maatschappelijke geledingen een gelijkwaardige positie te verzekeren, stoot ze op tegenstand. Dit geldt ook voor groepen die meer rechten willen voor migranten. Tegenstanders van een positieve discriminatie voeren aan dat bijvoorbeeld de oplegging van quota voor vrouwen, of voor nieuwe Vlamingen in bestuursorganen leidt tot een nieuwe vorm van discriminatie ten nadele van autochtone mannen, of autochtone Vlamingen. Vaak verandert ook de acceptatiegraad om aan de eisen van deze bewegingen tegemoet te komen. Na de zware financiële crisis en de daaruit volgende besparingsrondes werden een aantal rechten van migranten, bijvoorbeeld bij gezinshereniging, ter discussie gesteld.

Levensbeschouwelijke dossiers leidden al lang tot verhitte debatten. Een van de streefdoelen van de vrouwenbeweging was het baas in eigen buik, de legalisering van abortus. Na jarenlange, heftige discussies tussen voor- en tegenstanders is de legalisering in de meeste Westerse landen een feit. In België was hierbij veel kunst- en vliegwerk vereist. Omdat koning Boudewijn de abortuswet niet wilde ondertekenen, werd een scenario bedacht waarbij hij tijdelijk in de onmogelijkheid werd verklaard het land te regeren. De legalisering heeft het debat trouwens niet helemaal gesloten.  Een minderheid blijft overwegend religieuze argumenten aanvoeren dat abortus – en ook euthanasie – moeten worden verworpen omdat een recht op de dood en een recht op leven niet verenigbaar zijn. Ook de strijd van de holebibeweging voor homohuwelijken leidde tot bitsige debatten. Heden zijn deze huwelijken in de meeste Westerse landen ingeburgerd. De meningen over de kinderwens van holebi’s daarentegen blijven voor verdeling zorgen. Toen onlangs een Vlaams homokoppel na een juridische strijd van 2 jaar een in een weeshuis opgevangen kind van een Oekraïense draagmoeder kreeg toegewezen, logen de erg uiteenlopende goed- en afkeurende reacties er niet om. Om maar te zeggen: de toepassing van het recht op zelfbeschikking als een recht om op eigen maat te leven is niet altijd onomstreden en geeft soms aanleiding tot zware polemieken. Bestaat er wel een recht op kinderen? In elk geval verdient deze problematiek nog een vergaande verdieping en in elk geval wetgevende initiatieven.

Culturele rechten

Bewegingen en groepen die opkomen voor de bescherming en de verdere ontwikkeling van hun culturele eigenheid en politieke identiteit zijn meestal verbonden aan een bepaald woongebied. Waarmee we meteen terugkomen bij het recht op zelfbeschikking zoals dat in het BUPO geformuleerd werd. Net als bijvoorbeeld de vrouwenbeweging stellen ook deze bewegingen en groepen alles in het werk om hun eisen politiek te laten erkennen en wetgevend te verankeren. Enkele jaren geleden leidde dit tot een bitsige pennenstrijd onder academici. Liberale filosofen verzetten zich met hand en tand tegen een recht op erkenning van culturele eigenheden. Zij oordelen dat een liberale democratie een strikte neutraliteit in acht moet nemen en dus enkel individuen een gelijke vrijheid moet waarborgen, die het individu moeten toelaten zijn leven inhoudelijk zelf in te vullen. De rol van de overheid beperkt zich dan tot het vastleggen en de bewaking van democratische concepten en regels. In deze visie hebben specifieke leefwijzen, die verschillen beschermen, geen recht op erkenning omdat verschillen op zich niet waardevol zijn.

Deze liberale uitgangspunten werden ten zeerste aangevochten door de zogenaamde communautaristen die aanvoeren dat ook de liberale democratie onvermijdelijk waardegeladen functioneert. Het publieke debat wordt nu eenmaal gevoerd in een taalcultureel en historisch kader en mondt uit in het maken van inhoudelijke keuzen. De oplossing ligt daarom in een kruisbestuiving tussen beide standpunten. Want communautaristen kunnen niet vasthouden aan de waarde van elk verschil, anders zouden zij belanden in het doodlopende straatje van cultuurrelativisten, die elke levenswijze als waardevol aanzien, zelfs als die gepaard gaan met koppensnellerij. Als er voldoende respect is voor de fundamentele rechten van elk individu, kan een verschil wel degelijk als een waarde worden gezien. Precies omdat individuen en groepen, juist door de zelfbeschikking, vorm geven aan deze verschillen.

Vlaanderen

Het Vlaamse ontvoogdingstraject illustreert hoe een streven naar zelfbeschikking praktisch wordt ingevuld en hoe het in de loop der jaren kan evolueren. Zoals de vrouwenbeweging startte de Vlaamse beweging, weliswaar al een halve eeuw eerder, als een reactie tegen de discriminatie waarvan de Vlamingen het slachtoffer waren. Al snel na het ontstaan van België reageerden de taalminnaars tegen de achterstelling van het Nederlands. Enkele jaren later kwam het ook tot protest tegen de sociale discriminatie in Arm Vlaanderen. De acties geboren uit taalculturele en sociaaleconomische grieven namen gaandeweg toe en werden meer en meer theoretisch onderbouwd. De ervaringen aan het IJzerfront, waar de Vlaamse achterstelling vaak het verschil tussen leven en dood betekende, leidden tot een politiek verlengstuk. Tot dan werd elke Vlaamse emancipatie binnen België bevochten, tussen de twee wereldoorlogen won de mening veld dat zelfbeschikking moest leiden tot een onafhankelijk Vlaanderen.

De opeenvolgende staatshervormingen hebben België grondig hertekend. Het resultaat zijn een Vlaamse en een Waalse deelstaat en 2 gebieden – Brussel en de Duitse gemeenschap – met een bijzonder statuut. Belgofielen zijn trots op deze constructie en zien België als een voorbeeld van conflictbeheersing voor de rest van de wereld. Wat zij gemakshalve vergeten is dat Vlaanderen zijn autonomie heeft moeten afkopen door een cascade van toegiften, die uitliepen op nieuwe discriminaties zoals bijvoorbeeld in de kieswetgeving. Bovendien heeft het loodgieterwerk van Jean-Luc Dehaene geleid tot een hopeloos ingewikkeld institutioneel raamwerk waarvan de gebreken dag op dag duidelijker worden. Op grond daarvan dringen zich ingrijpende veranderingen op. Dat is trouwens duidelijk geworden bij de laatste parlementsverkiezingen waarbij een meerderheid onder de Vlamingen gekozen heeft voor meer zelfbeschikking.

Guy Leemans