Dubbelinterview Magda Michielsens & Walter Angioletti

Hardleerse Franstalige beeldvorming Mise au Point viseert Vlaanderen

Einde 2007 veroorzaakte Yves Leterme heel wat ophef toen hij de RTBF vergeleek met de Rwandese haatzender ‘Mille Collines’. De anti-Vlaamse hetze op de Franstalige openbare omroep zat de toenmalige oppositieleider hoog. De RTBF blijkt hardleers. Dat leert ons het onderzoek van Magda Michielsens en Walter Angioletti naar ‘Mise au Point’, de Franstalige evenknie van De Zevende Dag.


Hoe zijn jullie er toe gekomen om Mise au Point onder de loep te nemen?

Magda Michielsens (MM): Wij kijken al vele jaren naar de debatprogramma’s op de RTBF. Heel lang, zelfs in een ver verleden toen we nog in Brussel woonden. We hebben ook al veel mediaonderzoek gedaan, vooral over discussieprogramma’s. Eind juni beslisten we Mise au Point te bestuderen. We hadden net een groot onderzoek achter de rug en hadden in de zomermaanden onze handen vrij. De lange regeringsonderhandelingen van 2010-11 waren in Mise au Point het hele seizoen aan de orde geweest. We hadden al kijkend vaak gezegd: “Dat kunnen ze toch niet maken!” Het was een mooie ‘case’ om nader te bekijken. Walter en ik hebben er 4 maanden intensief aan gewerkt. Ondanks onze vertrouwdheid met de berichtgeving op RTBF had Mise au Point ons dit jaar extra geschokt. We wilden beter begrijpen wat er in dat programma eigenlijk gebeurde. Van de algemene impressie tot in de details.

Hoe zitten de uitzendingen in elkaar?

Walter Angioletti (WA): Het seizoen 2010-2011 is opgebouwd volgens een vast stramien. In ‘Revu et corrigé’ geven enkele mediafiguren, in hoofdzaak journalisten en cabaretiers, wekelijks hun commentaar op de actualiteit. Zij kiezen ook hun ‘top’ en ‘flop’ van de week. Vaste waarde in dit onderdeel is cartoonist Pierre Kroll, die hierdoor mede een stempel drukt op het programma, veel meer dan alleen door zijn tekeningen. Na dit luchtig onderdeel volgt telkens het eigenlijke debat, waarin vooral politici, maar ook journalisten, professoren en vertegenwoordigers van het middenveld discussiëren over de politieke ontwikkelingen. Tijdens dit debat worden regelmatig spotprenten van Kroll vertoond. In de rubriek ‘L’Indiscret’, tot slot, krijgt een vooraanstaand politicus een forum om gedurende een 10-tal minuten zijn visie op de actualiteit geven – dit deel hebben we niet geanalyseerd. Het geheel wordt gepresenteerd door Olivier Maroy en Thomas Gadisseux. Het publiek kan via e-mail of sms zijn mening geven. Die boodschappen schuiven tijdens het programma onderaan door het beeld. Soms worden ze ter bespreking voorgelegd aan de gasten door Thomas Gadisseux. Dat is de vaste formule. Van de 39 uitzendingen in het seizoen 2010-2011 hebben we er 23 die gingen over de regeringsvorming geanalyseerd.

Hoe pakten jullie het aan?

(MM): We hebben de opnames van alle uitzendingen over de regeringsvorming zorgvuldig ontleed. Na herhaaldelijk gekeken te hebben (een soort close reading), formuleerden we 12 krachtlijnen: clusters van uitspraken rond eenzelfde idee dat regelmatig terugkwam. We letten niet enkel op de feitelijke inhoud van de boodschappen, maar ook op de hele setting en het verloop van de interacties (beeldregie, illustraties, taalgebruik, lichaamstaal, onderbrekingen). Met onze 12 krachtlijnen en onze andere aandachtspunten turfden we al het materiaal. Dat is nu eenmaal de manier waarop je media-analyses doet. Het is monnikenwerk.

We verzamelden niet enkel al onze data om er vervolgens conclusies uit te trekken. We creëerden ook beeldfragmenten – meer dan 500 – en maakten collages van die fragmenten voor elk van die 12 krachtlijnen. Zo kunnen we onze data tonen en kunnen lezers – of kijkers – van onze studie zelf zien wat er over Vlaanderen, N-VA, Bart De Wever of CD&V wordt gezegd, door de presentatoren, door politici of experten, of door het publiek. Wij hebben gepuzzeld en daarna beschreven wat dat oplevert, maar we laten de lezers toe dat ook voor zichzelf te doen. Die collages en onze bevindingen publiceerden we op www.Vlaanderenscherpgesteld.be. Men kan er de beeldfragmenten zien op basis waarvan wij onze besluiten hebben geformuleerd. Elke kijker kan zelf oordelen.

Wat kwam er uit de bus?

(WA): De anti-Vlaamse teneur van de uitzendingen is heel sterk. De RTBF is een openbare omroep, waarvan men objectiviteit en gebalanceerdheid mag verwachten. Er komt echter een beeld van Vlaanderen naar voren dat menig Vlaming niet zal herkennen. We weten dat de Franstalige politici niet akkoord zijn met wat Vlamingen willen, anders zouden de onderhandelingen niet zo hebben aangesleept. Die politici en ook de andere gasten mogen uiteraard zeggen wat ze willen. Het pijnlijke is echter dat de negativiteit tegenover Vlaanderen georchestreerd naar voren komt. Uit de geschreven pers van de hele week wordt er geoogst, dat wordt in al zijn vijandigheid week na week met de nodige dramatiek op tafel gelegd, daar worden de gepaste gasten bij uitgenodigd, de nodige cartoons aan toegevoegd, de drek vanuit het publiek onder geschreven, en voilà Vlaanderen staat er weer: nationalistisch, irrationeel, collaborerend (met wie?), niet bereid tot compromissen, aansturend op chaos…

De afzonderlijke hatelijke uitspraken over Vlaanderen en Vlamingen zijn schokkend. In Vlaanderen zijn er nog veel mensen die niet goed beseffen hoe sterk de anti-Vlaamse teneur onder Franstaligen kan zijn. In Mise au Point kan men dat beluisteren, en Vlamingen moeten dat weten. We hebben trouwens de teksten uit de fragmenten vertaald opdat ze goed zouden kunnen begrepen worden. Wat echter vooral aanstoot geeft is het samenspel, gestuurd, ondersteund en versterkt door de programmamakers om Vlaanderen neer te zetten als de tegenstander. We hebben dat het “Zij-Wij”-denken genoemd. De systematische constructie van een vijandbeeld.

Het ging niet om enkele uitschuivers?

(MM): Neen, de aanpak heeft alle kenmerken van een gerichte campagne.Telkens wordt er gedacht in termen van “wij Franstaligen” tegenover “zij, de Vlamingen”. Er worden graag algemene kenmerken van Vlamingen opgesomd die niemand graag op zijn of haar rug wil schrijven en ze betreffen zeker niet alleen de N-VA. De beschadigingen van Bart De Wever komen van alle kanten. De veronderstelde onwil van N-VA om een akkoord te sluiten is een steeds terugkerend thema. In verband met Bart De Wever en N-VA is het taalgebruik vaak heel beeldend: de bazoeka’s, bommen, oukazes vliegen door de lucht. Merkwaardig is ook het losweken (déscotcher) van CD&V. Op deze partij wordt warm en koud geblazen. Ze moet en zal de N-VA loslaten. In een afzonderlijke collage laten we zien dat er in Mise au Point hard werd aan gewerkt. Het geheel zit in een format waarin geen echt debat kan gevoerd worden. De stem van het volk krijgt vrij spel, in al zijn hatelijkheid.
Kan je in het geval van Mise au Point spreken van een demoniseringscampagne?

(WA) Demonisering van Bart De Wever is er zeker. Maar er is meer aan de hand dan de demonisering van een persoon. In kritieken achteraf wordt ons kwalijk genomen dat wij geen onderscheid maken tussen de aanvallen op Bart De Wever en de N-VA enerzijds, en op de Vlamingen en Vlaanderen anderzijds. Ons punt is echter juist het tegenovergestelde. Wij menen dat Mise au Point zijn afkeer tegen de N-VA en Bart De Wever laat uitstralen op geheel Vlaanderen, en dat zijn “Zij-Wij” denken slaat op Vlaanderen. Steeds opnieuw betrappen we de centrale deelnemers daarop, en we tonen in de fragmenten hoe sterk het “Zij-Wij” denken is, waarbij die “Zij” niet de N-VA betreft, maar “de” Vlamingen. Eén van de actiefste deelnemers, de huistekenaar Kroll, die zich zo verzet tegen “het” nationalisme, zegt letterlijk “mijn land is het francofone België”.

Er wordt ons kwalijk genomen dat we over “haat” zouden spreken. In onze teksten spreken we van “de constructie van een vijandbeeld”, en in Knack zeggen we “Als je wilt weten hoe een haatcampagne werkt, dit is een goed voorbeeld’”. Deze begrippen – constructie van een vijandbeeld, haatcampagne – zijn vertrouwde begrippen in de politicologie. Het zijn beschuldigende begrippen die graag gebruikt worden in progressieve milieus tegen hun tegenstanders, de begrippen zijn goed gekend.

Het woord “haat” is in de titel van het eerste Knack-artikel gebruikt, en dat suggereert een idee dat wij niet delen, het idee van haatgevoelens. Wij spreken ons niet uit over eventuele haatgevoelens van de deelnemers in een Mise au Point-debat, we kunnen niet in de hoofden (of harten) kijken van die mensen. Als de RTBF zich verweert dat zij geen haat of haatgevoelens hebben of propageren, dan nemen wij dat gerust aan. Evenwel, “de constructie van een vijandbeeld” alsook de deelname aan een “haatcampagne” zijn geen gevoelskwesties maar wel beredeneerde keuzes (laat ons hopen).

Maar het is toch maar ‘om te lachen’?

(WA): Dat beweren de makers van Mise au Point. Maar humor is niet meer onschuldig als je het keer op keer en selectief gebruikt. Dat deed Mise au Point tegenover de N-VA, Bart De Wever en in die periode ook de CD&V. De andere Vlaamse, laat staan de Franstalige partijen, bleven buiten schot. Ook hier geldt dat beelden meer zeggen dan woorden. We hebben dat op de webstek van onze studie uitgelegd. De campagne tegen zondebok De Wever bijvoorbeeld werd in Mise au Point visueel ondersteund door achtergrondfoto’s en spotprenten, waarop en waarin de N-VA voorzitter meestal niet van zijn beste kant te zien was. De beelden werden gekozen om afkeer op te wekken. De ene keer werd De Wever afgebeeld met een grimas, de andere keer als een bloot varkentje. En ga zo maar door. Zo werd hij gaandeweg als het ware ontmenselijkt. In de studio werd daar dikwijls hartelijk om gelachen, maar eigenlijk is het een perfide strategie. Je schijnt individuele uitspraken te minimaliseren?

(MM): Er zijn veel uitspraken waar ik zwaar aan til. Wil je voorbeelden? Olivier Maroy complimenteert Christophe Deborsu over zijn reportage over Bart De Wever (Question à la Une), waarin het graf van vader De Wever werd gefilmd, als opstapje naar de vermelding dat grootvader De Wever lid was van het VNV, en vervolgens beelden werden getoond van collaborateurs in uniform. Als Guy Verhengel zegt dat het filmen van het graf ongepast was antwoordt Maroy dat het toch maar enkele seconden duurde. Er is in de pers veel te doen geweest over die reportage, met zijn grote nadruk op collaboratie. Maroy vindt het nodig om het werk van zijn collega Christophe Deborsu te bejubelen.

Professor René Zayan (UCL) schetst in Mise au Point van 26 september 2010 een psychologisch profiel van Bart De Wever. Wat Zayan doet  – tot vertier van de aanwezigen en de kijkers – is karikaturaal en deontologisch onaanvaardbaar.

Schrijver Patrick Roegiers beweert: ‘Het is een buitengewoon theatraal personage, tegelijkertijd bijzonder gevaarlijk, want hij is uiteraard de sluwste mens ter wereld’. Roegiers identificeert De Wever verder met ‘een germanofiel Vlaanderen, een puristisch Vlaanderen, een integristisch Vlaanderen’. Hij verwijt De Wever zelfs een ‘revisionisme light’, tot onvrede van de aanwezige Marc Reynebeau die dit stellig tegenspreekt. Eenmaal je iemand als zodanig hebt afgeschilderd, wordt het gemakkelijk om je doelgroep te overladen met doemscenario’s. De boodschap was: als Bart De Wever aan de macht komt, is het hek van de dam. Als je die boodschap er bij je doelgroep op allerlei mogelijke manieren inpepert, wordt ze voor je doelgroep een geloofspunt of in alle geval een vaststaand feit.

De cineast Jaco Van Dormael zegt naar aanleiding van de Vlaamse eisen voor staatshervorming: ‘Gedurende een hele eeuw was het de revolte van de armen tegen de rijken, en nu komen we bij de revolte van de rijken tegen de armen.’ Het is zijn interpretatie van de gevraagde staatshervorming: Vlaanderen wil niet meer solidair zijn.

PS-vice-president Philippe Moureaux is verschillende keren de straatvechter van dienst. Hij scheldt liberalen en ondernemers uit met argumenten die je enkel in de late uren op café verwacht te horen. En om de Vlaamse vloedgolf in te dammen beveelt hij aan zich in te graven in loopgrachten. Hij probeert ook de Franstaligen te doen beseffen hoe verschrikkelijk het is dat de Vlamingen hun ‘leadership’ aan Vlaams nationalisten hebben verleend.

Ik was ook verbaasd over de vele agressieve interventies van Ecolo-politici. Ik was mij daar van tevoren niet zo van bewust. Er zijn ook de individuele uitspraken die – achteraf gezien – afbeeldbaar zijn op het verloop van de onderhandelingen, zonder dat ze gebracht worden als expliciete beslissingen. Jean-Marc Nollet (Ecolo) bijvoorbeeld zegt op 9 januari 2011:  ‘Ik zeg het vandaag heel duidelijk: Wij verwachten niets meer van de N-VA.’ Dan al. Paul Magnette (PS) zegt op 25 mei 2011:  ‘Ik denk dat het het beste is om te doen alsof we ze [N-VA] niet horen en serieus verder te werken.’ Het einde is in het zicht.

Wat hoopten jullie met jullie onderzoek te bereiken?

(WA): Mediaonderzoeken kunnen effect sorteren. Dat hebben we bij eerdere studies goed ervaren. In dit geval is vooral de discussie belangrijk. En die is enorm geweest. We hebben ondertussen een overzicht van de reacties aan de website toegevoegd. Veel Vlamingen hebben de voorbeelden en de argumenten gezien van wat ze zelf aanvoelden als ze naar het programma keken. Anderen, die geen Mise au Point-kijkers zijn, hebben de collages met verbazing en ongeloof bekeken. Er zijn natuurlijk ook mensen – gewone kijkers en ‘experten’ – die enkel reageren op de titel van het artikel dat over het onderzoek in Knack is verschenen en vinden dat het niet waar KAN zijn. In de meeste gevallen hebben ze niet goed naar onze voorbeelden gekeken en onze teksten niet gelezen.

Op de Franstalige fora hebben we ook gezien dat vaak de argumenten om onze bevindingen te weerleggen eerder bevestigingen zijn dan weerleggingen. Er werd ook opgemerkt dat de VRT ook boter op het hoofd zou hebben. Wij voelen ons niet aangesproken. Tenslotte hebben wij Mise au Point en niet De Zevende Dag geanalyseerd. We vragen ons wel af of het door De Zevende Dag zou mogelijk zijn om een seizoen lang de bedoelingen van Elio Di Rupo in twijfel te trekken, potsierlijke karikaturen, een uitgesproken negatief psychologisch profiel inbegrepen, met als toemaatje de inbreng van bloggers die de Franstaligen afschilderen als een achterlijke reactionaire neomarxistische extremistische bende. De VRT-berichtgeving is misschien in vele bedjes ziek, maar dat doet ze gelukkig niet.

Guy Leemans

Dr. Magda Michielsens is voormalig professor Vrouwenstudies aan de Universiteit Antwerpen. Onderzoek over beeldvorming in de media is een van haar specialisaties. Samen met Walter Angioletti, ingenieur informatica, blijft ze de media kritisch opvolgen.

www.moh.be
www.vlaanderenscherpgesteld.be