Een strafhof voor de verliezers en de zwakken?

Het Internationaal Strafhof werd door de Verenigde Naties opgericht in 1998, maar ging pas echt van start op 1 juli 2002 – al duurde het ook dan nog even vooraleer het echt operationeel werd. Het is gevestigd in Den Haag, en spreekt zich uit over misdaden begaan tegen de menselijkheid. Tenzij de daders Amerikanen, Russen of Chinezen zijn. Of als de gruwel in Syrië gebeurt.

pp. 6-7 - ill. 1 Wie iets wil zeggen of schrijven over het Internationaal Strafhof kan er niet onderuit om eerst twee opmerkingen tussen haakjes te plaatsen, kwestie van misverstanden te vermijden. Dus:

Tussen haakjes één. Het Internationaal Strafhof mag niet verward worden met het Internationaal Gerechtshof, eveneens gevestigd in Den Haag, dat geschillen tussen staten moet beslechten. Het Internationaal Strafhof berecht personen.

Tussen haakjes twee. Het Internationaal Strafhof mag niet verward worden met gerechtshoven die werden opgericht om vervolging in te stellen in welbepaalde conflicten. Zoals het Joegoslaviëtribunaal (ook al in Den Haag) of het Rwandatribunaal (dat in de Tanzaniaanse stad Arusha zetelt) die zich alleen uitspreken over misdaden die begaan werden in deze conflicten.

Bevoegdheid

Het Internationaal Strafhof spreekt zich uit over zaken die te maken hebben met volkerenmoord (genocide), misdaden tegen de menselijkheid en in de toekomst mogelijk ook over agressie. Misdaden dus zoals deportatie van mensen, martelen, verkrachting, mensen doen ‘verdwijnen’, slavernij, … Daarbij maakt het niet uit of de misdaden al dan niet in een oorlogssituatie werden gepleegd. Maar ook het berechten van oorlogsmisdaden zelf behoort tot de taak van het Hof. Tot de oorlogsmisdaden – misdaden dus die begaan werden in het kader van een internationale oorlog of een burgeroorlog – behoren o.m. bewuste aanvallen op de burgerbevolking, het vermoorden van soldaten die zich overgaven of gevangen werden genomen, het gebruik van gifgassen e.d.m.

pp. 6-7 - ill. 2
Enkele voorbeelden van zaken die niet tot haar bevoegdheid behoren zijn daden van terrorisme en ook alle druggerelateerde misdrijven.

Ook kan het Hof zich niet uitspreken over misdaden begaan voor 1 juli 2002. Leopold II en enkele van zijn nazaten hoeven zich dus geen zorgen te maken.

Leden

123 landen, waaronder alle landen van de Europese Unie, hebben het verdrag waarin de taken en bevoegdheden van het Hof zijn vastgelegd, geratificeerd.

Voor de optimisten onder ons: dat is zowat 2/3 van de internationaal erkende landen.
Voor de pessimisten onder ons: dat betekent dat nauwelijks de helft van de wereldbevolking onder de bevoegdheid van het Hof valt.

Want tot de landen die het verdrag niet hebben geratificeerd behoren enkele grootheden, zoals de Verenigde Staten van Amerika, China, India en Rusland. Ook Israël is een notoir niet-lid, Palestina is sedert begin dit jaar dan wel weer lid. En om het nog wat ingewikkelder te maken: sommige landen zijn geen lid maar steunen het Hof wel. In praktijk betekent dit dat ze willen dat mensen die misdaden begaan die onder de bevoegdheid van het Hof vallen, berecht worden. Maar ook dat hun eigen onderdanen nooit voor het Hof kunnen gedaagd worden. Drie landen zetten nog een stap meer terug: zij herriepen hun eerdere handtekening onder het verdrag, waarmee ze te kennen geven geen enkele verplichting meer te aanvaarden ten aanzien van het Internationaal Strafhof. Een opmerkelijk trio overigens: VSA, Israël, Soedan. Dit laatste land nam die maatregel nadat haar president al Bashir aangeklaagd werd voor oorlogsmisdaden begaan in Darfur.

Complot tegen Afrika?

Zoveel is dus wel duidelijk: de grootmachten willen niet het risico lopen dat hun landgenoten door een onafhankelijke internationale rechtbank worden veroordeeld. Al vinden ze ook dat inwoners van andere landen dat lot wel verdienen.

Vandaar dat sommigen het Internationaal Strafhof vooral zien als een Hof dat niet noodzakelijk de grootste misdadigers berecht, maar de zwakkeren en de verliezers. In Afrika heerst het gevoel dat het Hof vooral Afrikanen aanpakt. Wie het lijstje overloopt van de zaken die het Hof behandelde of behandelt, kan dat gevoel wel begrijpen. Lopende onderzoeken betreffen o.m. Libië, Soedan (Darfur), de Democratische Republiek Congo, Mali, Ivoorkust, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Oeganda. Ook de huidige Keniaanse president werd door het Hof gedaagd, maar vrijgesproken.

Verdedigers van het Hof wijzen er dan weer op dat zoveel zaken uit Afrika op de rol staan omdat op dat continent een vergaand systeem van straffeloosheid heerst.

Groot-Brittannië en VSA

Of het Hof ook onderdanen van een groot land zal durven berechten valt af te wachten. Interessant is in dit verband het verkennend onderzoek dat het Hof voert naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Britse onderdanen in Irak. Met name het mogelijk systematisch folteren van gevangenen wordt onderzocht. Irak is geen lidstaat van het Hof, Groot-Brittannië is het wel, en dus kunnen Britse onderdanen door het Hof worden berecht.

De positie van de Verenigde Staten van Amerika is op pp. 6-7 - ill. 3zijn zachtst twijfelachtig te noemen. Bill Clinton ondertekende destijds het verdrag, maar deed verder niets. President George W. Bush was een onverkort tegenstander. President Barack Obama hinkt, zoals hem wel eens meer overkomt, op twee benen. Enerzijds probeert hij de relatie met het Hof te verbeteren, anderzijds waakt hij er scherp over dat ‘het Hof niets kan ondernemen dat de Amerikaanse buitenlandse belangen kan schaden’. En Obama is geenszins van plan een initiatief te nemen dat kan leiden tot een ratificering door het Congres van het verdrag dat het Hof erkent.

Nieuwe onderzoeken

Tot nu toe behandelde het Internationaal Strafhof, zoals eerder gezegd, nagenoeg uitsluitend Afrikaanse zaken. Daarin lijkt verandering te komen, want tot de zaken die in (voor)onderzoek zijn behoren o.m. Afghanistan, Colombia, Honduras, Irak, Oekraïne en, jawel, Palestina.

Maar ook dan blijven er opmerkelijke hiaten. Zo dacht u misschien dat er in Syrië en omgeving wel een en ander gebeurt dat lijkt op zware misdaden tegen de menselijkheid. Toch zal het Hof daar niet naar kijken, want Rusland en China hebben hun macht in de VN-Veiligheidsraad gebruikt om te verhinderen dat het misdaden die begaan werden in Syrië kan onderzoeken.

De grote zwakte van het Internationaal Strafhof ligt dus niet op de eerste plaats in de onderzoeken die het voert, of in de zaken die het effectief behandelt. Wel op wat het niet doet, en vooral niet mag doen.

Want nu vallen ongeveer drie miljard mensen onder het gezag van het Hof. De leiders van de zowat vier miljard anderen belijden met woorden hun geloof in de rechtsstaat, en hun verknochtheid aan de mensenrechten, maar in praktijk nemen ze hun onderdanen – en vooral zichzelf natuurlijk – in bescherming en gunnen ze zichzelf straffeloosheid, toch als het om zware misdaden gaat.

Gilbert Hubert