Eerste Wereldoorlog in jeugdromans

Er bestaat geen veld van eer

De jeugdliteratuur waarin de Eerste Wereldoorlog een rol speelt heeft in Vlaanderen pas sedert 1974 goed vorm gekregen. Aanvankelijk stond de Vlaamse beweging hierin centraal. In de jaren 1990 gingen de vredesidee en het pacifisme overheersen in de jeugdverhalen.

Dat is het besluit van een scriptie van Lennart Vandamme over de Grote Oorlog in Vlaamse jeugdromans. Vandamme besluit dat de jeugd geen boodschap meer heeft aan oorlogstaal. Maar des te meer aan pacifisme, vrede en de afwijzing van alle vormen van geweld. Ik heb dit persoonlijk kunnen vaststellen. Mijn recente vraag aan een groep leerlingen lagere graad middelbaar onderwijs ‘Wie van jullie zou nog de wapens opnemen voor dit land indien koning Albert II, premier Yves Leterme of Elio di Rupo dit met aandrang zouden vragen’ had alleen een lachsalvo tot resultaat.

Er is geen enkel gevoel meer voor waarden als vaderlandsliefde en dapperheid bij de schoolgaande jeugd. In de plaats daarvan zijn nu waarden als rechtvaardigheid en verdraagzaamheid gekomen. En dat is maar goed ook.

Tot in het begin van de jaren 1990 verhaalden jeugdschrijvers de waanzin van die Grote Oorlog vooral vanuit een Vlaamsgezind perpectief. De hoofdfiguren waren meestal geïnspireerd door de Frontbeweging en het activisme. Door personnages die zich afzetten tegen de achteruitstelling en de vernederingen van Vlaamse jongens aan het front. De boude bewering dat de Duitse bezetters in 1914 allemaal duivelse monsters, moordenaars en verkrachters waren, worden in de jeugdromans tot 1990 tegengesproken door individuele verhalen van Fritzen die ook een moeder en een vader hadden die thuis met vrees en hoop zaten te wachten. Altijd iemands vader, altijd iemands kind zingt Willem Vermandere. Ook het trieste Duitse soldatenkerkhof van Vladslo met zijn indrukwekkende beelden van Käthe Kollwitz vertelt dit eerder genuanceerd verhaal.

De Britse oorlogspropaganda daarentegen had het over Moffen die kinderen opaten en over bloed dat van de affiches spatte. De goedgelovige Britse bevolking beefde van afschuw en stuurde een hele generatie jonge mensen naar de dood in het door loopgraven verscheurde Europa. De vrees dat die goddeloze, wilde barbaren het Kanaal zouden oversteken werd er met alle mogelijke middelen ingeramd.

In de jeugdliteratuur over 1914-18 is er nergens sprake van de echte oorzaak van deze vreselijke oorlog, het grootste waanzinsdrama uit de geschiedenis. Zowat 40 miljoen soldaten uit de 5 continenten waren hiervan het slachtoffer. Zelfs 200.000 Chinezen kwamen hier dode lichamen bergen en puin ruimen. Geen enkele jeugdauteur heeft dit als thema gekozen. Niemand geeft enig inzicht in de concrete politieke en economische situatie bij het uitbreken van de Grote Oorlog. En dat geeft toch wel te denken. Vooral omdat dit alles tot op onze dagen doorwerkt. De Tweede Wereldoorlog is ontstaan uit de onvolmaakte vredesverdragen van 1918. Eigenlijk is het tweede millenium, met een schreeuw naar vrede overal ter wereld, daar al begonnen. Ook al zijn de oorlogsvelden nu verlegd naar Afrika en Azië.

Vandamme stelt dat de historische jeugdliteratuur in Vlaanderen nog in volle ontwikkeling is. Hét belangrijkste jaar voor de jeugdliteratuur bij ons is het jaar 1973.  Toen verscheen Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman. Het is niet alleen haar belangrijkste werk, maar ook de sleutel tot een meer moderne manier van schrijven voor de jeugd. Beckman heeft heel wat jeugdauteurs geïnspireerd om ook de recentere geschiedenis, of fragmenten ervan, als onderwerp te nemen. Voordien moesten auteurs zich baseren op dagboeken met de vreselijke detailbeschrijvingen van oud-strijders. Op Frontblaadjes van de Vlaamsgezinde activisten en filmdocumenten van iemand als Clemens de Landsheer.

Literatuur is fictie, of een gemengde vorm van fictie en realiteit. Behalve Willy en Geert Spillebeen – die al eens een ruimere context durven te gebruiken – beperken de auteurs zich meestal tot plaatselijke drama’s. Overigens krijgen de jeugdauteurs die vooral  de Vlaamse kwestie aansnijden, zoals Johan Ballegeer en Daan Inghelram, nogal wat kritische opmerkingen. Er wordt hierbij verwezen naar een lange rij wetenschappelijk-historische werken om aan te tonen dat de aangeklaagde taaltoestanden onjuist, of op zijn minst fel overdreven waren. Walen en Brusselaars, wordt er gezegd, begrepen het Frans van hun officieren evenmin. En bovendien verstond elke Vlaamse soldaat de waarschuwing danger de mort.

Het zijn opmerkingen die vooral tot doel hebben de acties en argumenten van de Vlaamsgezinde Fronters vanuit Belgisch politiek standpunt verdacht te maken. Terwijl het om veel meer ging.  Om onrechtvaardigheid en misleidende beloften bijvoorbeeld. Voor wat zijn die Vlaamse soldaten gestorven ? Hoewel niet expliciet is er bij Vandamme een zekere antipathie ten opzichte van de auteurs die de Vlaamse zaak centraal stellen. Hij  verwijst ondermeer naar volksschrijver Abraham Hans die in zijn verhalen onjuiste activistische propaganda zou hebben verspreid.

Los daarvan zijn er uiteraard andere – minder politiek geïnspireerde – motivaties om de Grote Oorlog als achtergrond te gebruiken voor een jeugdverhaal. Een auteur als Patrick Bernauw bijvoorbeeld heeft een voorkeur voor mysteries en geheimen uit het verleden. De realiteit van de oorlog is hier vooral aanwezig als decor.

In Met huid en haar van Marita de Sterck gaat het om relaties en conflicten tussen verschillende generaties die door de oorlog nog worden versterkt. Elisabeth Marain beschrijft in Het geweer de kinderlijke fantasiewereld en de schokkende gevolgen voor een kind dat ziet dat zijn vader voor zijn ogen wordt doodgeschoten.

Ook de legendarische voetbalmatch tussen Duitse en geallieerde soldaten op kertsdag 1914 komt meermaals aan bod. Dit ondermeer in Voetballen of vechten? van Herman van Campenhout, en in Célines grote oorlog van Johan Ballegeer. Een aantal auteurs hebben zich blijkbaar laten inspireren door De kleine vrede tijdens de Grote Oorlog van de Duitse journalist Michaël Jürgs. Centraal in  dit boek is Kertsmis 1914 toen de wapens even zwegen. De Vos bracht het verhaal van Jürgs overigens al voor zijn boek in het Nederlands vertaald werd.  Ook de aanwezigheid van Adolf Hitler aan het front en zijn afwijzing van het kortstondige vredesmoment van 1914 komt in meerdere jeugdromans aan bod. Maar niemand van de jeugdauteurs was er blijkbaar van op de hoogte dat ook Winston Churchill in die dagen op dezelfde vierkante kilometer slagveld in de buurt van Ploegsteert rond liep.

Het is vooral Willy Spillebeen die als door de wol gewassen romancier er in slaagt het leven in een Westvlaams dorp te beschrijven. In De andere oorlog wordt er minder getreurd om de dood van een mens dan om een paard of een muilezel. Het is eveneens Willy Spillebeen die in Zomer in Passendale iemand ‘sir’ Douglas Haig durft aan te klagen. Iedereen wist, schrijft Spillebeen, dat pronkhaan Sir Douglas Haig niet tegen het zien van bloed en geweld kon. Om een uniform vol medailles te torsen was hij sterk genoeg . Voor elke vierkante meter grond gaven 35 mannen hun leven. Haig liet tienduizenden nutteloos sneuvelen, terwijl hij zelf nooit een voet op de slagvelden heeft gezet. Moet je zo iemand oorlogsmisdadiger of massamoordenaar noemen ?

Om toch iets meer te kunnen ondergaan van de aanwezigheid van mensen uit verre landen in de Grote Oorlog kunnen we bij Kiplings Keuze van Geert Spillebeen terecht. Hierin worden de eerste gasaanvallen beschreven met de Australiër van Jungle Book in de hoofdrol. Diezelfde Spillebeen voert in Abdous oorlog de jonge Senegalese boer Abdou ten tonele. Bij de terugkeer in zijn dorp was hij geen held. Er werd ook niet getreurd om de makkers die nooit meer thuis zouden komen. Het was tenslotte maar een oorlog van de Fransen geweest…

Bij alle auteurs, van welke ideologische afkomst zij ook zijn, is er een afkeer voor het begrip oorlog. Er bestaat geen Veld van Eer. In geen enkele oorlog is er eer te behalen. Wat primeert is de hunker naar vrede en geluk, harmonie binnen het gezin, het dorp, de gemeenschap en ruimer, de wereld.

Opvallend is verder dat vrijwel alle jeugdauteurs, die de Grote Oorlog als onderwerp of als decor voor hun verhalen hebben genomen, West-Vlamingen zijn. Is het omdat West-Vlamingen nog dagelijks met 1914-18 geconfronteerd worden? Zij rijden door de landschappen die eens slagvelden waren, overal zijn er de vaak uitgestrekte soldatenkerhoven. De Eerste Wereldoorlog maakt nog deel uit van hun leefwereld. Het is bijna alsof die oorlog, net zoals in 1914-18, zich blijvend heeft teruggetrokken in de Westhoek. Vraag een Antwerpse jongere welke betekenis de rode papaverbloem heeft, hij zal de schouders ophalen. Voor West-Vlamingen daarentegen zijn de poppies nog altijd een symbool dat leeft.

Willem Persoon