Europese Unie als nieuwe voogd van Vlaanderen

Als er een natie gebaat is bij de Europese Unie, dan is het Vlaanderen. De EU is een solidair project dat ons voorbij naargeestig nationalisme brengt, richting wereldvrede. En niet te vergeten geeft de organisatie een aardige economische stimulans aan Brussel. Dit is in het kort hoe de meeste Vlamingen de EU rechtvaardigen. Het is een naïeve, ja kinderlijke instelling die op den duur funest is voor de zelfstandigheid van Vlaanderen.

Debat

Belgicisten kunnen blij zijn met Baudets verdediging van de natiestaat, maar vergeten dat België nooit een natiestaat geweest is.

Het is de grootste leugen van eurofielen, dat de EU nooit een politiek project is. Wie zegt dat een gedeelde munt niet politiek is, stelt eigenlijk dat er geen publiek debat over gevoerd dient te worden. Er mag geen afweging tussen bijvoorbeeld de economische baten van een gedeelde valuta en de culturele waarde van een eigen munt gemaakt worden. De zeggenschap daarover moet uit handen van het simpele volk gehouden worden. Een zeer arrogante houding tegenover de burger, die met zijn belastinggeld project Europa financiert.

In Nederland wordt tegen Europese bevoogding niet rancuneus geprotesteerd (stijl van de Waalse spoorwegen), maar is er een steeds feller debat over de (on)wenselijkheid ervan. Vaandeldrager van de eurosceptici is Thierry Baudet, een jurist met trekken van de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy. Hij doctoreerde dit jaar met een dissertatie getiteld De aanval op de natiestaat. Het is een vernietigende kritiek op supranationale organisaties, waaronder de EU. Niet minder belangrijk vanuit Vlaams-nationalistisch perspectief: Baudet verdedigt gepassioneerd de natiestaat.

Parlement

De EU imiteert natiestaten in dat het een parlement heeft, een regering en een rechtbank. Zo lijkt het alsof ook de EU een scheiding der machten heeft. Die scheiding is in een moderne staat van cruciaal belang, om machtsmisbruik te voorkomen. Naast de formele scheiding moet er vooral binnen het Europees Parlement diversiteit van mening zijn. Wanneer zowel Finse conservatieven als Portugese socialisten in het Europarlement zetelen, dan is het moeilijker om wetgeving door te voeren die één groep bevoordeelt.

De praktijk is echter dat het Europarlement een sterke consensus kent. Sociaaldemocraten, liberalen en christendemocraten verschillen van mening over het hoe en wat van Europese inmenging, maar zijn het er  over eens dat meer inmenging noodzakelijk is. Debatten in het Europarlement gaan dan ook meestal over technische zaken. De bestemming ligt al vast, men moet alleen de weg nog vinden.

Gelukkig keert het tij. Naast traditioneel eurosceptische partijen als Vlaams Belang, worden ook centrumrechtse partijen kritischer over project Europa. Niet dat het veel verschil maakt. Het Europarlement heeft geen recht van initiatief. Anders gezegd mag een Europarlementariër geen wetsvoorstel indienen. Er mogen hooguit amendementen toegevoegd worden aan wetten voorgesteld door de Europese Commissie. In plaats van waakhond te zijn, is het Europarlement een poedel die op commando van het baasje door de hoepel springt.

Vergeleken met regeringen van natiestaten is de Commissie een onneembaar fort. Waar in België 76 op de 150 stemmen door de Kamer van Volksvertegenwoordigers genoeg is om zijn regering naar huis te sturen, heeft het Europarlement een twee-derde meerderheid nodig. Maar mocht het ooit zo ver komen, dan zullen nationale regeringen druk uitoefenen om te buigen voor de Commissie. Wie de Commissie afvalt, zal er als lid van een nationale regering zelf nooit zitting in nemen.

Hof

Nog meer losgezongen van democratie en natie is het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat lijkt gezond: rechtspraak rechtstreeks beïnvloed door verkiezingen wil niemand. Het probleem met het Hof is dat het natiestaten aan zich ondergeschikt maakt. Bij een conflict tussen Europees en nationaal recht moet dit laatste wijken.

De verheffing van het Hof boven nationale rechtspraak zou redelijk zijn als hij zich beperkt tot schrijnende schendingen van de mensenrechten: bijvoorbeeld het opsluiten van mensen zonder proces. Maar zulk een beperkte rol ziet het Hof niet zitten. Het wil over alles een zegje doen. Baudet somt op waar het Hof zoal over besloten heeft: ‘stemrecht voor gevangenen, voorzieningen in het openbaar onderwijs, het beleid aangaande thuis bevallen, voorschriften met betrekking tot huiszoekingen en politieverhoren.’

Stuk voor stuk kunnen deze issues gerelateerd worden aan een mensenrecht. Onder de noemer van mensenrecht kan zowat alles verboden of verplicht worden. Er is geen enkele hiërarchie tussen rechten. Uit de lijst met rechten kun je niet opmaken of godsdienstvrijheid belangrijker is dan recht op lichamelijke integriteit. Toch moet bij conflicten – mogen joodse jongetjes besneden worden? – een keuze gemaakt worden.

Die keuze om het ene recht boven het andere te laten prevaleren, is politiek. Beslist een nationaal parlement over besnijdenis, dan is er democratische controle. Is de bevolking joden welgezind, dan zal zij bij de volgende stembusgang een verbod op besnijdenis bestraffen. Hakt een nationale rechtbank de knoop door, dan is er altijd de grondwet. Die is vaak specifieker over de belangrijkste rechten dan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en zoekt aansluiting bij wat er in de samenleving leeft. Dat is onmogelijk voor het Hof, dat over Griekse olijftelers én Britse bankiers beslist.

Zonder de controle door burgers en grondwet brengt het Hof een hiërarchie aan op basis van haar eigen politieke voorkeur. Die voorkeur is kosmopolitisch te noemen. Voor de Vlaamse zaak is dat zorgelijk. Vandaag wordt de taalstrijd in de Rand tussen Vlaanderen en Wallonië uitgevochten, morgen kan het Hof de Belgische wet opzij schuiven en van boven uit antinationalistische regels opleggen. Samen met andere EU-instituties dreigt het Hof de plaats in te nemen van België als bevoogdende, arrogante macht. Zet dit door, dan valt het Vlaams onafhankelijkheidsstreven plots een paar decennia terug.

Multiculturalisme

Wat nooit onderschat moet worden, is de invloed van cultuur op de geest – ook de geest die wetten maakt. De EU is voorbereid in de geest van politici door intellectuelen die de nationale cultuur hebben verworpen. In de plaats daarvan is er geen breed gedragen, substantiële Europese cultuur gekomen. Dat bleek uit de preambule van de (in 2005 gesneuvelde) Europese grondwet. Daarin kwam men niet verder dan algemeenheden als ‘humanistische tradities’ (meervoud!) en ‘universele waarden’ als gedeelde cultuur.

De EU is nu een multiculturele staat aan het worden, waarbij deze staat geen aansluiting vindt bij wat in de cultuur leeft, terwijl die aansluiting voor politiek van cruciaal belang is. Een volksvertegenwoordiger die de taal van zijn electoraat niet spreekt en geheel anders denkt over zaken als gelijkheid en recht op leven, zal niet gezien worden als iemand die voor het volk problemen kan oplossen. Het volk zegt dan haar vertrouwen in de politiek op. Als die politiek een sterke staat heeft, volgt dikwijls keiharde repressie. En hebben wij dat in Vlaanderen niet eerder gezien?

Vrede

Een democratisch deficit, dwingend multiculturalisme, juridische willekeur: we nemen het graag voor lief als het resultaat ‘nooit meer oorlog’ is. En dat heeft de EU mooi voor elkaar gekregen – zo is de gedachte. Ook deze mythe wordt door Baudet ontkracht. Europa dankt haar vrede niet aan de EU, maar aan de dreiging van de Sovjet-Unie – bij uitstek een macht die lak had aan het zelfbeschikkingsrecht van naties.

Baudet schrijft: ‘Verbaasd zijn over het feit dat de leden van de Europese Unie geen oorlog tegen elkaar hebben gevoerd in de jaren sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, is een beetje als verbaasd zijn dat leden van hetzelfde voetbalteam geen tackles op elkaar uitvoeren’.

Had het communisme niet bestaan en was de EU nooit opgericht, dan nog was langdurige vrede een reële mogelijkheid. Wij hebben dergelijke vrede namelijk eerder gehad, in de periode 1815 – 1914. Er ontstond toen incidenteel een oorlog – de bekendste, tussen Frankrijk en Pruisen in 1870 – 1871, kostte 350.000 mensen het leven -, maar het was weinig vergeleken met de vroege zeventiende eeuw. Toen stierf een derde van Duitsland in de Dertigjarige Oorlog. Juist in reactie daarop is de Vrede van Westfalen gesloten, waarbij de soevereiniteit van naties erkend is. Het nationalisme is geen oorlogszuchtige ideologie, maar komt direct voort uit het verlangen naar ‘nooit meer oorlog’.

Natiestaat

Uitzonderlijk aan Baudets boek is dat hij niet alleen de EU afkraakt, maar ook pleit voor herstel van de natiestaat, voor een politieke gemeenschap met duidelijke grenzen, niet vanuit vreemdelingenhaat, maar vanuit het besef dat mensen zich alleen inzetten voor iets wat hen nader aan het hart ligt. Vergelijk het met het gezin: we concentreren ons op onze eigen partner en kinderen, omdat die een groot deel van onze leefwereld opvullen. Dat impliceert geenszins superioriteitsgevoel naar andere gezinnen toe. Het is alleen een realistisch besef dat je slechts aan beperkte kring loyaal kan zijn.

Vlaanderen staat op een kruispunt in haar geschiedenis. De federale regering is ernstig verzwakt, de roep om Vlaamse onafhankelijkheid zwelt aan – getuige de opkomst van N-VA. Laat Vlaanderen deze kans niet verkwanselen door zich, eenmaal onafhankelijk, gelijk in de armen van de EU te werpen. Laat Vlaanderen zich opstellen als Zwitserland, Engeland en Denemarken: pro-Europa, en daarom terughoudend tegenover de Europese Unie. De beste vriend is immers geen eeuwige vleier, maar durft kritisch te zijn waar nodig.

Thierry Baudet, De aanval op de natiestaat (Uitgeverij Bert Bakker 2012), 456 pp. Verkrijgbaar bij de grotere boekhandel.

Rutger Schimmel