Filip gewogen en te licht bevonden

Wij leven in een democratische tijd. Het leek dan ook onwerkelijk hoe enthousiast Willem-Alexander afgelopen 30 april gehuldigd werd als koning der Nederlanden. Werd Beatrix in 1980 ontvangen met rookgranaten en stenen, Willem-Alexander kreeg uitgebreid applaus. En de critici zijn in tegenstelling tot toen geen woedende krakers die ‘Geen woning, geen kroning!’ schreeuwen, maar bedaarde intellectuelen die in Willem-Alexanders erfelijk koningschap een ‘democratische deficit’ zien. Ze staan in schril contrast met de talrijke critici van de Belgische troonopvolger Filip. Volk noch elite gelooft in de kroonprins, en met reden.

Toegegeven, het is niet makkelijk een Saksen-Coburg te zijn. De familie is nooit geliefd geweest bij de Vlamingen, alleen al om het parasitaire karakter van haar heerschappij. Voor Leopold I en II was België een vehikel naar grootsheid, respectievelijk als Europees vorst en als kolonisator in Afrika. Voor hun opvolgers faciliteert Belgisch koningschap een leven van champagnefeesten, mooie maîtresses en dure buitenhuizen.

Persoonlijkheid

Vlamingen ergeren zich evenzeer aan het koninklijk dedain voor de Nederlandse taal en de Vlaamse cultuur. Dit dedain werd afgelopen kerst herbevestigd door koning Albert II, die op weinig verhullende wijze de opkomst van de N-VA vergeleek met de opkomst van het fascisme in de jaren 1930. Het fascisme waarmee nota bene Leopold III tijdens de Duitse bezetting een innige affaire had.

Maar wie herinnert zich nog het fascisme van Leopold III, de Congolese genocide van Leopold II, de megalomane machtspolitiek van Leopold I? In een tijd met weinig historisch besef, hangt de populariteit van een koning meer af van persoonlijkheid dan afkomst. En de persoonlijkheid van Filip is niet bepaald charismatisch. Op zich geen grote handicap: grijze muis Herman Van Rompuy houdt het ook aardig uit als president van de Raad van Europa.

Een koning kan drie dingen doen om zijn positie te behouden: met gepaste distantie de politiek volgen, wijze woorden spreken op televisie en zich inzetten voor een apolitiek goed doel. Succes is niet gegarandeerd, overleven is wel waarschijnlijk. Laten we daarom Filip langs deze meetlat leggen om te zien hoe hij varen zal als vorst van het koninkrijk België.

Werk

Eerst de inzet voor een ‘veilig’ goed doel. Willem-Alexander heeft daar het goede voorbeeld gegeven. Na jonge jaren van wanprestaties op school en drankmisbruik bij de studentenclub, bouwde hij een succesvolle carrière op als lid van het Internationaal Olympisch Comité en voorzitter van de Adviesraad van Water en Sanitair bij de Verenigde Naties. Functies die hij zonder titel niet gekregen had, maar die ook niet bedeeld worden aan incompetente rijkeluiskinderen.

Het curriculum vitae van prins Filip maakt minder indruk. Hij heeft een fonds opgericht – uiteraard naar hemzelf vernoemd – om Belgische gemeenschappen te verenigen. Daarnaast is hij erevoorzitter van enkele andere Belgische staatsinstellingen. Met de namen gaan wij u niet lastigvallen – u heeft ze toch nooit gehoord en zult ze onmiddellijk weer vergeten, omdat ze zo weinig te zeggen hebben dat de kranten er nooit over berichten.

De minst obscure organisatie waar Filip erevoorzitter is, is de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel. Hij heeft er al aardig wat handelsreizen mee gemaakt. Daar heeft u dan wel van gehoord, omdat de prins erop toeziet dat de kranten en de koninklijke propagandakanalen uitvoerig berichten over zijn buitenlandse inspanningen. Terwijl handelsreizen standaard in het takenpakket zit van een kroonprins. De nieuwswaarde ervan is nihil. Als de directeur van de speelgoedfabriek gewoon zijn werk doet door af en toe in China met handelspartners over de nieuwe modelauto’s te babbelen, wilt u dan ook een uitgebreid verslag in de krant?

Waarom doet Filip niet meer dan het strikt noodzakelijke? Willem-Alexander werd een druk baasje door stimulering van zijn vader prins Claus, die weinig mocht ondernemen omdat hij als Duitser voor veel Nederlanders bij voorbaat verdacht was. Claus zat in een keurslijf, wat bijdroeg aan zijn depressie. Dat lot moest zijn zoons bespaard blijven. Hij stimuleerde ze te studeren en te ondernemen. Vandaag de dag werken de broers voor denktanks, internetbedrijven of eurocommissarissen. Niets van deze bedrijvigheid bij de Saksen-Coburgs. Filip heeft nooit meegekregen dat wie wilt leiden, eerst moet leren gehoorzamen.

Onwijze woorden

Filip is in de wieg gelegd voor een hoger leven, zo moet hij (ondanks zijn gebrek aan eigen prestaties) menigmaal gedacht hebben. Met een goed imago kan daarvan in ieder geval de illusie gewekt worden. Maar de kunst van het diplomatisch spreken, een tweede factor voor succesvol koningschap, is de kroonprins niet gegeven.

Op zijn handelsmissies heeft Filip zich verscheidene keren uitgelaten over de politieke koers van België. In november 2004 haalde hij in China uit naar het Vlaams Belang en de net tot de Vlaamse regering toegetreden N-VA: ‘Als die het land willen doen barsten, krijgen ze met mij te doen. En pas op, ik kan een taaie zijn’. Al enkele maanden later tekende hij een manifest dat het sociaal-economisch beleid van de regering fel op de korrel nam. Eerste minister Guy Verhofstadt verklaarde op diplomatische doch niet mis te verstane wijze dat dit de laatste keer was, anders was het weleens gedaan met de constitutionele monarchie.

De media smullen natuurlijk van zulke uitglijders, en vergezellen de kroonprins graag op zijn handelsreizen. Maar zij vinden in Filip geen vriend. Toen in 2006 de media beweerden dat hij totaal ongeïnteresseerd leek tijdens een missie naar Zuid-Afrika, verklaarde hij 2 journalisten tot personae non gratae aan het hof. Onder hen de hoofdredacteur van De Morgen Yves Desmet, zeker niet de minste. En alsof de media tot vijand maken niet genoeg is, joeg Filip in 2008 ook de Vlaamse ondernemers – de fiscale ruggengraat van België – in het harnas. Op het Wereld Economisch Forum liet hij hun receptie links liggen om Indiase zakenlui gezelschap te houden.

Politieke betrokkenheid

Filips toekomst ligt niet in handel, maar in politiek – de derde factor voor het overleven van de vorst. Aannemend dat hij niet gedegradeerd wordt tot protocollaire koning, moet hij zich als vorst bemoeien met regeringsformaties. Dat is allerminst een sinecure, zoals de 541 dagen durende formatie van 2010 toonde. België is een land met niet alleen verschillende partijen, ook verschillende naties binnen de grenzen. Een koning moet in dit politieke mijnenveld kunnen navigeren, vooral als zijn koningshuis niet bijster geliefd is en dus slachtoffer kan worden van politieke verschuivingen.

Voor het voortbestaan van de dynastie heeft koning Albert er belang bij Filip goed in te werken. De bejaarde vorst houdt zijn zoon echter verre van alle politieke besluitvorming. Filip probeert buiten zijn vader om met de politiek bekend te geraken door politici uit te nodigen voor informele diners, maar veel aanzien levert hem dat niet op. Het oordeel van heel de Wetstraat is dat van de gewezen hofmaarschalk Marcel Liebaers: ‘Hij kan het niet, hé. Een droevig geval’.

Koele minne

Als de consensus is dat Filip er niet klaar voor is, waarom is dan niet reeds besloten zijn koningschap puur ceremonieel te maken? De beer op de weg richting minder monarchie is uiteraard de Waalse particratie. De vorst is een van de weinige bindmiddelen van België, en zonder België geen transfers voor aan subsidie verslaafd Wallonië.

Toch verschuift monarchistisch links. De minne wordt koeler. Verklaarde PS’er Claude Eerdekens in 2000 nog dat het koning de laatste bescherming vormt tegen oprukkend ‘Vlaams imperialisme’, vorige maand wees de PS een N-VA-verzoek tot herziening van het koningschap af met slechts de pragmatische reden dat de energie beter gericht kan worden op de staatshervormingen.

Eenzelfde koelheid zien we bij sp.a. ‘In een homogeen land zou ik republikein zijn, maar niet in België’, zei Louis Tobback in 2001. Daaruit sprak al een puur opportunistische loyauteit aan de monarchie. Caroline Gennez acht de monarchie minder noodzakelijk. Als we nu de Belgische staat zouden oprichten, dan is er geen plaats voor een koning, stelde ze dit jaar in Knack. Vervolgens pleitte ze voor een ceremonieel koningschap.

Ook N-VA wil naar een ceremoniële monarchie – al rust Bart De Wever in de gedachte dat als Filip aantreedt, diens troon toch van ornamenten ontdaan wordt. Er bestaat redelijk grote overeenstemming tussen links en rechts als het gaat over de toekomst van de Belgische monarchie. Wat houdt de Vlaamse partijen dan tegen gezamenlijk te ijveren voor een ceremoniële invulling van Filips toekomstige ambt?

2014

De angst van de federaal regerende partijen is de moeder aller verkiezingen in 2014. N-VA stoomt af op een grote zegen, ten koste van de koningsgezinde CD&V. Met Filip als vorst en een herhaling van de formatie van 2010 in het verschiet, kan N-VA in samenwerking met sp.a., Groen en Open VLD de koning politiek buitenspel zetten. Constitutioneel is dat toegestaan, er staat nergens in de grondwet dat de informateur en formateur door de koning aangeduid moeten worden. En zonder een politiek actieve koning kan N-VA makkelijker de formatie naar eigen hand zeggen en confederalisme realiseren.

Filip loopt in deze situatie minder risico politieke fouten te maken, al heeft hij in een van zijn uitglijders beloofd op de troon al zijn grondwettelijke bevoegdheden te gebruiken. Voorkomt hij controverses rond zijn persoon en duikt er geen buitenechtelijke kind op (zoals Delphine Boël bij Albert II), dan kan Filip een tijd overleven.

Er is een prachtige Griekse mythe die getuigt van de verleiding én vloek van de troon. Als Damokles de tiran Dionysius bewonderend vertelt hoe gelukzalig de man is die het land beheerst, laat de alleenheerser hem op de troon zitten. Damokles wordt omringd door luxe, maar genieten kan hij niet: boven zijn hoofd hangt aan slechts een paardenhaar een groot zwaard. Bevangen in vrees smeekt hij Dionysius van de troon te mogen. Heeft Filip een gezonde intuïtie, dan zal hij evenzeer op de knieën gaan – al is het maar om gedegradeerd te worden tot koninklijke lintjesknipper.

Rutger Schimmel