Franstalige grondhonger blijft

Extra investeringen dringen zich op

Wie meent dat de ‘zuivere’ splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde de taalproblematiek in België zal oplossen, dreigt bedrogen uit te komen. Niet alleen valt af te wachten of deze ‘splitsing’ zonder schermutselingen door het federale parlement geraakt, ook andere builen etteren voort.

Rondzendbrief Peeters

Recentelijk kwam de rondzendbrief-Peeters – genoemd naar Leo Peeters (sp.a), voormalig Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden en ex-burgemeester van Kapelle-op-den-Bos – onder vuur te liggen. De omzendbrief van 1997 bepaalt dat burgers telkens een aanvraag moeten indienen om hun administratieve documenten, zoals een oproepingsbrief voor de gemeenteraadsverkiezingen, in het Frans te ontvangen.Waarom ligt de rondzendbrief nu weer onder vuur? Damien Thiéry (FDF), burgemeester van Linkebeek en één van de 3 rebelse burgervaders in de Vlaamse Rand rond Brussel, vroeg aan de Franstalige minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet of de federale taalwet van 1966 voorrang heeft op de vermelde rondzendbrief. Deze federale taalwet komt de Franstalige provocateurs namelijk goed uit. Volgens hun interpretatie van de wet kunnen de Franstalige inwoners uit de 6 faciliteitengemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem eisen altijd en overal door de lokale overheid in het Frans te worden bediend.  De Franstaligen in de rand voelen zich echter niet enkel gesterkt door de  verouderde wet. Het kwam hen bijzonder goed uit dat het Hof van beroep van Bergen de federale taalwet hiërarchisch hoger klasseerde dan de rondzendbrief. Dat de Nederlandstalige kamer van de Raad van State evenwel het tegendeel beweerde, werd door het Vlaamsvijandige Fédéralistes Démocrates Francophones (FDF) – en andere karakteriëlen – van de mat geveegd. Deze uitspraak kwam immers niet van een Franstalige rechter…

In haar antwoord op Thiéry gooide Joëlle Milquet olie op het vuur en maakte ze de volgende boude uitspraak: ‘Het taalgebruik is een federale aangelegenheid, maar wordt toegepast via de rondzendbrieven. Die rondzendbrieven mogen echter niet radicaal ingaan tegen de rechten die de federale wetgeving garandeert.’ Ten eerste is deze uitspraak compleet onjuist en ten tweede bemoeit Milquet zich met bevoegdheden die de hare niet zijn. Paul Van Orshoven, professor Publiek Recht (KU Leuven), verklaarde het volgende in het weekblad Knack:  ‘Wat Milquet zegt is eigenlijk nonsens. De interpretatie van een wet gebeurt geval per geval, tot verstandige mensen besluiten dat dit niet handig is en ze de interpretatie van die wet opschrijven in een rondzendbrief. De rondzendbrief-Peeters, met de beperkende lezing van de taalfaciliteiten, is vervolgens bevestigd door de Nederlandse kamer van de Raad van State. Het is dus onzin om te beweren dat de wet boven de uitleg van de wet staat.’ Met andere woorden: juridisch gezien heeft ze geen poot om op te staan.

Onverantwoordelijk en partijpolitiek

Dat was niet het enige opmerkelijke dat Milquet te vertellen had. Ze kwam meteen met een compromis voor de dag: Franstalige kiezers in de faciliteitengemeenten zouden bij de gemeenteraadsverkiezingen tweetalige oproepingsbrieven krijgen in afwachting van een nieuwe regeling. Deze directe aanval op de rondzendbrief-Peeters is een minister van Binnenlandse Zaken onwaardig. Een politiek spel met een communautair symbooldossier spelen getuigt alvast van een schrijnend gebrek aan verantwoordelijkheidszin.
Het FDF is wegens zijn breuk met de MR op zoek naar deze nieuwe spanningen. Daar leeft de extremistische francofone partij immers van op. Zonder communautaire agitaties in de Vlaamse rand, is er geen electorale nood meer aan het FDF. De andere Franstalige partijen doen immers vaak niet onder voor het FDF-taalimperialisme. Waarom probeert cdH’er Milquet het FDF dan te helpen? Een belangrijke reden moet de beoogde verzwakking van de MR van Charles Michel zijn. Het schisma met FDF heeft meer ideologische breuklijnen blootgelegd dan Michel wilde toegeven. Hij doet er momenteel alles aan om de zichtbare scheuring binnen zijn partij te verbergen. Joëlle Milquet speelt met het broze communautaire evenwicht een puur berekend partijpolitiek spel.

Vlaamse grond

Enkele politieke commentatoren – Bart Sturtewagen om er één te noemen – schrijven nu, na deze ontwikkelingen (en andere), lustig voort dat de strijd om de grond voorbij is:  ‘We moeten als open regio de sociologische realiteit aanvaarden en inwijkelingen moeten zich gedragen als loyale inwoners. (…) De strijd om de grond is voorbij.’ Voor het begin van het citaat is iets te zeggen, maar daarna verklaren dat de strijd om Vlaamse grond passé is, dat is natuurlijk reinste onzin. Met journalisten als Sturtewagen heb je soms geen krant als Le Soir nodig. Het gevecht is nog steeds bezig. Het zogenaamde ‘Plan B’ van de Franstaligen houdt in dat er een corridor moet komen tussen Brussel en Wallonië. Het Vlaamse Sint-Genesius-Rode zal bijgevolg altijd een politiek strijdtoneel blijven. Zonder Rode, geen corridor.

Niet alleen op gebied van taalwetten en rondzendbrieven zie je dit aanslepende conflict. Wanneer bijvoorbeeld Sabine Laruelle (MR), minister van Middenstand, de Orde van Architecten niet sec wil splitsen, zoals gevraagd door de Vlaamse architecten, dan heeft dit een reden. Laruelle vindt immers dat er naast een Nederlandstalige en een Franstalige orde, ook een Duitstalige moet komen. Dat is uiteraard niet zo belangrijk in deze context, maar bovendien wil ze een Brusselse Raad en een federaal bureau van de Ordes van Architecten. Dit natuurlijk om het allemaal wat makkelijker te maken voor de gewone architect. Daar stopt het overigens niet. De minister van Middenstand vindt dat architecten in de 6 Vlaamse faciliteitengemeenten het recht moeten hebben om bij de nieuwe Brusselse Raad aan te sluiten. Hiermee wil de politica de Franstalige traditie om voor de zoveelste keer het territorialiteitsbeginsel te negeren voortzetten. Deze 6 gemeenten maken deel uit van het Vlaams grondgebied en het is dan ook niet meer dan logisch dat architecten daar woonachtig zich moeten aansluiten bij de nieuwe Vlaamse Orde. Of is dergelijke logica enkel aan Vlamingen besteed?

Verfransing Vlaams-Brabant

Een andere reden voor de blijvende grondstrijd is de verfransing van de Vlaamse Rand en Vlaams-Brabant in het algemeen. De tactiek is simpel, maar uitermate doeltreffend: Eerst passen we overal het personaliteitsbeginsel toe, daarna proberen we dat gebied te annexeren. De sociologische realiteit begint bovendien in de rand wel heel precair te worden. Sommige scholen in Vlaams-Brabant zitten vol met anderstaligen. Uitschieters van 78 procent in een school in Sint-Genesius-Rode, van 77 procent in Vilvoorde en van 82 procent in Zellik (Asse) zijn al vastgesteld. De evolutie anderstalige leerlingen in de gemeentelijke basisschool De Kastanjelaar in Vilvoorde is typerend:

38% – februari 2008

46% – februari 2009

54% – februari 2010

57% – februari 2011

Op 3 jaar tijd is deze school getransformeerd en het betreft hier geen alleenstaand geval. Overal in Vlaams-Brabant wordt deze verandering vastgesteld. Weliswaar minder spectaculair dan in de Vlaamse Rand, maar ook hier is de ontwikkeling duidelijk merkbaar in statistieken. In heel de provincie steeg tussen 2008 en 2011 het aantal anderstaligen van 9,2 tot 11,5 procent.

Naast de stijging van het aantal ‘witte’ Franstaligen vestigen ook Brusselse allochtonen zich steeds vaker in de Vlaamse Rand. Dit alles heeft te maken met Brussel en haar hoofdstedelijke problemen. Door migratie en een fikse natuurlijke aangroei vindt er in onze hoofdstad een bevolkingsexplosie plaats met alle gevolgen van dien. Stijgende woningprijzen, stedelijke verloedering en overvolle scholen zorgen voor een stadsvlucht bij velen.

Hoe kunnen scholen in Vlaams-Brabant zich daar tegen bewapenen? Hun huidige middelen volstaan niet. Daarom moet de Vlaamse overheid hen extra ondersteunen om hun aanbod  taalonderricht Nederlands te verruimen. Taalverwerving is en blijft immers de sleutel tot maatschappelijke integratie.

Michel Cardon