Geen lekkers voor Vlaanderen

Vlaamse meerderheid wordt verder miskend

Dat Elio Di Rupo gevoel heeft voor het theatrale moeten we hem nageven, met de installatie van de federale regering op Sinterklaasdag. Alleen had de heilige weldoener voor Vlaanderen geen geschenken in petto. Vlaanderen telt in de regering Di Rupo I slechts 6 op 13 ministers. De Vlaamse meerderheid wordt verder buitenspel gezet.

KoenKartoon 2011

Keren we even terug naar 10 juni 2010. De krantenkoppen logen er niet om. Vlaanderen had gestemd voor een Copernicaanse verandering. Ook de Franstalige politici hadden de boodschap begrepen, althans voor de camera’s. Want achter de schermen stonden zijn, de PS op  kop, op een lijn met de systeembaronnen – zij die gebaat zijn bij een status quo of hoogstens wat gerommel in de marge. Het paleis ondersteunde dat scenario van meet af aan. Het kwam er op aan de N-VA te dumpen, maar dan wel zo alsof de partij zichzelf had gewraakt. Van scrupules was daarbij weinig sprake. Op 8 oktober 2010 werd Bart De Wever als ‘verduidelijker’ het veld ingestuurd. De toon was gezet, want zelfs de titel van ‘onderhandelaar’ werd de verkiezingsoverwinnaar niet gegund. Bovendien moest de N-VA voorzitter binnen een mum van tijd een voorstel afleveren. Dat werd met even bekwame spoed door de Franstaligen naar de prullenmand verwezen. De schijn werd even hoog gehouden, maar alras werd duidelijk dat het er enkel om ging de N-VA en De Wever te kraken.

Velen verwachten nieuwe verkiezingen, maar dat was weerom buiten de Franstalige partijen en de koninklijke entourage gerekend. Zij wilden die onder geen beding, uit vrees dat de N-VA daaruit nog meer garen zou spinnen. Het zat de koning zo hoog dat hij aan een onderhandelaar – volgens welingelichte bron Joël Milquet (CdH) – toevertrouwde dat hij zou weigeren een besluit in die zin te ondertekenen. Dat lees je zwart op wit in Koning zonder land van de Wetstraatjournalisten Steven Samyn en Marin Buxant. De koning maalde er dus niet om zijn politieke overtuiging te laten voorgaan op zijn grondwettelijke functie als neutrale scheidsrechter. Er is nog weinig veranderd sinds zijn broer koning Boudewijn weigerde de abortuswet te ondertekenen. Uiteindelijk slaagde de strategie om de N-VA te lozen. Met grote tevredenheid van koning Albert II werd een regering gevormd met een Franstalige meerderheid en een Vlaamse minderheid. Elio Di Rupo kan immers bezwaarlijk als taalneutraal worden beschouwd. Zo wordt de Vlaamse meerderheid op federaal niveau verder geminoriseerd. Want in de Kamer van Volksvertegenwoordigers zijn de Vlamingen al ondervertegenwoordigd.

Gewaarborgde vertegenwoordiging

Bij de verkiezingen voor de Kamer worden de Vlaamse stemmen systematisch ondergewaardeerd. Bij de laatste federale verkiezingen van juni 2010 vertegenwoordigen de 88 Vlaamse Kamerzetels bijna 4 miljoen stemmen, de 62 Franstalige zetels slechts 2.257.653. Bij toepassing van het democratische principe 1 man, 1 stem hadden de Vlamingen recht op 95, de Franstaligen op slechts 55 Kamerzetels.

Stemmen en zetelverdeling verkiezingen Kamer 2010

Stemmen % Zetels Stemmen/zetel
Vlamingen 3.953.606 63,65 88 44.927
Franstaligen 2.257.653 36,35 62 36.414
Totaal 6.211.259 100,00 150 41.408

Tegenover die afwijking van het principe 1 man, 1 stem ten gunste van de Franstaligen op federaal niveau staat de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen in Brussel. Bij de regionale verkiezingen van 2009 behaalden de Vlaamse partijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest slechts 51.818 stemmen. Omdat de Vlamingen in Brussel een gewaarborgde vertegenwoordiging hebben van 17 op de 89 zetels in het Brussels parlement, mochten ze 6 zetels meer innemen dan waar ze op grond van de uitslag recht op hadden.

Stemmen en zetelverdeling verkiezingen Brussels Parlement 2009

Stemmen % Zetels Stemmen/zetel
Franstaligen 372.398 88,75 72 5.172
Vlamingen 47.202 11,25 17 2.776
Totaal 419.600 100,00 89 4.715

De gewaarborgde vertegenwoordiging is dus voordelig voor de Vlamingen in Brussel, maar voor de Franstaligen op federaal niveau. Maar de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen in het Brussels parlement is de Franstaligen al lang een doorn in het oog. Niet alleen het FDF, maar ook Franstalige politieke zwaargewichten lieten hierover al hun ongenoegen blijken. In 2006 weet Elio Di Rupo, toen Waals minister-president het slecht functioneren van de Brusselse instellingen zelfs aan de gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging en pleitte hij voor de herziening ervan. Aangesproken op zijn mening hierover, hulde zijn Brusselse ambt- en partijgenoot Charles Piqué zich in een veelzeggend stilzwijgen. Enkele jaren later, in 2009, sprak ook MR-topman Didier Reynders zich hiervoor uit. Reynders was toen vicepremier, minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen in de regering Van Rompuy.

Geïnterpelleerd over de uitspraken van Reynders, wees toenmalig premier Herman Van Rompuy er fijntjes op dat de MR het systeem van gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel in 2001 zelf mee had goedgekeurd. En dat Louis Michel toen vicepremier en minister van Institutionele Hervormingen was. Van Rompuy plaatste de kwestie ook terecht in zijn bredere context. De Brusselse regeling, aldus Van Rompuy, maakt deel uit van een politiek evenwicht. Wie die regeling ter discussie stelt, moet beseffen dat de Vlaamse tegenpartij andere elementen in het fragiele evenwicht zal aanvechten, in de eerste plaats de Franstalige oververtegenwoordiging op federaal niveau – onder meer in de Kamer en de regering.

Vlaams fatalisme

Liet Herman Van Rompuy in 2009 nog zien dat hij haar op de tanden had, niets daarvan bij sp.a topman Johan Vande Lanotte. In juli 2011 trad Vande Lanotte de Franstalige visie op de gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel bij. Op 7 juli zei de huidige vicepremier: ‘De Nederlandstaligen gaan in de toekomst niet meer hun macht via de wet kunnen uitbouwen, maar via de uitslag van de verkiezingen. In een democratie moet je je macht halen uit verkiezingen en uit de allianties die je smeedt’. Het moet de Franstaligen als muziek in de oren geklonken hebben. Als professor staatsrecht zou Vande Lanotte toch moeten weten dat de gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel is gekoppeld aan de voor de Franstaligen voordelige zetelverdeling in de Kamer, om nog maar te zwijgen van de bijzondere meerderheden en alarmbelprocedures. Verzaken aan het een, is verzaken aan het ander. Dat lijkt logisch en rechtvaardig, maar blijkbaar niet voor Vande Lanotte. In het in oktober gesloten communautaire akkoord wordt weliswaar niet geraakt aan de gewaarborgde vertegenwoordiging en de pariteit in de Brusselse ministerraad. Maar zeg nooit nooit.

Vande Lanotte heeft aan de Franstaligen in ieder geval een duidelijk signaal gegeven dat sommige Vlamingen er nog altijd een lakeienmentaliteit op na houden. Want als Vande Lanotte consequent zou zijn met zichzelf, had hij tegelijkertijd de Franstalige oververtegenwoordiging en beschermingsmechanismen op federaal vlak moeten aankaarten. En de voortdurende Franstalige schendingen van de taalwetgeving op het terrein, zowel in Brussel als in de faciliteitengemeenten. Maar daarover houdt Vande Lanotte net als zijn Vlaamse collegae in de federale regering de lippen stijf op elkaar. Dat de 3 traditionele Vlaamse partijen zijn toegetreden tot een federale regering zonder Vlaamse meerderheid is een teken aan de wand. Ingewijden beweren dat de Vlaamse onderhandelaars hebben ingestemd met de ministerverdeling ‘omdat ze toch heel wat hadden bereikt en ze, nu ze zover waren geraakt, geen problemen meer wilden maken’. Dat zweemt naar fatalisme. Door die berusting hebben we nu ook een premier die er vooralsnog niet in slaagt om zich naar behoren in de taal van de meerderheid in dit land uit te drukken. Je kan er niet omheen: de Franstalige minderheid regeert.

Guy Leemans