De ‘Gouden Driehoek’ als alternatief?

We kennen uit de geschiedenis de Gordiaanse knoop. Hij was onontwarbaar totdat Alexander de Grote hem met één slag van zijn zwaard doorsloeg. Het moderne equivalent van de Gordiaanse is de ‘Belgische knoop’. Waar is de doortastende leider die hem vandaag niet met een houw van zijn zwaard maar – zoals het hoort in een moderne democratie – met een pennentrek ontwart? En die over de enge staatsgrenzen heen kijkt?


Het probleem van België zit hem in het antagonisme. Ook al bestaat onze federale staat uit 3 gewesten en 3 gemeenschappen, valt alles te reduceren tot de loopgravenstrijd tussen 2 grote entiteiten, Vlaanderen en Wallonië. Sommige pleiten ervoor Brussel en de Duitstalige Gemeenschap erbij te betrekken in een soort ‘vier-deelstaten-scenario’. Dat heeft geen zin omdat ze als kleintjes zouden aanleunen bij een van de 2 grote blokken. Daarmee is het antagonisme niet van de baan. Daarmee wordt de Belgische knoop enkel maar aangespannen.

Federalisme met 2 grote blokken werkt niet. Een federale staat moet rusten op meerdere min of meer gelijkwaardige deelstaten. De Bondsrepubliek Duitsland levert met haar 16 Länder of deelstaten het voorbeeld van een behoorlijk werkende federatie. Maar ze zou dat niet zijn, mocht ze zoals in een Belgisch ‘2 + 2 scenario’ bestaan uit 2 grote deelstaten, bv. Noordrijn-Westfalen en Beieren, en 2 kleintjes zoals de stadstaat Bremen en de kleine deelstaat Saarland. Wat niet zou lukken voor zo’n Duitse federatie, werkt ook niet voor België.

Verscheidenheid

In de jaren ’80 van vorige eeuw circuleerden er plannen van de Couwenberggroep voor een provinciaal federalisme. De – toen nog 9 – provincies zouden de bouwstenen vormen voor een Belgische federatie. Die denkpiste is verlaten. Misschien had het ook niet gewerkt omdat de provincies wellicht ‘partij’ zouden hebben gekozen voor de taal- en cultuurgemeenschap waartoe hun respectievelijk grondgebied behoort. We kunnen het niet weten, het model is nooit uitgetest, op de kortstondige periode van 1789-90 na, toen er zoiets bestaan heeft als een republiek die in de lingua franca van die tijd les états belges unies heette, de Verenigde Belgische Staten. Dat meervoud in de naamgeving beantwoordde aan de historisch gegroeide werkelijkheid van een grote verscheidenheid op eigen bodem.

Misschien ligt een deel van de oplossing juist in het meervoud, in de verscheidenheid, en tegelijk de samenwerking tussen de bouwstenen van zo’n verscheidenheid. Laten we de blik richten op de grotere economische en culturele ruimte waartoe België behoort. Een blik op de kaart van Europa leert ons dat België samen met Nederland en Luxemburg een driehoek vormt tussen de Noordzee en Frankrijk en Duitsland. Wil dat zeggen dat we het geheel van de Lage Landen negatief moeten definiëren als een entiteit die niet van Frankrijk en niet van Duitsland is? Nee, het feit dat deze relatief kleine ruimte niet is opgeslokt door Frankrijk of Duitsland wijst op een eigen onvervreemdbare identiteit. Een identiteit die zo rijk was in verscheidenheid dat ze ook intern verdeeld geraakte en zich in de oprichting van 3 kleine staten uitte.  In de loop van de 20ste eeuw werden deze er zich van bewust dat ze nauwer moesten samenwerken. In 1921 zag de Belgisch-Luxemburgse Economie Unie (BLEU) het licht. Ook de Benelux Economische Unie die in 1948 startte als een douane-unie en in 1958 overging in een heuse economische unie is in feite een erkenning van de voor de hand liggende verbondenheid van de 3 betrokken staten in Noordwest-Europa. Toch zijn deze 3 landen er nooit in geslaagd een duurzaam staatsverband te vormen. Sceptici zeggen dat Franstalig België niets moet weten van de Benelux. De vrees voor ‘dominantie’ van de Nederlandstaligen leidde tot het afschieten van de fusie KLM/Sabena. Die eeuwige vrees toch voor Nederland, die vooroordelen toch die de Belgische staat in de geesten heeft gehamerd.

Uiteenvallen

Waar naartoe in geval België ooit zou uiteenvallen? Een onafhankelijke  Waalse staat lijkt niet op eigen benen te kunnen staan, zeker niet met een armlastig Brussel erbij  (ook al vormt de stad internationaal gezien een prestigieuze trofee). Wel dromen Franstalige politici ervan om van Brussel une ville complètement francophone te maken, vanuit de upgrading tot volwaardig gewest waarin de gemeenschappen, en dus ook de Vlaamse gemeenschap, niets te zoeken hebben. Aansluiting van Wallonië bij Frankrijk? Mogelijk. Maar ook wenselijk? Voor Frankrijk biedt Wallonië het voordeel van schaalvergroting en een tikkeltje meer impact op het internationale forum. Maar is de bevolking van Wallonië ermee gediend? En Vlaanderen? En Brussel?

Lezenswaardig zijn de beschouwingen die professor Jan Rood aan de positie van de Lage Landen wijdde in het maandblad Internationale Spectator (januari 2011) van het vermaarde Clingendael Instituut in Den Haag  (www.clingendael.nl). Nederland is de 16e economie in de wereld of…. zoals hij zelf zegt:  ‘slechts de 16e economie in de wereld en het verschil met de echte economische grote mogendheden wordt alleen maar groter.’ Zelfkennis leidt tot bescheidenheid, maar vooral tot de wil om samen te werken, om zich te oriënteren op de buurstaten. Behalve naar Duitsland kijkt Rood ook onze kant op:  ‘Ook daarmee heeft Nederland historisch hechte banden, niet in de laatste plaats in Benelux-verband.’

Cluster

We kunnen er alleen maar bij winnen als de geesten in Nederland mee het pad zouden effenen voor versterkte samenwerking tussen de ‘Low Countries’. Dat hoeft niet uit te draaien op de stichting van één staat; zelfs op middellange termijn zou een confederatie of een federaal verband of een unie van staten al een optimistisch scenario zijn. Wat telt, is verdieping van de samenwerking: op economisch en handelsvlak zouden we de vruchten als burgers van de 3 genoemde staten kunnen plukken – overigens, zelfs de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen voelt met zijn 18 miljoen inwoners veel voor samenwerking met de Benelux –  en op cultureel vlak zouden we tegelijkertijd de positie van het Nederlands verstevigen in de EU.

Vlaanderen zou zich als lidstaat van de Europese Unie (EU) kunnen staande houden. Maar kleine lidstaten dreigen te verdrinken in een EU die alsmaar groter wordt. Met 6 miljoen inwoners is Vlaanderen groter dan Ierland of Denemarken, maar in een gemeenschap van 500 miljoen EU-burgers stelt dat nu ook weer niet veel voor. Kleine staten bundelen de krachten, of zouden dat kunnen doen, in een soort cluster. Kijk naar de Visegradlanden, de Baltische staten, in de toekomst misschien ook de staten van de Westelijke Balkan. En wie weet zelfs een statenbond van Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Luxemburg?

Waarom zouden de Franstalige Belgen het numerieke overwicht van de Nederlandstaligen moeten vrezen? Voelen de Franstalige Zwitsers zich niet in hun sas in de Confoederatio Helvetica? Wettelijke garanties voor de verschillende talen en behoud van de solidariteit binnen zo’n cluster van de Lage Landen zouden de vrees van de Franstalige Belgen voor een staatshervorming van België en het inpassen hiervan in een grotere socio-economische ruimte moeten wegnemen. Zo’n ‘Gouden Driehoek’ zou intern de communautaire en sociaaleconomische spanningen kunnen oplossen en extern meer gewicht verlenen aan zijn componenten.

Dirk Rochtus

Prof. dr. Dirk Rochtus doceert Internationale politiek aan de Lessius Hogeschool van Antwerpen.