Grexit mag geen taboe zijn

Het Griekse crisisboek heeft er de afgelopen weken een nieuw hoofdstuk bij gekregen. De parlementsverkiezingen van 6 mei maakten de politieke impasse nog wat groter. Een groot deel van de Grieken stemde op partijen die de opgelegde besparingen te draconisch vonden en kozen voor een grotere Griekse soevereiniteit tegenover de Europese Unie. Door de grote tegenstellingen mislukte de daaropvolgende regeringsvorming en bovendien kwam een regering van nationale eenheid niet tot stand. Omwille van deze mislukkingen op partijpolitiek vlak moet de Griekse burger terug naar de stembus op 17 juni.


De Griekse crisis domineert al maandenlang de binnenlandse en buitenlandse krantenkoppen, maar na veel gepraat over het eindspel lijkt dit nu echt te zijn ingezet. De last van de overheidsschuld en het oplopende begrotingsakkoord blijven de Griekse economie verlammen en de besparingen worden door de gewone Griek als onverbiddelijk  ervaren. De economie krimpt met een ratio van 8 %, de publieke financiën zijn niet meer onder controle en de algemene werkloosheid bedraagt bijna 20 %. De uitslag van de vorige verkiezingen en de nieuwe verkiezingen luiden mogelijk een exit uit de eurozone in. Waarom? Partijen als Syriza, de coalitie van radicaal-links, en kleinere communistische en nationalistische partijen, die tegen het Europese herstelplan zijn, hebben momenteel de wind in de zeilen. Hun stemmen komen van malcontente burgers die smullen van de anti-besparingsretoriek. Het anti-Europees sentiment flakkert als nooit te voren in het land dat bekend staat als de bakermat van de democratie. Indien de Griekse kiezer opteert om deze partijen nog te versterken in plaats van de traditionele partijen, die het akkoord met de Europese Unie (EU) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) mee hebben onderhandeld, dan zorgt dit voor problemen. De structurele hervormingen en besparingen geëist door de landen in de Eurozone komen immers in gevaar door deze nieuwe politieke verwikkelingen.

Zonder het beloofde geld van de EU en het IMF wordt het Griekse ‘bankroet’ wel zeer duidelijk. De uiterste leeflijn is immers op die manier doorknipt. In juni vindt normaal gezien de volgende storting vanuit de EU en het IMF plaats en laat het net op dat moment nieuwe verkiezingen zijn. Zonder dat geld kunnen Griekenland en haar openbare instellingen niet meer functioneren. Desalniettemin moet elk land dat meebetaalt aan het Europese herstelplan voor de Grieken zich evenzeer het volgende afvragen: gaan ze dat geleende geld ooit terugzien? Er is namelijk geen zicht op enig herstel van de Griekse economie en het geld dat nu door Griekenland geleend wordt, wordt gebruikt om de rentes op vroegere leningen terug te betalen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Econoom Geert Noels verwoordde het perfect: ‘Als men Griekenland helpt op deze manier, dat men het dan bij wijze van spreken met het budget van ontwikkelingshulp doet. Maar ze mogen niet zeggen dat het een financiële investering is waar we nog winst op zullen maken.’ Het mag gezegd worden dat geld gooien in een bodemloze put geen solidariteit is.

Zelfs als de Griek kiest voor de ‘juiste’ partijen zoals het centrum-rechtse Nea Dimokratia en er wordt een regering gevormd die de besparingsplannen wil blijven doorvoeren – wat geen zekerheid biedt dat dit echt zal gebeuren –  blijft de situatie uiterst volatiel. Enerzijds heb je de grote overheidsschuld die met elke minuut blijft aandikken, anderzijds een non-competitieve economie. De voormalige Griekse eerste minister Georgios Papandreou verwoordde het een paar maanden geleden correct: ‘Part of the problem in Greece was not only the debt and the deficit, but it was the fact that Greece was not a competitive economy. We were not a competitive economy. We were buying much more than we were selling, if you like, very simply.’ Hoewel het citaat in kwestie in de verleden tijd is geschreven, geldt dit nog altijd. De toenmalige Griekse regering verklaarde dat het Europese reddingsplan de Griekse economie ging redden goed wetende dat dit niet het geval zou zijn. Het heeft er enkel voor gezorgd dat de beademingsmachine niet werd uitgezet. Met andere woorden: de hete aardappel werd doorgeschoven.

Niet enkel de precaire economische situatie en de kwetsbare politieke toestand creëren  kopzorgen. De Griekse burgers zijn namelijk hun euro’s aan het weghalen bij de Griekse banken. Dit is al een tijdje aan de gang, maar de laatste weken zit deze evolutie in een stroomversnelling. Het is nog geen zogenaamde ‘bankrun’, maar het scheelt niet veel. We kunnen dit enkel omschrijven als een logisch gevolg. Want indien de crisis echt compleet is en Griekenland moet zich terugtrekken uit de Eurozone, dan zal de waarde van de heringevoerde Drachme logischerwijze niet dezelfde zijn als die van de Euro. Als dit particulier geld op de banken blijft staan, dan zal dit voor vele persoonlijke financiële catastrofen zorgen. Echter, door deze kleine ‘bankrun’ komt het Griekse banksysteem nogmaals onder druk te staan. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft dit systeem meermaals geholpen door leningen te geven, maar ook op dit gebied moet er een limiet bestaan op het geld dat de ECB hier in mag pompen. Deze limiet lijkt nu bereikt. Wat moet Griekenland doen om haar economie terug competitief te maken? Er is een oplossing die steeds meer terrein wint. Het extreme antwoord van de grexit wordt niet meer als negatief beschouwd. Gerenommeerde economen zoals Geert Noels en Johan Van Overtveldt laten duidelijk blijken dat een uitstap uit de Euro geen slechte optie zou zijn. Vooral Van Overtveldt neemt geen blad voor de mond: ‘Wat leert ons de geschiedenis inzake de alternatieven voor landen die verzeild raakten in situaties zoals die van Griekenland nu? Dat het nagenoeg onmogelijk is om uit die put terug op te klimmen zonder een enorme devaluatie van de munt. Alleen zo kan de buitenlandse vraag gecreëerd worden die minstens gedeeltelijk voor de compensatie van de gevolgen van de noodzakelijke interne sanering moet zorgen.’ Noels verkondigt hetzelfde, hetzij met enige terughoudendheid: ‘Een Griekse uitstap uit de Euro is wel een extreme oplossing, maar in tegenstelling met wat gezegd wordt, zou het de euro wel verstevigen. In Argentinië heeft men een parallelle munt gecreëerd om de crisis te overwinnen. Je zou hetzelfde kunnen doen in Griekenland met een nieuwe munt voor de binnenlandse markt, die je geleidelijk en gecontroleerd laat devalueren. Op die manier zou je de Griekse economie weer zuurstof geven.’ Niet alleen binnenlandse economen uiten deze opinie, ook het aantal buitenlandse topeconomen dat zich schaart achter deze visie groeit sterk.

Natuurlijk zal de overschakeling van de Euro naar de Drachme een grote kost met zich meedragen, natuurlijk zal dit bepaalde gevolgen hebben voor de markt in zijn geheel. Echter het gevreesde domino-effect naar landen zoals Spanje en Portugal wordt door sommigen als angststok gebruikt om deze oplossing te marginaliseren. Indien een grexit de enige uitweg is uit het moeras voor Griekenland, dan moet deze stap gezet worden. Het mag niet zijn dat omwille van het grootse Europese project, ever closer Union, een land steeds verder wegzakt richting de derde wereld. Laat gezond én economisch verstand zegevieren en niet de pro-Europese elite die haar geesteskind niet verzwakt wil zien.

Michel Cardon