‘Hij kwam pas vrij toen meer kanonnenvoer nodig was’

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden nogal wat jongemannen die zich niet in bezet gebied bevonden, gedwongen in dienst te treden, zo ook Hector D’Haene. Zijn zoon Godfried D’Haene (85) vertelt over een tragisch leven en de naweeën ervan. 

Wat was de afkomst van uw vader?

Zijn ouders waren gewone mensen, gezegend met wel 7 of 8 kinderen – het precieze aantal weet ik niet meer. Grootvader was glaswerker. De familie woonde in Wevelgem, waar het geslacht D’Haene al sinds mensenheugenis is gevestigd.

Toen de oorlog uitbarstte, was uw vader nog maar 17 jaar. Hoe kwam hij in het leger terecht?

Mijn vader was net als zijn vader glaswerker van beroep. Op het moment van de Duitse invasie was hij werkzaam in Frankrijk. Vluchten voor de bezetting hoefde dus niet. Hij is opgepakt en gedwongen opgenomen in het Belgische leger.

Hoe verging het hem aan het front?

Hij behoorde tot het voetvolk dat in de voorste linie de klappen opving. Drie jaar zat hij in de loopgraven, tot hij in 1917 bij Ramskapelle een gasaanval meemaakte. Het gas heeft zijn longen zo aangetast dat zijn rol voor de rest van de oorlog was uitgespeeld. In 1930 is hij aan de complicaties van die gasaanval overleden.

In het ADVN hebben we een kort schrijven gevonden van uw vader, gericht aan een kennis (zie onder, red.). Schreef hij ook geregeld aan jullie als gezin?

Helaas, dat is allemaal verloren gegaan. Het enige wat ons nog rest is een brief van Henri Bax uit Tilburg, Nederland. Deze Nederlander had aan het IJzerfront gediend, ik denk als verpleger. Toen mijn vader door het gas was bevangen, heeft Bax mijn grootouders per brief geïnformeerd. Later zijn we tevergeefs in Nederland naar hem op zoek gegaan.

De gasaanval werd uw vader jaren later fataal. Was zijn verdere leven een lijdensweg?

Hij heeft nog enkele jaren kunnen werken. In zijn laatste levensjaren moest hij omwille van zijn verslechterende gezondheid echter helemaal afhaken. Toen moest hij zich geregeld naar buiten haasten om naar frisse lucht te happen.

Had de oorlog ook mentale sporen achtergelaten?

Hij heeft zijn traumatische ervaringen nooit helemaal verwerkt. In zijn omgeving werd hij wel eens geestesziek geacht. Onze buren vertelden later dat hij in de tuin kaatste met mij – toen een zuigeling – als voorwerp. Dat klinkt rauw, maar de oorlog had vader ook geestelijk verminkt. Bovendien was hij gefrustreerd omdat hij door zijn gezondheidsproblemen zijn gezin met 4 kinderen niet zelf kon onderhouden.

Hoe kwamen jullie de jaren door na het overlijden van uw vader?

Mijn vader werd bij leven erkend als oorlogsslachtoffer. Daar heeft hij nog veel moeite voor moeten doen. Bij het controlecentrum in Brugge lachten de ambtenaren hem uit, hij was jong en uiterlijk kon je niet zien dat de oorlog hem fysiek had gekraakt. Eén keer werden die afwerende reacties hem te veel. Hij pakte toen een ambtenaar bij de kraag en schreeuwde hem toe: ‘Hoe denk jij te weten wat ik heb meegemaakt?’. Gelukkig was zijn schoonbroer mee, anders hadden er ongelukken gebeurd en had hij zijn erkenning kunnen vergeten.

Verbeterde zijn erkenning als oorlogsslachtoffer jullie financiële situatie?

Geld kregen we pas na zijn dood. Vaak moest mijn moeder met de 4 kinderen naar het gemeentehuis om dat beetje geld te ontvangen. Dan kon ze weer eten kopen. Ik bewonder dat ze ons, ondanks die zware omstandigheden, met veel zorg heeft opgevoed. Gelukkig kon ze rekenen op haar ouders, die in onze buurt kwamen wonen. Zij hielpen ons mee opvoeden.

Hoe verging het jullie later als volwassenen?

Na mijn collegetijd werd ik postbode. Ik was nog geen 16, maar werd aangenomen omdat ik was erkend als oorlogswees. Ook mijn 2 broers vonden gemakkelijk werk, als timmerman en als smid.  We hebben een moeilijke start gehad, maar zijn uiteindelijk allen goed terechtgekomen.

Jullie waren tieners toen Vlaanderen terug een Duitse bezetting moest doorstaan?

Zelf heb ik daar weinig onder te lijden gehad, maar mijn 2 broers wel. Paul werd verplicht tewerkgesteld in Duitsland, in Maagdenburg. Ook Henri werd opgeroepen. Hij werd tewerkgesteld bij een Franse boer. Zo verdwenen ze voor jaren uit ons zicht. Dat viel mijn moeder, zus en mij heel zwaar.

Was uw vader bij VOS?

Mijn vader was vanaf het prille begin actief bij VOS Wevelgem. Ieder jaar nam hij deel aan de plechtigheid bij het monument van de gesneuvelden. Dat gebeurde toen nog in 2 groepen. De oud-strijders hadden samen in de loopgraven gezeten, maar na de oorlog waren ze verdeeld over het Vlaamsgezinde VOS en de Belgische Oud-strijders Bond. De Vlaamse herdenking was om 10 uur, de Belgische om 11 uur. Enkele jaren geleden was de pastoor het zat om kort na elkaar 2 missen te concelebreren. Hij voegde de 2 plechtigheden samen. Dat veroorzaakte nogal wat ophef bij ons Vlaamsgezinden.

Heb jij je in besturen van VOS geëngageerd?

Neen, ik heb nooit in het plaatselijke bestuur gestapt. Maar ik ben altijd trouw lid geweest.  En als er een activiteit was van VOS Lode de Boninge, bijvoorbeeld bij de kerk of op het kerkhof, dan ging ik mee. Uiteraard ging ik ook altijd naar de IJzerbedevaart, zolang mijn gezondheid dat toeliet. Dat deed ik al vanaf het einde van de jaren 1940, eerst nog met mijn moeder en broers en zus.

Wat voor invloed heeft uw vader gehad op hoe u zelf naar de wereld kijkt? Naar vrede en Vlaams zelfbestuur?

Het zelfbestuursideaal was mijn voornaamste motivatie om bij VOS te komen en naar de IJzerbedevaart te gaan. Aan het IJzerfront woonde mijn vader bijeenkomsten bij waar gesproken werd over Godsvrede en Vlaams zelfbestuur. Tijdens zo’n vergadering viel de gendarmerie binnen. Mijn vader werd gearresteerd en in Frankrijk in de gevangenis gegooid. Hij kwam pas vrij toen meer kanonnenvoer nodig was! Wij Vlamingen zijn altijd onderdrukt geweest. ‘Hier ons bloed’, konden mijn vader en zijn kameraden zeggen, ‘Wanneer ons recht?’ mogen wij met hen herhalen.

Interview: Rutger Schimmel

Fragment uit een brief van Hector D’Haene

‘Het is in de nacht van 16 op 17 november dat ik door het gas aangetast geweest ben in de sector van Ramscapelle. Ik ben erg verbrand geweest aan mijn mannelijkheid, billen, armen, gezicht en ogen. Ik ben verschillende dagen blind gebleven. Daarbij ben ik nog op de borst en de longen gepakt geweest, die mij dag en nacht deden overgeven. Niets kon in mijn maag blijven.’