IJzerbedevaart is meer dan folklore

Vlaamse ervaringen in Grote Oorlog blijven een lichtbaken

De IJzerbedevaart werd opgestart als een piëteitsvolle herdenking van gesneuvelde strijdmakkers. Mettertijd ontpopte ze zich tot de hoogdag van de Vlaams-pacifistische beweging. Maar ook zij ontsnapte niet aan de achteruitgang van de strijdmanifestaties. Recent keerde ze terug naar haar bron als dodenherdenking. In die kern vindt ze ook haar meerwaarde, aldus Marc de Meyer, bestuurder van VOS en medewerker aan de IJzerbedevaart.

Waarom blijft de IJzerbedevaart als dodenherdenking de moeite waard?

De Eerste Wereldoorlog had in Vlaanderen een enorme impact. Een tiende van de 360.000 gemobiliseerde Belgen sneuvelde, tienduizenden anderen keerden terug als oorlogsinvalide. De hele Westhoek, maar ook steden als Leuven waren herschapen in een puinhoop. Bovendien was er niet alleen de menselijke en materiële tol, maar ook de maatschappelijke. Een hele generatie jongemannen was uitgedund en dus minder productief in allerlei opzichten. De weerslag was dus gigantisch. En vrijwel elke Vlaamse familie had er mee te maken.

Was dat ook in uw familie het geval?

Mijn interesse werd gewekt toen ik enkele persoonlijke spullen van mijn overleden grootvader in handen kreeg. Het betrof zijn tabaksdoos met daarin enkele medailles, zijn acht frontstrepen (één per semester aan het front) en nog enkele andere personalia. Hij was gekazerneerd in Brugge, maar werd ingezet om de Duitse opmars te stuiten. Zo maakte hij de aftocht richting Westhoek mee en de felle gevechten in de bocht van Tervaete waar zijn eenheid zware verliezen leed, alvorens zich in te graven achter de IJzer. Zijn nalatenschap heeft mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. In archieven en musea heb ik almaar meer informatie opgezocht. Zo kreeg ik een beeld van wat onze Vlaamse jongens aan de IJzer allemaal hebben meegemaakt. Ik vond dat we, nu de kroongetuigen niet meer onder ons zijn, hun nagedachtenis moeten bewaren. Daarom ging ik vanaf halweg de jaren ‘80 naar de IJzerbedevaart.

Maar niet iedereen heeft familiale aanknopingspunten?

Je zou er van versteld staan. Wie gaat grasduinen in zijn familiaal verleden, vindt allicht sporen van de strijd aan de IJzer. Een en ander wordt binnenkort waarschijnlijk makkelijker omdat in het licht van de nakende herdenking van 100 jaar Grote Oorlog heemkundige kringen over heel Vlaanderen zijn gestart met extra onderzoek naar de plaatselijke invloed van de oorlog. Los daarvan vertegenwoordigt de IJzervlakte meer dan voldoende historisch gewicht. En ze heeft heel wat voor op Ieper en omgeving. Daar overheerst de Angelsaksische herdenkingstraditie, die nog altijd niet ondubbelzinnig is losgeraakt van een sfeer van militaire heroïek. De IJzerbedevaart daarentegen vertegenwoordigt een andere kijk. Op het IJzerdomein is geen plaats voor de verheerlijking van krijgsgeweld. Die visie zal ongetwijfeld aan bod komen in de op stapel staande herinrichting van het IJzermuseum. Dat zal meteen ook de aandacht vestigen op het Duits-Belgische front, de zone waar onze voorvaders werden ingezet.

Licht u dat eens nader toe?

Doorheen zijn geschiedenis is de IJzerbedevaart voortdurend geëvolueerd. Je hoeft maar de programmaboekjes en de verslagen doorheen de jaren naast elkaar te leggen. Ook de IJzerbedevaart is altijd kind van haar tijd geweest. Een constante is wel de drievoudige boodschap Zelfbestuur, Nooit meer Oorlog en Godsvrede. Die elementen kwamen wisselend sterker en zwakker aan bod. Einde jaren 1920 overheerste de vredesboodschap. Filip de Pillecyn, hoofdredacteur van De Vos, hield jaar na jaar radicaalpacifistische toespraken namens VOS. In de loop van de jaren 1930 kwam de zelfbestuurgedachte meer op de voorgrond. Op dat vlak hebben we intussen veel bereikt. Die trein blijft ook in beweging en lijkt in weerwil van de moeilijke communautaire onderhandelingen niet meer te stoppen. Ik heb er goede hoop in dat we onstuitbaar afstevenen op meer Vlaams zelfbestuur, waarbij we ons echter geen illusies mogen koesteren, want onze onderlinge afhankelijkheid op Europees en zelfs wereldvlak neemt almaar toe.

En de vredespijler?

Vele oorlogsveteranen getuigen in dezelfde zin: dat oorlogen absurd zijn omdat ze dood en verderf meebrengen en omdat geweld altijd tegengeweld oproept. Ook daarom, om hun afschuw voor oorlog en geweld uit te drukken, verzamelden de Fronters elk jaar weer in Diksmuide. Om een tipje van de sluier te lichten: op de komende bedevaart zullen soldaten uit latere oorlogen een getuigenis afleggen. Maar ondanks de vredeszin van ervaringsdeskundigen kennen we nog altijd oorlogen bij de vleet. Via de media zijn we gewend geraakt aan cascades van geweld. Maar ver van ons bed raakt het ons nog weinig. Er zijn onvoldoende lessen getrokken uit de Eerste Wereldoorlog en latere oorlogen.

Ook in Vlaanderen?

Als Memoriaal van de Vlaamse gemeenschap past hier een kritische stem, ook tegenover onze Vlaamse overheid. Onlangs publiceerde het Vlaams Vredesinstituut (VVI) zijn rapport over de Vlaamse wapenhandel in 2010. Vlaanderen heeft in 2010 33 wapenexportlicenties goedgekeurd voor een totaalbedrag van €320 miljoen. Dat geeft een stijging van 13% t.o.v. 2009 en een verdubbeling op 5 jaar tijd. We kunnen misschien al beginnen met dat kritisch op te volgen door toe te kijken dat wapens enkel worden verhandeld voor politionele taken: de scheiding van strijdende partijen om ze via onderhandelingen tot overeenstemming te laten komen. De Vlaamse wapenindustrie zal het niet graag horen, maar we moeten alles in het werk stellen om de missie die we van onze pioniers hebben overgenomen uit te voeren. Niet als wereldvreemde dromer , maar door stelselmatig te lobbyen bij onze politieke klasse. Iemand moet als eerste de daad bij het woord voeren. Ik zou de economische gevolgen hiervan niet overschatten. We hebben toch ook de sluiting van de mijnen en van Renault-Vilvoorde overleefd? Laten we dus Vlaanderen omvormen tot een echte vredesregio en als zodanig een voortrekkersrol opnemen.

Dan hebben we nog de Godsvrede?

Oorspronkelijk verwees de godsvrede naar de samenwerking van de katholieke meerderheid met de vrijzinnige minderheid voor zelfbestuur en nooit meer oorlog. Omdat de tegenstelling katholiek-vrijzinnig vrijwel is uitgevlakt, is die oorspronkelijke opvatting gedateerd. Levensbeschouwelijke kwesties spelen nog enkel in de persoonlijke levenssfeer. Dat heeft als voordeel dat mensen nu makkelijker uit overtuiging in plaats vanuit een automatisme handelen. Toch blijft de gedachte van godsvrede actueel, in die zin dat elke Vlaming moet worden betrokken bij onze verdere invulling van zelfbestuur en nooit meer oorlog. Dat vergt extra inzet voor de zwakkeren in onze Vlaamse samenleving. De Vierde Wereld verdient ook buiten de Kerstperiode de aandacht van het grote publiek. Godsvrede staat immers voor verbondenheid, voor samenhorigheid. Dat stemt overeen met de broederlijkheid van de Franse Revolutie. Die insteek is nauw verbonden met de zelfbestuurgedachte. Als we ons lot zelf in handen willen nemen, moeten we onze verantwoordelijkheid ook ten aanzien van de minderbedeelde Vlamingen opnemen. De boutade ‘Wat we zelf doen, doen we beter’ blijft ook hier een uitdaging.

En al die ideeën verdienen een plaats in de IJzerbedevaart?

De bedevaart is ontstaan als een dodenherdenking. Dat is haar essentie. Daarom zijn de VOSsen met de bedevaart gestart. Zoals gezegd zal haast iedere Vlaming mits enig opzoekwerk in zijn eigen familiegeschiedenis sporen van de Grote Oorlog en het IJzerfront terugvinden. Die nabijheid en herkenbaarheid komt ook de betrokkenheid anno 2011 ten goede. Die 4 frontjaren waren een scharniermoment in de ontwikkeling van Vlaanderen. Zelfbestuur kwam uit de startblokken, en er ontstond een pacifistische traditie, met vallen en opstaan. Daardoor blijft de Eerste Wereldoorlog een ijkpunt en een gedroomde plaats om te herbronnen. Daartoe rijdt ook de Vredesfietseling elk jaar weer van Voeren naar Diksmuide. De geplande herinrichting van het IJzermuseum kan dit ondersteunen. Zo kan de IJzerbedevaart een orgelpunt blijven in ons idealisme, een activiteit die de folklore overstijgt en ons toelaat onze kinderen en kleinkinderen te vertellen van waar we gekomen zijn en waar we naartoe willen. En er is nog een hele weg te gaan. Daarin is de herdenking van 100 jaar Grote Oorlog in 2014-18 slechts een etappe, geen eindpunt.

Guy Leemans

IJzerbedevaart 28 augustus 2011

VOS-erehaag bij crypte
De IJzerbedevaart 2011 wordt afgesloten met een plechtige bloemenhulde bij de graven in de crypte. Als huldebetoon aan de Fronters en andere oorlogsslachtoffers vormt VOS een erehaag met vaandrigs. Wie zijn steentje wil bijdragen tot dit ingetogen moment, gelieve uiterlijk 15 augustus het secretariaat te contacteren, 03/213.35.85 of info@vosnet.org.

Gratis bussen
Dit jaar biedt het IJzerbedevaartcomité gratis bussen naar de IJzerbedevaart aan. Het comité stelt slechts een voorwaarde: dat de aanvrager zijn bus vult. Dit is haalbaar mits voldoende opstapplaatsen worden voorzien. Contacteer tijdig het IJzerbedevaartsecretariaat, 051/50.02.86.

Kaarten
Kaarten voor de IJzerbedevaart zijn ook verkrijgbaar op het secretariaat van VOS, 03/213.35.85. Gelieve ze tijdig te bestellen.