In het teken van 2014-18

Ledendag paart aangename aan het nuttige

Op 24 september, een prachtige nazomerdag, blies VOS verzamelen voor zijn 3de ledendag. VOS Izegem kweet zich met verve van zijn rol van gastheer. In een gezellige sfeer werden vriendschapsbanden aangehaald. En werd er ook heel wat opgestoken over de nakende grote herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog

Gastheer VOS Izegem rolde zijn rode loper uit. Van bij hun aankomst op kasteel Wallemote legde de afdeling de deelnemers in de watten. Zo konden die tegen de achtergrond van het prachtige provinciale domein naar hartenlust ideeën en ervaringen uitwisselen. Bovendien wijdde een kruim van sprekers de VOSsen in over de voorbereidingen op de naderende grote herdenking van 1914-18. Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois presenteerde de plannen van de Vlaamse regering. Federaal coördinator van de grote herdenking Jan Breyne plaatste die in een bredere context en de jonge plaatselijke volksvertegenwoordiger Bert Maertens sloeg de brug naar de jongere generaties.

Vlaamse accenten

Vlaanderen heeft wat met de Eerste Wereldoorlog. De Vlaamse discriminatie aan het IJzerfront gaf een beslissende impuls aan de Vlaamse natievorming. Het streven naar zelfbestuur ging hand in hand met een afkeer voor oorlog en ander geweld. Nu Vlaanderen in een aantal beleidsdomeinen zoals toerisme een eigen beleid kan uitzetten, kan het de herdenking van 100 jaar Grote Oorlog aangrijpen om het vredestoerisme op de kaart te zetten. Precies dat doet Vlaams minister Geert Bourgeois met projectsubsidies voor een duurzame ontsluiting van het erfgoed van de Grote Oorlog, met 2 miljoen bezoekers in 2014-18 als ambitie.

Tot de blikvangers behoren 5 grote strategische projecten. Drie daarvan focussen vooral op het Duits-Engelse front in de omgeving van Ieper, waar in 4 grote veldslagen ruim een half miljoen soldaten sneuvelden. Het betreft de vernieuwing van het In Flanders Field museum en de ontsluiting van de belforttoren in Ieper, de museumtuin en legacy bij het Memorial Museum Passchenadaele 1917 in Zonnebeke en 100 jaar Poperinge achter het front met Lijssenthoek Cemetery en het Talbout House in Poperinge.

Gelukkig voorziet de minister ook middelen voor de waardering van het langdurig ietwat verwaarloosde Belgisch-Duitse front. Zo komt er een nieuw bezoekerscentrum bij het sluizencomplex aan de Ganzenpoot in Nieuwpoort. En wordt het IJzertorenmuseum in Diksmuide geactualiseerd. De bezoeker van de IJzertoren zal niet alleen op een bevlogen wijze kunnen kennismaken met het verloop van het Duits-Belgische front, maar ook met de vreedzame evolutie richting Vlaams zelfbestuur.

De voorbereidingen zijn volop aan de gang, in die mate dat sommige projecten al in het voorjaar van 2012 worden afgesloten.

Valkuilen

De Vlaamse doortastendheid krijgt niet overal navolging. Jan Breyne, federaal coördinator van de grote herdenking, kan er van meespreken. Terwijl Vlaanderen kosten noch middelen spaarde om zijn ambities waar te maken, stond hij er als – deeltijds – federaal coördinator tot op heden moederziel alleen voor om een federaal project op gang te brengen. Binnenkort zou echter ook op dit niveau een en ander op kruissnelheid komen. Het ligt in de lijn van de verwachting dat ook elders nog tal van initiatieven het licht zullen zien. Het komt er, aldus Breyne, vooral op aan dat die elkaar niet zullen doorkruisen, laat staan voor de voeten zullen lopen.

De aandacht voor de grote herdenking is bemoedigend. Toch waarschuwt Breyne voor enkele valkuilen. Organisatoren en inrichters zullen omzichtig moeten omspringen met hun marketing. Commerciële overwegingen spelen mee, maar mogen geen afbreuk doen aan de aard van de sites en de boodschap die wordt meegegeven. Verder moet het aanbod door goede afspraken in de hand worden gehouden. Een overaanbod zou eerder afstoten dan aantrekken. Tot slot moet nu al worden nagedacht over de dag na 2018.

De toekomst is aan de jeugd

Volksvertegenwoordiger Bert Maertens pikte in op de uitdaging om de herdenking te verduurzamen. De investeringen in de toeristische sites is meer dan op zijn plaats. Dat daarbij economische overwegingen meespelen is geen taboe. Het toerisme behoort wereldwijd tot de belangrijkste economische activiteiten. Er kan dan ook niets op tegen zijn om duurzame projecten te ondersteunen. Opvallend is echter de tegenstelling tussen de grote aandacht van overheidswege enerzijds en de geringe belangstelling onder jongeren anderzijds.

Die vaststelling noopt Maertens echter niet tot pessimisme. De grote herdenking biedt precies kansen om de boodschap van de oud-strijders van weleer ook bij jongeren terug onder de aandacht te brengen, zeker nu herinneringseducatie algemeen in de lift zit. Daar ziet hij een opportuniteit voor VOS en de Vredesfietseling. De betere ontsluiting van het erfgoed opent perspectieven om jongeren terug bewust te maken van wat er zich toen op Vlaamse bodem heeft afgespeeld.

Enkel slachtoffers

Over de wijze waarop de herinnering moet worden doorgegeven ontspon zich een boeiend debat. Ivo Coninx wierp een interessante denkoefening op: hoe zouden zij die de Eerste Wereldoorlog meemaakten nu aankijken tegenover oorlog en vrede? Erik Vandewalle zette in de verf dat we af moeten van onze oorlogshelden. Oorlogen laten geen helden, maar enkel slachtoffers na. Hij vroeg ook aandacht voor vergeten Vlaamse literatuur over de Eerste Wereldoorlog.

Wouter Robberechts merkte op dat de bovenlokale projecten zich vooral richten op de Westhoek. Hij hoopt dat bij de grote herdenking ook de rest van Vlaanderen en het overleven in bezet gebied niet zullen worden vergeten. Zelf nam hij de uitdaging al aan door voorbereidingen te treffen voor een terugblik op het Vlaams-Brabantse Merchtem tijdens de Eerste Wereldoorlog. Jan Breyne deelde mee dat deze thematiek ook aan bod zal komen in het project Via Dolorosa. In 2014 zal deze tentoonstelling het traject van de terugtrekking van het Belgische leger van Gemmenich tot Diksmuide 100 jaar eerder 1914 volgen. Op de stopplaatsen wordt daarbij ruimte gegeven voor plaatselijke invullingen.

Pluimen voor VOS Izegem

De praktische organisatie van de ledendag was volledig in handen van VOS Izegem. De jonge afdeling had zijn beste beentje voorgezet. Tot grote tevredenheid van de aanwezigen. Maar VOS Izegem is dan ook niet aan zijn proefstuk toe. Dankzij de dynamische bestuursploeg en netwerkvorming met andere verenigingen boert de afdeling bijzonder goed.

De ervaring leert dat je geen mensen meer werft door alleen traditionele herdenkingsactiviteiten op kerkhoven aan te bieden. Daarom richt VOS Izegem zich vooral op eigentijdse, laagdrempelige initiatieven met een hoog ontspanningsgehalte. En geeft ze een hedendaags perspectief aan de idealen van VOS. Zo heeft de afdeling een boontje voor het Tibetaanse vrijheidsstreven, omdat de gelijkenis met het vreedzame streven naar Vlaams zelfbestuur zo voor de hand ligt.

De afdeling gaat ook geen uitdagingen uit de weg. Sinds jaren organiseert ze in het voorjaar een colloquium met een panel van nieuwe Vlamingen die toelichten hoe ze Nederlands hebben geleerd en hoe hen dat heeft vooruitgeholpen. Ze zal zich ook inschakelen in de grote herdenking 2014-18.

Voor nadere info, voorzitter Patrick Deprez, parideva@skynet.be