Internationalisering van de wetenschap creëert nieuwe uitdagingen

In 1788 gaf Jan Baptist Verlooy met De verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden de aanzet tot het moderne natiebesef in de Zuidelijke Nederlanden. Er is dus voldoende stof voor een tijdschrift als Wetenschappelijke Tijdingen (WT) op het gebied van de Vlaamse beweging. Desalniettemin staan WT en andere Nederlandstalige historische periodieken voor grote uitdagingen. Onlangs stonden die centraal op een symposium ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van WT. De Vos sprak met prof. dr. Frans-Jos Verdoodt, redactiesecretaris van WT en lid van de algemene vergadering van VOS.

Wat heeft Wetenschappelijke Tijdingen (WT) een flamingant te bieden?

Om de huidige Vlaamse beweging te begrijpen moet je inzicht hebben in de processen en evoluties die haar vorm hebben gegeven. Wetenschappelijke Tijdingen wil daartoe een bijdrage leveren. Dat verklaart ook waarom de inhoud wordt beïnvloed door wat in de huidige maatschappij leeft. Zo gaat in WT verhoudingsgewijs veel aandacht uit naar het interbellum, de periode van de collaboratie en repressie en komt bijvoorbeeld de 19de eeuw minder aan bod. Dat komt omdat wij in Vlaanderen nog altijd worstelen met de collaboratie en de repressie. De eigentijdse agenda bepaalt mee de aandacht voor bepaalde periodes en thema’s. Maar die agenda mag een klare kijk op het verleden niet vertroebelen.

Was dat ook het uitgangspunt van de stichters?

Zij werkten in een geheel andere context. Ook in Vlaanderen was het wetenschapsbedrijf grotendeels Franstalig. De Vlaamse beweging wilde het tij keren. Daarom richtte Jozef Goossenaerts in 1935 met steun van dr. Frans Daels de Vereniging voor Wetenschap op. Die stelde zich tot doel de Nederlandstalige wetenschapsbeoefening te bevorderen. Daarom startte ze het tijdschrift Wetenschap in Vlaanderen. De titel sprak voor zich zelf. Het tijdschrift moest een staalkaart bieden van de wetenschappelijke vooruitgang in Vlaanderen. Zo wilden de initiatiefnemers de uitbouw van een Vlaams wetenschappelijk apparaat ondersteunen. Dat verklaart waarom er artikels over allerlei onderwerpen werden opgenomen. De redactie kwam ook openlijk uit voor haar Groot-Nederlandse overtuiging, reden waarom ze de naam van het tijdschrift in 1940 veranderde in Wetenschappelijke Tijdingen.

Hoe evolueerde WT verder?

Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de wetenschappelijke vooruitgang en specialisering. Het aantal vaktijdschriften nam zienderogen toe. Het was onhoudbaar om al die ontwikkelingen te verslaan in een enkel algemeen tijdschrift. Bovendien ontwikkelde het wetenschappelijk bedrijf een sterke interne dynamiek. Die was te danken aan de economische opgang van Vlaanderen en het einde van de schoolstrijd. De jarenlange polarisatie tussen katholieken en vrijzinnigen had veel energie gekost, financieel en intellectueel. Met het einde van de schoolstrijd groeide er een open intellectuele ruimte, die de wetenschappelijke vooruitgang in de hand werkte. Die ontwikkelingen lieten ook WT niet onberoerd. Het aandeel natuurwetenschappelijke bijdragen daalde en de klemtoon kwam te liggen op geschiedkundige bijdragen. Binnen de redactie gingen stemmen op om het strijdaspect op te geven en het tijdschrift te heroriënteren tot een historisch vakblad met de geschiedenis van de Vlaamse beweging als thema. Om die overgang te doen slagen moest het tijdschrift structureel worden ingebed. Daarom heb ik aangeboden om het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN) als gastheer te laten optreden. Prof. dr. em. Ludo Simons heeft dat proces begeleid. En zo kon WT een doorstart nemen.

Waarvoor staat WT nu?

Het werkveld is beperkt tot de geschiedenis van de Vlaamse beweging. Om die opdracht op een wetenschappelijk verantwoorde wijze te vervullen wordt gewerkt met een pluralistische en representatieve redactieraad, bestaande uit experts van Vlaamse en Nederlandse universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. De redactieraad bewaakt het wetenschappelijke gehalte van de ingezonden bijdragen door ze te toetsen aan de wetenschappelijke stand van zaken. Momenteel bestaat hij uit Machteld de Metsenaere (VUB), Matthijs de Ridder (UA), Bruno de Wever (UG), Romain van Eenoo (UG), Maarten van Ginderachter (UA), Herman van Goethem (UA), Romain Vanlandschoot, Harry van Velthoven (Hogeschool Gent/VUB), Louis Vos (KUL), Antoon Vrints (UG), Lode Wils (KUL) en ik zelf als redactiesecretaris.

Leidt die strikt wetenschappelijke benadering niet soms tot spanningen met Vlaamse militanten? Want in het tijdschrift komen toch zowel de mooiere als de mindere fraaie bladzijden uit de Vlaamse beweging aan bod?

Als redactielid van een historisch tijdschrift vervul je nu eenmaal een andere rol dan die van militant. Wij helpen reconstrueren waarom militanten en de beweging in het verleden zus of zo hebben gehandeld en of de overleveringen daarvan de toets van de historische kritiek kunnen doorstaan. Soms zullen wij daarbij mythes moeten doorprikken. Dat valt bij de militant niet altijd in goede aarde. Maar uiteindelijk zijn ook zij gediend met ons bestaan. Want een tijdschrift als Wetenschappelijke Tijdingen draagt bij tot het inzicht in en het publieke debat over de Vlaamse beweging en haar doelstellingen. Pas als er niet meer over je wordt geschreven, besta je als het ware niet meer.

Hoe verhoudt WT zich tot de internationalisering in het wetenschapsbedrijf?

WT vaart wel bij enkele initiatieven van het ADVN. Het ADVN nam het initiatief tot NISE, een onderzoeksproject omtrent de nationale bewegingen in Europa.  Nationalisme is een complex fenomeen dat vanaf het einde van de 18de eeuw een belangrijke invloed uitoefent op de culturele en politieke evolutie in Europa. Het onderzoek naar het nationalisme zit in de lift. We stellen echter vast dat de theoretische achtergrond vaak onvoldoende is gebaseerd op empirisch en vergelijkend onderzoek. Bovendien dreigt heel wat materiaal verloren te gaan omdat het buiten vaste structuren wordt opgebouwd door militanten en hun organisaties. Daarom investeert NISE fors in de systematische opsporing, bewaring en het toegankelijk maken van deze bronnen. WT biedt op zijn beurt een forum om de resultaten van die onderzoeken te publiceren.

Gaat ook WT onder druk van de internationalisering overschakelen op het Engels?

De voertaal van WT en zijn redactieraad blijft het Nederlands. Er worden wel langere samenvattingen in het Engels voorzien. Nu we meer aandacht gaan inruimen voor het onderzoek naar het nationalisme in vergelijkend opzicht zullen af en toe bijdragen in het Engels en allicht ook het Duits worden opgenomen. Maar vooral door de publicatie van een jaarboek zullen we tegemoet komen aan de eisen van de internationalisering. De werktaal van WT blijft dus het Nederlands. En dat is helemaal niet evident. Zo heeft het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap de bekende Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden in de loop van dit jaar omgedoopt in The Low Countries Historical Review met uitsluitend Engelstalige bijdragen. Op die manier gaat de slinger toch wel té ver in een bepaalde richting.

Guy Leemans

Een abonnement op WT?

Wie zich wenst te abonneren op WT kan dat via het ADVN, Lange Leemstraat 26, 2018 Antwerpen, 03/225.18.37, fax 03.226.64.05, marleen.deridder@advn.be. Een jaarabonnement telt 4 nummers en loopt vanaf het eerste nummer van een jaargang.

Abonnees hebben toegang tot alle bijdragen op de webstek www.wt.be en ontvangen een korting van 10% op de publicaties uit de fondslijst van het ADVN. Een gewoon abonnement kost €23, een steunabonnement €2