Interview Bart De Valck

Niet in woorden, laat staan in daden. Dat typeert de Franstalige federale ‘loyaliteit’. In Brussel en De Zes blijven schendingen van de taalwet schering en inslag. Dag en nacht, door weer en wind legt TAK de vinger op de wonde. Bart De Valck maakte ons wegwijs in meer dan 40 jaar prikacties.

Hoe is het Taal Aktie Komitee (TAK) ontstaan?

Algemeen wordt 26 maart 1972 als de stichtingsdatum beschouwd. Die dag wandelden bijna 200 Vlaams-nationalisten van Gent naar D’Hoppe, een gehucht van Vloesberg. Bij de vastlegging van de taalgrens bleef Vloesberg – en dus ook D’Hoppe – bij de provincie Henegouwen. Vlaanderen verteerde dat moeilijk, omdat de inwoners van het gehucht overwegend Nederlandstalig waren. Zo ging taalactivist Flor Grammens er dikwijls op pad om straatnaamborden te overschilderen. Na afloop van de actie communiceerde de charismatische Piet De Pauw dat verspreid over Vlaanderen kernen waren opgericht die hun krachten zouden bundelen in een algemene taalgrensactie. TAK was een feit.

Trad TAK in de voetsporen van de Vlaamse Militanten Organisatie, de ‘oude’ VMO?

Ja en neen. De ‘oude’ VMO werd ontbonden in juni 1971 in de nasleep van een incident tussen plakploegen van de Volksunie en het FDF in september 1970. Bij dat treffen bezweek de FDF’er Jacques Georgin aan een hartfalen. Er volgde een proces waarin de Vlaamse plakkers, onder wie verscheidene VMO-militanten, gevangenisstraffen en hoge boetes kregen opgelegd. Bovendien startte de politie een grootscheeps onderzoek tegen de VMO met tientallen huiszoekingen. In die omstandigheden zag stichter Bob Maes geen andere uitweg dan de organisatie op te doeken. Op die ontbinding werd verschillend gereageerd. Enkele oud-VMO’ers richtten een ‘nieuwe’ VMO met Bert Eriksson als leider op. Voortaan stond VMO voor Vlaamse Militanten Orde. De ‘nieuwe’ VMO was net als zijn voorganger een Vlaams-nationalistische organisatie, maar was tegelijkertijd ook uitgesproken rechts-radicaal en ingericht als een militie. Roger Van Ransbeeck en zijn advocaat Piet De Pauw waren allebei actief geweest in de ‘oude’ VMO maar konden zich niet vinden in de VMO op nieuwe leest. Zij waren gewonnen voor iets nieuws.

Waarvoor kozen zij dan?

Zij trokken hun lessen uit de zaak-Georgin. De omstandigheden waarin Georgin was overleden had het Vlaams-nationalisme in een slecht daglicht gesteld. Dat was een bittere pil. De Pauw en Van Ransbeeck wilden de negatieve spiraal doorbreken en het maatschappelijk draagvlak voor de Vlaamse acties vergroten. Daarom gooiden ze het roer om. Ze planden acties met een Uilenspiegelkarakter om het bredere publiek aan te spreken. De wantoestanden moesten verder aangeklaagd worden, maar op een schalkse manier zodat kon worden gescoord zonder imagoschade. Daarom werd bijvoorbeeld ook gewerkt met afwasbaar materiaal zoals kalk en niet met spuitbussen. Verder wilden De Pauw en Van Ransbeeck de kans op rechtsvervolging van actievoerders inperken. Daarom kozen ze voor een louter actiegerichte organisatie met een minimale structuur, met de bedoeling eventuele juridische problemen in de hand te houden.

Wie vormde hun achterban?

Piet De Pauw steunde op een aanhang in het Gentse, Roger Van Ransbeeck in Vlaams-Brabant. ‘De vrienden van de Zwalm’ onder leiding van Marcel De Boe, ‘Het Groenkomitee van de Vlaamse Ardennen’ van Paul Bakeland en Volksuniekernen uit Geraardsbergen (Roger Meysman) en Merelbeke (dr. Van Nieuwenhove) sloten zich aan. Aanvankelijk werd onder de benaming Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens vooral actie gevoerd in het grensgebied van Oost-Vlaanderen en Henegouwen. Dat leidde tot contacten en samenwerking met Flor Grammens die toen vooral in Vloesberg steeds weer de Franstalige straatnaamborden overschilderde. Door Grammens van meet af aan bij de acties te betrekken, straalde diens naambekendheid af op TAK. Grammens werd de geestelijke vader en trouwens ook naamgever van TAK. Lang zou de samenwerking nochtans niet duren. Al einde 1972 verdween Grammens alweer uit beeld. Hij had het niet begrepen op de ‘stunts’ van De Pauw.

Hoe gaat TAK te werk?

De ruggengraat is de TAK-raad die vrijwel maandelijks vergadert om acties te evalueren en te plannen. Hij wordt voorgezeten door de TAK-verantwoordelijke, in de beginjaren Piet De Pauw. In 1977 nam Eric Crommelynck het roer over. Hij werd op zijn beurt opgevolgd door Erwin Brentjens. Vervolgens was het de beurt aan Guido Moons, die in 1995 de fakkel doorgaf aan mij. Tot 2005 was ik aan zet, sindsdien trekt Roel De Leener de kar. De verantwoordelijke coördineert de acties en is woordvoerder naar de pers en de politie en veiligheidsdiensten.

En de mobilisatie, hoe verloopt die?

Die is grotendeels het werk van de regionale verantwoordelijken. Onder de actievoerders komt het er vooral op aan een groepsgevoel te smeden. Meestal eindigt een actie dan ook tussen pot en pint. Nieuwe krachten worden vooral aangetrokken door het avontuur. Elke actie heeft immers iets prikkelend. Maar we hoeven geen sensatiezoekers of geweldenaars in onze rangen. Die wijzen we onverbiddelijk de deur. Vaak merken we dat nieuwelingen extra worden gemotiveerd doordat ze bij de acties op Franstalige arrogantie stuiten. Omdat er vrijwel altijd snel moet worden ingespeeld op de actualiteit, verloopt de mobilisatie altijd wat hectisch. Vroeger gebeurde alles telefonisch, nu veelal via SMS en mailtjes. Die nieuwe communicatiemiddelen hebben als bijkomend voordeel dat ze voordeliger zijn in het kat en muisspelletje met de ordediensten. Die trachten we ook telkens op een verkeerd been te zetten door de plaatsen van de acties los te koppelen van de plaatsen van samenkomst.

De acties zijn vooral gericht op de Vlaamse rand?

De laatste jaren viseren we vooral de Vlaamse rand en de faciliteitengemeenten in het bijzonder. Maar dat is ooit anders geweest. De acties worden gekozen naargelang hun hoogdringendheid. In 1973-74 leverden we in de eerste plaats weerwerk tegen de eventuele uitbreiding van Brussel. Soms ging dat gepaard met ‘stunts’. Toen de ministers zich in juli 1973 op Hertoginnedal bogen over die uitbreiding, confronteerden 6 TAK-leden de onderhandelaars met onze opinie. Nadat ze zich de avond tevoren hadden laten binnen sluiten op het domein, voeren ze op 28 juli bij het begin van de ministerraad met een bootje op de vijvers van het park. De verbaasde onderhandelaars kregen een spandoek met daarop ‘Brussel = 19’ onder ogen. Het boottochtje eindigde in de politiecombi. Maar de actievoerders hadden de media gehaald. In 1974-76 verplaatsten de acties zich naar Brussel.

Waarom?

In 1971 lapte burgemeester Roger Nols van Schaarbeek de wettelijk opgelegde tweetaligheid van de ambtenaren aan zijn laars. Dat was niet nieuw in de Brusselse gemeenten. Maar de sfeer in Schaarbeek werd grimmig toen Louis Pynnaert, bestuurder bij het OCMW van Schaarbeek, moedwillig inreed op een groep Vlaamse betogers. Er vielen enkele lichtgewonden, onder wie VU-volksvertegenwoordigster Georgette De Kegel en Piet De Pauw. Het hek was van de dam. Een week later mobiliseerde TAK 1.200 manifestanten, waarbij het kwam tot botsingen met de rijkswacht. Anderhalf jaar lang domineerde de Lokettenkwestie de Belgische politiek, om in 1976 te worden afgesloten met een typisch Belgisch compromis.

Toen lonkte Voeren?

Ja, het was van het een naar het ander. In Voeren gingen we de strijd aan met de Franstalige meerderheid onder leiding van José Happart. In die periode 1977-82 kwam het soms tot heuse veldslagen met de rijkswacht en Franstalige tegenbetogers. Tot tweemaal toe verwondden oververhitte Franstaligen al schietend Vlaamse manifestanten. We betreurden de zware ongeregeldheden, ook al dankten we hieraan heel wat media-aandacht. In het najaar van 1981 besloten we zelfs de moeilijk in de hand te houden grote wandelingen te schrappen. De voordelen wogen niet meer op tegen de nadelen. Uiteindelijk speelde de demografische evolutie van Voeren ons in de kaart, mede dankzij de inwijking van vele Nederlanders. De rust is er weergekeerd. In de gemeenteraad telt Voerbelangen nu een comfortabele meerderheid van 10 zetels tegenover 5 voor de lijst Retour @ Libertés. TAK heeft er zijn steentje toe bijgedragen dat we met Huub Broers nu een door en door Vlaamse burgemeester kennen.

De acties binnen Vlaanderen zijn minder bekend?

De Lokettenkwestie en meer nog ‘Voeren’ zijn in het Vlaamse collectieve geheugen blijven hangen. Dat is minder het geval voor de acties tegen het taalgebruik bij particuliere instanties, vooral het bedrijfsleven. In de jaren 1980 werd bijvoorbeeld actie gevoerd aan de kust: ‘De kust, gastvrij, maar Vlaams’ en tegen de tweetalige reclame van IKEA in haar Vlaamse vestigingen. IKEA beging hiermee geen taalwetovertreding, omdat de taalwetgeving over het bedrijfsleven niets zegt over de relatie werkgever-klant. Maar het respecteerde het Nederlandstalige karakter van Vlaanderen niet. Het presteerde het zelfs om in alle Vlaamse kranten een paginagrootte affiche te laten afdrukken met de tekst ‘IKEA respecte scrupuleusement les deux cultures’ en ‘Deux cultures, nous on adore ça’. We lieten dat niet over ons heen gaan. Begin 1988 lieten we eerst stankpotten achter in een van de winkels, later lieten we voor de ingang 100kg mest achter. In de jaren 1990 voerden we onder meer actie tegen de Franstalige theatervoorstellingen van ‘Exploration du Monde’ in de grote Vlaamse steden. Die voorstellingen werden trouwens federaal gesubsidieerd. De Vlaamse belastingbetaler financierde dus mee de Franstalige cultuur in Vlaanderen!

TAK kwam ook een tijdlang op voor amnestie. Viel dat niet buiten zijn opdracht?

Nu komt dat misschien wat bevreemdend over. De betrokkenen zijn immers veelal overleden of hoogbejaard. Maar tot in de jaren 1990 stond heel de Vlaamse beweging achter die eis. TAK motiveerde zijn amnestieacties als volgt: ‘Het T.A.K. wenst geen rehabilitatie van verklikkers en moordenaars, maar wel rechtsherstel voor de kleine man, die zich vanuit een eerlijke Vlaamse overtuiging op het terrein van de ideologische collaboratie heeft begeven en hiervoor op buitenmatige wijze werd bestraft door een staat die, via een ondemocratische, op willekeur gestoelde en juridische aanvechtbare rechtsbedeling, er duidelijk naar gestreefd heeft de Vlaamse beweging in haar totaliteit te vernietigen’. We waren er vooral over verbolgen dat kinderen en kleinkinderen de gevolgen moesten dragen van de keuzen van hun ouders en grootouders. Dat was sociaal onaanvaardbaar.

Welke amnestieacties werden zowat ondernomen?

Meestal ging het om kleinschalige en ludieke acties. Op 7 december 1973 bijvoorbeeld zorgden we voor enige hilariteit bij de opening van een tentoonstelling over het werk van prins Karel, broer van Leopold III. Omdat prins Karel als regent de genadeverzoeken van Irma Laplasse en Leo Vindevogel had afgewezen, zorgden we ongezien voor 2 extra schilderijen van … Laplasse en Vindevogel. Bijzonder in de kijker liep de audiëntie van Erwin Brentjens samen met prelaat Koenraad Stappers van Averbode en Anton Van Wilderode bij paus Johannes Paulus II in november 1984. Later zette Guido Moons vooral in op een herziening van het proces en de rehabilitatie van Leo Vindevogel. Uiteindelijk werd geen amnestie verkregen, maar TAK droeg er wel toe bij dat het debat werd gevoerd. Daarin kwamen toch wel opmerkelijke verschillen tussen Noord en Zuid aan de oppervlakte.

Eigenlijk ging het om veel meer dan amnestie?

Het amnestiedossier was vooral symbolisch. We wisten dat België nooit amnestie zou verlenen. Toch was het dossier belangrijk omdat het scherp hielp stellen dat dit land geen toekomst heeft. Want, vergeet niet, TAK komt al vanaf zijn ontstaan op voor meer Vlaamse bevoegdheden en voor zelfbestuur. Ons uiteindelijke doel is een onafhankelijke Vlaamse staat. Omdat TAK zijn prioritaire doelstellingen – de correcte naleving van de taalwetgeving en zelfbestuur – deelt met de Vlaamse Volksbeweging (VVB) sloten Guido Moons en Peter De Roover in 1991 een samenwerkingsakkoord. Beide organisaties zijn de laatste jaren gezamenlijk erg actief geweest in de vrijwaring van het Nederlandstalige karakter van Vlaams-Brabant en de Vlaamse rand in het bijzonder.

Tot slot: hoe zou jij de acties van TAK omschrijven?

Begin 1976 omschreef de Taktivist ze als volgt: ‘Ons wapen is de intelligentie en lach van Uilenspiegel, ons wapen is de morele kracht van een gezonde levenshouding. Wij zullen vechten met de weinige wapens, die wij hebben: de overtuiging van ons recht, de scherpte van ons woord, de schaterlach en spot van Uilenspiegel, de morele kracht van onze consequente levenshouding’. Dat geldt nog altijd.

Interview: Guy Leemans

Fotoboek TAK 40 jaar Vlaamse straatagitatie
Samenstelling: Jeroen Daem, Michel De Cock, Bart De Valck en Jan Neukermans. Met honderden foto’s van militanten, Wevako, Studio Dann e.a. en toelichtende teksten van Bart De Valck.

Te verkrijgen door overschrijving van €35 op het rekeningnummer BE51 9300 0225 9962 van TAK met vermelding ‘Boek 40 jaar’. Bestelling via boek40jaar@telenet.be of via de ‘boekenplank’ op de TAK-webstek.