Interview met Nozizwe Dube, een kleurrijke Vlaamse

Mag ik van jullie een Vlaming zijn?

Ze is geboren en opgegroeid in Zimbabwe, kwam op haar veertiende naar België en belandde in Tervuren. Ze volgde intensieve taallessen, doorliep het Secundair Onderwijs en studeert nu Rechten aan de KULeuven. Ze is nog altijd maar een prille twintiger, ongeduldig en ambitieus zoals het op die leeftijd hoort. In haar vrije tijd zit ze o.m. de Vlaamse Jeugdraad voor. En Nozizwe Dube zou graag als Vlaming aanvaard worden door haar mede-Vlamingen. Dube spreekt beter Nederlands dan de doorsnee Vlaming – meer dan een Vlaamse minister zou er profijt aan doen bij haar lessen Nederlands te volgen. Ze is/was actief in de jeugdbeweging en in sportclubs en doet niets liever dan deelnemen aan debatten. En toch is ze niet overal graag gezien.

De Vos, maart 2017, pp. 5-6 - ill. 1

Toen ik in Vlaanderen toekwam was er nog helemaal geen sprake van een asielcrisis. Toch voelde ik heel wat agressiviteit. Men verweet mij de taal niet te kennen. Men verweet mij dat ik niet wilde integreren.” Alsof je een taal op een paar weken kan leren, alsof integreren in een heel andere cultuur geen werk van lange adem is.

Niet iedereen is hier zo

Dubes moeder was hier al enkele jaar eerder toegekomen. Ze was politiek actief in Zimbabwe, en wie zich in dat land verzet tegen de almachtige president Robert Mugabe loopt gevaar. Dus vluchtte ze, Nozizwe werd daarna grootgebracht door haar grootouders. Veel toekomst had ze in haar geboorteland niet, en in 2009 slaagde ze erin uit het land te geraken en terug bij haar moeder te wonen, in Tervuren dus. Dat hielp haar natuurlijk enorm, ook al omdat haar moeder haar er consequent toe aanporde door te zetten. ‘Niet iedereen is hier zo’, kreeg ze te horen na weer eens een nare ervaring. “Taal is de voornaamste barrière, dus was ik extra gemotiveerd om snel Nederlands te leren. Daarvoor volgde ik lessen bij OKAN (onthaalklassen anderstalige nieuwkomers), maar veel contact met mensen werkt efficiënter als je een taal wil leren. Daarom ging ik bij de jeugdbeweging en deed ik mee aan sportkampen. Al was ik niet overal welkom, en zat ik soms maar alleen. Ik botste op de klassieke vooroordelen: je bent lui, je wil onze taal niet leren.”

Eerste stap

Als nieuwkomer moet je zelf de eerste stap zetten,” beklemtoont Dube. “Dat is onze verantwoordelijkheid. Ik heb geen begrip voor de nieuwkomer die dat niet wil doen. Ik schrik er ook van als ik mensen tegenkom die niet geloven dat ik dat zelf evident vind. Ik ben streng op mezelf, niemand kan in mijn plaats Nederlands leren. Ik ben ergens naartoe gegaan, ik wil mee die samenleving opbouwen. Daarvoor moet ik in het begin een grotere inspanning doen, en zelf het initiatief nemen.”

Veel van de agressiviteit van toen ze hier nog maar pas was, is weggevallen. Maar niet helemaal. “De huidskleur is nog altijd een grote barrière, hoe donkerder je bent hoe vreemder je lijkt. In die zin hebben blanke nieuwkomers, uit Oost-Europa bijvoorbeeld, het gemakkelijker. Althans: tot ze hun naam moeten zeggen, dan worden ze plots ook vreemdelingen.

Divers Vlaanderen

Vlaanderen is inmiddels heel divers geworden, maar we zien het niet overal. “We leven te veel in parallelle werelden, we sluiten ons aan beide zijden te veel op in onze vooroordelen tegenover de anderen. Er zou veel meer contact moeten zijn. We moeten minder spreken over, en meer spreken met ‘de anderen’. Ik ben nu voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad, maar veel diversiteit zie ik daar verder niet. In de aula aan de unief zitten we met z’n vijfhonderd, de tien niet-witten zitten samen.

De Vos, maart 2017, pp. 5-6 - ill. 2Eens te meer beklemtoont Dube dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. “We moeten allemaal een inspanning doen om uit onze eigen, aparte wereld te treden. De Vlaming is naar men zegt van nature afwachtend, maar ook de nieuwkomers zijn vaak heel terughoudend.” Ze droomt van een Vlaanderen waarin we de diversiteit overal zien. “Voor mij is integratie pas gelukt als we diversiteit niet terugvinden in mooie nota’s, maar in het dagelijks leven.”

Vlaanderen heeft veel troeven. Zelf denken we daar misschien minder optimistisch over, maar voor wie uit Zimbabwe komt is de openheid van het beleid hier opvallend. “De transparantie is hier heel mooi. Ik weet wat het is te leven onder de willekeur, daarom zie ik de meerwaarde van de openheid hier wellicht beter dan jullie.”

Al zitten ook wij natuurlijk gevangen in ons verleden. Op school leerde ze alles – en met grote interesse – over de Vlaamse en Europese geschiedenis. Over Afrika werd weinig verteld, en de minder fraaie kanten van de kolonisatie kwamen nauwelijks aan bod. Nooit werd iets verteld vanuit het standpunt van de gekoloniseerde. “En om te weten wie Patrice Lumumba was moest ik op het internet gaan zoeken.”

Wie is Vlaming?

In haar blog in het tijdschrift MO* merkte Dube op dat het haar dikwijls niet gegund wordt om een Vlaamse te zijn. “Ik voel me niet altijd Vlaming – niet omdat ik het niet wilde, maar omdat een significant deel van de Vlamingen het mij niet gunt.” Want voor sommigen kan je alleen Vlaming zijn als je een blanke huidskleur hebt, schrijft ze.

Ik noem me een nieuwe Vlaming,” zegt Dube. “Ik ben nog altijd bezig met integratie, elke dag nog leer ik bij. Ik ben een Vlaming als ik door anderen aanzien word als een Vlaming.” Ze stelde vast dat ze zich op congressen in het buitenland een echte Vlaamse voelt. En ze beseft dat ze nu in Zimbabwe zou bekeken worden als een vreemdeling, omdat ze ondertussen meer Europees dan Afrikaans is geworden. En ze gebruikt veelvuldig de term ‘mijn mede-Vlamingen’.

Die er soms toch nog moeite mee hebben abstractie te maken van de huidskleur, en de oeroude menselijke vrees voor ‘de vreemde’ opzij te zetten. “Ik ben niet naïef, zegt Dube. Ik weet ook wel dat niet iedere nieuwkomer goede bedoelingen heeft. De asielcrisis scherpt de tegenstellingen aan, de Brexit en de taal van Trump maken het alleen maar moeilijker.

Of ze ooit zelf als 100% Vlaamse zal aanvaard worden, weet ze niet. “Misschien als ik oud ben.“ En, met een brede glimlach: “Mijn kinderen zullen Vlamingen zijn.”

 

Gilbert Hubert

De Vos, maart 2017