Interview met prof.em.dr. Eric Ponette

De stilte rond de Noord-Zuidtransfers in België is verbazend. Want het gaat niet om klein bier. Maar de weerstanden tegen een publiek debat zijn groot. Een kenner bij uitstek van de overdrachten is prof. em. dr. Eric Ponette, lid van de algemene vergadering van VOS en actief in het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid.

Wanneer spreken we van transfers?

Als er zich geldstromen voordoen tussen landen of landsgedeelten. De lidstaten van de Europese Unie (EU) bijvoorbeeld dragen allemaal bij tot haar financiering. Omgekeerd ondersteunt de EU via allerlei financieringsmechanismen de lidstaten. Sommige lidstaten zoals Duitsland dragen meer bij dan ze ontvangen. Voor andere landen zoals Griekenland geldt het tegendeel. Datzelfde scenario speelt zich ook af in België. Vlaanderen krijgt structureel minder uit de federale kas dan het bijdraagt aan de financiering er van. Wallonië en in mindere mate Brussel varen daar wel bij. Dat zijn de klassieke Noord-Zuidtransfers, die je aantreft op zowel Europees als Belgisch niveau.

Van welke orde van grootte zijn de transfers in België?

In de jaren 2007-2009 ging het bij de klassieke noord-zuidtransfers steeds om ongeveer €6 miljard, van €5,8 miljard in 2007 tot €6,1 miljard in 2009. Dat berekende het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES) in zijn recente publicatie “Het genoom van de geldstroom” in oktober 2012 (zie tabel). Die overdracht voltrekt zich in 3 grote domeinen: de sociale zekerheid, de federale begroting en de bijzondere financieringswet. Dat zijn de klassieke 3 kanalen. Opvallend is dat het transfer via de federale begroting – zonder de sociale zekerheid en de interestlasten – naar Wallonië licht afneemt. Hieronder vallen de wedden voor federale ambtenaren, sociale voorzieningen buiten de RSZ en de ambtenarenpensioenen. In deze is trouwens ook het Brusselse gewest een netto-bijdrager, zij het in geringere mate dan Vlaanderen. Maar Brussel geniet wel net als Wallonië van de overdrachten via de financieringswet. Die gaat over de verschillende dotaties aan de gemeenschappen en de gewesten. Ook deze overdrachten dalen lichtjes.

En toch nemen de klassieke transfers nog toe?

Die stijgende trend komt in grote mate op rekening van de sociale zekerheid. De overdrachten in dat domein stegen van €3,5 miljard in 2007 tot €3,8 miljard in 2009. Als je de verschillende sectoren van de sociale zekerheid tegen het licht houdt – werkloosheidsverzekering, pensioenen, kinderbijslag en ziekte- en invaliditeitsverzekering – blijken de transfers vooral gigantisch in de werkloosheidsuitgaven en de kosten in de gezondheidszorg en groeien ze nog aan. Alleen de kinderbijslag ontsnapt aan de groei. Dat zijn de ‘klassieke’ transfers. Daarnaast heb je ook nog de overdrachten door intrestlasten. Die worden dikwijls bewust over het hoofd gezien. Of afgevoerd met drogredenen. Het gaat nochtans over grote bedragen, die eveneens voor rekening van Vlaanderen komen. Maar dat is een complexe materie, die verdient apart uitgediept te worden.

 

2009 2008 2007
Vlaams Gewest -6.077.000000 -6.156.000.000 -5.830.000.000
Waals Gewest +5.795.000.000 +6.096.000.000 +5.756.000.000
Brussels Gewest +281.000.000 +59.000.000 +74.000.000

De recente evolutie in de klassieke Noord-Zuidtransfers in euro – bron: Vives

Hoe wordt gereageerd op deze toch wel fenomenale overdrachten?

Voor velen is er geen vuiltje aan de lucht. Zij zien geen probleem. Om de Vlaamse publieke opinie te sussen passen zij allerlei technieken toe om de transfers te relativeren en hun omvang af te zwakken. Een vertrouwd procedé is bijvoorbeeld de beperking van de transfers in de sociale zekerheid tot verschillen in de uitgaven tussen Vlaanderen en Wallonië. Nu stoot je hier al op een onthutsende scheefgroei. Dankzij een parlementaire vraag van Kamerlid Nadia Sminate (N-VA) aan minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) weten we dat een Waalse uitkeringsgerechtigde gemiddeld 28% duurder is dan een Vlaamse. In het werknemersstelsel betaalde de ziekteverzekering in 2010 namelijk gemiddeld €1.275 uit aan inkomensvervangende uitkeringen per Waalse verzekerde werknemer tegen €998 per Vlaamse werknemer. Dat opvallend verschil wordt niet geobjectiveerd, noch door de minister noch door het RIZIV. Dat is niet ernstig.

Hoe zit het met de inkomstenzijde?

Vlaanderen draagt onevenredig veel bij tot de inkomsten in de sociale zekerheid. Maar dat wordt als rechtvaardig voorgesteld. De overdrachten zijn een kwestie van solidariteit heet het, en daarmee is de kous dan af. Van de Vlamingen wordt verwacht dat ze zich automatisch solidair betuigen met de talrijke werklozen en het verhoudingsgewijs hoger aantal invaliden en beroepszieken in Wallonië.

Verdere vragen mogen niet worden gesteld?

De collectieve Waalse verantwoordelijkheid in de hoge werkloosheidsgraad blijft een hardnekkig taboe. Net als de vraag of het hoger aantal invaliden en beroepszieken in het Zuiden geen verband houdt met verschillen in de criteria bij de toekenning van die statuten. Herhaaldelijk wordt ook aangehaald dat de breuklijn niet loopt tussen Noord en Zuid. Prof. Bea Cantillon (UA) bijvoorbeeld stelt dat de inkomensverschillen zich vooral voordoen tussen de zogenaamde ‘Vlaamse ruit’ – het stedelijk kerngebied rond de lijn Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven – en Waals-Brabant enerzijds en de minderbegoede rest van België anderzijds. Het is waar dat sommige streken in Vlaanderen economisch beter presteren dan andere en dat Waals-Brabant vooral in vergelijking met Henegouwen en Luik uitstekende resultaten kan voorleggen. Maar storend is dat collega Cantillon omheen het bestaan van de deelstaten en hun interne dynamiek heen fietst.

Niet zelden wordt wie de transfers ter discussie stelt voor een egoïst versleten?

Soms, zoals in de actie Red de solidariteit wordt er veel geld tegen aangegooid om de Vlamingen die op hun strepen staan een schuldgevoel aan te praten. Dat is te gek voor woorden. Solidariteit is een mooi principe, maar het moet zoals alle principes worden toegepast in concrete situaties waarin strijdige belangen spelen. En hoe welwillend we ook tegenover medemensen kunnen en willen staan, het hemd is nog altijd nader dan de rok. In de praktijk verloopt solidariteit in concentrische kringen, met het gezin en de familie als kern. Van echte solidariteit is bovendien slechts sprake bij vrijwilligheid. Toen de sociale zekerheid na de Tweede Wereldoorlog volwaardig werd uitgebouwd gebeurde dat met een grote consensus in een Belgische unitaire context, maar de omstandigheden zijn sindsdien sterk veranderd.

In welk opzicht?

Dankzij de staatshervormingen konden de deelstaten beleid op eigen maat gaan voeren, waardoor de grootte van de transfers almaar duidelijker in beeld kwam. En werd in Vlaanderen meer en meer het verantwoordelijk rechtvaardigheidsprincipe tegenover het solidariteitsprincipe gesteld. Collega prof. em. dr. Ludo Abicht formuleerde het al in 1998 zo: ‘Want solidariteit die niet op vrijwilligheid berust zal vroeg of laat, en voor wie de politieke actualiteit volgt eerder vroeger, door de meerderheid van de Vlaamse bevolking als onaanvaardbaar want intrinsiek onrechtvaardig worden aangevoeld’. Is het bijvoorbeeld rechtvaardig dat Vlaamse mindervaliden bij een gebrek aan middelen lange wachtlijsten in de gehandicaptenzorg moeten trotseren terwijl tezelfdertijd jaarlijks miljarden euro’s naar het Zuiden vloeien? Het is stuitend dat het minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V) hierdoor aan middelen ontbreekt om op korte termijn een oplossing te vinden voor de ruim 22.000 mindervaliden op de wachtlijst.

Zijn er nog nijpende problemen in Vlaanderen?

Momenteel verblijven er in Vlaanderen 69.000 ouderen in woonzorgcentra. Minister Vandeurzen schat dat we door de vergrijzing jaarlijks 2.000 extra woongelegenheden moeten aanbieden. Dat komt neer op 20.000 extra rusthuisbedden in de komende 10 jaar. Of maandelijks 166 bijkomende bedden of 3 bijkomende rusthuizen van gemiddelde grootte en dat tot 2021. Maar dan zullen we een stevig tandje moeten bijzetten. Tegenover de 2 vorige decennia zal de uitbouw dubbel zo snel moeten verlopen. Maar dat vergt geld, veel geld ten laste van de Vlaamse begroting. Nu al komt de bouw van rust- en verzorgingstehuizen voornamelijk ten koste van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Bovendien moeten die RVT’s worden bemand en als de 6de staatshervorming wordt uitgevoerd, zullen die  werkingskosten nog meer op Vlaanderen wegen. Door de grote transfers naar het Zuiden dreigt Vlaanderen het bijgevolg moeilijk te krijgen om eigen noden te financieren. Dat is geen doemscenario. Prof. dr. Erik Buyst, verbonden aan VIVES (KU Leuven), komt tot dezelfde conclusie: ‘Bovendien mag men niet vergeten dat Vlaanderen, zelfs als het dat wil, die transfers niet zal kunnen blijven financieren als gevolg van de vergrijzingskosten’. Verder veronderstelt solidariteit ook verantwoordelijkheid van de ontvanger. De verwachting dat de transfers Wallonië uit het slop zouden helpen en zouden worden omgezet in duurzame groei werd niet ingelost: de diepe kloof in werkloosheidsgraad en werkgelegenheidsgraad tussen Vlaanderen en Wallonië blijft desondanks bestaan.

Zo kan je toch geen torenhoge transfers blijven legitimeren?

De sociale zekerheidsmechanismen dateren van vroegere tijden en werken grotendeels buiten het politieke bedrijf. Ze zijn als het ware onaantastbaar. Daarom kan je gewagen van een democratisch deficit. Franstalig België is er in geslaagd om belangrijke beleidsdomeinen uit het publieke debat te lichten. Grote woorden zoals solidariteit worden te pas en te onpas uitgespeeld om critici de mond te snoeren. Wie het bestaande systeem ter discussie stelt, wordt met alle zonden van Israël overladen. Het debat mag niet gevoerd worden. Dat is ondemocratisch. Maar daar liggen de Franstalige politici niet van wakker. Ook op andere terreinen smoren ze het maatschappelijk debat, denk maar aan de staatshervorming. Zo maken ze dankbaar gebruik, beter misbruik, van blokkeringsmechanismen om fundamentele ingrepen te verijdelen. Maar daarmee is nog niet eens alles gezegd. Want ze tonen zich op de koop toe niet loyaal aan gemaakte afspraken en respecteren het territorialiteitsbeginsel niet. De tweetaligheid in Brussel blijft een teer punt. In de Vlaamse rand en zelfs dieper in Vlaams-Brabant blijven ze de verfransingspolitiek ondersteunen. Zo spuwen zij in de hand van de gever. Het heeft iets Kafkaïaans. De Vlamingen mogen niet alleen betalen, in ruil wordt hen nog het leven zuur gemaakt. Je zou voor minder revolteren.

Interview: Guy Leemans

Kadertje:

Voor wie zich verder wil verdiepen in het dossier, verwijzen we graag naar de brochure Actualisering van de geldtransfers uit Vlaanderen. Relativeringstechnieken van de geldstroom uit Vlaanderen van Eric Ponette, juli 2012. De auteur staaft zijn stellingen aan de hand van talrijke analyses en voorbeelden. Hij maakt ook brandhout van de mythe als zouden de transfers vroeger in de omgekeerde richting hebben gelopen, zoals wijlen prof. dr. Juul Hannes gedetailleerd heeft aangetoond voor de periode 1830-1914. Tevens weerlegt hij overtuigend dat de overdrachten snel zullen omkeren. Stof genoeg dus om het debat gefundeerd aan te gaan.

Te bekomen bij het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ), Hoogstratenplein 1, 2800 Mechelen; akvsz@vnz.bewww.akvsz.org.