Interview met prof. Paul Van Orshoven: Splitsing België lijkt niet voor morgen

De communautaire impasse heeft het debat over de toekomst van België opengetrokken. De RTBf bond de kat de bel aan met haar uitzending bye bye Belgium. Een scheidingsscenario is niet langer taboe. Politiek zijn de meningen hierover erg verdeeld. De vraag rijst of een splitsing überhaupt mogelijk is. Daarover gingen we ten rade bij prof. Van Orshoven, publiekrechtspecialist en decaan van de Rechtsfaculteit van de KU-Leuven.

Om met de deur in huis te vallen: kan België worden gesplitst?

Als de Franstaligen en de Vlamingen akkoord gaan, is er niets dat de splitsing belet. Op die manier is Tsjecho-Slowakije ontdubbeld. Vlaanderen kan zich ook eenzijdig losmaken, maar dan is er wel een zeer grote en hardnekkig volgehouden Vlaamse consensus vereist. Dat ligt stukken moeilijker, al vinden we daarvan voorbeelden in de geschiedenis. België zelf is een afscheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Geen van beide scenario’s lijkt hier echter momenteel haalbaar. De Franstaligen doen vooralsnog niet mee en in Vlaanderen haalt het separatisme nog geen meerderheid.

Maar is een splitsing louter technisch wel mogelijk?

Uiteraard is een splitsing internrechtelijk ongrondwettig, maar als iedereen akkoord gaat is dat geen probleem, desnoods wordt de grondwet gewoon naast zich neergelegd. Elke nieuwe grondwet is in strijd met haar voorganger. Anderzijds, internationaal of Europees is er geen regel die splitsing verbiedt, dat is gewoon interne zelfbeschikking. Splitsing is sowieso revolutionair, wat ook geweldloos kan. Revolutionair, omdat je je staatsrechtelijk als het ware in een vacuüm begeeft dat je moet invullen door de basisregels van de nieuwe staatsordening in een nieuwe grondwet te gieten. Splitsen is natuurlijk gemakkelijker als de beide partijen akkoord gaan. Dat was het geval in Tsjecho-Slowakije. Bij een eenzijdig afscheiding verloopt dat veel moeizamer, omdat je uiteindelijk de instemming van je tegenpartij moet afdwingen. Die zal de handdoek niet zomaar in de ring gooien en zal maar node inzien dat ze geen been meer heeft om op te staan. Zo werd de Belgische secessie bijvoorbeeld pas in 1839 beslecht met het Verdrag der XXIV artikelen. Maar de wereld zat toen nog simpel in elkaar. Als Vlaanderen zich zou losmaken van de rest van België, zullen er exponentieel méér ‘vereffenings- en verdelingsproblemen’ moeten worden opgelost.

Hoe zou een onafhankelijk Vlaanderen moeten omgaan met de Franstalige minderheid binnen zijn grenzen?

Binnen een Vlaamse context zou dat wellicht makkelijker zijn dan in de Belgische. Nu is het voor Vlaanderen moeilijk inschikkelijk te zijn, want de Franstaligen misbruiken de minderhedenbescherming om terug te komen op Belgische afspraken, zoals het territorialiteitsbeginsel. Het minderhedenverdrag is overigens veeleer bedoeld voor etnische of religieuze minderheden, niet voor Franstaligen in de Vlaamse rand of ‘Nederbelgen’. Maar in een soeverein Vlaanderen zou meer ruimte bestaan voor taalcultureel pluralisme: een culturele minderheid vormt dan geen bedreiging meer. Overigens zouden de Vlamingen de hand in eigen boezem moeten steken. Veel Franstalige inwijking in de Vlaamse rand is er gekomen omdat de Vlamingen verkochten aan de meestbiedenden. Zo heeft niet elk gemeentebestuur eerst aan de kinderen van zijn eigen inwoners gedacht, en veel luxueuze verkavelingen toegelaten. Wanneer de meestbiedenden van elders komen, laat het gevolg zich raden.

En Brussel? Is de hoofdstad niet de beste garantie voor de Belgische eenheid?

Vanuit technisch oogpunt staat ook Brussel een splitsing helemaal niet in de weg. De derde staatshervorming van 1988-89 kroonde Brussel tot derde gewest. De Vlamingen waren daarmee niet gelukkig, maar werden gesust met de kwalificatie van Brussel als ‘hoofdstedelijk gewest’ dat geen decreten, maar slechts ordonnanties uitvaardigt. Zo leek Brussel van mindere rang dan het Vlaamse en het Waalse gewest. Maar materieel kreeg het wel dezelfde bevoegdheden, wetskrachtige normen, een parlement. Ongelijke toestanden moeten ongelijk behandeld worden: er zijn goede redenen, zoals schaalnadelen en sociaaleconomische beperkingen, om met Brussel iets anders te doen. Niet alleen de bevoegdheid van Brussel voor de visvangst werkt op de lachspieren. Bovendien moet werk gemaakt worden van de Brusselse interne structuur, een inefficiënt en duur apparaat van 19 gemeenten met 6 politiezones, lokale baronieën die niet eens solidair willen zijn, terwijl ze dat van de Vlamingen wel verwachten.

Is Brussel DC, naar het voorbeeld van Washington DC, een optie?

Dat is een piste, als de Amerikaanse fouten maar niet opnieuw gemaakt worden. Het District of Columbia is een stukje grondgebied langs de Potomac-rivier dat afgestaan werd door twee deelstaten, Maryland en Virginia, en onder rechtstreeks bestuur van het Amerikaanse Congres stond. Dat was geen groot succes, want dat Congres heeft geen verstand van lokaal bestuur en ontbeert democratische legitimiteit omdat het niet ter plaatse wordt verkozen. Bovendien is het stuk van Virginia, waar vooral bemiddelde pendelaars wonen, na verloop van tijd teruggegeven, zodat het district de verpauperde zwarten overhield. Uiteindelijk is er bijgestuurd. Nu wordt Washington DC bestuurd door een soort agglomeratieraad, terwijl het congres zich beperkt tot wat van belang is voor de federale overheid.

In welke richting zou Brussel moeten worden hervormd, ongeacht de splitsing van België?

Je kan Brussel perfect organiseren rond hoofdstedelijke en internationale kernfuncties zonder het als gewest in te vullen. Voor een beter bestuur moet er ook op gemeentelijk niveau worden ingegrepen. Het huidige systeem gaat in tegen elke vorm van goed bestuur. Maar het valt te betwijfelen of hervormingen politiek haalbaar zijn. De Brusselaars houden vast aan hun gewest, de 19 gemeenten aan hun autonomie. Ook de Vlamingen kunnen helpen vereenvoudigen: als er in Brussel één performant bestuur bestaat, kunnen spijkerharde garanties worden gegeven aan de Brusselse Vlamingen en gemeenschapsbevoegdheden aan Brussel worden toevertrouwd.

In  de nota van uw collega Johan vande Lanotte wordt een indeling in 4 gewesten voorgesteld. Zou dat Vlaanderen niet in een minderheidspositie dringen?

Dat laatste is een mythe. Brussel en Duitstalig België kunnen uiteraard deelstaten worden – Vaticaanstad en Andorra zijn ook soeverein – maar de schaalverschillen en plaatselijke toestand verdragen niet dat dit gebeurt zoals voor Vlaanderen en Wallonië. Maar ook het bestaan van vier gelijkwaardige deelstaten betekent niet dat er drie kunnen samenspannen tegen de vierde, net zomin als Wallonië en Brussel vooralsnog Vlaanderen kunnen minoriseren. Het federaal bestuur wordt niet tussen de deelstaten bedisseld, en in de federale regering en parlement wordt er niet per gewest gestemd. Verdrukking van Vlaanderen is dus larie en apekool.

Zijn er nog dergelijke mythes in omloop?

Een taaie mythe is dat België zijn federale naam maar zou verdienen wanneer de ‘residuaire bevoegdheden’, de bevoegdheden die niet uitdrukkelijk aan de staat of deelstaten zijn opgedragen, bij de deelstaten zouden berusten, terwijl zij nu aan de federale staat toekomen. Dat was alvast de theorie van Hugo Schiltz, maar zij snijdt geen hout. In elke federale staat berust de residuaire bevoegdheid bij de aanvankelijk alléén bevoegde overheid. Federaties ontstaan doorgaans door het samengaan van onafhankelijke landen, waarbij alleen de bevoegdheden van de federatie uitdrukkelijk worden opgelijst. ‘De rest’ blijft waar het altijd al geweest is. Bij een ‘defederalisering’, zoals België, verloopt dat omgekeerd en blijft het residu bij de federale, vroeger nationale staat. Maar omwille van die mythe werd alvast het principe in artikel 35 van de Grondwet opgenomen. Dat zou nu gebruikt kunnen worden om het over een andere boeg te gooien – de Copernicaanse omwenteling – en alleen nog de federale bevoegdheden op te sommen. Maar maak u geen illusies: vooralsnog dènken de Franstaligen er zelfs niet aan het minimum dat de Vlamingen zelf willen behartigen uit Belgische handen te geven, laat staan dat alles zou worden omgekeerd en elke Belgische bevoegdheid ieders akkoord vereist.

Technisch liggen alle wegen open, maar politiek beweegt vooralsnog weinig. Blijft alles dan min of meer bij het oude?

Het ziet ernaar uit dat de blokkering aanhoudt. Maar dat kan niet blijven duren. Vlaanderen en Franstalig België verschillen op almaar meer terreinen van mening, en dat zet zich door in alle domeinen. Politologen noemen dat ‘uiteenlopende preferenties’, samen met subsidiariteit de belangrijkste drijfveer voor defederalisering. Merkwaardig is dat zelfs het op het eerste gezicht ‘unitaire’ Belgisch recht uiteenvalt, gewoon door uiteenlopende rechtspraak. Er zijn altijd verschillen tussen de rechtspraak van de verschillende rechtsgebieden, ook binnen Vlaanderen. Maar dat loopt dooreen: de ene keer zijn Antwerpen en Gent het oneens met Brussel, de andere keer staat Gent alleen. Nu ontstaat almaar meer verschil aan weerskanten van de taalgrens, ook omdat Franstalige rechters de Vlaamse rechtsliteratuur niet lezen.

Op institutioneel vlak is het wiedes dat tweespalt, gepaard aan een wederzijds vetorecht, het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen belet, zodat we om de haverklap op de grenzen van het systeem stoten. Dat kan niet bevorderlijk zijn voor onze welvaart en welzijn. Door het institutioneel systeem niet of niet wezenlijk onder handen te nemen, wat als compromis wordt voorgesteld, zagen we dus de tak af waarop we zitten.

Guy Leemans