Interview Paul Cordy

Vlaams Nationaal Zangfeest jubileert

Op 11 maart wordt voor de 75e keer het Vlaams Nationaal Zangfeest georganiseerd. Om deze jubileumeditie extra in de verf te zetten interviewden we Paul Cordy, regisseur van het Zangfeest.

Het Zangfeest is een instituut in de Vlaamse beweging. Hoe moeilijk is het om veranderingen of vernieuwingen door te voeren zodat het aantrekkelijk blijft voor een hedendaags publiek en toch rekening wordt gehouden met de traditie?

Gemakkelijk is die balans niet. De geschiedenis van het Zangfeest is een constante strijd tussen vernieuwing – of pogingen tot, of vraag naar – enerzijds en mensen die absoluut geen nieuwe genres of tendensen willen anderzijds. Eén van de oprichters en de eerste dirgent-componist van het zangfeest, Jef Van Hoof, is bijvoorbeeld in de jaren 1930 omwille van een aantal nieuwe ingrepen in de regie opgestapt. Er waren ook protesten tegen de invoering van kleinkunst in de jaren 1950-1960. Het meest legendarische voorbeeld van de onvrede tegen een nieuw soort muziek was het kapotscheuren van de partituren van Toots Thielemans.

We beseffen dat plotse vernieuwingen risico’s inhouden. Daarnaast hebben we geleerd uit de controverses, uit de veldslagen – letterlijk – rond de IJzerbedevaarten van de jaren 1990. Het Vlaams Nationaal Zangfeest stelt zich niet revolutionair op. De vernieuwingen worden op een rustig tempo doorgevoerd Er is natuurlijk aandacht voor nieuwe liederen en op het gebied van begeleiding is definitief afgestapt van de grote symfonische orkesten. Deze pasten immers qua sfeer niet meer bij het Zangfeest. Ten slotte proberen we voor de choreografie zo jong mogelijke groepen te betrekken. Op die manier weet je immers wat er echt leeft in de danswereld.

Er zijn 2 aspecten aan te snel, te veel willen vernieuwen. Het gaat niet enkel en alleen over het vermijden van tweespalt, maar het Vlaams Nationaal Zangfeest moet ook een zangfeest blijven. Door allerlei optredens in het programma te stoppen is vernieuwing makkelijk te bereiken, maar waar blijft dan de participatie van het publiek? Dit geldt ook op het vlak van de liederenkeuze. Een volledig nieuw repertoire brengen is uit den boze. Het publiek moet namelijk geënthousiasmeerd worden om mee te zingen. Een bijkomend probleem daarbij is de hedendaagse kleinkunst. Veel is gewoonweg niet geschikt om in samenzang te brengen.

Enkele jaren geleden werd geopteerd om het Sportpaleis te ruilen voor de Lotto Arena. Heeft dit gezorgd voor een nieuwe dynamiek?

Ja, zeer zeker. Het sportpaleis was te groot geworden om 2 redenen. Ten eerste, de dagen van de massamanifestaties met 12 tot 15.000 deelnemers zijn voorbij. Een halfgevuld Sportpaleis weegt op de sfeer van het geheel. Bovendien is de huidige inrichting van het Sportpaleis niet optimaal voor het Zangfeest. Niet alleen de interactie tussen het publiek en het podium, maar ook tussen het publiek onderling was ondermaats. De zaal was gewoon te groot. Zelfs met een vol Sportpaleis zaten die groepen te ver van elkaar. Dat merk ik aan de regietafel. Tegenover vroeger is er nu meer contact. Door het orkest wordt er veel meer ingespeeld op wat er gebeurt in de zaal. Wat er vandaag gebracht wordt, is de manifestatie die we willen.

Sinds kort telt het Zangfeest terug meer deelnemers. Dit is opmerkelijk omdat andere evenementen binnen de Vlaamse beweging net het omgekeerde meemaken. Is deze positieve curve te danken aan de nieuwe locatie?

Dit is mede daardoor te verklaren. Echter, het Zangfeest is één van de weinige Vlaams-nationale evenementen waar totaal geen consternatie over bestaat. Kijk naar de IJzerbedevaart en de IJzerwake, zeker nu die vanaf dit jaar op dezelfde dag vallen. Een Vlaamse beweger moet dus al kamp kiezen om naar een dodenherdenking te gaan… Maar uiteindelijk zorgt inderdaad de nieuwe locatie en een iets frissere aanpak regiematig voor die herwonnen dynamiek met als gevolg meer deelnemers.

Hoe moeilijk is het binnen die Vlaamse beweging, met zijn vele strekkingen, op de ‘consensuskoord’ te blijven balanceren. Bestaat er veel kritiek?

Dat valt best mee. Artistiek is er tegenwoordig weinig kritiek. Maar bij elk Zangfeest zijn er criticasters en dat mag ook. Het perfecte Zangfeest bestaat immers niet. Op het gebied van politieke inhoud is er trouwens meer commentaar. Over het communautaire bestaat er weliswaar geen controverse aangezien we daarover een zuiver standpunt innemen. Geschillen doen zich eerder voor over nevenaspecten, over de invulling van dat Vlaamse. De politieke lijn van het Vlaams Nationaal Zangfeest is de consensus binnen de Vlaamse beweging. Een zwaar omstreden standpunt zal het publiek tijdens een toespraak niet snel horen. Een betoog zoals dat van Frans Crols over Brussel, enkele jaren geleden op de IJzerwake, is bij ons niet aan de orde. Een goed programma opstellen blijft natuurlijk moeilijk, al was het maar omdat wij geen eurocent subsidie krijgen en dus alle financiële middelen zelf moeten bij elkaar zoeken.

Hoe wordt 75 jaar Zangfeest gevierd? Is er speciale aandacht voor het verleden?

Er is aandacht voor dat verleden. Het wordt echter geen puur herdenkingszangfeest. Het is een feesteditie en dat wordt gevierd zonder overdreven naar dat verleden te kijken. Het blijft dus een zangfeest met klassieke ingrediënten. Wanneer er wordt verwezen naar dat verleden verloopt dit via bindteksten en visuele ondersteuning. Er is zeker aandacht, echter de echte herdenking voor die historie zal een aantal maanden later volgen. Dan wordt immers ons boek over het verleden van het zangfeest gepubliceerd.

Het centraal thema dit jaar is ‘Wij zullen doorgaan’, in welke context moeten we dit thema zien?

Dit is een politiek statement. Het verwijst naar de strijd die we noodgedwongen moeten doorzetten. Het zou natuurlijk leuker zijn geweest als het 75e zangfeest een onafhankelijkheidszangfeest was. Maar helaas… Daarnaast verwijst deze slagzin naar het jubileum en de toekomst. Wij zullen doorgaan om deze manifestatie uit te bouwen en er een eigentijds geheel van te maken. Het Zangfeest moet cultuur en maatschappelijk engagement met elkaar verbinden, niet op de vrijblijvende manier – zoals tegenwoordig de mode is – maar als voortzetting van een traditie. We willen van die stevige wortels en stevige boom maken. Het Vlaams Nationaal Zangfeest is geen eendagsvlieg en vandaar dat wij zullen doorgaan.

De impact van het Zangfeest op die maatschappij en meer bepaald op de media is niet meer wat het geweest is. Worden er inspanningen geleverd voor een betere toegang tot de media?

Onze contacten worden vanzelfsprekend zo goed mogelijk verzorgd. De media-aandacht is trouwens wel verbeterd. Er waren tijden dat het Zangfeest op een dermate negatieve manier werd afgeschilderd, dat er beter geen berichtgeving over verscheen. Gelukkig is die tendens voorbij. Die mindere aandacht is overigens normaal. De rol van de Vlaamse beweging is enorm veranderd. De Vlaamse strijd wordt niet alleen meer door die beweging gevoerd, maar is voor een groot gedeelte verplaatst naar het politieke forum. De nieuwe taak van de huidige Vlaamse beweging is dit te ondersteunen, commentator te zijn en – waar nodig – kritische vingerwijzing te geven. In de jaren 1950-60 moest er een hele cultuurbeweging op gang getrokken worden. De impact daarvan was veel groter, met een groter bereik als gevolg. De maatschappij is bovendien niet meer hetzelfde als in die jaren. Destijds was de samenleving met een beperkter aantal zaken bezig. Dat zie je ondermeer in de nieuwsberichtgeving. Bij de analyse van deze berichtgeving stel je vast dat de onderwerpen zijn veranderd en dat er veel breder wordt gegaan. Dat speelt ook mee. Onze invloed is dus inderdaad minder. Enerzijds kan je dat betreuren, anderzijds moet je realistisch zijn. Iedereen zou blij moeten zijn dat de Vlaamse beweging niet meer het enige forum is waar de Vlaams-nationale problematiek aan bod komt.

Hoe ziet de liederenkeuze eruit dit jaar? Zijn er enkele verrassingen?

Echt grote verrassingen zijn er niet bij. Er worden wel een aantal liederen gebracht die nog nooit op het Zangfeest gezongen zijn, waaronder het lied Wij zullen doorgaan van Ramses Shaffy, weliswaar met aangepaste tekst. Ik verwacht dus dit jaar geen controverse over de liederenkeuze. Het meest origineel en verfrissende van deze editie is waarschijnlijk het kinderkoor ‘De Wamblientjes’. Het is een heel moderne groep en het brengt een aantal speciale nummers.

Als afsluiter: kent u nog een interessante anekdote over Zangfeest voor onze lezers?

De geschiedenis van het Zangfeest bulkt van kleurrijke anekdotes. Maar het volgende is leuk om te vermelden. Het Zangfeest van 1937 werd georganiseerd in Brussel op de Grote Markt. Zoals gebruikelijk stonden de 3 volksliederen geprogrammeerd – het Wilhelmus, De Vlaamse Leeuw en het Zuid-Afrikaans volkslied: het Transvaal volkslied (de hymne van de republiek Transvaal). In die tijd was het zingen van het Wilhelmus vrij omstreden. De viering van 100 jaar België lag nog vers in het geheugen en in de patriottistische kringen was men evenzeer anti-Nederlands als anti-Duits. Dat de Nederlandse vlag zou worden gehesen en het Wilhelmus op de Grote Markt zou worden gezongen, schoot kranten zoals La Libre Belgique in het verkeerde keelgat. De toenmalige Brusselse burgemeester, Adolphe Max, wilde niet alleen het zingen van het Wilhelmus verhinderen, maar heeft ook de Vlaamse Leeuw trachten te verbieden. Daar heeft men natuurlijk feestelijk de voeten aan geveegd. Voor het Wilhelmus was er een Nederlandse dirigent uitgenodigd. Vermoedelijk via de Belgische ambassadeur in Den Haag is er dan bij Nederland op aangedrongen dit te verhinderen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Hendrik Colijn heeft aan die druk toegegeven en gevraagd het Wilhelmus niet te zingen – waar men uiteraard niet is op ingegaan. Hij heeft wel kunnen verhinderen dat de Nederlandse dirigent op het Zangfeest heeft opgetreden.

Michel Cardon

VOSsen kunnen aan verminderde prijs kaarten voor het Vlaams Nationaal Zangfeest bestellen bij het algemeen secretariaat via 03/213.35.85 of info@vosnet.org.