Interview prof. dr. em. Marcel Janssens

‘De Prins der Nederlandse letteren’, zo noemde Gerard Walschap hem. Filip De Pillecyn was niet alleen een gedreven militant, maar evenzeer een verfijnde en dromerige stilist. Over zijn literair werk spraken we met prof. dr. em. Marcel Janssens, die als jonge academicus De Pillecyn  nog regelmatig mocht ontmoeten.

U hebt Filip De Pillecyn nog persoonlijk gekend?

Toen hij in 1962 overleed, was ik nog maar 30 jaar. Lang heb ik hem dus niet gekend. Maar ik heb hem wel regelmatig ontmoet tijdens vergaderingen van Boekengilde De Clauwaert. Dat waren best leuke momenten. De Pillecyn was aangenaam gezelschap. Hij had Bourgondische trekjes en beschikte over een flinke dosis humor. Maar hij kwam ook gevat voor de dag. Hij noemde de dingen bij hun naam. Nooit zou hij ‘ja’ gezegd hebben als hij ‘neen’ bedoelde. Hij was recht voor de raap. Zo wist je wat je aan hem had. Die openheid bevorderde een goede samenwerking. Daarnaast had ik als literatuurliefhebber grote waardering voor zijn literaire prestaties. Vooral zijn meesterwerk Mensen achter de dijk maakte een grote indruk op mij, en niet alleen op mij.

Wat spreekt u zo aan in Mensen achter de dijk?

De Pillecyn heeft zijn geboortestreek aan de samenvloeiing van Schelde en Durme bij Hamme geportretteerd met een unieke, lyrische fijngevoeligheid. Uit heel wat passages blijkt een haast mystieke natuurbeleving. In het begin van het boek schrijft hij bijvoorbeeld als volgt over een jongeman die op de dijk een boek openslaat: ‘Veel anders en veel schoner waren de boeken als ik ze daar kon lezen. En in wisselwerking werd de wereld die mij omgaf veel schoner dan het boek. Een paradijs was het en het tijdloze omgaf mij. De stilte van water en land omringde mij (…) het water droeg zijn schittering naar de lommer van riet en dijk, en over het hoge gras sidderde de zomerwind. (…) Eeuwig was alles wat ik aanschouwde, van de wolken die in trage gang over de rivier trokken tot de wilde geur waar lis en waterbloemen voor zichzelf groeien. En als ik zat aan de samenvloeiing van rivier en stroom, waar alles opeens wijd wordt en de ruimte van water en hemel één groots geheel is, dan leefde er iets anders in mij dan het kind dat ik was, iets waarvoor het lichaam te eng is om te bevatten’.

Hij hield van dat stukje Vlaanderen?

Het land achter de dijk was voor hem iets paradijselijk. Daarvan heeft hij op meesterlijke wijze de lof gezongen, terecht meen ik. Zelf ben ik geboren en getogen in Grembergen, een buurgemeente van Hamme en sinds de fusie deelgemeente van Dendermonde. In mijn jeugd trokken wij met de jeugdbeweging vanuit Grembergen langs de Scheldedijk richting Hamme om daar te spelen of te voetballen. Ook wij kwamen toen in aanraking met de ongerepte natuur die De Pillecyn vol bewondering zo accuraat heeft beschreven. Hij heeft zijn thuisland opgetild in de hoogste sferen van authenticiteit, oneindigheid, eeuwigheid en onvergankelijke schoonheid. Voor hem was er geen zachter, geen idyllischer landschap in Vlaanderen.

Het lijkt wel bijna een sprookje, het leven in Hamme aan de vooravond van 1900?

Maar dat was het niet. De Pillecyns liefde voor de natuur maakte hem niet blind voor de situatie van de gewone man. Hamme stond in de 19de eeuw bekend als het armste dorp van Vlaanderen. Ook dat beeld heeft hij trefzeker geschetst. Hij sloot zijn ogen niet voor de ellende van het verpauperde, ongeletterde volk, dat werd klein gehouden door de Franssprekende bovenlaag. Hij hekelde de elite en haar steunpilaar de kerk. Hij was dus geen wereldvreemde, zoetsappige dromer zonder inzicht in de sociale verhoudingen en misbruiken. Hij doorzag de mechanismen van de macht en spaarde de verantwoordelijken voor wantoestanden niet. In die zin was hij een stuk verwant aan andere sociaal-realistische auteurs zoals Louis Paul Boon en Gerard Walschap. Mensen achter de dijk is ook het stille epos van arme sukkelaars, zij het in een haast feeërieke omgeving.

Uit die tegenstelling tussen een idyllische natuur en de strijd om het bestaan zich ook op het vlak van de personages?

Zijn hoofdpersonages hebben het niet onder de markt. Het zijn zwervers, op zoek naar een beter leven en een betere wereld. Vaak zijn het oud-soldaten, zoals De Pillecyn er ook een was. Hij interesseerde zich erg voor het kantelmoment in het leven van elke soldaat, het moment waarop hij afzwaait en voor de dikwijls moeilijke herintegratie in het alledaagse leven komt te staan. Dat proces verloopt vaak moeizaam. Zijn hoofdpersonages leiden dan ook een rusteloos leven. Voortdurend moeten ze knokken om te overleven. Dat mat af, waardoor ze doorgaans niet oud worden. Eigenlijk sterven ze langzaam in de loop van hun leven, telkens ze gedwongen moeten afscheid nemen van iets wat hun dierbaar is. Het zijn eenzame, tragische figuren, vaak zowel fysiek afgezonderd als innerlijk vereenzaamd.

Hoe reageren ze op hun lot?

Ze hebben het niet gemakkelijk, maar reageren niet gelaten. De Pillecyn voorziet hen van een flinke portie gedrevenheid. Maar dat mag niet baten. Aan het einde van de rit loopt het fout. In de roman De soldaat Johan bijvoorbeeld, die zich afspeelt in de late Middeleeuwen, wil het hoofdpersonage zijn bestaan als soldaat inruilen voor dat van een vrije boer. Maar zijn droom loopt uit op een nachtmerrie wanneer hij eindigt in de gevangenis. In Vaandrig Antoon Serjacobs verhaalt hij de neergang van de in de Oostenrijkse Tijd oneervol ontslagen huzarenofficier Antoon Serjacobs, ten onrechte behandeld als een misdadiger. Serjacobs zoekt onvervaard eerherstel maar bereikt het tegendeel. Hij raakt verder en verder aan lager wal, tot hij in zijn uitzichtloze situatie zelfs aan het stelen gaat. Zijn leven krijgt een tragische wending. Door de omstandigheden wordt hij uiteindelijk wat hem eerder ten onrechte werd aangewreven: een misdadiger.

Welke stijl hanteerde De Pillecyn? Was hij een trendsetter?

Zijn werk was niet experimenteel zoals dat van Karel Van de Woestijne. Kenmerkend was alleszins zijn sterke epische en historiografische vermogen. Hij was een meester in de stilistische technieken van suggestie en vervaging en goochelde met beeldspraak en symboliek. Dat combineerde hij met indringende motieven en thema’s zoals het leven als een permanente zoektocht, lijden en dood, het identiteitsvraagstuk en de relatie man-vrouw. De queeste naar een zinvol bestaan vind je in vrijwel zijn gehele werk. Het is bijzonder goed uitgewerkt in Rochus, voor mij nog altijd zijn beste werk naast Mensen achter de dijk. De hoofdfiguur, de heilige Rochus, vertrekt na het overlijden van zijn ouders op pelgrimstocht naar Rome. Die tocht duurt echter veel langer dan gepland omdat hij zich onderweg overgeeft aan de verzorging van pestlijders, met succes. Eenmaal de ziekte is teruggedrongen, kampt hij echter met zinverlies. Hij keert terug naar zijn geboortestad Montpellier. Maar daar wacht hem geen glorie, maar de gevangenis, op aanklacht van spionage.

Was die tragiek een constante in zijn werk?

Zijn personages ontsnappen vrijwel nooit aan hun noodlot. In 1934 publiceerde hij bijvoorbeeld de novelle Monsieur Hawarden, waarin het thema van het zoeken en de daarmee samenhangende onrust wordt verbonden met de man-vrouwverhouding. Het verhaal, opgebouwd rond een kern van waar gebeurde feiten, speelt zich af in de streek rond Malmédy, waar De Pillecyn van 1926 tot 1933 Nederlands en Engels gaf aan het atheneum. Het hoofdpersonage ontvlucht Parijs om af te rekenen met haar eigen verleden en liefdesverdriet. Haar ware ik verbergt ze voor de buitenwereld door zich uit te geven voor een man. Vrouw kan ze enkel nog zijn op zichzelf. Haar bestaan is troosteloos en ze kwijnt langzaam weg. De Pillecyn tekent haar gespletenheid met een groot inlevingsvermogen, zonder evenwel het personage te gijzelen. Het verhaal toont de openheid van De Pillecyn, die geen omstreden onderwerpen uit de weg ging. In het publicatiejaar 1934 was travestie in Vlaanderen lang van evident. Einde jaren 1960 werd Monsieur Hawarden verfilmd door Harry Kümel.

Wat typeert De Pillecyn nog meer?

In tegenstelling tot zijn meeste tijdgenoten koos hij niet voor de ik-verteller, maar voor een verteller die buiten het verhaal staat. Die positie stelde hem in staat om zich in te leven in zijn personages en tegelijkertijd een zekere afstand te bewaren. Dat evenwicht maakte hij, mede door subtiele woordspelingen, op een sublieme wijze waar. De lezer leert de hoofdpersonages vooral kennen via hun buitenkant, doorheen hun gedrag en hun wisselwerking met anderen. Dat geeft het werk van De Pillecyn ook een sterke symbolische geladenheid. De personages situeren zich wel klaar en duidelijk in ruimte en tijd, maar staan eigenlijk in dienst van de algemene overtuiging van de auteur en zijn zienswijze op de mens en diens taak in de wereld en de geschiedenis. Op die manier heeft hij invloed uitgeoefend op latere schrijvers zoals Hugo Claus.

Is hij in zijn schrijven geëvolueerd?

De Pillecyn is zwaar beïnvloed door zijn ervaringen aan het IJzerfront. Stefanie Vetter, echtgenote van Ernest Claes, schreef in 1962 in haar in memoriam Filip De Pillecyn: ‘Wij (pasgetrouwd) leerden hem kennen als jongeling nog: slank, schoon en innemend. Later als man minder slank, maar de innemendheid had plaats moeten ruimen aan een zekere hardheid, het was na 1914-1918 en zijn rechtvaardigheidsgevoel was geschokt‘. De slachtpartij van de Grote Oorlog en de dwingelandij van het Franstalige legerkader scherpten De Pillecyns afkeer voor het wereldlijke en kerkelijke gezag aan. Tekenend voor de invloed van de Eerste Wereldoorlog is ook zijn groot aantal werken met soldaten in de hoofdrol, waaronder 6 romans: Blauwbaard (1931), Hans van Malmédy (1935), De soldaat Johan (1939), Jan Tervaert (1947), Vaandrig Antoon Serjacobs (1951) en Aanvaard het leven (1956). Als oud-soldaat heeft het soldatenwezen De Pillecyn altijd gefascineerd. Tot halverwege de jaren 1930 was dat verbonden met aanklachten tegen de oorlog. Onder invloed van de ideologische radicalisering en de toenemende internationale spanningen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zie je dat hij oorlogsgeweld niet langer principieel verwerpt en meer en meer begrip toont voor verdrukten die zich met geweld verzetten.

Merk je ook veranderingen in zijn stijl?

Als je op De Pillecyn een etiket wil kleven, kan je hem best duiden als een neoromanticus. Maar onder die noemer heeft hij duidelijk een evolutie doorlopen, die je in een 3-tal periodes kan onderbrengen. In een eerste fase sluit hij in romans zoals Pieter Fardé (1926) over een minderbroeder aan bij de historische romantiek, met veel aandacht voor het onbekende en mysterieuze. Met Blauwbaard maakte hij de overgang naar een meer psychologisch proza. In deze middenperiode komt hij verfijnder uit de hoek en legt hij niet langer de nadruk op gebeurtenissen, maar op de bijhorende stemmingen. Vanaf De soldaat Johan weerspiegelt zijn werk vooral zijn eigen ideologisch en maatschappelijke referentiekader.

Heeft hij nog invloed op de huidige generatie auteurs?

In literatuurgeschiedenissen, bloemlezingen en schoolhandboeken is hij naar het achterplan verwezen. Als zodanig deelt De Pillecyn het lot dat haast alle auteurs vroeg of laat treft. Talloze auteurs die door hun tijdgenoten werden bejubeld zijn in de vergeethoek beland. De tijden veranderen en brengen andere trends en modes zodat ouder werk al snel gedateerd lijkt. Ook andere groten uit onze literatuur hebben dat lot ondergaan. Typisch voor De Pillecyn is dat zijn literaire carrière doorheen de jaren mee is beoordeeld door zijn politieke engagement, in het bijzonder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de enen was De Pillecyn een Vlaamse idealist met een gouden pen, voor de anderen een collaborateur met geringe of zelfs geen literaire verdiensten. Die tweedracht over de politieke erfenis van De Pillecyn heeft lange tijd een serene visie op zijn publicaties in de weg gestaan.

Zijn we die polemiek ontgroeid?

Gelukkig is die tweedeling afgezwakt. We mogen ons ook niet langer verliezen in dit oeverloos debat. In plaats daarvan moeten we recht doen aan de literaire productie van De Pillecyn, zonder die bij voorbaat te verketteren of te bewieroken omwille van zijn maatschappelijk engagement. Collega prof. dr. Emmanuel Waegemans draagt daartoe bij met het Filip De Pillecyncomité. Hij was ook de initiatiefnemer van de heruitgave van Mensen achter de dijk in 2004. Ook Jurgen De Pillecyn, kleinneef van Filip, toont zich zeer verdienstelijk in de herwaardering van het werk van zijn grootoom. Emmanuel Waegemans en Jurgen De Pillecyn focussen in eerste instantie op de ontegensprekelijke grote literaire kwaliteiten van Filip De Pillecyn. Als we die willen blijven openstellen voor het grote publiek moeten we ook andere werken van De Pillecyn heruitgeven en de lezers voldoende bijstaan mits duiding van zijn literatuuropvatting, zijn stijl en thema’s.

Is de wereld die hij beschrijft geen voltooid verleden tijd?

De wereld op zich is enorm veranderd, ten goede en ten kwade. De mens verdringt almaar meer de natuur. Ook in Vlaanderen is de tijd wat dat betreft niet blijven stilstaan. We hebben almaar minder ongerepte plekjes. Gelukkig is de zorg voor ons leefmilieu de jongste decennia toegenomen. Eigenlijk kan je De Pillecyn in zijn liefdevolle schildering van de natuur zien als een voorloper van de ecologische beweging. Ook in zijn taal streefde hij naar schoonheid, ten dele als compensatie voor de eigen vergankelijkheid. Hij deed dat zoals enkele generatiegenoten met veel gevoel voor esthetiek in de taal, iets wat hedendaagse auteurs grotendeels hebben verleerd.

Kan u daarvan nog een voorbeeld geven?

Hij was nauw verknocht aan zijn geboortestreek en de schoonheid ervan. Na de Tweede Wereldoorlog op beschuldiging van collaboratie tot 1949 opgesloten, schreef hij vanuit de gevangenis van Sint-Gillis: ‘Ik verlang meer naar de aarde dan naar de mensen’. Die uitspraak komt misschien wrang over, maar verbeeldt wel krachtig zowel zijn teleurstelling over zijn lot en de mens, als zijn intieme verbondenheid met de natuur. In zijn oorlogsdagboek Face au mur, postuum verschenen in 1980, heet het, met een sterk gevoel van heimwee naar zijn gelukkige kinderjaren: ‘Dat alles blijft onveranderd, heel dat groene, naar slijk en water ruikende land. De aarde, het enige wat trouw blijft. Het is of mijn ontgoochelde afkeer van de mens mijn liefde tot de aarde vertienvoudigd heeft’. Een gelijkaardige passage vind je aan het einde van Mensen achter de dijk, waar hij schrijft: ‘Een boek is zoveel beter dan de mensen’. Dat boek eindigt De Pillecyn met een autobiografische noot. Doorheen de verteller, samen met zijn hond Puck, horen we hem zelf aan het woord: ‘Wij twee, Puck, gaan samen weer deze avond in, wij twee gaan samen onze levensavond in. En als gij vergaan zult in de aarde van mijn tuin, is er een plekje meer dat mij binden zal aan deze grond. Tot ikzelf niet meer zal zijn dan een kortstondige herinnering’.

Guy Leemans

Prof. dr. em. Marcel Janssens kan terugblikken op een lange en rijke academische carrière aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is een nog een volbloed literaire generalist die letterkundige kritiek paart aan dienstbetoon ten bate van de Nederlandse taal en cultuur, in het bijzonder de internationalisering ervan.