Interview Rik Van Cauwelaert

Europa verscherpt breuklijn in België

De regering Di Rupo I zit wel in het zadel, maar nog niet op rozen. Gebonden door Europese dictaten, moet de keizer van Mons oproeien tegen een brede Vlaamse tegenstroom. Hierover praatten we met Rik Van Cauwelaert van Knack.


De Vlaamse kiezer die had gehoopt op een Copernicaanse omwenteling, is van een kale reis thuisgekomen. Waarom blijft hij op zijn honger?

Fundamentele veranderingen zijn voor de Franstalige socialisten uitgesloten. Omdat die de almacht van de PS in Wallonië bedreigen. In het Zuiden dicteren de Franstalige socialisten de wet. En zij willen dat zo houden. Vroeger werd er gesproken van de PS-staat in Wallonië en de CVP-staat in Vlaanderen. Die laatste heeft eigenlijk nooit bestaan. Maar de PS-staat is géén mythe. De PS is de vleesgeworden machtspartij, die in Wallonië en Brussel duizenden getrouwen systematisch hand- en spandiensten verleent en zo haar eigen macht bestendigt. Geen enkele partij evenaart haar daarin. De PS zoekt de macht en gebruikt die ook, zonder scrupules.

Waarom ondervindt de PS zo weinig tegenwind?

Voor de federale verkiezingen van 2007 regende het onthullingen over corruptie onder haar mandatarissen, vooral in Charleroi. Dat speelde in de kaart van de MR. De Franstalige liberalen boekten een historische verkiezingsoverwinning. Maar hun triomf was van korte duur. Want bij de regionale verkiezingen van 2009 lag de PS alweer op kop. De Franstalige socialisten haalden monsterscores in de provincies Luik en Henegouwen, waar ze zich al jaren met succes opwerpen als laatste reddingsboei. Met de teloorgang van de zware industrie zijn velen almaar meer aangewezen op overheidssteun om de eindjes aan elkaar te knopen. En de PS speelt daar handig op in. Bij de federale verkiezingen van 2010 deed ze er nog een schepje bovenop. Ze behaalde in Wallonië bijna 40% van de stemmen, in Henegouwen kwam ze zelfs uit op een absolute meerderheid van 11 op 19 zetels. Daardoor is de PS incontournable. In Vlaanderen is nog altijd niet ten volle doorgedrongen hoe erg de oude industriële bekkens van Wallonië er aan toe zijn. Maak maar eens een rondrit in Charleroi en omgeving.

Past het succes van de luchthaven van Charleroi wel in dat plaatje?

Dat is de uitzondering op de regel, en dan nog. Want de inplanting van dit vliegveld was nauwelijks van invloed op de werkloosheidsgraad in de streek. Voor de uitbating zijn gekwalificeerde werknemers nodig. Die worden echter niet zozeer in de eigen regio dan wel in Waals-Brabant en Brussel gerekruteerd. Want de werklozen in de buurt van Charleroi missen de nodige diploma’s en vaardigheden. Het lijkt wel uitzichtloos. Het Waalse primaire deficit wordt geraamd op 6 miljard euro. Dat verklaart waarom de Waalse politici het debat over de transfers uit de weg gaan. Zonder die overdrachten vanuit Vlaanderen zou het Zuiden drastisch aan welvaart inboeten, naar schatting een kwart. De PS en haar aanhang beseffen dat zeer goed. En daarom moet alles zoveel mogelijk bij het oude blijven.

In Brussel loopt het al niet veel beter?

In gemeenten zoals Sint-Jans-Molenbeek en Sint-Joost-ten-Node is armoede troef. Eigenlijk zijn die gemeenten grote OCMW’s. De jonge generaties migranten missen elk toekomstperspectief. Soms ontladen ze hun frustraties. Tot grootschalige rellen kwam het vooralsnog niet, maar het gevaar op escalaties bestaat en dat in het centrum van Brussel – een tijdbom, om Yves Desmet te citeren. Dankzij kwistige overheidstussenkomsten houden oudgedienden zoals de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux en Charles Piqué, minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de toestand onder controle. Deze anciens kunnen steunen op invloedrijke netwerken om de ergste noden te lenigen. Ik hou mijn hart vast als zij zouden wegvallen. Wat me overigens opvalt in het debat over Brussel is dat er nooit met een woord wordt gerept over het ontbreken van solidariteit van de rijke met de arme gemeenten.

Langs Franstalige zijde zit de PS in het centrum van de macht, ook op federaal niveau. Waarom heeft de N-VA als Vlaamse winnaar de boot gemist?

Begin juli 2010 zagen Bart De Wever en Elio Di Rupo elkaar in Vollezele en elders regelmatig om de basis voor een akkoord uit te werken. Langs Franstalige kant was de PS heer en meester, zeker door de onvoorwaardelijke steun van de CdH. Langs Vlaamse kant was de situatie ingewikkelder. Bart De Wever was er niet aan alleen in geslaagd om het Vlaams Belang naar de kroon te steken. Met zijn pleidooi voor vergaande structurele hervormingen sprak hij ook brede middengroepen aan. Dat heeft de traditionele partijen veel stemmen gekost. Daardoor kwam de N-VA aan zet. Aanvankelijk, begin juli 2010, leek een overeenkomst tussen de N-VA en de PS over een grote staatshervorming en een zuivere splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde binnen bereik. Op voorwaarde van extra geld voor Brussel en er niet fundamenteel zou worden geraakt aan de uiterst complexe financieringswet van 1989, die de financiële stromen tussen de federale en regionale beleidsniveaus regelt. Nadat zijn basisafspraken met de N-VA begon preformateur Di Rupo aan zijn ronde onder de andere partijen. Maar in die contacten vertrok hij niet van de afspraken met de N-VA. In plaats daarvan liet hij hen hun eigen desiderata op tafel leggen. Prompt bracht de CD&V de financieringswet ter sprake. Begin 2010 had Yves Leterme Eric Kirsch, een van de auteurs van de wet, als kabinetschef ingehaald. Kirsch pleitte voor een overheveling van 90% van de personenbelasting naar de deelstaten om de regio’s ertoe aan te zetten hun economische efficiëntie te verhogen.

Hoe reageerden de Franstaligen?

Met een categoriek njet, omdat ze vreesden voor verarming. In het hoofd van menigeen spookt nog dat Hugo Schiltz in 1989 voor een enthousiast VU-congres verkondigde dat de financieringswet het einde van België inluidde. Dat was geen obligaat nummertje om de achterban te plezieren. De draagwijdte van de wet bleek toen het Franstalig onderwijs almaar verder in geldnood raakte. In reactie hevelde de Paarse regering in 2001 middelen over van het federale naar het regionale niveau, zodat de federale financiën nog verder in het rood geraakten. Paradoxaal hebben de Franstaligen zo bijgedragen aan hun grootste nachtmerrie, de financiële uitkleding van het Belgische niveau. En aan de toenemende financieringsproblemen in de sociale zekerheid, al zo geplaagd door de crisis en de vergrijzing. Eric Kirsch bevestigde waar Frank Vandenbroucke al jaren voor waarschuwt, dat de Belgische staat zijn sociale verplichtingen binnen afzienbare tijd niet meer dreigt te kunnen nakomen. Kortom, zoals Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, het uitdrukte: de financieringswet is de molensteen om de nek van de federale staat.

De CD&V had de kat de bel aangebonden. Hoe reageerde de N-VA?

De christendemocraten hadden de strategie van de N-VA doorkruist. Bart De Wever was in snelheid gepakt en moest nu gas bijgeven. Daarom moest hij terugkomen op de afspraak van Vollezele om de financieringswet dood te zwijgen. Op 16 augustus 2010 kaartte hij de wet aan op de onderhandelingstafel. Elio Di  Rupo was ziedend. De vergadering ontspoorde en werd vroegtijdig afgesloten nadat De Wever onwel was geworden. Dat was het kantelmoment in de onderhandelingen. De N-VA kwam op een zijspoor. Omdat later ook de Groenen afvielen, hebben we nu dus een klassieke driepartijenregering rond een communautair en sociaaleconomisch compromis.

Lijkt het communautaire akkoord u duurzaam?

Ik voorzie weinig problemen over de voorgestelde splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. De splitsing van het gerechtelijke arrondissement is een ander paar mouwen. Volgens experts is dat onmogelijk zonder artikel 195 van de grondwet buiten werking te stellen. Dat artikel regelt de procedure voor de herziening van grondwetsartikels. Maar voor de splitsing van het gerechtelijk arrondissement werd de procedure niet gevolgd zoals het hoort. Als de regering er toch werk van wil maken, moet ze zich wagen aan kunst en vliegwerk. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Op de koop toe is het probleem niet louter procedureel. Er zal nog een hartig woordje moeten worden gepraat over het aandeel van de taalgroepen onder de Brusselse magistraten. Het akkoord spreekt van 80% Franstaligen tegenover 20% Nederlandstaligen. Maar die verdeling zou berusten op verkeerde cijfers. Naar verwachting zullen de Vlamingen een hoger percentage eisen, met de herziening van de bijkomende financiering van Brussel als stok achter de deur. Maar de grootste problemen mogen worden verwacht bij de herziening van de financieringswet.

En op sociaaleconomisch vlak?

Daar is tijd gekocht. Onder druk van de Franstaligen en in het bijzonder de PS is het debat over de pensioenen en de werkeloosheid vooruitgeschoven. De achterban van de Franstalige socialisten was woedend toen ArcelorMittal half oktober besliste om de hoogovens in zijn Luikse vestiging te sluiten, met een verlies van bijna 600 jobs als gevolg. Prompt stelde het gemeenschappelijk vakbondsfront aan Elio Di Rupo voor om, in navolging van Dexia, de Luikse staalnijverheid te nationaliseren en er 1 miljard euro in te investeren. Binnen die context mag je drastische maatregelen vergeten. Omwille van electorale belangen is de PS enkel bereid tot lapwerk, maar niet tot structurele oplossingen.

Zal de crisis ons niet allemaal treffen? Moeten we geloof hechten aan doemscenario’s?

Saneringen zijn onvermijdelijk en dat zullen we in onze portefeuille voelen. Vooral de middenklasse zal zwaar inleveren. De belastingen nemen toe, de lonen worden aan banden gelegd en de sociale voorzieningen afgebouwd. En het is zeer de vraag of de huidige maatregelen zullen volstaan. Ik vees van niet. Commissievoorzitter José Barosso heeft in het Europees parlement zelfs letterlijk gezegd dat de verzorgingsstaat geen problemen kent, maar dat zij zelf het probleem is. Waaraan hij terstond toevoegde dat hij de Europese arbeidsmarkt wil omvormen naar Angelsaksisch model. Dat zijn toch wel krasse uitspraken van de topman van de Europese Unie, nota bene in een vroeger leven aangesloten bij de Portugese communistische partij.

Hebben we jarenlang in een droom geleefd?

In 2010 werd publiek bekend wat insiders al lang wisten, met name dat Griekenland zijn financiën jarenlang had opgesmukt. Enkel door creatief boekhouden was het land erin geslaagd te voldoen aan de toetredingscriteria van de Eurozone. Het stond trouwens in de sterren geschreven dat de muntunie vroeg of laat in problemen zou komen zolang een politieke unie uitblijft. Zo worden nu over de hoofden van de Europese burgers heen zonder democratische controle ingrijpende beslissingen getroffen. Dat hiermee een enorm democratisch deficit wordt geschapen, lijkt geen bezwaar. Wat Bernard Connolly al in 1996 had voorzien in zijn boek The rotten heart of Europe: the dirty war for Europe’s money wordt nu bewaarheid. Maar ook toen al verdroeg Europa geen kritische noten. Zijn scherpe pen kostte Connolly destijds zijn job als  ambtenaar bij de Europese Commissie.

Hebben de Europese beslissingen een bijzondere weerslag op onze situatie?

Europa beschermt schuldeisers tegenover schuldenaars. Dat verklaart de heikele situatie waarin Zuid-Europese landen zoals Griekenland, Spanje en Portugal verkeren. Vertaald naar de Belgische situatie verscherpen de Europese maatregelen de tweedeling tussen het Noorden en het Zuiden. Binnen het Belgische kader is Vlaanderen de schuldeiser. Begin december verklaarde Herman De Croo op RTL dat elk bijkomend miljard euro belastingen Vlaanderen €700 miljoen kost. Die harde cijfers kan je niet loochenen. Zij voeden de aangroeiende onderstroom in Vlaanderen die de financiële overdrachten van het Noorden naar het Zuiden wil herbekijken. Daartegen is geen kruid gewassen. Ook niet van artiesten en journalisten, die dikwijls nog verder af staan van de man in de straat dan politici. En ook niet door charmeoffensieven van Elio Di Rupo. In onze onzekere situatie is het zelfs niet denkbeeldig dat die Vlaamse onderstroom meer en meer een bovenstroom zal worden. Slecht nieuws dus voor Di Rupo I.

Guy Leemans

Rik Van Cauwelaert (°1950) volgt de Belgische politiek al vele jaren. Sinds 2002 tekent hij wekelijks voor het hoofdartikel in Knack. Zijn kritische stem getuigt van een grote dossierkennis en onafhankelijkheid in denken.