Links moet Vlaanderen alle kansen geven

Gravensteengroep_ondertitelVlaams en sociaal zonder complexen, voor de toonzettende media is dit als een tang op een varken. De centrumrechtse profilering van de N-VA zou dit bevestigen. Nochtans kan je gemakkelijk tot het tegendeel besluiten, mits enige goede wil weliswaar. 

Met de Vlaamse verkiezingen van 7 juni 2009 bewees de N-VA dat er in Vlaanderen plaats is voor een Vlaams-nationalistische centrumpartij. De partij haalde ruim 13% van de stemmen, goed voor 16 op 124 zetels. De politieke tegenstanders reageerden voorzichtig positief. De toenmalige Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (sp.a) feliciteerde de N-VA omdat ze het ‘democratisch Vlaams-nationalisme’ terug op de kaart had gezet. Ook in de media kon de N-VA op sympathie rekenen. Die welwillendheid verdween als sneeuw voor de zon toen de N-VA bij de federale verkiezingen van 2010 een monsterscore behaalde. Plots werd de partij een bedreiging voor het ‘Belgische systeem’. De geschreven media werden prompt minder vriendelijk voor de N-VA en haar veranderingsdiscours. Daarbij werd over lijken gegaan, getuige het ontslag van Rik Van Cauwelaert en Koen Meulenaere, 2 onversaagde critici van dat systeem, bij Knack.

De vloek van het ‘Belgische systeem’

N-VA boekte verkiezingsoverwinningen met een ambitieuze visie die het hart van het ‘Belgische systeem’ raakt. Dat systeem staat haaks op fundamentele democratische principes, met als bekendste uiting de blokkeringsmechanismen en grendels die de Vlaamse meerderheid hebben geminoriseerd. Het ‘Belgische systeem’ kenmerkt zich echter nog door een hele rits andere blokkeringen, omdat een aantal federale bevoegdheden een beleid op maat van Vlaanderen onmogelijk maken.

Een van de heiligste huisjes in het ‘Belgische systeem’ is de organisatie van de sociale zekerheid. In de herverdeling van de middelen spelen de mutualiteiten en de vakbonden als uitbetalingsinstellingen een hoofdrol. Op het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds na, beschouwen zij dat allen als een evidentie. Zoals zij onder het mom van solidariteit ook de jaarlijkse transfer van miljarden euro’s van Vlaanderen naar het Franstalige landsgedeelte niet ter discussie stellen. Wie daar vragen bij stelt, krijgt alle banbliksems over zich heen. De betrokkenen willen het mechanisme bestendigen zonder democratisch debat. Voor de Franstaligen is dat mooi meegenomen, want zo blijven zij verzekerd van de hen voordelige status quo.

Meteen is ook aangetoond hoe sterk de institutionele vraagstukken zijn verbonden met sociaaleconomische kwesties én de particuliere belangen van grote maatschappelijke spelers. Daarover zwijgen de systeempausen uit de politiek en de media in alle talen. Journalisten als Bert Brinckman van de Belgicistische De Standaard blijven indrammen dat de communautaire en de sociaaleconomische kwesties los van elkaar staan, in de hoop dat hun leugens mits voldoende herhaling blijven plakken. Vlaams én sociaal zouden niet samengaan. Daarom hebben ze het zo moeilijk met de scheuring in de Aalsterse sp.a en de oprichting van de nadrukkelijk Vlaams georiënteerde Sociaal-Democraten & Progressieven in de ajuinstad.

Prangende vragen

Voorlopig zit het ‘Belgische systeem’ nog stevig in het zadel. Rechtvaardigheidsoverwegingen en het democratisch draagvlak van het systeem zijn bij Laken en zijn lakeien in de Wetstraat niet aan de orde. Nochtans wordt het hoog tijd dat het debat ten gronde wordt gevoerd over onder meer de volgende prangende vragen.

Solidariteit werkt volgens het principe van communicerende vaten. In de praktijk is solidariteit een economisch goed en die zijn per definitie schaars. Is het moreel aanvaardbaar dat Vlaanderen, verantwoordelijk voor het welzijn van zijn bevolking, jaarlijks miljarden euro’s transfereert naar het Franstalige landsgedeelte terwijl het zelf over onvoldoende middelen beschikt om bijvoorbeeld de wachtlijsten in zijn welzijnsinstellingen aan te pakken? Dat voor de Belgische en Franstalige elite andere redenen dan ethische principes zoals solidariteit doorwegen, blijkt uit de federale inspanningen voor ontwikkelingshulp. Het is al jaren de ambitie van de opeenvolgende Belgische regeringen om hieraan 0,7% van het BNP te besteden. Sinds 2004 vinden we alleen Franstalige ministers van Ontwikkelingssamenwerking van MR en PS-signatuur. Geen van deze Franstalige excellenties maakte de 0,7% norm waar. Telt solidariteit voor de Franstaligen alleen wanneer het er om gaat het eigenbelang te dienen?

Vlaams en sociaal, dat klikt

Het middenveld heeft goede redenen om de Vlaamse en sociale kaart te trekken, tenzij de particuliere belangen van sociale organisaties en van politieke partijen hoger worden geacht dan het algemeen belang. De Gravensteengroep doet dat al jaren met veel eruditie en overtuiging, maar de tegenstand is heftig, onder meer van de Vooruitgroep. Al bij meerdere gelegenheden kruisten hun vertegenwoordigers de degens.

Heel wat links georiënteerde Vlaamsgezinden kozen bij de laatste verkiezingen op de N-VA. Zo ook Jef Turf, een van de meest prominente naoorlogse Vlaamse communisten en lid van de Gravensteengroep. Turf houdt onverkort vast aan het gelijkheidsideaal en is het daarom niet eens met het sociaaleconomisch programma van de N-VA. Maar hij ziet in de N-VA wel de voornaamste Vlaamse hefboom om het gescleroseerde ‘Belgische systeem’ te helpen breken. Zijn bekentenis lokte heel wat vijandige reacties uit in linkse kringen. Groepen, reageert Jef Turf, die dikwijls elders het recht op zelfbeschikking onderschrijven, maar het de Vlamingen niet willen gunnen. Kringen die de N-VA met alle macht bestrijden, maar die wel trouw blijven aan ondemocratische instellingen zoals de monarchie. Eenmaal Vlaanderen meer zelfstandig, heeft Jef Turf er alle vertrouwen in dat een Vlaamse meerderheid zijn sociale rechten zal afdwingen.

Dat is ook de opinie van Tinneke Beeckman, eveneens lid van de Gravensteengroep, die onlangs aan de Universiteit Antwerpen in debat ging met Thomas Decreus, lid van de Vooruitgroep. Volgens Decreus is links-flamingantisme in de huidige politieke constellatie absurd omdat een Vlaamse positionering automatisch zou bijdragen tot een rechtse, asociale agenda. Daarom zet hij zich af tegen de Turf-doctrine, waarin wordt vertrouwd op de realisatie van de linkse idealen na de Vlaamse onafhankelijkheid. Raar maar waar schetste Decreus de onderdrukking van de Vlamingen als een anachronisme uit het verleden en suggereerde hij dat Vlaamse onafhankelijkheid enkel heil zou brengen aan een bevoorrechte elite. Over het democratisch deficit in België en de minorisering van de Vlaamse meerderheid, alsook over de gebetonneerde miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië hield hij de lippen echter stijf op elkaar.

Tinneke Beeckman wees op de manifeste nadelen van de Belgische pacificatiedemocratie, eigenlijk een draak van een woord, omdat die ‘democratie’ achter gesloten deuren op termijn de democratie zelf uitholt. Dat is gebeurd in België, waar het zoeken naar compromissen door sociologen als Luc Huyse tot een ideaal is verheven, een ideaal dat echter vooral helpt de bestaande machtsstructuren in stand te houden. Beeckman stelde zich de vraag of de linkse krachten in België het gepamper van multinationals niet beter zouden afzweren en in plaats daarvan lokaal ondernemerschap met meer ruimte voor bedrijfsethiek en ecologie ondersteunen. Verder maakte Beeckman kanttekeningen bij het kosmopolitisme in de links-Belgische rangen. Dit kosmopolitisme is geënt op maat van individuen met veel mogelijkheden, maar garandeert geenszins politieke diversiteit zoals die wel kan worden gekoesterd binnen een doorleefde Vlaamse publieke ruimte. Het Vlaamse ontvoogdingsstreven anno 2014 voortzetten moet gebeuren in zo’n ruimte, niet binnen een Belgisch reactionair verband, dat zich enkel kan handhaven door machtsstructuren die de toets van de democratie niet kunnen doorstaan.

Politiek en macht

Politiek draait om idealen en visie, maar ook om macht. Zonder macht blijf je op je honger. Dat heeft ook N-VA voorzitter Bart De Wever begrepen. De N-VA voorzitter speelt stratego als de beste, met een hoge inzet. De Wever wil het Belgische systeem breken. Om daarvoor te werven in Vlaanderen trok hij de centrumrechtse kaart. Strategisch had hij geen andere keus, omdat links Vlaanderen zich in meerderheid heeft vastgeklonken aan de Belgische status quo. Omwille van democratische en ethische redenen zou links echter beter die banden vieren en in plaats daarvan voluit de Vlaamse kaart trekken. Want Vlaams en sociaal, dat vloekt niet.

Guy Leemans