Ludo Abicht: Vlaanderen is ons venster op de wereld

Het debat over identiteit en eigenheid blijft een geladen debat. Zeker de politieke invulling ervan ligt gevoelig. Sommige artistieke en intellectuele milieus verzetten zich tegen een ingrijpende versterking van de Vlaamse autonomie. Niet zelden vereenzelvigen zij het versterken van die autonomie met bekrompen parochialisme en zelfs verkapt fascisme. Prof. dr. Ludo Abicht brengt een positiever verhaal. Zorg voor de eigen identiteit zorgt voor een grotere betrokkenheid bij de wereld.

Waarom bent u al uw hele leven in de weer voor de Vlaamse zaak?

Voor mij is dat een vanzelfsprekendheid, omdat ik zo bijdraag tot de verdere emancipatie van Vlaanderen. Want dat is de Vlaamse beweging voor mij nog altijd onverkort: een stroming die zich inzet voor de sociaal-culturele ontwikkeling van elke Vlaming. Dat er met de collaboratie is afgeweken van dit traject valt te betreuren, maar verandert niets aan de grond van de zaak. Van bij zijn ontstaan was het Belgische project antidemocratisch. De Vlamingen hebben zwaar betaald, letterlijk en figuurlijk, om hun eigenheid te vrijwaren. En dat doen ze nog. Allerlei beschermingsmechanismen laten de Franstalige minderheid toe om ook nu nog de taalgrens aan te vechten en een transparante en rechtvaardige toepassing van de solidariteit te verhinderen. Ik streef naar een staat waarin de Vlamingen ten gronde gerespecteerd zullen worden. Dat doe ik vanuit een diepe verbondenheid met Vlaanderen en zijn inwoners.

Hoe staat u dan tegenover de rest van de wereld?

Verbondenheid met de eigen groep sluit voeling voor anderen niet uit, integendeel. De binding met je eigen omgeving vergemakkelijkt een respectvolle omgang met mensen die elders opkomen voor hun gemeenschap. Dat geldt des te meer als beide gemeenschappen gediscrimineerd worden. Daarom heb ik nooit begrepen waarom een aantal  flaminganten in Zuid-Afrika partij kozen tegen het ANC. Egocentrische tendensen vind je echter in alle bewegingen. Als docent in Berkeley, Californië, ben ik dikwijls geconfronteerd met de eis van de indianen tot gelijkberechtiging. De indianen hadden zich verenigd in de American Indian movement. Op een dag nodigden we een van hun leidsters uit voor een lezing over het eisenpakket van haar volksgenoten. Na een schitterend betoog volgde een bedroevende anticlimax in de vragenronde. Een toehoorder vroeg haar hoe het lot van halfbloeden, kinderen uit blank-indiaanse ouders, kon worden verbeterd. Vaak verkeren deze halfbloeden immers in een nog penibelere situatie dan de indianen zelf.  Tot onze verbijstering antwoordde de vertegenwoordigster van de indianen dat het lot van deze halfbloeden haar koud liet, omdat halfbloeden ‘nauwelijks mensen zijn’. Door dit onverholen racisme haalde de dame haar beklijvend referaat meteen helemaal onderuit. Als je zelf opkomt voor gelijkberechtiging, kan je dat ideaal aan anderen niet ontzeggen. Onrechtvaardigheden moeten aan de kaak worden gesteld, ongeacht de persoon of groep.

Critici merken op dat wij als Vlamingen aan het Calimerocomplex lijden. Verzinken onze zorgen in het niets bij de problemen elders in de wereld?

Je mag geen appelen met citroenen vergelijken. Natuurlijk is er een verschil tussen massale verkrachtingen bijvoorbeeld in Kongolese grensgebieden en het uitblijven van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Maar de verschrikkelijke tragedie in Kongo moet ons niet lamleggen. Als Vlaming mag je zonder wroeging blijven aansturen op een consequente invulling van het territorialiteitsbeginsel, en dus ijveren voor de splitsing van B-H-V. Al te dikwijls stel ik vast dat onze artistieke en intellectuele elite blind blijft voor de schendingen van de taalwet in Brussel en de faciliteitengemeenten. Zij zou haar ivoren toren moeten verlaten en het terrein opgaan. Dan zouden haar ogen misschien opengaan. Onrecht is onrecht, van welke aard en waar dan ook. Je moet uitgaan van een en-en verhaal, niet van een of-of verhaal. Dat geldt ook binnen Vlaanderen. Ook hier ervaren we onrecht. Zo moet Vlaanderen bijvoorbeeld dringend werk maken van de armoedebestrijding en een duurzamer ondernemen.

Wat moet er daarvoor gebeuren?

Je kan maar tot een betere wereld komen als wordt voldaan aan een aantal sociaal-culturele voorwaarden. In ons kapitalistisch systeem wordt het Verlichtingsdenken veelal ten onrechte herleid tot het recht om zich naar eigen inzichten te ontplooien. Dan verlies je echter een even belangrijk aspect uit het oog, met name dat mensen ook de kans moeten krijgen om zich te ontplooien. Dat is de kern van het gelijkheidsprincipe. Mensen kunnen pas volwaardig deelnemen aan het maatschappelijk leven als aan sociale grondvoorwaarden is voldaan. In onze sociale welvaartstaat zijn al heel wat inspanningen geleverd. Maar toch maakt ons economisch bestel nog altijd slachtoffers omdat ongebreideld winstbejag altijd ten koste van anderen gaat. Binnen dit systeem bestaat ook maar weinig respect voor verscheidenheid, ecologisch en cultureel. De roofbouw op onze planeet bedreigt ons ecosysteem. Daarvan ligt, gelukkig maar, vrijwel iedereen wakker. Maar niet alleen het milieu en de natuurlijke verscheidenheid zijn bedreigd. Het kapitalisme leidt ook tot culturele verarming. Omdat schaalvergroting grotere winsten betekent, geraken kleinere culturen gemarginaliseerd. Nochtans maakt ook de culturele verscheidenheid onze planeet rijker. Bovendien leidt een culturele bedreiging tot vervreemding en dus tot spanningen.

Cultuurbehoud vloekt dus niet met globalisering?

Als je het opneemt voor de eigen cultuur duwen zogenaamde kosmopolieten, niet zelden van artistieke huize, je alras in het verdomhoekje. Die mensen vatten niet dat zij zelf en hun kunst het product zijn van de voortdurende uitwisseling van de cultuur waarin ze zijn opgegroeid met andere culturen. Bovendien is hun kritiek dikwijls erg selectief. Liedjes zoals Op de purperen heide van Armand Preud’homme en Eugeen de Ridder worden al snel als enggeestig parochialisme of, erger, nog als artistiek fascisme bestempeld. Een gelijkaardig odium rust op de poëzie van Guido Gezelle.  Maar datzelfde milieu is wel vol lof over een Braziliaanse vedette die in zijn Portugese teksten het Angelsaksische cultuurimperialisme hekelt. Het beseft klaarblijkelijk niet dat deze Braziliaanse artiest daarbij dezelfde stellingen verdedigt als de cultuurflaminganten uit de 19de eeuw, onder meer ‘De taal is gans het volk’.

Op het Vlaams Progressief Zangfeest, dat indertijd als een reactie op het Vlaams Nationaal Zangfeest georganiseerd werd, stond wereldmuziek centraal. De progressieve elite was laaiend enthousiast over Spaanse heimatliedjes, waarvan ze de inhoud allicht niet verstond. Tegelijkertijd haalde ze haar neus op voor de Vlaamse muziek. Een ander voorbeeld. Er zijn nogal wat Vlaamsgezinden actief in de derde wereldbeweging. Voor onze artistiek-intellectuele elite is dat onbegrijpelijk, want de IJzerbedevaartgangers zijn voor hen per definitie rechts en de derde wereldbeweging links. En bruggen tussen beiden zijn in hun ogen onmogelijk. Bij nader inzien blijkt de zogenaamde kosmopolitische cultuur zich overigens te beperken tot het conformeren aan internationale codes en gedragsvormen. Een kosmopolitische cultuur bestaat niet, tenzij je de dominantie van de economische leiders als zodanig aanziet.

Hoe kan je cultureel overleven afdwingen?

We zijn allemaal geboren in een culturele traditie, en die traditie moet worden gerespecteerd, tenminste als  die cultuur de waardigheid van zijn dragers respecteert. Een cultuur die die waardigheid schendt, brengt geen bevrijding maar onderdrukking. Gelukkig is de hoofdstroom in de Vlaamse beweging sociaal en vreedzaam van aard. Vele andere culturen kunnen daarvan leren. Zoals individuen de kans moeten krijgen om zich te ontplooien, moeten ook culturen die kans krijgen. Dat hebben de francofonen bij ons nooit begrepen. Zij willen overal en altijd hun eigen persoonlijke vrijheid opeisen, zelfs als dat ten koste gaat van een meerderheid die vasthoudt aan zijn cultuur.

Mijn collega prof. dr. Peter de Graeve, lid van de Gravensteengroep, heeft dat perfect geanalyseerd: de francofonie in Vlaanderen is slechts in naam aanhanger van het Verlichtingsdenken omdat zij het gelijkheidsaspect negeert. Zij teren nog altijd op de erfenis van 1830, toen een internationale coalitie met steun van de francofone bourgeoisie België liet ontstaan. België is het product van macht, Vlaanderen is het werk van mensen aan de basis. En die voelden zich in hun streven gesterkt door de arrogantie van de Belgische kaste. Die tendens blijft ook vandaag actueel. Het Franstalige non heeft de Vlaamse opinie geradicaliseerd. Terecht, want de Franstaligen voeren geen echte, maar slechts een schijndialoog. Dat getuigt niet van een democratische ingesteldheid.

Guy Leemans