Macaber eeuwfeest 1911-2011

Italië vond luchtoorlog uit

Als de vernielingen die bommen aanrichten niet zo afgrijselijk waren, konden we op Allerheiligen van dit jaar met luister het feit herdenken dat 100 jaar geleden het eerste luchtbombardement uit de wereldgeschiedenis plaatsvond. Met Libië op de eretribune. Niet omdat dit land nu platgebombardeerd wordt, maar omdat de eerste luchtbom eveneens Libië trof.

Algemeen wordt aangenomen dat de eerste vliegtuigbommen ergens in de Eerste Wereldoorlog gedropt werden. Goed fout dus! De eer de allereerste luchtbom geworpen te hebben komt toe aan de Italiaanse luchtmacht die al in 1884 ontstond. De eerste jaren werd gebruik gemaakt van heteluchtballons, die in de veroveringstocht in Eritrea werden ingezet voor de verkenning van de vijandelijke stellingen. In 1903 slaagden de broers Wilbur en Orwell Wright er in een nog primitief vliegtuigje in de lucht te krijgen. De Italianen waren er als de pinken bij en al in 1909 leidde Wilbur Bright de eerste Italiaanse luchtmachtpiloten op. Italië had immers grootse veroveringsplannen en vliegtuigen waren hierbij een voortreffelijk oorlogswapen.

Het nog jonge Italië, pas rond 1870 een eenheidsstaat geworden, zag het met lede ogen gebeuren dat Duitsland, Frankrijk, Italië, Portugal, en zelfs het onbeduidende België, in een handomdraai heel Afrika inpalmden terwijl het roemrijke Italië met lege handen achterbleef. In de periode 1880-1890 had Italië weliswaar een Eritrea en een stuk van Somalië veroverd, maar dat was niet genoeg. In 1902 sloot Italië dus een akkoord met Frankrijk van ons spaart ons. Frankrijk kreeg de vrije hand in Marokko, Italië mocht Libië inlijven. Maar dat was niet zo simpel als gedacht. Libië maakte immers deel uit van het grote Ottomaanse Rijk, en de Turken waren hoegenaamd niet van plan een stuk van hun imperium zomaar prijs te geven. Daar moest oorlog van komen, en inderdaad op 25 september 1911 verklaarde de liberale Italiaanse regeringsleider Giovanni Giolitti Turkije de oorlog. Bij de vrede van Lausanne van oktober 1912 stond Turkije Libië af aan Italië.

De oorlog duurde langer dan verwacht. Mustafa Kemal Attaturk had amper 28.000 soldaten ter beschikking en wat stammenkrijgers. Italië stuurde 100.000 soldaten naar Libië en op 1 november 1911 vielen de eerste luchtbommen. De twijfelachtige eer de eerste bommenpiloot uit de geschiedenis te zijn komt toe aan Giulo Gavotti, een mijnbouwkundig ingenieur en genie-officier. In vergelijking met de luchtbombardementen anno 2011, generaals weten met hun tijd mee te gaan, was het bombardement van Gavotti een lachwekkende bedoening. Militair gezien was het bombardement trouwens nutteloos. De Italianen hadden verwacht dat ze door de Libiërs met applaus onthaald zouden worden, maar die waren hoegenaamd niet enthousiast met hun komst. Integendeel ze boden hardnekkig weerstand, en het eerste bombardement was alleen maar een represaille voor dit Libische verzet. De bommen vielen in de oase Ain Sara, vandaag een buitenwijk van Tripolis. Die vermoedelijk 100 jaar na de eerste luchtbom opnieuw getrakteerd is op een bommenregen.

In een brief aan zijn vader heeft Gavotti het verhaal van zijn bombardement helemaal uit de doeken gedaan. Gavotti vloog een zogenaamde Etrich-Taube, een vliegtuigje met het silhouet van een duif, gebouwd door de Oostenrijker Igo Etrich. Met zijn linkerhand moest Gavotti de stuurknuppel van zijn Taube bedienen, met zijn rechterhand een voor een de bommen uit de zakken van zijn pilotenjasje vissen. Elke bom woog anderhalve kilo en moest door Gavotti met de tanden ontgrendeld worden. Om ze vervolgens snel naar buiten te kieperen. Een hachelijke onderneming. Als de bommen op de vleugels van Taube terecht gekomen waren dan had het eerste luchtbombardement uit de geschiedenis een ander verloop gekend. ‘Het lukte’, schreef Gavotti aan zijn vader. ‘Ik zag de bom een seconde vallen. Even later zag ik een donkere wolk opstijgen uit het tentenkamp van de oase. Ik had mijn doel getroffen’.

De oorlog tegen de Turken en de Libische nomaden was hiermee evenwel nog niet gewonnen. Na de vrede van Lausanne bleven de Libiërs zich verzetten tegen de Italiaanse bezetting. Ook Benito Mussolini, de fascistische dictator die vanaf 1922 heer en meester was in Italië, slaagde er niet in om de Libiërs onder de knoet te krijgen. Voor de Eerste Wereldoorlog had Mussolini, toen nog een radicale socialist, de Italiaanse oorlog in Libië fel veroordeeld. Aan de macht gekomen maakte hij gebruik van gifgas tegen Libische rebellen en sloot hij hele nomadenstammen in concentratiekampen op. Pas in 1932 kon de dictator triomfantelijk verkonden dat Libië eindelijk gepacificeerd was, lees dat ook de allerlaatste weerstand in Libië met brutaal geweld, eigen aan elke dictatuur, gebroken was. Overigens liet Mussolini zich door dit succes inspireren en ging hij op zoek naar andere prooien. In 1935 palmde Italië Ethiopië in.

Libië bleef tot 1943, het jaar dat de Britten en Amerikanen het legendarische Afrikakorps van Erwin Rommel versloegen, een Italiaanse kolonie. De Britten namen de controle in Libië over en verleenden het land in 1951 de onafhankelijkheid. Pas 8 jaar later werd ontdekt dat Libië over onvermoed rijke olievelden beschikte. Hadden de Britten de Libiërs hun onafhankelijkheid gegund als ze dat al in 1951 geweten hadden? De creatie van het eerste vliegtuig is ongetwijfeld een mijlpaal in de geschiedenis. Maar telkens opnieuw slaagt een kwade menselijke genius erin om alle nuttige verworvenheden van deze aarde om te buigen tot een gesel voor de mensheid. Dat was ook het geval met het vliegtuig. In 1911 werden de Italianen met hun eerste luchtbombardement tot in de hemel geprezen. De vliegende artillerie, aldus de weldenkende wereldpers toen, had een nieuw kapittel in de oorlogsvoering ingeluid. Helaas was dat maar al te waar. In 1912 bombardeerde Frankrijk Marokko, in 1913 lanceerde Spanje in Spaans Marokko de eerste splinterbom, in 1915 bombardeerde Engeland Indische opstandelingen. De Eerste Wereldoorlog was opnieuw een stap vooruit. Bommen moesten niet langer manueel door de piloot uit het cockpitraampje geworpen worden maar een bommenlast tot 900 kilo werd bevestigd onder de vleugels van de vliegtuigen. En vandaag? De kwade genius heeft niet stilgezeten, legervliegtuigen zijn jaar na jaar geperfectioneerd. Miljoenen en miljoenen mensen hebben dit met hun leven betaald. Is het daarom dat de voorstanders van een engagement in Libië beschaamd zwijgen over het weinig eervolle eeuwfeest van 100 jaar luchtbombardementen?

Jan Huuf

Onderhoudsbombardementen en metaalmoeheid

Dat het gezond verstand in dit land al lang op is weet onderhand elke Vlaming. Maar nu blijken ook de bommen waarmee onze jongens Libië bombarderen op te zijn. Het heldhaftige engagement van de Belgische luchtmacht in Libië heeft de vaderlandse belastingbetalers als ruim 25 miljoen euro gekost. Voor een half jaar. En niemand, aldus minister van Landsverdediging Pieter de Crem, weet hoelang de bombardementen nog moeten doorgaan. Het leger kan evenwel op beide oren slapen. Voor de Libische bommen moeten de generaals niet opdraaien. Hiervoor is er een aparte federale pot. Zogenaamd. De centen zijn immers al lang verteerd en dus zal België op de internationale geldmarkt geld moeten gaan lenen om de Libische bommen te betalen. Of hoe België de waanzin ten top drijft!

Overigens moet de vraag gesteld worden wat er nog te bombarderen valt in Libië. Het aanbod aan nog te bombarderen militaire installaties, moeten zelfs Navobronnen toegeven, is intussen bijzonder schaars geworden. Verwonderlijk is dat niet, want sinds 31 maart van dit jaar hebben de bevrijders van Libië al zowat 20.000 vluchten uitgevoerd. Geen nood echter, nu er eigenlijk niets meer te bombarderen valt gaat de Navo nog alleen onderhoudsbombardementen in Libië uitvoeren.

Onderhoudsbombardementen? Je moet al bijzonder pervers zijn om een dergelijk woord te verzinnen. Onderhoudsbombardementen wordt ongetwijfeld het onwoord van 2011. Moeten we dan echt geen medelijden hebben met de dappere Belgische piloten in hun F-16’s? Al op 29 maart meldde De Standaard-oorlogspers dat onze piloten doodop waren na hun bombardement. Hoe doodop moeten ze dan nu wel zijn?

In de Belgische parlementaire kikkerpoel heeft de aankondiging van de onderhoudsbombardementen alvast voor de nodige deining gezorgd. De voorstanders van deze onderhoudsbombardementen proberen het opkomende protest tegen zoveel waanzin in de kiem te smoren met de vaststelling dat de metaalmoeheid die thans binnen de Navo-coalitie optreedt perfect normaal is. Een leger dat lijdt aan metaalmoeheid? Dat is dan het tweede onwoord voor 2011. Waar halen ze het in godsnaam? Dat een dulgedraaide motor, of een overjaarse waterpomp in de Sahara tekenen van metaalmoeheid vertoont, tot daar en toe. Wie een dergelijk mankement echter toedicht aan mensen die kritische vragen stellen bij onderhoudsbombardementen is rijp voor de psychiater.

Dat de eerste symptomen van de gevreesde metaalmoeheid zich bij de SP.A en Groen manifesteren siert deze partijen. Waar blijven echter de andere Vlaamse politieke formaties? En vooral, waar blijven de partijen die ijveren voor een nieuw Vlaanderen waarin alles beter moet worden. Wie zwijgt stemt toe. Moeten wij uit dit zwijgen afleiden dat het nieuwe Vlaanderen, althans wat oorlog en bommengeweld betreft, in niets verschilt van het oude België? Wie leerde het ons alweer? Nicht räsonieren kameraad, weer u scherp, en eind als een soldaat.