Meetingpartij zorgde voor ommekeer in Antwerpen

In 1862, precies 150 jaar geleden, verdreef de Meetingpartij de franskiljonse Liberale
Partij uit het Antwerpse stadhuis. Het monsterverbond van radicale, sociaal vooruitstrevende liberalen, katholieken en flaminganten scoorde met zijn Vlaamsgezind, antimilitaristisch en democratisch programma. In 1872 was het over en uit, maar de aan het IJzertestament verwante idealen van de partij blijven tot de verbeelding spreken.

Het revolutiejaar 1848 was een kantelmoment voor Europa. Een wind van onrust en chaos waaide doorheen het oude continent. Hoewel België redelijk gespaard bleef van revolutiedrang, had de nieuwlichterij ook hier zijn gevolgen. Napoleon III greep de macht in  Frankrijk en bedreigde de stabiliteit in de regio. Leopold I en zijn regering vreesden terecht voor een annexatiepoging vanuit Franse hoek. Al voor 1848 had de Belgische legerleiding beslist om het zwaartepunt van de landsverdediging naar Antwerpen te verschuiven. De woelige omstandigheden maakten een andere organisatie van de verdediging van het prille belgenland acuut.

In het midden van de 19de eeuw bestond de Belgische defensie uit een lange reeks van grensvestingen. Daarvan waren er echter te weinig om alle toegangswegen tot het land te verdedigen. Bovendien kampte het leger met een gebrek aan manschappen. Daarom pleitte de legertop voor één grote vestiging, waarin de regering en het leger zich bij een inval in afwachting van buitenlandse hulp zouden terugtrekken. De beslissing om Antwerpen om te bouwen tot een militair bolwerk bedreigde echter de stadsontwikkeling. Haar uitbreiding, alsook die van de haven, kwam in gevaar. In de stadsdelen vlakbij de fortificaties bijvoorbeeld werd een bouwverbod ingesteld. De Antwerpenaren verzetten zich heftig tegen de oorspronkelijke plannen, die in 1859 ingrijpend werden gewijzigd. Het conflict was echter niet voorbij, maar luidde het begin in van een nieuwe politieke realiteit.

Het Antwerps doemscenario

In 1861 besloot de regering een nieuw militair kasteel te bouwen in Antwerpen. Op die manier zouden 2 kastelen Antwerpen omranden, het bestaande Zuidkasteel en het nieuwe Noordkasteel. Het Noordkasteel moest dienen als laatste toevluchtsoord als de stad zelf verloren leek. De beslissing was koren op de molen van antimilitaristen. Het doembeeld van een stad die vanuit 2 kastelen onder vuur lag liet de publieke opinie niet meer los. Bij een oorlog dreigde Antwerpen een zware tol te betalen. De Antwerpse burger was de bombardementen vanuit het Zuidkasteel nog niet vergeten. In 1830 had het Nederlandse leger de stad vanuit het Zuidkasteel onder vuur genomen, met veel menselijk leed en grote economische schade tot gevolg. De handel was maar moeizaam terug op gang gekomen en het buitenlandse vertrouwen in de Antwerpse handel was lange tijd zoek.

De reactie op de regeringspolitiek liet niet op zich wachten. Een ‘Kommissie Der Krijgsdienstbaarheden’, waarin vertegenwoordigers van de liberale en conservatieve kiesverenigingen en van de flamingantische Nederduitsche Bond waren opgenomen, organiseerde volksvergaderingen, meetings om de belangen van Antwerpse burgers te verdedigen. Verscheidene figuren ontpopten zich tot ware volksmenners.

Jan Baptist Van Rijswijck, vader van de latere Antwerpse burgemeester Jan Van Rijswijck en uitgever-hoofdredacteur van het populaire De Grondwet, wist als geen ander het publiek naar zijn hand te zetten. Hij voelde de pols van de Antwerpse hartslag en nam geen blad voor de mond: “Die schreeuwende volksverdrukking aanvaarden we niet: als onze parlementairen ons niet beschermen, zullen we ze niet herkiezen; als de ministers doof blijven, zullen we de belastingen weigeren; en aan de koning zullen we laten horen dat verkleefdheid aan de dynastie maar mogelijk is, waar recht heerst!”.

De bouw van het nieuwe kasteel hekelde Van Rijswijck als volgt: “Diezelfde batterijen en kanons, die gij met uw goud betaalt, diezelfde kanons waarachter uwe dynastie zal wegkruipen, die kanons zullen desnoods uwe huizen in gruis schieten.” Of elders: “Schuilplaats der dynastie… Maar heeft ieder huisvader zijn eigen dynastie te beschermen?… Wie van ulie zou het bloed van zijn kind willen geven voor de redding van al de gekroonde hoofden der wereld? Ik niet! En dan zou Antwerpen moeten opgeofferd worden om aan ’t hof een uur tijd te geven om zich op een Engelse stoomboot in te schepen voor Claremont. Dat kan een goede dynastie niet willen, dat kan, dat mag zij niet willen – en al wilde zij het, wij willen het niet!”.

De critici zoals Van Rijswijck namen niet alleen het militarisme op de korrel. Tijdens de volksvergaderingen schoten ze ook met scherp op de dynastie en in het bijzonder op de koning. Leopold I was de drijvende kracht achter de fortificatie van Antwerpen en de komst van het tweede kasteel. De koning drukte zijn visie door, ondanks tegenwind – ook in militaire middens. Heel wat militairen twijfelden aan het nut van het militaire bolwerk Antwerpen. Bij een Franse inval zou België onder de voet worden gelopen. De reusachtige Antwerpse vesting zou te groot zijn voor het kleine Belgische leger, dat berekend was op de inbreng van buitenlandse troepen. In 1914 zou blijken dat de twijfels gegrond waren.

Begin 1862 waren alle elementen voor een nieuwe Antwerpse politieke formatie aanwezig. Door het despotisme van koning en regering bereikte het anti-Brusselse sentiment ongeziene hoogtes. Bovendien won het Vlaamsgezinde discours aan terrein. Dit Antwerps, Vlaams verzet beukte tegen een overwegend Waalse regering. Het was niet te spreken over grote investeringen in Wallonië, terwijl Vlaanderen en Antwerpen in het bijzonder bij een oorlog midden in de vuurlinie zouden liggen. Luik bijvoorbeeld kreeg tientallen miljoenen om de Maas te kanaliseren en de stad te moderniseren, Antwerpen moest het daartegen stellen met investeringen om zich in geval van oorlog te laten platbombarderen. De misnoegde Antwerpenaren voerden een andere agenda. Zij eisten de vernederlandsing van het openbaar leven, democratische en decentraliserende hervormingen en lage belastingen – niet de verkwisting van vele miljoenen aan een onverdedigbare burcht.

Definitieve breuk en ontstaan van de Meetingpartij

Het onvaderlands gedrag van de Antwerpenaar werd ook in Laken opgevangen. Leopold I vroeg persoonlijk of er iets kon worden gedaan om demagogen zoals Van Rijswijck de mond te snoeren. Omgekeerd werd vanuit Antwerpen een audiëntie bij de koning gevraagd om zo de grieven rechtstreeks te kunnen uiten. Uiteindelijk ontving Leopold I de gemeenteraad op 6 november 1862. Hoewel de Antwerpse vertegenwoordigers er al niet veel van verwachtten, werd de samenkomst toch nog een grote ontgoocheling. Leopold I, uitgedost in zijn uniform van opperbevelhebber, las koeltjes een tekst van de regering af. Antwerpen moest zich niet beklagen, was de teneur. Het had immers zelf gevraagd om de vergroting van de stad en werd beveiligd ten koste van zware offers van heel België. De regering had trouwens enkele toegevingen gedaan en zich mild opgesteld ten opzichte van de Antwerpse eisen. Leopold I overhandigde de tekst aan burgemeester Jan Frans Loos en verliet onmiddellijk de zaal. De klap kwam hard aan. De reactie was navenant. Enkele dagen later nam quasi de volledige gemeenteraad ontslag. Nieuwe verkiezingen dienden zich aan. Geërgerde politici kwamen met een nieuwe politieke formatie, de Meetingpartij.

De Meetingpartij was een unieke samenwerking van radicalen uit de Liberale Partij, personen van katholieke strekking en flaminganten vanuit de Nederduitse Bond. De radicale liberalen stonden vanuit een intense afkeer voor het staatsdepotisme voor democratische hervormingen en antimilitaristische maatregelen. Zij waren erg ontgoocheld in de liberale regering onder leiding van Charles Rogier en Hubert Frère-Orban. De regering hield zich in hun ogen te veel bezig met een verouderd antiklerikalisme en de centralisatie van het bestuur. Zij wilden dat de partijen zich hervormden. Progressieve liberalen en katholieken moesten een nieuwe unie vormen met als programmapunten: antimilitarisme, gemeentelijke en provinciale autonomie, uitbreiding van het stemrecht, herstel van de volkstaal, sociale maatregelen en steun aan de arbeidersbeweging. Zowel bij de Antwerpse katholieken als de flaminganten van de Nederduitse Bond vielen deze democratische ideeën in de smaak. De Vlaamsgezinden wilden zich als beweging boven de partijen verheffen en hun strijd voor de volkstaal laten opgaan in een bredere volkszaak. Met de Meetingpartij zagen zij hun kans om op democratische wijze invloed uit te oefenen op de maatschappij. De deelgenoten bundelden hun krachten in de ‘Kommissie der Krijgsdienstbaarheden’ en wonnen de verkiezingen onder de vlag van de Meetingpartij. Gedurende 10 jaar domineerde de partij de Antwerpse gemeenteraad, niet minder dan 40 jaar zelfs de parlementaire vertegenwoordiging vanuit Antwerpen.

Teloorgang

Na 1872 evolueerde de Meetingpartij tot de Antwerpse tak van de Katholieke Partij. Midden jaren 1860 waren de spanningen tussen liberalen en katholieken in de Antwerpse coalitie almaar opgelopen. Vele radicale liberalen keerden terug naar hun liberale stal. Die stap was makkelijker toen minister Frère-Orban in 1868 besloot het Zuidkasteel af te breken en de stadszijde van het Noordkasteel te ontmantelen. Voor de Meetingpartij was dit een grote slag. Nog meer liberalen haakten af toen de Antwerpse gemeenteraad enkele maanden later weigerde een standbeeld te laten oprichten voor Leopold I. Voor menig liberaal was dit het keerpunt. Ook binnen de Nederduitse Bond ontstond weerstand. Onder andere Julius De Geyter vond dat de Nederduitse bond het taalvraagstuk verwaarloosde en zich te veel had laten opgaan in de Antwerpse en radicale beweging. Flamingantisme en eenheid, dat gaat nu eenmaal moeilijk samen. Toch werd de naam Meetingpartij nog tot de Eerste Wereldoorlog aangehouden.

Vlaamse verdiensten

Al was ze maar korte tijd aan de macht, toch heeft de Meetingpartij haar stempel gedrukt op de Antwerpse politiek. Eenmaal aan de macht, vernederlandste de partij het Antwerpse stads- en provinciebestuur. Die vernederlandsing was weliswaar van korte duur, omdat de Liberale Partij ze al in 1872 terugschroefde. Maar de Meetingpartij heeft ook mee de toon gezet van de geleidelijke vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Daarvoor kon ze rekenen op haar parlementsleden. Jan De Laet legde in 1863 als eerste volksvertegenwoordiger zijn eed af in het Nederlands. In 1868 zorgde Edward Coremans voor een primeur door als eerste volksvertegenwoordiger een Nederlandstalige rede te houden. Coremans was verder gangmaker van verschillende taalwetten, 2 omtrent de strafrechtpleging en 2 betreffende het middelbaar en hoger onderwijs.

Allicht de belangrijkste realisatie van Coremans was de Gelijkheidswet. Na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893 groeide in de Kamer een consensus over het gebruik van het Nederlands tijdens parlementaire debatten en over de aanvaarding van het Nederlands naast het Frans als staatstaal. Dit vergde de wijziging van een aantal wetten, die enkel de Franstalige versie van wetten als officieel erkende. Samen met Julius De Vriendt diende Coremans een wetvoorstel in om deze wetten aan te passen en het Nederlands in wetgevend werk te erkennen als een officiële taal. Dit ging niet zonder slag of stoot. De problemen dikten aan nadat de Kamer het voorstel had goedgekeurd.

Voorstanders van de wet, gesteund door de katholieke regering, stuurden aan op een veralgemeende tweetaligheid in het hele land. De Waalse volksvertegenwoordigers waren hierover niet te spreken. Quasi alle Waalse senatoren, 38 van de 39, stemden tegen. Daarop werd het wetsvoorstel geamendeerd. Bij twijfel of onenigheid bleef de Franstalige wettekst rechtsgeldig. De Nederlandstalige tekst had dan enkel de waarde van een officiële vertaling. Ondanks deze toegeving was de Gelijkheidswet een keerpunt voor de Vlaamse beweging en voor België. Vanaf 1898 werden Belgische wetten zowel in het Frans als in het Nederlands gestemd, bekrachtigd, afgekondigd en bekendgemaakt. Die verdienste kwam grotendeels toe aan de Meetingpartij.

Michel Cardon