Militaire operaties zijn lang niet altijd humanitair

Vanwege de eerder kleine omvang van het ‘nieuwe’ Belgische leger wekt het verbazing bij hoeveel operaties het is betrokken. Meestal gaat het om het regiment Paracommando. Dat is opgegaan in de zogenaamde Lichte Brigade, bestaande uit de 2 bataljons Paracommando en een licht infanteriebataljon. Hieraan zijn ook enkele kleine eenheden verbonden, waaronder een medische. Maar het 2de Bataljon van de Commando’s uit Flawinne en het 3de Bataljon Parachutisten uit Tielen vormen de ruggegraat. De Special Forces laten we buiten beschouwing.

De medische dienst

Wat opvalt in het geheel is dat het zwakke broertje van weleer, de medische dienst, nu tot de kop van het peloton behoort. De interventies in Libanon, Kosovo, Afghanistan en heden in Mali, illustreren dat ten volle. Of dat alleen de verdienste is van Pieter De Crem durven we betwijfelen, maar onder zijn ministerschap is er op dit vlak in elk geval een serieuze stap voorwaarts gezet. Humanitair gezien is dat toe te juichen, want ook de soms erg geteisterde burgerbevolking kan hiervan meegenieten.

Met de afschaffing van de dienstplicht verdwenen de bijna gratis pas afgestudeerde dokters met een KRO-statuut. Om jonge dokters te overhalen tot een vast dienstverband in het leger, werd afgestapt van een verloning volgens graad. Niet alleen de dokters, maar ook het verplegend personeel kregen betere financiële basisvoorwaarden. Die werden nog aangedikt met goed betaalde financiële compensaties voor buitenlandse missies. Dat trok velen over de streep.

Eigenlijk werd op die manier terug aangeknoopt met een oude traditie. In de Eerste Wereldoorlog had het Belgische leger vooral in Afrika een stevige reputatie opgebouwd. Als enige in zijn soort was het reizend veldhospitaal 4 jaar actief geweest. Het opereerde toen zelfs tot in Birma. De vernieuwde medische dienst verwierf op korte tijd eveneens een goede naam. Het is dus niet toevallig dat de Fransen in Mali een beroep deden op de Belgische medische dienst.

Voor de Fransen was het mooi meegenomen dat de dienst niet zat te wachten op gewonde militairen, maar zich onmiddellijk ook boog over de noden van de bevolking. Dat zorgde voor heel wat goodwill bij de plaatselijke bevolking en verbreedde vandaar het draagvlak voor de Franse interventie.

Afrika

De berichten over buitenlandse operaties zijn eerder zeldzaam, vaag en meestal onvolledig. Vooral de paracommando’s hebben er na hun Afrikaanse periode in Congo en Ruanda-Urundi uitgevoerd, de meesten onder een andere vlag. De Verenigde Naties zijn de onbetwistbare koploper, maar er werden en worden ook regelmatig missies in opdracht van Europa volbracht. De NAVO-interventie in Afghanistan is een geval apart, omdat het gaat om een puur militaire tussenkomst. We kunnen enkel maar hopen dat er nog een humanitair luik zal volgen. Ook de operaties in de Balkan waren een vreemde eend in de bijt, omdat de opdracht daar van dag tot dag veranderde.

Voor haar operaties in Afrika doen de Verenigde Naties maar al te graag een beroep op de Belgische paracommando’s. Die genieten in militaire kringen een uitstekende reputatie en hun ervaring op het terrein komt goed van pas. In New York weten ze drommels goed dat je die operaties niet kan overlaten aan de troepen van de Afrikaanse landen zelf. De aanslepende oorlog in het oosten van Congo is een schoolvoorbeeld van incompetentie. Dat heeft niets met racisme maar met realisme te maken. Overigens blijf ik gemakshalve spreken over ‘Congo’ – de telkens veranderde benamingen zoals Zaïre, Democratische Republiek Congo (sic), enz. doen hier niet ter zake.

In de wandelgangen van de Verenigde Naties wordt al een tijd druk gelobbyd om de Belgische paracommando’s terug in Afrika te krijgen. België schroefde zijn engagement terug na de moord op 10 paracommando’s in Kigali in 1994, een tragedie die op rekening mag worden gezet van de laaghartige Canadese bevelvoering en de halfslachtige opdracht. De Verenigde Naties azen op de opheffing of versoepeling van de Belgische beperkingen zodat het terug troepen kan sturen naar zijn vroegere Afrikaanse gebieden. Maar dat ligt vooral moeilijk door het aanslepende conflict in Oost-Congo. Niemand in de Belgische politiek wil een open of verdoken oorlog met Rwanda en Uganda.

Humanitaire opdracht zoek

Na de Congolese onafhankelijkheid in 1960 waren de verhoudingen tussen Congo en België op zijn minst genomen zeer gespannen. Het duurde tot 1964 voor er weer sprake was van een dooi, vooral omdat Mobutu zich zoals voor ook na zijn staatsgreep omringde door Belgische hoge officieren – hun aandeel in zijn staatsgreep zal wel nooit aan het licht komen. In dat jaar 1964 sloten België en Congo de eerste PPM-overeenkomst, waarbij PPM staat voor ‘Programme de Partneriat Militaire’.

God mag weten wat de Congolese inbreng in dit partnerschap wel mag geweest zijn. De Belgische inbreng had in elk geval niets met humanitaire maar wel met militaire hulp te maken. In 1964 vertrok luitenant Gaston  Bebronne in opdracht van de Belgische regering naar Kota Koli om een opleidingskamp voor Congolese commando’s op te richten. Hij stampte een complete basis uit de grond, landingsbaan voor de gloednieuwe C130 transport vliegtuigen inbegrepen. Niet lang daarna volgden instructeurs van de Belgische commando’s uit Marche-Les-Dames om de opleiding van de Congolese commando’s te beginnen. Het ging om dienstbetoon aan Mobutu, want die wilde koste wat kost een elite eenheid die hij overal te zijner voordeel kon inzetten.

De samenwerking in Kota Koli heeft geduurd tot 1990 toen België de PPM overeenkomst voorlopig opschortte. Dat de Belgische paracommando’s ondertussen enkele keren moesten tussenbeide komen om op Congolees grondgebied Belgen en andere Europeanen te ontzetten bij massale gijzelingen, opstanden en andere fratsen van dat Congolees leger, was blijkbaar geen bezwaar om dat leger verder te blijven trainen.

De PPM overeenkomst werd niet definitief opgezegd. Na het verdwijnen van Mobutu en de komst van Kabila, draait de PPM-molen opnieuw op volle toeren. Laten we ons geen illusies koesteren. Zoon Kabila is geen haar beter dan vader Kabila, een tiran, despoot en moordenaar. Minister van Defensie Pieter De Crem neemt hier serieuze risico’s. Het is niet denkbeeldig dat de paracommando’s op een gegeven moment voor de zoveelste maal moeten tussenbeide komen en het opnemen tegen troepen die ze zelf de knepen van het vak hebben geleerd…

Ondanks de rookgordijnen die door Defensie worden verspreid om het een gedeeltelijke humanitaire actie te laten schijnen, cf. de bouw van barakken en de beschikbaarheid van een medische dienst, gaat het hier helemaal niet om een humanitaire operatie maar wel om een militair hulpprogramma. Bij het ter perse gaan van deze bijdrage is er weer een detachement commando’s naar Congo vertrokken. Opdracht? De opleiding van de Congolese commando’s verfijnen en samen met hen tactische oefeningen houden. We kunnen alleen maar hopen dat ze elkaar in de toekomst niet als tegenstanders ontmoeten, maar in het Congolees wespennest is alles mogelijk. Dan zullen, zoals in het verleden, de politieke verantwoordelijken, weer in koor hetzelfde zeggen: ‘Das haben wir nicht gewust!

Frans Haegemans

 

Operaties para-commando’s sinds 1953

1953 Congo: het eerste detachement para-commando’s komt toe in Congo

1958 Congo: de rellen in Leopoldstad (Kinshasa) worden bedwongen

1960 Congo: opstand van het Congolese leger

1961 Ruanda-Urundi: grensgevechten tussen Congo en Ruanda-Urundi met Congolese rebellen.

1962 Ruanda-Urundi: tussenkomsten ter voorkoming van gevechten tussen Tutsi’s en Hutu’s.

1964 Congo: ingaan PPM verdrag. Opleiding Congolese commando’s. Tot 1990

1964 Congo: bevrijding blanken met operaties ‘Dragon Rouge’ en ‘Dragon Noir’

1974 Sahel: bescherming burgerbevolking tegen de diverse krijgsheren

1978 Congo: operatie ‘Red Beam’. Bevrijding blanken in Kolwezi

1979 Congo: operatie ‘Green Apple’. Bevrijding gijzelaars

1988 Perzische Golf: VN-opdracht

1990 Rwanda: operatie ‘Green Beam’: bescherming bevolking na inval Tutsi-rebellen

1991 Gabon-Brazzaville: operatie ‘Bleu Beam’: Evacuatie blanken

1991 Iran: ‘Brown Shelter’: VN-mandaat

1992 Somalië: operatie ‘Restor Hope’: bescherming burgerbevolking

1993 Congo-Brazzaville: operatie ‘Sunny Winter’. Verhindering opstand Congolees leger

1993 Somalië: ‘Unusom II’. Bescherming burgerbevolking

1994 Rwanda: ‘Unamir’. Bescherming Hutu’s en burgerbevolking

1994 Rwanda: Operatie ‘Silver Back’. Evacuatie blanken. Terugtrekking paracommando’s uit VN-verband

1997 Congo Brazzaville: operatie ‘Green Steam’. Evacuatie blanken bij opstand Congolese leger

1998 Congo: heropstart PPM programma. Opleiding Congolese leger

1999 Albanië: ‘Allied Harbor’ in NAVO-verband

2000 Kosovo-Servië: ‘Belukos’ NAVO

2000 Congo Brazzaville: ‘UNAMIR’.  Mogelijke evacuatie blanken

2002 Kosovo: ‘Belurokos’.  NAVO

2003 Kosovo: ‘Belurokos II’.  NAVO

2004 Congo:  operatie ‘Avenir’

2004: Kosovo: ‘Belurokos 14. NAVO

2004: Afghanistan: ISAF. NAVO

2005: Afghanistan: ISAF, tot heden. NAVO

2006: Libanon-Israel: Belufil. VN

2007: Libanon: Belufil 2. VN

2008: Libanon: Belufil 3. VN

2009: Libanon : OMLT. Ontmijning mijnvelden en beschermdetachement. Tot heden

2009: Kosovo: Belukos. NAVO

 

Opmerkingen:

– Verschillende operaties en opdrachten lopen door tot heden. Op dit ogenblik is het Belgische leger in 10 landen actief.

– Het aanvullen van de bemanning met para-commando’s op Belgische en Nederlandse schepen in de strijd tegen de piraterij voor de Afrikaanse kust is niet in deze lijst opgenomen.

– Ook in het binnenland werden er para-commando’s ingezet.  Ze ondersteunden de toenmalige Rijkswacht tijdens de grote mijnstaking en in de strijd tegen de Bende van Nijvel.

– Geregeld vervulden ze ook puur humanitaire taken zoals bij de overstromingen in Ruisbroek en Diest en bij bosbranden in Wallonië.