Nederland en Vlaanderen, twee twistende zusters

Nederlanders waarderen Vlaanderen om haar prachtige steden en de Vlamingen omhun beheersing van de Nederlandse taal. Toch loopt het verkeer tussen Vlaanderen en Nederland letterlijk en figuurlijk stroef, getuige de perikelen met de uitdieping van de Schelde en de invoering van de Fyra.

In onze beeldcultuur is de gemeenteraadsverkiezingstijd altijd een komische tijd. Partijafdelingen trachten tevergeefs in amateuristische filmpjes goed voor de dag te komen. Soms verraadt de humor een zorgwekkende boodschap. Neem het verkiezingsfilmpje van Marc Van Peel, havenschepen in Antwerpen. De CD&V-politicus staat op de kade van de Schelde en wordt aangesproken door een Nederlander. Die zet (typisch?) een grote mond op over de uitdieping van de Schelde. Hij dreigt zelfs dat als de Vlamingen blijven zagen, de Nederlandse regering de rivier wellicht afsluit. Van Peels antwoord kan niet duidelijker zijn: hij duwt de arrogante Nederlander de rivier in.

Schelde

De ergernis van Van Peel is begrijpelijk. De uitdieping van de Schelde is noodzakelijk om de Antwerpse haven toegankelijker te maken voor de almaar dieper liggende containerschepen. Om in de economische vaart der volkeren mee te komen, hoort Vlaanderen immers een grote doorvoerhaven hebben.

Het begon allemaal hoopvol. In 1995 besloten Nederland en Vlaanderen met een verdrag tot uitdieping. Tien jaar later werden in een tweede ronde de details vastgelegd. Het baggeren kon aanvangen. Beginnend in 2010 werd de Schelde uitgediept. Om de rivierstroom de ruimte te geven, zou de Zeeuwse Hedwigepolder onder water gezet worden (op kosten van Vlaanderen).

Maar daar rekende de Nederlandse en de Vlaamse regering buiten de polderbewoners en milieubeschermers, gesteund door het Nederlands parlement. In koor protesteerden zij tegen de teruggave aan het water van met bloed, zweet en tranen gewonnen land. ‘God schiep de wereld, de Nederlanders schiepen Nederland’, zo zeggen onze noorderburen graag. Nederlanders klampen zich vast aan hun polders als Frankrijk vroeger aan haar koloniën.

De ridder van de Hedwigepolderbeschermers was christendemocratisch parlementariër Ad Koppejan. Zijn strijd had een onmiskenbaar machtspolitiek geurtje. Koppejan was een fervent tegenstander van de samenwerking van zijn partij met de rechtse populist Geert Wilders. Dat maakte hem bij de partijbonzen niet populair. Door zich op te werpen als verdediger van de Hedwigepolder, probeerde hij in die provincie en bij milieubewuste burgers een electorale basis te verwerven. Het was tevergeefs: uit peilingen bleek al snel dat de Hedwigepolder voor die doelgroepen geen doorslag gaf op Koppejan te stemmen.

Schaamrood

Tegen december 2012 had Koppejan de politiek verlaten en gaf de Nederlandse regering alsnog groen licht voor het onder water zetten van de Hedwigepolder. Maar toen was de schade aan de Vlaams-Nederlandse relaties reeds berokkend. In de maanden voordien had zelfs de Europese Commissie zich met de zaak bemoeid, door  in een brief aan de bevoegde Nederlandse staatssecretaris aan te dringen op onderwaterzetting. Het dieptepunt was toen Vlaams minister-president Kris Peeters verklaarde dat het geduld op was en een geschillenprocedure opstartte.

De uitdieping van de Schelde was een sterk staaltje Nederlands egocentrisme ten opzichte van Vlaanderen. De economische belangen van Vlaanderen werden geschaad voor het behoud van de leefomgeving van een tiental Nederlandse boeren. De weinige Nederlanders die beseffen hoe hard Nederland en Vlaanderen elkaar in de toekomst nodig hebben, stond het schaamrood op de wangen.

Fyra

De Schelde was amper uitgediept of een nieuw probleem stak de kop op: de vervanging van de Beneluxtrein door de Fyra. Aan beide kanten van de grens werd het verdwijnen van de Beneluxtrein, die tussen Amsterdam en Brussel reed, zeer betreurd. Zeker niet vanwege de stiptheid of service, want er waren altijd veel klachten over de trein. Maar wat de Beneluxtrein bij menig reiziger een nostalgische herinnering maakt, is dat het een gewone trein was. Je betaalde een normale prijs en kon elk uur opstappen. Studenten, dagtoeristen en forenzen maakten er gretig gebruik ervan.

Wat is er voor in de plaats gekomen? Een dure hogesnelheidslijn met veel vertraging. Hoewel wij van hoge snelheid bij de Fyra nog niet kunnen spreken. Het nieuwe materieel lijdt aan vele kinderziektes, met vertragingen van soms een uur tot gevolg. Voor de reiziger die met de Fyra voor het treinen gewonnen moet worden – de zakenman – reden genoeg om de auto te pakken. Te meer omdat als je vergadering uitloopt, een uur later de trein nemen haast onmogelijk is.

De schuld van deze kommer en kwel ligt aan beide kanten van de grens. De Fyra is een initiatief van de Nederlandse Spoorwegen en onze NMBS, genomen in de jaren 1990. Het was de tijd dat de bomen tot in de hemel leken te groeien. Uiteraard wilden de spoorwegen niet achterblijven bij de grote bedrijven met hun wolkenkrabberkantoren. Megalomane projecten schoten uit de grond, betaald uit de bodemloze buidel van de burger. We noemen slechts het station Luik-Guillemins, dat naar verluidt 445 miljoen kostte. Het is nog weinig vergeleken bij het prijskaartje van de Fyra: 8,8 miljard euro.

Afsnijden

Wat is de invloed van de Fyra-perikelen op de Vlaams-Nederlandse betrekkingen? Ergens werkt de onvrede verbroederend. Op internet protesteren Nederlanders en Vlamingen gezamenlijk tegen de grootheidswaanzin van spoorwegbestuurders. Vlamingen denken met weemoed terug aan de tijd dat Amsterdam twee uurtjes treinen was, Nederlanders mijmeren dat een dagje Brugge verleden tijd is. Maar het gros van de getroffenen dat reist is geen toerist, wel student of forens. Zij reizen nu met de stampvolle stoptrein tussen Antwerpen en Roosendaal.

Toch zien we bij de Fyra hetzelfde als bij de uitdieping van de Schelde. In rust worden afspraken gemaakt, bij uitvoering komt de wrijving. Aanvankelijk spraken NS en NMBS van opstartproblemen met de Fyra; toen de druk op de ketel hoger werd, wezen ze met de beschuldigende vinger naar elkaar. NMBS-bestuurder Mark Descheemaecker ontbood de NS-top. U leest het goed: niet om de tafel zitten, maar ontbieden. De NS kaatste de bal terug door te verklaren dat het ook ligt ‘aan de samenwerking met de Belgische partner’.

De grootste schade van de Fyra is niet de relatie tussen de NS en NMBS. Dat is eerder het afsnijden van Nederlanders en Vlamingen. De modale verdiener gaat niet meer zo snel de grens over voor een dagje Antwerpen of Amsterdam. Terwijl juist deze aangename uitstapjes een positieve invloed hebben op de wederzijdse beeldvorming en contacten.

Samenwerking

Gelukkig weerhouden de wrijvingen de Nederlandse en Vlaamse regering er niet van de handen in elkaar te slaan. Mark Rutte heeft obligaat Elio di Rupo ontvangen, maar diens brede glimlach was weinig geloofwaardig toen hij zei dat het Nederlandstalige gesprek goed verliep. Rutte spreekt toch liever met zijn taalgenoot Peeters. In de zomer van 2011 spraken de twee af om de havens van Antwerpen en Rotterdam intensiever te laten samenwerken en gezamenlijke handelsmissies naar het buitenland te sturen. De eerste contouren van een Vlaams-Nederlands economisch front worden zichtbaar.

Het is te hopen dat Nederland en Vlaanderen niet alleen op economisch niveau toenadering zoeken. Ook op cultureel vlak is samenwerking noodzaak. Het Nederlands taalgebied wordt bedreigd door de verengelsing, die op de universiteiten gestaag de positie verwerft van het Frans in de 19de eeuw. Op scholen dreigt onze taal evenzeer verwaarloosd te worden: denk aan het recente pleidooi door wetenschappers om allochtone leerlingen hun moedertaal te laten spreken op de speelplaats. Van buiten uit is er druk van de Europese Unie, die weinig oog heeft voor de eigen cultuur van de Lage Landen. Halen we als buren niet de banden aan, dan dreigen we vreemden te worden.

Komende juli reizen Peeters en Rutte gezamenlijk naar Zuid-Afrika. Uiteraard voor de handel. Wij hopen echter dat de heren minister-president zich bekend maken met een vroegere landgenoot die in hetzelfde land reisde. Dat was professor Pieter Geyl, prominent historicus met een sterk Groot-Nederlands idealisme. Geyl schreef in 1938 al een mooie taakstelling voor Rutte en Peeters:

‘Wij [Groot-Nederlanders, RS] zijn nog aan elkaar verbonden, wij maken nog deel uit van een gemeenschap die aan elks nationale cultuurkracht ruimer mogelijkheden biedt. Maar wij verwaarlozen die mogelijkheden nog te veel. Kleine volken als wij zijn, in een wereld waarin massavorming zich meer en meer doet gelden, kunnen wij onze ontwikkeling niet op haar beloop laten. Wij moeten trachten aan onze toekomst te werken. Wij moeten onze zwakheden en tekortkomingen in het oog vatten en met wil en beleid pogen onze mogelijkheden te verwezenlijken.’