Nobelprijs voor de Vrede is wassen neus

Niet alleen Sinterklaas en de kerstman delen in december cadeau’s uit. Ook het Nobelprijscomité geeft rijkelijk in die wintermaand. Op 10 december heeft het comité de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt. De prijs is een instituut: heel de wereld houdt even de adem in als de ontvanger bekendgemaakt wordt. Het prestige van de prijs vormt een stimulans voor verdrukten over de hele wereld om te streven naar vrede. Dat is althans de bedoeling: de realiteit ligt anders. Met schuld van het Nobelprijscomité zelf.

De Nobelprijs is een van de lovenswaardigste vredesinitiatieven uit de moderne Europese geschiedenis. Er zit een merkwaardig verhaal achter. Alfred Nobel (1833 – 1896) was, zoals de meeste mensen wel weten, de uitvinder van het dynamiet. Dat gaf een hardere explosie dan buskruit, was veel stabieler dan nitroglycerine en liet bovendien weinig rook achter. Dynamiet maakte het wegblazen van rotsen voor treinsporen makkelijker, maar ook het opblazen van mensen. Door zowel civiele als militaire interesse in het nieuwe goed, werd Nobel spoedig een zeer rijk man.

Toch heeft de rijkdom Nobel niet blind gemaakt. Hij leed aan gewetenswroeging. Dankzij hem konden legers elkaar op het slagveld nog beter uitroeien. Het noodsignaal was voor Nobel het lezen van een te vroeg geplaatste in memoriam in een Franse krant. Dat was getiteld ‘De handelaar des doods is dood’. Nobel besefte dat hij meer op de wereld moest achterlaten dan dood en vernietiging. Zijn erfenis reserveerde hij bijna geheel voor prijzen, uit te reiken aan zij die de mensheid het meest gediend hadden.

Aanvankelijk waren de categorieën natuurkunde, chemie, fysiologie, geneeskunde, literatuur en natuurlijk vrede. In 1969 kwam daar economie bij. Het belangrijkste criterium was iets bijdragen aan de mensheid. Een wetenschap als natuurkunde is daar te theoretisch voor, maar had Nobels sterke interesse. Wiskunde vond hij wereldvreemd, waardoor er tot op de dag van vandaag geen Nobelprijs voor uitgereikt wordt.

Onbetwist

De Nobelprijzen voor de wetenschappen zijn zelden controversieel. Vooral in de natuurwetenschappen is het vrij duidelijk wie er prominent is. Van een vooraanstaand wetenschapper worden de onderzoeken vaak geciteerd (en dus gebruikt). Zijn of haar naam gaat dan rondzingen als kanshebber voor de Nobelprijs.

Een echte kanshebber word je als natuurwetenschapper wanneer je voor een doorbraak hebt gezorgd: anders gezegd als jouw theorie algemeen geaccepteerd wordt en als hoeksteen dient voor verder onderzoek. Dan is het een kwestie van tijd voordat je de Nobelprijs wint. Weddingschapslijsten die vooraf opgesteld worden, zijn bij de natuurkundeprijs altijd meer accuraat dan bij bijvoorbeeld de literatuurprijs.

Niet dat het comité van de natuurkundeprijs op een vrijdagmiddag de meest geciteerde natuurkundige opzoekt en de prijs geeft. Het comité gaat secuur te werk. Eerst worden duizenden adviezen van prominente wetenschappers ingewonnen. De leden die uiteindelijk de knoop doorhakken, zijn allen natuurkundigen van naam. Dat geeft de prijs een hoge status en maakt de uitslag onbetwist.

Havik

Bij de vredesprijs volgt men een gelijkaardige procedure: eerst massaal advies inwinnen, vervolgens gezamenlijk in beslotenheid een ontvanger kiezen. Maar hier houdt de gelijkenis op. Bij het selecteren is er geen objectief criterium om te zien wie bijgedragen heeft aan de vrede – als er al consensus is over wat vrede inhoudt. Het gevolg is dat de uitreiking eerder bepaald wordt door politieke voorkeur dan door werkelijke merites. Toegegeven, die merites zijn niet makkelijk te bepalen. In complexe conflicten als die tussen Israël en Palestina, is zelden helder wie de duif is en wie de havik. Gewiekste leiders als Menachem Begin en Yasser Arafet schakelden in dat conflict behendig over van de ene naar de andere rol.

Maar ook aan veel gerespecteerde vredesduiven zit een vreemd luchtje. Neem de huidige Dalai Lama. Die leidde in Tibet een zeer autoritair regime dat het welvaartsniveau laag hield en vrijheid wegnam. Een politieke realiteit die in schril contrast staat met de gratuite spirituele wijsheden die hij sinds zijn vlucht in 1959 verkondigt. In de internationale politiek (waar werkelijk het verschil tussen oorlog en vrede wordt gemaakt) heeft de stem van Dalai Lama amper gewicht. Alleen China luistert naar hem, en dan alleen uit vrees voor een door hem geïnspireerde opstand.

Obama

Het Nobelprijscomité sluit graag de ogen voor tirannieke wandaden van prijsontvangers. Zij is evenwel zeer gevoelig voor vermeend progressivisme. Het toonbeeld van (zelfverklaard) jong en fris progressivisme, de Amerikaanse president Barack Obama, kreeg binnen het eerste jaar (2009) van zijn termijn een vredesprijs in de schoot geworpen. Dit zonder een wapenfeit als een belangrijk vredesverdrag of succesvolle onderhandelingen tussen vechtende staten. Obama kreeg de prijs gewoon ter aanmoediging.

Wij hebben niets tegen een steuntje in de rug, vooral gezien de puinhopen die Obama bij zijn aantreden vond. Ook protesteren wij niet tegen Obama’s progressivisme. Wij betreuren wel dat de prestigieuze beloning voor grote inzet verwordt tot een pluim voor regeringsleiders van wie de Noorse commissieleden de nieuwe dageraad verwachten.

Europese Unie

Wie in 2009 dacht dat het niet gekker kon, werd in 2012 verrast door de uitreiking van de vredesprijs aan de Europese Unie. Een onzinnige keuze, zoals wij in de vorige De Vos al schreven (‘Europese Unie als nieuwe voogd van Vlaanderen’). De merites van de EU liggen bijna uitsluitend op economisch vlak. De lange vrede in Europa danken wij meer aan de bescherming van Amerika en gedeeld vijandschap met de Sovjet-Unie, dan aan Europese integratie. Geen serieuze diplomatieke crisis waaruit oorlog dreigde voor te komen, is opgelost in het Europees Parlement.

Ironisch genoeg is de EU vandaag de dag een bron van conflicten in Europa. In Spanje en Griekenland gaan tienduizenden mensen de straat op om tegen de in hun ogen onderdrukkende maatregelen te protesteren. In Noord-Europa hekelt men juist de tientallen miljarden die de EU naar Griekenland sluist. Er valt veel voor te zeggen dat de EU ons eerder wegleidt van wereldvrede, dan dat het ons daar dichterbij brengt. Beethovens Ode an die Freude (‘Alle Menschen werden Brüder’) bij EU-gelegenheden zingen is anno 2012 schijnheilig.

Het Nobelprijscomité ziet vredesstichters waar ze niet zijn en kijkt voorbij waar ze wel zijn. Zo heeft Mahatma Gandhi, bij leven al befaamd om het geweldloze verzet waarmee hij India naar zelfbestuur leidde, nooit de vredesprijs gekregen. Noemenswaardig is ook Paus Johannes Paulus II, onbetwistbaar een leidend figuur in het verzet tegen communisme in Oost-Europa. Na de val van het IJzeren Gordijn was er vijftien jaar om de vredesprijs uit te reiken, maar de Paus wachtte tevergeefs. Het had ongetwijfeld te maken met zijn niet-progressieve standpunten over zaken als abortus.

Politiek

Het grote probleem met de vredesprijs is kortom de politieke willekeur waarmee ontvangers gekozen worden. Het comité zelf wordt gekozen door het Noors parlement en weerspiegelt de samenstelling daarvan. Vier van de vijf leden zijn van links-kosmopolitische partijen – terwijl Noorwegen sowieso al bekend staat als kosmopolitisch en progressief. Bij hen heeft Obama als kosmopoliet een dikke streep voor op een man van vredesverdiensten als de Tsjechisch president Václav Havel.

De vooringenomenheid van het comité gaat zo ver dat de prijs aan eigen vriendjes uitgereikt wordt. Voorzitter Thorbjørn Jagland is tevens secretaris-generaal van de Raad van Europa. Formeel staat de Raad los van de EU, in de praktijk loopt het hand in hand met de Unie. Jagland heeft in ieder geval de schijn van partijdigheid tegen zich.

Alternatief

Noorse politici hebben recht op hun eigen opvattingen. Onder hen is echter te weinig diversiteit, te weinig visie om een keuze te maken waar een groot deel van de wereldbevolking zich in kan vinden. Het zou daarom goed zijn als het comité aangevuld wordt door mensen van over de hele wereld, gekozen door de Verenigde Naties, mensen met onbetwiste merites, van onbesproken gedrag. Te denken valt aan vredesstichters als de Anglicaanse bisschop Desmond Tutu. Zij kunnen het aanzien van de vredesprijs onder de naties verhogen door het te redden uit handen van de naargeestige kosmopolieten.

Rutger Schimmel