Obama en Romney blijven op oorlogskoers

Groot was de euforie toen Barack Obama in november 2008 verkozen werd tot president van de Verenigde Staten. Obama zou breken met de imperialistische buitenlandse politiek van George W. Bush, zo was de verwachting van velen. Maar hoeveel is hiervan terechtgekomen? En wat biedt zijn Republikeinse tegenstrever Mitt Romney als alternatief?

Het palmares van Obama
In 2008 was de terugtrekking uit Irak het speerpunt in Obama’s campagne. Obama beloofde binnen anderhalf jaar terug te trekken. Die belofte is krap ingelost, hoewel niet volledig.Er zijn momenteel nog 17.000 Amerikaanse diplomaten en‘adviseurs’ in Irak. Niet dat er nu vrede is. Alleen al in september van dit jaar lieten 365 Iraki’s het leven. Wat de historicus Tacitus over de Romeinen zei geldt ook voor de Amerikanen:zij laten een woestenij achter, en noemen het vrede.

Obama propageerde de terugtrekking uit Irak niet uit louter pacifistische overwegingen. Hij had en heeft zijn troepen hard nodig in Afghanistan. Er wordt nog steeds met andermans geld gegokt, alleen gebeurt dit aan een andere tafel. Een tafel waar de spelers geharder en gewiekster zijn.Afghanistan heeft sinds Alexander de Grote vele Westerse machten over de vloer gehad. Niet één heeft het land kunnen pacificeren. Daar meer troepen naar sturen is als je been uit drijfzand proberen te trekken: het doet je alleen maar dieper wegzakken. Vandaag de dag blijkt dat uit de gespannen relaties met Iran en Pakistan. Beide landen grenzen aan Afghanistan en voeren een beleid van verdeel en heers – vaak ten nadele van de Westerse troepen in het land. Waar je in Irak nog van een halve vrede kan spreken,is het in Afghanistan duidelijk dat Obama’s strategie alleen maar meer oorlog gebracht heeft.

Hoopvoller stemde de Arabische Lente, die zich begin 2011 aandiende. Overal in het Midden-Oosten leek het uur van de vrijheid geslagen. Obama reageerde met een onderkoelde Realpolitik. Waar bevriende regimes aan de macht waren ondernam hij nauwelijks of helemaal niets om de bloedige onderdrukking van het protest te beletten. Waar daarentegen de tegenstanders van Amerika de lakens uitdeelden,ondersteunde hij de opstandelingen. Het cynisme vierde hoogtij toen Obama en zijn Westerse bondgenoten, België inbegrepen, het regime van Khadaffi hielpen omverwerpen,nadat de Libische dictator jarenlang in tal van Europese hoofdsteden over de rode loper was ingehaald.

Een blik in de glazen bol
Wat brengt de toekomst als Obama herkozen wordt? Op vreedzame relaties tussen Amerika en de islamitische wereld moeten we niet hopen. Obama spreekt ferme taal tegen Iran en eist dat het land zijn kernwapenprogramma stopzet. De machthebbers in Teheran zijn geen doetjes. Ze regeren met ijzeren hand. Mensenrechten zijn van geen tel. Kernwapens in handen van het theocratische regime zijn een gevaar voor de regionale en zelfs de wereldvrede. Toch heeft de eis dat Iran zijn kernwapenprogramma moet afbreken iets hypocriet. Amerika ontzegt Iran wapens waarover het zelf wel beschikt en wat het als enig land ter wereld tot dusver in oorlogstijd ook heeft gebruikt.

De anti-Iraanse politiek van Obama is een politiek die gevoerd wordt op de rug van de gewone Iraniër. Die zag door de Westerse sancties tegen de Iraanse olie- en bankensector zijn munt op 3 oktober met 17% in waarde dalen. Dat versterkt nog het Iraanse ongenoegen over de gordel van Amerikaanse bases rond het land en de enorme Amerikaanse vloot in de Perzische Golf. Deze dreiging voedt de anti-Amerikaanse retoriek. Hoe zou Obama reageren als China of Cuba bases in Mexico en Canada bouwt?

Buiten het Midden-Oosten zien we dat Obama niet de vrede zoekt, maar Amerikaanse betrokkenheid bij conflicten vergroot. De Verenigde Staten bouwt in gestaag tempo aan haar militaire aanwezigheid in Afrika. Overal verschijnen daar militaire bases, bemand door commando’s om de Amerikaanse bondgenoten in het zadel te helpen of te houden. Onbemande vliegtuigen, de drones, cirkelen rond in afgelegen gebieden, op verkenning en steeds vaker ook om vijandige doelen te vernietigen. Zowel de drones als de commando’s opereren discreet: als een drone wordt neergeschoten is er geen piloot om gevangen te nemen, en als een commando sneuvelt in de strijd, houden geheimhoudingswetten zijn dood uit de krant. Er kan dus oorlog gevoerd worden zonder negatieve publiciteit – normaal een drempel voor presidenten die een tweede ambtstermijn ambiëren.

Anders en beter? Niet met Romney
We kunnen een boek vullen met nog meer bewijs dat Obama’s beleid niet de beloofde verbetering heeft gebracht. Onder meer het openblijven van de beruchte gevangenis Guantanomo Bay springt in het oog. Zo ook de flagrante schendingen van het internationaal recht door de wederrechtelijke executies van Osama Bin Laden en zelfs van Amerikaanse staatsburgers. Kunnen de Republikeinen hier wat tegenover zetten? Aanvankelijk wel. In de strijd om de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen, liet Ron Paul een helder anti-imperialistisch geluid horen. Paul sloot aan bij de Republikeinse traditie: de partij is vanouds tegen betrokkenheid bij buitenlandse conflicten.

Paul verloor van Mitt Romney. Die overtreft Obama in oorlogszuchtigheid. Zo verklaarde Romney bijvoorbeeld dat hij,eens president, onmiddellijk actie zou ondernemen tegen de vermeende Chinese valutamanipulatie. Rusland noemt hij de grootste geopolitieke vijand, de Russische president Poetin een ‘reële bedreiging voor de stabiliteit en vrede van de wereld’. Uiteraard verdienen Rusland en China geen lof;de mensenrechtenschendingen zijn er schrijnend. Romney’s uitlatingen veroorzaken echter een sfeer van vijandigheid die weinig ruimte laat voor diplomatie. Wat dat betreft zou Romney beter in de leer gaan bij illustere Republikeinse voorgangers zoals Richard Nixon, die wel de hand uitstak naar China.

De pacifistische Amerikaan kan slechts kiezen tussen de pest en de cholera.
Nog vijandiger is Romney’s taal naar Iran toe: ‘Ik kan u verzekeren, als ik president ben, dan hoeven de Iraniërs er niet aan te twijfelen dat ik bereid ben tot militaire actie om te voorkomen dat zij een nucleaire dreiging voor de wereld worden’. In zijn campagne zinspeelt hij geregeld op oorlog met Iran. Zo gemakkelijk dat het ons niet zou verbazen dat met hem aan het roer binnen enkele jaren Amerikaanse tanks in Teheran staan. Als president zou zijn relatie met Iran sowieso al worden bezwaard door zijn kritiekloze houding tegenover Israël. Voor een duurzame vrede tussen Israël en Palestina, het streven van bijvoorbeeld Bill Clinton,wil hij niet bemiddelen. Aangezien die vrede de sleutel is tot structurele pacificatie in de regio, zullen de conflicten er blijven aanslepen.

Wie ook als winnaar uit de verkiezingen komt, lijkt weinig relevant. De pacifistische Amerikaan kan slechts kiezen tussen de pest en de cholera. De presidentskandidaten laten zich in hun buitenlandse politiek allebei leiden door belangenoverwegingen, al komen de Republikeinen verbaal scherper uit de hoek. Dit stemt niet positief. Het maximale wat wij realistisch gezien kunnen hopen, is dat – wie het ook haalt – de Verenigde Staten zich zonder al te veel kleerscheuren uit Afghanistan terugtrekken. En bovenal dat de winnaar geen nieuw front opent.

Tot slot: toen Obama in 2008 aantrad, plaatsten wij in De Vos grote vraagtekens bij de alomtegenwoordige euforie in onze West-Europese media. De mediagekte bracht er het Nobelprijscomité zelfs toe om op een blauwe maandag de Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen aan Obama. Laat Obama of Romney zich eerst maar eens bewijzen.

Rutger Schimmel