Ook Kadhafi gedood zonder proces

Internationaal Strafhof wordt aldoor buitenspel gezet

Dictators kennen geen scrupules. Opposanten worden hard aangepakt, desnoods ijskoud uit de weg geruimd. In Westerse democratieën gaat het er gelukkig meestal beschaafder aan toe. Vooral internationaal schendt het Westen met de VS op kop echter aanhoudend elementaire rechtsregels. Standrechtelijke executies zijn geen taboe.


Ongetwijfeld is er in onze Westerse democratieën nog veel werk aan de winkel. Toch moeten we hen koesteren. Want de rechtstaat beschermt onze individuele rechten en vrijheden en behoedt ons voor willekeur. Onze rechtspraak gaat uit van het vermoeden van onschuld tot het tegendeel is bewezen. En eenmaal iemand wordt veroordeeld, kan hij nog altijd beroepsprocedures uitputten. In dictaturen loopt het anders. Als je daar wordt beticht heb je geen verhaal. Erg handig voor potentaten om tegenstanders al dan niet na een schijnproces het zwijgen op te leggen. Barbaars, naar ons terechte oordeel. Maar soms houden we ons ook in het Westen beter een spiegel voor.

Afscheid van de ‘dolle hond’

Nieuwsbeelden kunnen confronteren. Zoals het laatste uur van Kadhafi. Warrige videobeelden toonden hoe gezeuld en gespot werd met de eens zo gevreesde dictator, bloedend als een rund. Ruim 40 jaar had de excentrieke despoot met ijzeren hand over zijn land geregeerd en politieke tegenstanders het zwijgen opgelegd. Een moord meer of minder heeft hij nooit geschuwd. Internationaal deinsde hij voor niets terug. Wereldwijd steunde hij terrorisme en had hij een hand in allerhande aanslagen. Na de bomexplosie in een West-Berlijnse discotheek in april 1986 noemde president Reagan hem een ‘dolle hond’. Als vergelding voor de aanslag bombardeerden Amerikaanse en Britse vliegtuigen Libische militaire basissen. Maar het meest berucht was Kadhafi’s aandeel in het neerhalen van een lijnvliegtuig boven het Schotse Lockerbie einde 1988. Al die terreurdaden brachten Libië in een internationaal isolement.

Tegen het einde van de jaren 1990 stelde de Libische dictator zijn buitenlands beleid bij. De herboren Kadhafi ging zaken doen met het Westen. Na de aanslagen van 11 september 2001 zochten de VS bondgenoten in de oorlog tegen het terrorisme. Vooral de Britse premier Tony Blair haalde Kadhafi aan. Met succes. In 2004 bezocht Blair als eerste Westerse leider Kadhafi in Libië. Datzelfde jaar deed de dictator Brussel aan, waar hij na Commissievoorzitter Romano Prodi ook de Belgische premier Guy Verhofstadt ontmoette. België deed trouwens goede zaken met Libië. Het leverde voor miljoenen euro’s wapens, vooral kleiner wapentuig van FN Herstal. Wapens die Kadhafi gebruikte om zijn tirannie te handhaven. In de navolgende jaren drukte Kadhafi de handen van nog vele andere Westerse toppolitici zoals de Amerikaanse en Franse presidenten, alsook van VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon. In het bijzonder met de gewezen Italiaanse premier Berlusconi ging hij erg vriendschappelijk om. De nieuwe Kadhafi was vriend aan huis, want bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme en tegen de immigratie van Afrikanen in Europa.

Toen in het kielzog van volksopstanden in andere Arabische landen half februari ook in Libië onlusten uitbraken, was de liefde snel over. Naar aloude gewoonte reageerde Kadhafi ook op de prille Arabische Lente met bruut geweld. Begin maart evenwel deed hij de rebellen een voorstel waarbij hij zou opstappen, wat verder bloedvergieten had kunnen vermijden. De rebellen gingen hier niet op en de voormalige Westerse vrienden van Kadhafi brachten hen niet op andere gedachten. Gevolg was dat de toestand verder escaleerde. Dankzij een resolutie van de VN-Veiligheidsraad mocht militair worden ingegrepen om de burgerbevolking te beschermen. De Navo nam de handschoen op. Maar ze overschreed al snel haar mandaat door bombardementen ter ondersteuning van de rebellen uit te voeren. Toen Kadhafi aan het eind van zijn Latijn op 20 oktober zijn schuiloord in Sirte ontvluchtte, bombardeerde de Navo zijn militair konvooi. De dictator werd gevat, waarop rebellen hem zonder enige vorm van proces executeerden en het lijk vervolgens als oorlogstrofee uitstalden.

Opgeruimd staat netjes?

Weinigen zullen rouwen om de terechtstelling van een niets ontziende dictator. Maar de executie ging wel in tegen de algemene rechtsbeginselen die het recht op een eerlijk proces eisen. Zelfs als het bewijsmateriaal tegenover een verdachte voor het rapen ligt, moet die zich kunnen verdedigen. Een resolutie van de VN-Veiligheidsraad stuurde er trouwens op aan om de dictator voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te brengen. Maar wilde de Navo zich daar wel naar plooien? Er zijn aanwijzingen dat de Westerse bondgenoten geen enkele moeite hebben gedaan om Kadhafi voor de rechter te brengen. Hardnekkige geruchten sterken het vermoeden dat de Navo wist waar Kadhafi zich in Sirte ophield en het konvooi bewust aanviel met de bedoeling hem te doden of minstens aan de rebellen over te leveren. Goed wetende dat die rebellen korte metten zouden maken met de dictator.

De woordkeuze in de droge Westerse reacties op de terechtstelling waren veelbetekenend. Er was nauwelijks sprake van ‘moord’ of ‘terechtstelling’, wel van ‘dood’ en ‘overlijden’, zoals in het perscommuniqué van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook dat wijst in de richting dat de Navobondgenoten Kadhafi liever dood dan levend zagen. In het besef dat de dictator, die nooit vies is geweest van theatrale nummertjes, voor het Internationaal Strafhof ook het Westen had kunnen schandaliseren. Dat had de buitenissige Kadhafi wel gelukt. Echter niet alleen door zijn provocerende stijl. Maar ook omdat het Westen zich de laatste jaren tegen de dictator had aangeschurkt, iets waaraan het liever niet wil herinnerd worden.

Van kwaad naar erger

De oorlog tegen de terreur, zoals de voormalige Amerikaanse president George Walker Bush die na de aanslagen van 11 september 2001 lanceerde, is ontspoord. Bush kreeg brede internationale steun voor zijn reactie op de aanslagen, die bijna 3.000 Amerikanen het leven kostten. De VS namen de leiding van de invasie in Afghanistan om af te rekenen met de islamistische Taliban, die Osama Bin Laden, leider van Al Quada en opdrachtgever van de aanslagen, onderdak bood. Pas 10 jaar later slaagde Bush’ opvolger Obama erin om de Amerikaanse aartsvijand nummer 1 op te sporen en begin mei in Pakistan te liquideren. Zonder enige vorm van proces. Die illegale manier van doen was toen al goed ingeburgerd. In de strijd tegen het terrorisme had Bush vanaf 2002 terreurverdachten wederrechtelijk met de hulp van Europese landen laten opsluiten in de gevangenis van Guantanamo Bay. Ondanks zijn verkiezingsbelofte heeft Obama de gevangenis nog altijd niet laten sluiten.

Het aantreden van Obama als president begin 2009 leidde tot een grote euforie in de meeste Westerse media. Obama zou na het vermaledijde Bush-tijdperk een nieuwe wind doen waaien in het Amerikaanse buitenlandse beleid. Ook het Nobelcomité, dat Obama de Nobelprijs voor de Vrede 2009 toekende, verkeerde in die roes. Obama’s veranderingsretoriek had een collectieve verblinding veroorzaakt. In De Vos hebben wij hier van meet af aan voor gewaarschuwd. Wie ook maar iets afweet van de Amerikaanse buitenlandse politiek, weet beter, met name dat die wordt gedreven door belangen en niet door idealen. Obama heeft hierin geen ommekeer gebracht. In de bestrijding van het terrorisme trekt hij de lijn van zijn voorganger door. Hij doet zelfs nog minder moeite dan Bush om schendingen van de mensenrechten te verbergen.

Het bleef niet bij de terechtstelling van Bin Laden. In september werd ook Anwar al-Awlaki, een ander kopstuk van al-Qaeda, in Jemen met een onbemand gevechtsvliegtuigje omgebracht. Pikant detail: Al-Awlaki was Amerikaanse staatsburger, wat het Obama nog moeilijker maakte om de moord, waarbij nog een tweede Amerikaan werd gedood, te rechtvaardigen. Maar geen nood, de president beval enkele befaamde juristen nog voor de actie om de liquidatie met het nodige kunst en vliegwerk te verantwoorden. De bestrijding van het terrorisme heeft het Westen gebracht tot handelingen die niet moeten onderdoen voor terreurdaden. Straffe koffie, maar in het Westen liggen er blijkbaar maar weinig wakker van, een zorgwekkende evolutie.

Een straatje zonder einde

Met de onderschikking van mensenrechten aan belangenpolitiek in hun buitenlands beleid hollen de VS en bij uitbreiding het gehele Westen de mensenrechten uit. Dat de VS het statuut van het Internationaal Strafhof nog altijd niet hebben geratificeerd, is veelbetekenend. In de rest van de wereld worden overigens grote vraagtekens geplaatst bij de Westerse aanpak in de Libische burgeroorlog. De oprekking van het VN-mandaat en de betrokkenheid van de Navo bij de terechtstelling van Kadhafi heeft in landen als China en Rusland kwaad bloed gezet. Beide landen strekken zelf niet tot voorbeeld van een rechtvaardiger wereldorde. Maar er zijn al aanwijzingen dat de afloop in Libië hen minder inschikkelijk maakt tegenover maatregelen in andere probleemgebieden. In Libië heeft het Westen een stuk geloofwaardigheid verbeurd. Als je beweert de mensenrechten te dienen, moet je daar ook naar handelen.

Guy Leemans