Philippe Haeyaert ziet grenzen aan communautaire dialoog

Vlaanderen heeft er de buik vol van. Van een Franstalige minderheid die een Vlaamse meerderheid gijzelt. De resultaten van de laatste federale verkiezingen spreken voor zich. Maar Franstalig België blijft hardleers. Er is nog maar weinig veranderd sinds madame non Yves Leterme het bloed onder de nagels vandaan haalde. De Franstaligen blijven de Vlaamse roep om verandering afwijzen. Ook het rapport van koninklijk verduidelijker Bart de Wever was voor Franstalig België een steen des aanstoots. Voor VOS is de maat meer dan vol, aldus algemeen voorzitter Philippe Haeyaert.

PS voorzitter Elio di Rupo verwoordde de Franstalige reactie op het rapport van koninklijk bemiddelaar Bart de Wever als ‘une attaque frontale contre l’Etat fédéral et les francophones’. Verrast u dat?

De Franstaligen hebben het nog altijd niet begrepen. Wij hoeven niet langer te pikken dat Franstalig België Vlaanderen enkel ziet als een melkkoe om zijn welvaartsniveau op te krikken. En evenmin dat Vlaams-Brabant voor hen een kolonisatiegebied is. Het is niet meer dan logisch dat De Wever hiermee in zijn verslag heeft rekening gehouden. Maar wie beweert dat De Wever een eenzijdig voorstel heeft gedaan, zoals de Franstaligen ons willen doen geloven, verkoopt praatjes voor de vaak. De gehele Vlaamse politieke wereld en pers stelden vast dat De Wever op meerdere punten tegen de haren van de Vlaamse beweging in heeft gestreken.

Aan welke punten denkt u?

De Wever bepleitte onder meer de overdracht van de kinderbijslag naar de gemeenschappen. Die zijn al sinds de staatshervorming van 1980 bevoegd voor het gezinsbeleid. Die overdracht is overigens een Vlaamse eis die al een tijdje meegaat. Als tegemoetkoming aan de Franstaligen beperkte De Wever deze bevoegdheidsoverdracht echter tot het Vlaamse en het Waalse gewest. In Brussel zou de kinderbijslag worden overgedragen aan de gezamenlijke Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waarin zowel de Vlamingen als de Franstaligen een stem in het kapittel hebben. Op die manier zouden de Brusselaars niet moeten kiezen tussen het Vlaamse en het Franstalige stelsel. Dat was meteen een nachtmerrie minder voor de Franstaligen. Die vreesden met name dat het Vlaamse stelsel de meeste voordelen zou bieden en dus ook voor Franstaligen aantrekkelijker zou zijn. Het voorstel tot splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is een andere toegift van De Wever. De inwoners van de 6 faciliteitengemeenten zouden voor de verkiezingen voor de Kamer, de Senaat en Het Europees Parlement immers kunnen stemmen op lijsten in Vlaams-Brabant of op lijsten in Brussel. Ook inzake de faciliteiten kwam De Wever ten dele tegemoet aan Franstalige gevoeligheden.

Maar, waarom zouden wij voor de splitsing van BHV een prijs moeten betalen?

VOS blijft voorstander van een splitsing zonder compensaties. Wij erkennen de faciliteiten als een historisch feit, maar ze zijn niet eeuwigdurend. Mettertijd moet er komaf worden gemaakt met die regeling. In Vlaanderen is de voertaal Nederlands. Punt uit. De Vlaamse overheid investeert jaarlijks ettelijke miljoenen in de integratie van de ‘nieuwe’ Vlamingen. Taalverwerving is daarbij terecht een prioriteit. Zonder kennis van het Nederlands blijft een geslaagde integratie in Vlaanderen een dode letter. Van ‘nieuwe’ Vlamingen vragen wij terecht dat ze de nodige inspanningen leveren om zich te integreren. In 1961-62 zijn de faciliteiten ingevoerd als een compensatie voor de vastlegging van de taalgrens. Het is hoog tijd dat we de Franstaligen duidelijk maken dat deze regeling vloekt met de grondwettelijke indeling in taalgebieden. En dat de faciliteiten dus moeten uitdoven. In feite heeft De Wever in zijn voorstel al veel water bij de wijn gedaan. Wij hebben er begrip voor dat hij moest zoeken naar een evenwicht. Maar dat kan niet blijven duren. Weg dus met de faciliteiten!

Wordt zo niet elke dialoog tussen de deelstaten onmogelijk?

De tijd is meer dan rijp om dit land grondig te hervormen.  Het gaat er niet om de Franstaligen de duivel aan te doen. Maar we kunnen niet blijven palaveren. De Franstaligen zien dat anders. Het welles-nietesspelletje mag voor hen gerust nog een tijdje doorgaan, omdat ze zo hun voorrechten kunnen behouden. Tenslotte zijn zij geen vragende partij voor veranderingen. Dankzij de beschermingsmechanismen op nationaal niveau – de grondwet kan maar worden aangepast met een tweederde meerheid én een meerderheid in elke taalgroep – kan er in beginsel niets veranderen zonder hun instemming. Het systeem speelt in hun kaart. Ze beweren wel dat ze een dialoog willen, maar dat is alleen maar schijn. Want de echte pijnpunten zijn voor hen onbespreekbaar. Als die ter sprake komen stuiten de Vlamingen altijd weer op oekazes. Eigenlijk is er al jaren sprake van een dovemansgesprek. En die erfenis uit het verleden wordt uiteindelijk te zwaar om dragen.

Verklaar u nader.

De opeenvolgende staatshervormingen kwamen tegemoet aan verzuchtingen van zowel Vlaanderen als Wallonië. Het proces is in 1970 gestart met de eis van de Vlamingen voor een culturele autonomie. Maar er werd ook tegemoetgekomen aan Franstalige eisen. De Walen hebben aangestuurd op een gewestvorming. Met de oprichting van het Waalse gewest hoopten ze de nodige hefbomen in handen te krijgen om hun noodlijdende zware industrie te redden. Altijd weer kwam het tot een koehandel met ingewikkelde bevoegheidsverdelingen en inefficiënte procedures als resultaat. In heel dit proces zijn de verschillende inzichten van Vlamingen en Franstaligen echter nooit uitgevlakt, integendeel. De Vlamingen beseffen dat het loodgieterwerk van Jean-Luc Dehaene en anderen ons met een onwerkbaar systeem heeft opgezadeld, dat onze welvaart en ons welzijn nu bedreigt. En we stellen hierbij vast dat de communautaire standpunten haast onverzoenbaar zijn geworden.

Waarom wordt een vergelijk moeilijker en moeilijker?

De Franstaligen vinden een voorkeursbehandeling de normaalste zaak van de wereld. Ze zijn in meerdere opzichten rotverwend. In hun mentaliteit is het niet meer dan normaal dat zij ook in Vlaanderen overal in het Frans terecht kunnen. Een kleine eeuw geleden hebben zij, toen de Vlaamse beweging een veralgemeende tweetaligheid van het land voorstelde, hun eentaligheid afgedwongen. En toch eisen ze in Vlaams-Brabant nog altijd uitzonderingen op dit territorialiteitsbeginsel. Ook in topbenoemingen blijft die hang naar privilegies overeind. Recentelijk klaagden de Franstaligen het feit aan dat er een oververtegenwoordiging is van Nederlandstalige topofficieren in het leger. Daar zijn echter gegronde, objectieve redenen voor. Topofficieren moeten perfect tweetalig zijn. Dat zijn de Franstaligen niet en bijgevolg ontbreekt het aan Franstalige zijde aan geschikte kandidaten. Minister van Defensie Pieter de Crem gaat terecht niet in op de Franstalige vraag om de taalexamens te vergemakkelijken.

In de jaren 1970-80 kregen de Franstaligen hun gewestvorming. Zij blijven het solidariteitsprincipe van deze gewestvorming zeer eenzijdig interpreteren om zo elke  responsabilisering van de financieringswetten te blokkeren. De Franstaligen weten wel waarom ze hun pijlen richten op de voorstellen van De Wever inzake de financieringswet, de splitsing van BHV en de regeling voor Brussel. Ook al gaat het om voorstellen waarin duidelijk rekening is gehouden met hun verzuchtingen. De Wever reageert hierop dat hij het voor minder niet doet. En gelijk heeft hij.

Komen we hier nog uit?

Voor VOS is er maar een uitweg op de langere termijn. Vlaanderen moet een volwaardig zelfbestuur krijgen. Dat is helemaal geen fata morgana. Dat blijft ons realistisch einddoel. Het is ook geen negatief streefdoel. Vlaanderen moet zijn eigen meester zijn. Natuurlijk zijn we geen eiland in de wereld. Vlaams zelfbestuur staat geen loyale samenwerking binnen Europa en de rest van de wereld in de weg. Staten hebben er alle belang bij dat het  andere landen ook voor de wind gaat, zeker als het om buurlanden gaat. Ook een autonoom Vlaanderen heeft er dus alle baat bij solidair te blijven met Wallonië. Maar dat moet dan wel in een klimaat van respect en zonder chantage gebeuren. Zelfbestuur blijft hoe dan ook het einddoel voor VOS. De sleutel daartoe ligt in het Vlaams Parlement. Horatius zei al Nil volentibus arduum, voor hen die volharden is niets te moeilijk. Voortdoen is bijgevolg de boodschap.

Guy Leemans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *