Transfers snijden in Vlaams welzijn

Solidariteit als stopwoord

Jarenlang slaagde Vlaanderen er in de eindjes zonder veel problemen aan elkaar te knopen. Nu moet het zelf noodgedwongen de tering naar de nering zetten. De sanering laat een wrange nasmaak na. Hoe verantwoord je immers dat een deelstaat moet beknibbelen in het welzijn van zijn burgers terwijl ze jaarlijks immense bedragen overhevelt naar andere landsdelen?

In het najaar van 2014 kondigden de federale en de Vlaamse regeringen saneringen aan van ruim €3,5 miljard en €1,16 miljard. Dankzij de herberekening van de financieringswet in het spoor van de Zesde Staatshervorming mocht de federale regering bij de begrotingscontrole einde maart €750 miljoen extra inkomsten inschrijven. Premier Charles Michel maakte een vreugdedansje, zijn collegae van de deelstaten lachten groen. Vlaanderen moet nog eens €400 miljoen extra saneren.

Torenhoog

Hebben de Vlamingen bij de onderhandelingen van de Zesde Staatshervorming steken laten vallen? Kan best zijn, maar het zijn en blijven vooral de transfers die een slok op een borrel maken. De €400 miljoen extra op kosten van Vlaanderen komen hard aan, maar wegen geenszins op tegen de overdrachten van Noord naar Zuid. Jaarlijks vloeit niet minder dan €6 miljard van Vlaanderen naar Wallonië. Alleen al via de sociale zekerheid verhuist per jaar €4 miljard naar het Zuiden. En dan gaat het nog om Walloniëvriendelijke ramingen. Want als je de transfers via de interestlasten op de federale overheidsschuld meerekent, moet je daar nog enkele miljarden bijtellen. Volgens de Denkgroep ‘In de Warande’ ging dit in 2003 om € 3,9 miljard extra.

Dankzij het aan de KU Leuven verbonden Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES) krijgen we jaarlijks een actualisering van de transfers – uitgenomen de interestlasten op de federale overheidsschuld. Die blijken de laatste jaren vrijwel constant, crisis of niet.

transfer tabellen

In totaliteit, met inbegrip van de interestlasten op de federale overheidsschuld, versluisde Vlaanderen in 2011 ruim €10 miljard transfers naar Wallonië en Brussel. Het betreft hier voorzichtige berekeningen, volgens sommige ramingen gaat het eerder richting €12 miljard. Omdat de transfers doorheen de jaren vrijwel stabiel blijven, kunnen we zeggen dat jaarlijks per Vlaming tussen ongeveer €1.600 tot €1.900 wordt overgedragen naar Wallonië en Brussel.

Toen de Vlaamse regering in het najaar van 2014 de buikriem strakker aanhaalde, was het kot te klein. Heel wat sectoren liepen storm tegen de besparingen van de regering-Bourgeois. In het middenveld waren grote woorden niet uit de lucht. De regering werd een asociaal en hardvochtig beleid verweten. Sommige instellingen derven inderdaad een dramatisch inkomstenverlies. Markant is dat echter geen van de critici de sanering in verband bracht met de transfers. Ook de pers gebaarde van kromme haas. De transfers worden in de media al jaren onderbelicht. Andere miljardendossiers zijn voorpaginanieuws, de transfers worden systematisch ontzien.

Het Belgische systeem

Waarom de transfers worden weggemoffeld, is een publiek geheim. Ze zijn vervlochten met de organisatie van het Belgische herverdelingsmechanisme en daarin spelen grote financiële belangen en machtsoverwegingen. Voor de grote Vlaamse ziekenfondsen en vakbonden zijn de transfers sacrosanct. Als ultieme rechtvaardiging beroepen ze zich telkens weer op het solidariteitsbeginsel. Maar dat is vooral een façade voor de vrees aan macht en middelen in te boeten bij een grondige herziening van het Belgische herverdelingssysteem en hun rol als uitbetalingsinstellingen.

Aan de Waalse kant speelt het machtsmotief nog sterker. Daar zijn niet alleen de vakbonden en de ziekenfondsen verknocht aan het systeem, maar ook de politieke partijen. Politici van uiteenlopende strekkingen lieten al horen dat België voor hen niet langer hoeft als de transfers worden aangepakt. De Parti Socialiste (PS) loopt hier voorop. Voor de PS zijn de transfers een zegen, omdat ze haar toelaten haar rol te vervullen als behoeder van wie uit de boot valt. Dankzij de Vlaamse transfers zou Wallonië per inwoner €167 per maand krijgen, aldus gewezen premier Elio De Rupo aan de Universiteit van Namen einde november 2014.

Solidariteit als mantra

Wie de afscherming van de transfers ter discussie stelt, wordt met pek en veren beladen. Toen de jonge N-VA begin 2005 met 12 vrachtwagens nep-geld naar Wallonië reed, werd hiervan schande gesproken. Begin dit jaar kopieerde het Vlaams Belang deze stunt. De V-partijen hebben de transfers al herhaaldelijk aan de kaak gesteld. Maar tot een fundamenteel debat komt het nooit. De grote sociale organisaties gebruiken hun lange tentakels om elke discussie in de kiem te smoren, met het solidariteitsprincipe als mantra.

Er zijn evenwel goede redenen om het debat over de transfers te openen. In de eerste plaats is solidariteit relatief. De mate waarin x solidair is met y, beïnvloedt haar/zijn solidariteitsmogelijkheden met z. In een wereld waarin aan talrijke behoeften moet worden voldaan met schaarse middelen, zijn keuzen onvermijdelijk, ook inzake solidariteit. Die keuzen hebben een prijs. De immense transfers naar het Zuiden verkleinen de Vlaamse mogelijkheden tot eigen investeringen en interne solidariteit, bijvoorbeeld voor de verhoging van het kindergeld of de uitbreiding van tewerkstellingsmaatregelen.

Vlaamse noden in de kou

Dat is geen klein bier. Onlangs kwamen nog schrijnende situaties aan het licht. Einde maart blokletterde De Standaard op zijn voorpagina: ‘Geen plaats, geen geld, geen mensen. Jeugdzorg in Vlaanderen’. Een dag later lazen we het bericht dat het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) op droog zaad zit. Het heeft geen geld meer voor de financiering van nieuwbouw- en verbouwingswerken in ziekenhuizen. Gevolg: ziekenhuizen zullen zelf meer hun boontjes moeten doppen, waardoor de kostprijs voor patiënten dreigt toe te nemen. Een ander voorbeeld: er is een lange wachtrij van Vlaamse scholen en andere instellingen die steun vragen voor renovaties en uitbreidingen van hun infrastructuur. Ook het Vlaamse milieu wordt de pineut, zo kondigde de Vlaamse regering bij de begrotingscontrole aan te snijden in het budget voor de uitbreiding van het rioleringsnetwerk.

In deze crisistijden wordt Vlaanderen des te sterker met de neus op de feiten gedrukt. De transfers verlagen zijn mogelijkheden in de eigen bevoegdheidsdomeinen, precies in sectoren die het welzijn in brede zin vormgeven. Is het fair om door de transfers in Vlaanderen te moeten verzaken aan broodnodige investeringen in cultuur, economie, innovatie, milieu, onderwijs en welzijn in de enge zin van het woord? Het solidariteitsbeginsel botst hier niet alleen met het principe van de fairness, de rechtvaardigheid, maar zelfs met zichzelf. In de praktijk blijft de toepassing van principes zoals solidariteit onvermijdelijk een zaak van casuïstiek. Dan blijken ze met elkaar te botsen. Een absoluut recht op leven bijvoorbeeld is onverenigbaar met een absoluut recht op de dood. Daarom wordt euthanasie enkel toegestaan ingeval er sprake is van ‘ondraaglijk lijden’. Dat laatste krijgt invulling in het maatschappelijk debat en is in de praktijk telkens weer een kwestie van afweging.

Democratisch deficit

Het breder plaatje noopt tot een open debat over de transfers. In een democratie moeten alle maatschappelijke thema’s bespreekbaar worden gesteld, zodat politieke partijen zich hier over kunnen positioneren en hun standpunten bij de verkiezingen aan de kiezer voorleggen. Maar over de transfers wordt het debat ontweken en de mening van de burger niet gevraagd. Dat heeft geleid tot een democratisch deficit. Het Belgische herverdelingssysteem is blijkbaar ongenaakbaar.

Een publiek debat over de transfers zou toelaten het hele plaatje te betrekken. Niet alleen de Waalse noden, maar ook gerechtvaardigde eisen binnen Vlaanderen. Een staat of deelstaat heeft geen baat bij een buur in problemen en solidariteit is een hoog goed. Dat neemt niet weg dat het in een spanningsverhouding staat tot andere principes zoals het rechtvaardigheidsbeginsel. Van de Vlaamse partijen mag worden verwacht dat zij de kiezer in volle transparantie uitleggen hoe zij hier tegenover staan. En dat de kiezer oordeelt.

Guy Leemans