Strijd voor democratie? Westen kijkt alleen maar toe

Zonder vrijheid, zonder eigen identiteit, kan de grote vrede niet gedijen. En democratie is een wezenlijk onderdeel van deze identiteit. Daarom maakt VOS zich grote zorgen over wat er in de Arabische wereld gebeurt.

Ze noemen zich monarch en president, maar daar is het volk slechts zelden beter van geworden. Dat moet verbitterd vaststellen dat het onder het juk van een absolute dictatuur geleefd heeft. Van die landen zijn er helaas nogal wat. Niet alleen in de Arabische wereld of moslimlanden überhaupt. Ook daarbuiten zwaaien tal van dictatoren de plak, maar in de islamitische wereld is dit de absolute regel en zijn de uitzonderingen schaars. Van de zowat 60 landen in de wereld die zich tot de islam bekennen zijn er hooguit 5 waar er een kleine of grotere aanzet tot democratie te bekennen valt. En dan nog alleen als je mild oordeelt. Wat Turkije bijvoorbeeld met de Koerden doet en hoe het land religieuze minderheden behandelt, valt nauwelijks te rijmen met democratie.

Geldt ook in islamitische landen de regel houden jullie ze dom, wij houden ze arm? Bij deze eventuele conclusie is uiterste voorzichtigheid geboden. Bij ons, ja, daar kan je een dergelijke uitspraak zonder probleem poneren. Verlichte linkse heilsprofeten belijden al jaren het dogma van een heilige alliantie tussen kerk en de bezittende klasse, een duivels verbond tussen kapitaal en religie dat het soevereine volk onder de knoet houdt. Dat doen ze overigens nog altijd, in een democratie naar Westers model mag iedereen verkonden wat hij wil. Maar waag het niet deze stelling door te trekken tot landen waarin de koran een grondwet overbodig maakt. Dan loop je het risico dat Jozef de Witte van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding je vraagt om het even bij de rechter te komen uitleggen.

Overigens is het niet uitgesloten dat de islamitische wereld zich bevrijdt van het juk van de dictatuur en de hierboven voorzichtig geformuleerde conclusie dus niet getrokken moet worden. In de Maghreblanden – maghreb is Arabisch voor Westen –  in Egypte, in het Nabije- en Midden-Oosten is het volk regelrecht in opstand gekomen tegen zijn machthebbers. Wij zijn het volk, scanderen ze. De vergelijking met Oost-Duitsland – wir sind das Volk – en andere Oost-Europese volkeren, die zich 20 jaar geleden een voor een bevrijden van het communistische juk, ligt dan voor de hand. Voor een dergelijke vergelijking moet er evenwel gewaarschuwd worden, zeker voor overijld getrokken conclusies.

Natuurlijk, ook in Europa ging het 20 jaar geleden om vrijheid, om meer welzijn, om democratie. Wat de politieke instellingen betreft is deze revolutie, althans in de meeste Oost-Europese landen, vrijwel geslaagd. Ook wat de individuele vrijheid van de burgers betreft zijn er reuzenstappen gezet. Maar het welstands- en welzijnsniveau van deze landen zal nog vele jaren, decennia zelfs, achterop hinken in vergelijking met de West-Europese landen. Voor de volkeren in de islamitische wereld is de uitdaging nog veel moeilijker. De kloof tussen arm en rijk is er veel groter, dus moeilijker te overbruggen, dan de kloof die er in Oost-Europa bestond. Bovendien is de verhouding tussen kerk en staat anders. Bij de bevrijdingsrevolutie in Oost-Europa speelden de christelijke kerken een belangrijke rol. Maar zij streden niet voor een bevoorrechte, dominante positie van hun kerken in de democratie in opbouw. Is dat ook het geval bij de islamitische revolutie vandaag? Bij ons is er een strikte scheiding tussen kerk en staat, in de islamitische wereld is islam staat en staat islam. En het is maar zeer de vraag of deze onnatuurlijke bond de prille revolutie niet in de kiem zal smoren.

De opstand der horden

Naar de Spaanse filosoof, journalist en schrijver José Ortega y Gasset wordt er in deze dagen eveneens verwezen. Vooral naar zijn boek La rebelión de las masas uit 1930, De opstand der horden. Het is een verwijzing die de volkeren uit de islamitische wereld die voor hun vrijheid vechten zwaar oneer aandoet. Ortega y Gasset heeft geen hoge dunk van de massamens, die hij tegelijk als het resultaat van het hoogste goed en het ergste kwaad  betitelt. De massamens staat voor hem voor oppervlakkigheid, een leven zonder diepgang. Eigen ideeën heeft dit slag mensen niet, en het moet bijgevolg niet zo hoog van de toren blazen. Integendeel, de massamens moet zijn plaats in de samenleving kennen, dankbaar zijn en het hogere respecteren. Het zijn woorden die je zo uit de mond van de ex-president van Tunesië, de ex-president van Egypte, en de grote leider van Libië kan plukken.

De hoofdbühne van de Egyptische revolutie is het Tahrirplein. Tahrir betekent bevrijding. En die is geenszins gerealiseerd in de islamitische wereld. De vlucht van de joden uit Egypte is nog altijd de grootste bevrijdingsmythe uit de geschiedenis. Maar ook die mythe is na 3.000 jaar nog altijd geen realiteit. Wie vrijheid wil moet ook in 2011 de islamitische wereld nog steeds ontvluchten. Al in het begin van de 20e eeuw droomde de jong gestorven Tunesische dichter Abul-Qasim al-Chabi (1909-1934) van een betere wereld. In Aan de tirannen van deze tijd hoopte hij op een betere wereld. En in Liederen aan het leven voorspelde hij dat de duisternis van de nacht verdwijnen zou, dat eens de ketens verbroken zouden worden.

Worden die ketens thans verbroken? De Algerijnse auteur Boualem Sansal heeft zijn twijfels. In een essay in de Duitse krant Die Welt verwijst hij naar Mohammed el-Baradei, Nobelprijs voor de vrede in 2005 en tot 2009 chef van het Internationaal Atoomenergie Agentenschap in Wenen. El-Baradei werd eventjes naar voor geschoven als redder van Egypte. Maar Sansal ergert zich aan het feit dat El-Baradei als eerste geste aan de revolutionaire strijders met hen in het openbaar ging bidden. Dat is, aldus Sansal, een politiek teken van de slechtste soort.  Dit illustreert alleen dat velen die het over toekomst en democratie hebben, zich tegelijk beroepen op krachten die voor gisteren en de afwijzing van de democratie staan. Ons probleem, gaat Sansal verder, is de islam en het Arabische nationalisme. Dat zijn racistische, anti-democratische, anti-Westerse en anti-Israëlische ideologieën. Pas als Egyptenaren, Algerijnen, en Tunesiërs – Libië was nog de vrede zelf toen Sansal dit schreef –  zich eindelijk als dusdanig zien en niet langer als moslims of Arabieren, pas dan zij we op weg naar democratie.

Een lange weg

Er blijft dus nog een heel lange weg te gaan. Staat democratie niet haaks op een land als Libië waar niet alleen Kadhafi de scepter zwaait maar ook meer dan 150 stamhoofden-potentaten. Niemand weet wat de Egyptische hoge militairen  uiteindelijk gaan doen. Een Egyptische generaal is niet zomaar een generaal maar ook, en vooral, een groot-industrieel. Toen de Egyptische president Anwar al-Sadat in 1979 vrede sloot met Israël, wat hij met zijn leven moest bekopen, was een leger van 900.000 man veel te groot. Sadat halveerde de getalsterkte van het leger dus, wat 500.000 bijkomende werklozen betekende. Om die massa-explosie van de werkloosheid te ondervangen werden generaals in bijberoep ondernemers. In wegenbouw,  woningbouw, elektro-industrie, zelfs in landbouw en toerisme, werd het leger de voornaamste werkgever in het land. En in hun bijberoepen verdienen Moebaraks generaals 10, 100 maal zoveel als hun 2 of 3 generaalsterren opbrengen. Gaat de Egyptische legerleiding deze schnabbel zomaar prijsgeven? Tunesische vrouwenorganisaties hebben de schrapping van de islam uit de grondwet geëist. Gaan de toekomstige machthebbers dit doen?
De weg die de strijders voor democratie in de islamitische wereld nog moeten afleggen is nog lang. En de hulp die zij krijgen van het democratische Westen stelt niets voor, is zelfs hypocriet. De zogenaamde sancties van de Verenigde Naties tegenover Kadhafi zijn een lege doos. De Verenigde Staten spelen zoals altijd een dubbel spel.  De stelling van Roger Cohen, columnist bij de International Herald Tribune, dat een EU, waar Turkije lid van was, niet zo onzeker en onbeholpen had gereageerd op het Arabische ontwaken is een vulgaire leugen. Banken gaan ineens de tegoeden van Moebarak, Kadhafi en andere dictatoren, waaraan ze decennia grof verdiend hebben, bevriezen. Waarom hebben ze dit niet eerder gedaan?

Bij ons is het niet anders. Journalisten en opiniemakers zijn in het verleden maar al te graag ingegaan op uitnodigingen van de nu gedemoniseerde tirannen. En waren vol lof over de stabiliteit (sic) van deze regimes. Guy Verhofstadt zegt niet mee te gaan in het verwijt dat hij zich vergist heeft. Ik heb me, bekent Louis Michel nu, vaak afgevraagd of Kadhafi de onnozelaar uithing, of dat hij echt zo was. Mosterd na een volumineuze maaltijd met de leider himself?  In het begin van 2011 werd Libië lid van de VN-Mensenrechtenraad. Met steun van België. Geen 3 maanden later zegt Steven Vanackere, minister van Buitenlandse Zaken, dat hij nu anders zou handelen, maar dat hij zijn keuze niet betreurt of als fout beschouwt. En dan zijn er nog de geweren en kogels die FN  Libië aan de lopende band levert. Kan geen kwaad, aldus de Waalse regering. We hebben contractueel vastgelegd dat die alleen gebruikt mogen worden voor de bescherming van humanitaire konvooien  naar Darfour. Kadhafi kan hiermee dus niet op zijn volk schieten, aldus Joëlle Milquet. Rudy Demotte doet er nog een schep boven op. Elke kogel draagt een nummer en dus kunnen we nagaan of ze verkeerd gebruikt werden. En daar heeft Kadhafi al die tijd van wakker gelegen…

Jan Veestraeten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *