Symboolwaarde gebroeders Van Raemdonck blijft overeind

De eeuwherdenking van de Grote Oorlog leidt tot een ware publicatiestroom. De oorlog wordt blootgelegd in al zijn facetten. Ook zijn rol als versneller in het Vlaamse ontvoogdingsproces verdient de nodige aandacht. Met zijn herwerkte geschiedenis van de broers Edward en Frans Van Raemdonck geeft Luc De Ryck, burgervader van Temse, alvast het goede voorbeeld, getuige het onderstaande interview.

Hoe raakte u geïnteresseerd in de geschiedenis van de gebroeders Van Raemdonck?

Ze waren net als ik geboren en getogen Temsenaars en thuis kreeg ik de belangstelling voor Temse en zijn bewoners – in heden en verleden – van jongs af aan ingelepeld. Zoals mijn vader, was ik geëngageerd in het plaatselijke verenigingsleven, vader was trouwens ook politiek actief en één van mijn voorgangers als burgemeester. Bovendien had ik een schrijversmicrobe. Nauwelijks 16 jaar oud, verschenen mijn eerste teksten in de plaatselijke en regionale pers. Het begon met sportreportages, maar gaandeweg schreef ik over alle onderwerpen. Dat journalistieke werk en de bijhorende speurtocht naar historische achtergronden en contexten deden mij evolueren in de richting van de plaatselijke geschiedschrijving en zo kregen de gebroeders Van Raemdonck mijn aandacht. Voor een bijdrage over de broers in een Waas weekblad ging ik in januari 1980 in Oostduinkerke op bezoek bij Clemens De Landtsheer, secretaris van het IJzerbedevaartcomité 1921-1960, rechtstreekse neef én boezemvriend van de broers, grondlegger van de mythe.

Soldaten achter het front, Bray-Dunes, april-mei 1915. Op de sergeant (middelste rij, rechts) na, allen Temsenaars. Staande v.l.n.r.: Jef De Bruycker, Frans Van Raemdonck, Karel De Schaepdrijver, Edward Van Raemdonck, Albert Waayeret en Frans Van Wauwe
Soldaten achter het front, Bray-Dunes, april-mei 1915. Op de sergeant (middelste rij, rechts) na, allen Temsenaars. Staande v.l.n.r.: Jef De Bruycker, Frans Van Raemdonck, Karel De Schaepdrijver, Edward Van Raemdonck, Albert Waayeret en Frans Van Wauwe

Werd u wijzer uit die ontmoeting?

De Landtsheer was al hoogbejaard – 85 – maar nog altijd erg alert. We waren gescheiden door een leeftijdsverschil van 55 jaar, maar o.m. omdat we onze passie voor het Temse van voor de Eerste Wereldoorlog deelden, konden we het opperbest met elkaar vinden. Het bleef dan ook niet bij één ontmoeting. Tot aan zijn overlijden in april 1984 bezocht ik hem regelmatig. Hij waardeerde dat sterk, want hij had nagenoeg zijn hele generatie vrienden overleefd en was daardoor in zijn laatste jaren erg vereenzaamd. Waar hij nog altijd onder leed, was dat het IJzerbedevaartcomité hem na zijn officieel afscheid uit ‘Diksmuide’ had geweerd: hij was graag als archivaris aan de slag gebleven, maar de nieuwe generatie oordeelde er anders over. Dat had De Landtsheer diep geraakt, want hij had zijn hele leven in dienst gesteld van de IJzerbedevaart. Zijn beroep was ook zijn passie geweest. Dankzij zijn olifantengeheugen en z’n zorgvuldig bijgehouden archieven kreeg ik van hem een schat aan informatie. Hij was dan ook een kroongetuige. Samen met Oscar Dambre, frontmakker van de broers, had hij de cultus rond de broers vormgegeven. Edward en Frans werden opgenomen in het pantheon van Vlaamse IJzersymbolen. Dankzij De Landtsheer kon ik in 1980-‘81 een artikelenreeks over de gebroeders Van Raemdonck en hun leefwereld publiceren.

pp. 6-9, ill. 4. Officiële voorstelling Terug naar Niemandsland, 1996 (2)
Vooraan v.l.n.r.: Dirk Demeurie, Carlos Van Louwe, Jozefa Van Raemdonck, Luc De Ryck, Joost Dambre (zoon van Oscar) en Lionel Vandenberghe. Achteraan rechts: Hans Van Rossem (zoon van Piet). Officiële voorstelling van Terug naar Niemandsland, 22 maart 1996

Die artikelen bleven niet onopgemerkt?

Het Gemeentemuseum van Temse vroeg me de reeks te herwerken en uit te diepen voor zijn Jaarboek. Voor de voorstelling daarvan in november 1981 kwamen ruim 300 belangstellenden opdagen, veel meer dan verwacht. Clemens De Landtsheer en zijn boezemvriend Karel Aubroeck waren er eregast. De Landtsheer was al weg uit Temse sinds 1936, maar hij kreeg er een staande ovatie. Dat kwam neer op een ultieme rehabilitatie, nadat hij omwille van zijn collaboratieverleden tijdens de repressiejaren had vastgezeten.

pp. 6-9, ill. 2. Edward en Frans Van Raemdonck, maart 1916
Frans en Edward Van Raemdonck met verlof in Brighton (Engeland), maart 1916. De regimentsnummers op de kepies werden bij het verzenden naar België door de (Belgische) censuur geschrapt

De trein zat op de rails?

De enthousiaste reacties lieten het IJzerbedevaartcomité niet onberoerd. Ondervoorzitter Carlos Van Louwe, vertrouwensman van De Landtsheer, vond 10 jaar later de tijd rijp om de grens tussen mythe en werkelijkheid naar het brede publiek te brengen, mede in de overtuiging dat de broers in wezen goed gekozen symbolen waren, maar dat zij – als àlle symboolfiguren – accenten hadden gekregen die niet met de werkelijkheid overeenstemden. Het delicaatste punt in de klassieke lezing van de Vlaamse Beweging was het zgn. in mekaars armen sneuvelen. Het was een krachtig beeld om hen tot iconen van broederliefde te verheffen en tegelijk betekende het onrechtstreeks aandacht voor hun Vlaamsgezindheid. Op aansturen van Van Louwe vroeg het IJzerbedevaartcomité mij bij monde van voorzitter Lionel Vandenberghe om mijn studie van 1981 tot boekvorm te bewerken. Het boek verscheen in 1996 – met medewerking van het IJzerbedevaartcomité! – onder de titel Terug naar niemandsland bij uitgeverij De Klaproos (Brugge) van Siegfried Debaeke.

Te saam vereend, in vreugd’ en nood, als d’eene sterft, de andere dood

Wat is precies gebeurd?

De 6de compagnie van het 24ste Linieregiment moest in de nacht van 25 op 26 maart 1917 een raid uitvoeren op Stampkot, een gehucht van Steenstrate – ‘Stampkot’ betekent olieslagerij, op die plek was voor de oorlog een olieslagerij. Met dergelijke bliksemacties wilde de legerleiding krijgsgevangenen maken om zo inlichtingen over de plannen van de vijand te bekomen. Die aanvallen waren levensgevaarlijk. Dikwijls schoten manschappen er het leven bij in. Ook nu schreven soldaten afscheidsbrieven om ze, ingeval ze zouden sneuvelen, aan hun nabestaanden te bezorgen. Frans Van Raemdonck had eerder een oorlogsgedicht ‘Te saam vereend, in vreugd’ en nood, als d’eene sterft, de andere dood’’ geschreven. In overeenstemming daarmee hadden de broers meermaals aan strijdmakkers te kennen gegeven dat ze samen zouden overleven of sneuvelen. Nu stonden ze voor een levensbedreigende opdracht. Allebei sergeant, moesten ze elk een aanvalsploeg leiden. De ploeg van Frans was aangeduid om in de vijandelijke loopgraven krijgsgevangenen te maken. Vooraf spraken de broers een verzamelpunt af waar ze elkaar bij hun terugkeer naar de Belgische linies zouden opwachten. Dat zouden ze echter nooit samen bereiken. Naar hun frontmakker en rechtstreekse getuige Frans Boomputte mij in 1980 verklaarde, liep het voor zijn sergeant Frans Van Raemdonck fout, toen die als eerste in de Duitse loopgraaf sprong. Frans werd onmiddellijk geraakt door een kogel, waarop Boomputte de Duitse schutter neerschoot. In de daaropvolgende verwarring verloor Boomputte Frans Van Raemdonck uit het oog. Die was gewond, maar kon toch nog uit de loopgraaf klauteren en terugkeren naar het niemandsland.

pp. 6-9, ill. 3. Karel Aubroeck, Clemens De Landtsheer en Luc De Ryck (2)
V.l.n.r.: Karel Aubroeck, Clemens De Landtsheer en Luc De Ryck, officiële voorstelling van het Jaarboek 1980 van het Gemeentemuseum van Temse, 13 november 1981

En Edward?

Die was wel behouden teruggekeerd. Maar toen zijn jongere broer wegbleef, liep hij tégen het bevel van zijn overste – midden het spervuur van de tegenaanval – terug in het niemandsland. Misschien heeft hij Frans nog levend gevonden. Dat zullen we nooit weten. Feit is dat de lijken van de broers 18 dagen later werden teruggevonden, samen met het stoffelijk overschot van Amé Fiévez uit het Henegouwse Calonne, thans deelgemeente van Antoing. Over de precieze positie van de lichamen is veel geruzied. Volgens de flaminganten lagen Edward en Frans in mekaars armen. Volgens de Belgicisten lagen Frans en Fiévez op elkaar. Die verschillende versies gaven aanleiding tot een hevige polemiek, omdat de broers werden uitgespeeld als symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer én omdat in die voorstelling van zaken Fiévez onvermeld bleef. Het werd een literatuur van uitersten.

De gebroeders Van Raemdonck zijn symbolen van broederliefde dankzij Edward en symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer dankzij Frans

U hebt de versies nauwgezet bestudeerd en getoetst aan diverse bronnen. Wat is uw slotsom?

Er mag aangenomen worden dat Frans en Fiévez op elkaar lagen en Edward iets verder. Eigenlijk heeft hun positie in wezen geen belang. Edward en Frans zijn immers geen symbolen van broederliefde omdat ze in elkaars armen zouden zijn gesneuveld, wel omdat Edward zijn leven op het spel heeft gezet om zijn broer te vinden en het daardoor ook heeft verloren. De broers zijn symbolen van broederliefde dankzij Edward. Zij zijn symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer dankzij Frans. De briefwisseling van Frans illustreert perfect de evolutie die vele Vlaamse frontsoldaten doormaakten. Ze trokken naar het front om België te verdedigen. Frans en Edward besloten hun eerste brieven steeds met ‘Leve België!’. Maar velen, zoals het gezin Van Raemdonck, waren voor de oorlog cultuurflaminganten, zelfs méér: zij wilden bestuurlijke scheiding maar binnen de Belgische staatsstructuur, dus federalisme, ruim 50 jaar voordat de eerste stap richting federalisme werd gezet. Dat Fiévez samen met de broers is omgekomen – allicht door een obus – en dat hij bij Frans Van Raemdonck lag, doet geen afbreuk aan de symboliek. Eigenlijk heeft de Vlaamse beweging geen reden gehad om Fiévez op het achterplan te plaatsen. Je kan immers stellen dat de broers en Fiévez SAMEN gesneuveld zijn. Fiévez heeft in de flamingante versie in de nagedachtenis niet de aandacht gekregen die hij verdiende. Het IJzerbedevaartcomité heeft daar sinds 2001 werk van gemaakt.

pp. 6-9, ill. 5. Bidprentje
Het bidprentje dat in Temse werd bedeeld tijdens de begrafenisplechtigheid op 4 juni 1917. De tekst weerspiegelt de evolutie van de broers aan het front, cf. ‘Ze sneuvelden beiden (…) voor Vlaanderen hun Vaderland’

Hoe ging dat in zijn werk?

De publicatie van mijn boek in 1996 had o.m. de voorstelling van het in elkaars armen sneuvelen ontkracht en de verwaarlozing van Fiévez in beeld gebracht. Na de restauratie van de crypte van de IJzertoren in 2001 werd de naam van Fiévez toegevoegd aan het heldenhuldezerkje ter nagedachtenis van de gebroeders Van Raemdonck. Zijn naam werd eveneens op de kist met de stoffelijke overschotten aangebracht. Op de IJzerbedevaart van 2012 waren de families Fiévez en Van Raemdonck samen met vertegenwoordigers van Antoing en Temse aanwezig als eregasten. Ook bij de inhuldiging van het gerestaureerde Van Raemdonckmonument in Steenstrate op 4 augustus van vorig jaar waren allen van de partij. Fiévez’ naam is daar volwaardig op de nieuwe gedenkplaat aangebracht. Die stappen hebben ook aan de andere kant van de taalgrens de bal aan het rollen gebracht. Burgemeester Bernard Bauwens van Antoing nam het initiatief tot de oprichting van een monument voor Fiévez en de broers én voor de straatnaamgeving Square Fiévez et Frères Van Raemdonck. Beide initiatieven worden binnenkort werkelijkheid.

pp. 6-9, ill. 6. Hulde gebroeders Van Raemdonck, 2012
De Vlaamse verenigingen van Temse en omgeving brengen hulde aan de gebroeders Van Raemdonck, 24 maart 2012. In het midden Luc De Ryck en prof. dr. Frans-Jos Verdoodt. Rechts bariton Simon Waltens

Onlangs verscheen een herwerkte versie van uw boek Terug naar niemandsland. Dat is handig voor geïnteresseerden, omdat de editie van 1996 was uitverkocht. Zijn er inhoudelijke verschillen tussen de 2 versies?

De conclusie blijft dezelfde: de gebroeders Van Raemdonck zijn goed gekozen symbolen van broederliefde en Vlaamse emancipatie. Afgezien daarvan verschilt de heruitgave in meerdere opzichten van de oorspronkelijke uitgave. Sinds 1996 zijn belangrijke archieven ontsloten, waaronder dat van de Raad van Vlaanderen. Van belang was ook dat de dochter van majoor Adolphe Jacoby, de belangrijkste verdediger van de Belgicistische versie, in 2000 het archief van haar vader overdroeg, een gebaar van goede wil dat alle lof verdient. Verder heb ik in de heruitgave ook recente publicaties verwerkt en een hoofdstuk toegevoegd, met name ‘Wat gewerd van de familie Van Raemdonck?’. Ook het beeldmateriaal is gevoelig uitgebreid.

Kan uw werk over de gebroeders Van Raemdonck ertoe inspireren om de geschiedenis van de andere IJzersymbolen even nauwgezet te reconstrueren? 

Ik vrees dat dit, uitgezonderd voor Joe English, niet meer mogelijk is. De nalatenschap van Joe English is door de familie goed bewaard en de Vrienden van Joe English, kunstschilder vzw dragen grote zorg voor de bewaring en de publiekstelling van zijn kunstwerken en de context waarin ze tot stand kwamen. In het geval van de gebroeders Van Raemdonck had ik het geluk nog te kunnen praten met meerdere getuigen, op de eerste plaats dé sleutelfiguur: Clemens De Landtsheer, die heel zijn archief ter beschikking stelde, zowel het pro als contra de Vlaamse versie. Zijn er ook voor de andere IJzersymbolen nog voldoende bronnen voor een even diepgaande reconstructie voorhanden? Ik denk het niet, maar wie de uitdaging wil aangaan, wens ik alvast veel succes toe.

Interview: Guy Leemans

Luc De Ryck
Terug naar niemandsland.
De geschiedenis van de gebroeders Van Raemdonck: mythe en werkelijkheid. Brugge, 2013.
Uitgeverij De Klaproos
€19,95

boek